Verslag Info-avond ‘Klimaatconferentie in Bali: gevolgen voor de vakbonden en de werkgelegenheid’ 18 03 08

  

Eind 2007 vond in Bali een internationale Klimaatconferentie plaats, waar afspraken gemaakt werden over het vervolg van het Kyoto-protocol dat afloopt in 2012. De gevolgen voor de werkgelegenheid zullen afhangen van de opties die gekozen zullen worden op wereldwijd, Europees en nationaal niveau.

Zullen   er   geen   banen   verloren   gaan   als   de   bedrijven   straks  minder   CO2  mogen uitstoten?

En kunnen de vakbonden voldoende invloed uitoefenen op de beleidsmakers?

 

Drie deskundigen die erbij waren in Bali, antwoordden op deze vragen. Het werd een leerrijke avond waarbij de deelnemers heel wat opstaken over de gemaakte afspraken in Bali, de rol van de vakbonden in de onderhandelingen, en de gevolgen van klimaatverandering op de werkgelegenheid.

Presentatie van Peter Bostyn over Bali

Verslag Tom Willems over Bali 

Presentatie Patricia Grobben over Bali

 

Hieronder volgt een verslag van de avond.

 

Klimaatbeleid en de vakbonden

Peter Bostyn van het ABVV mocht de spits afbijten en focuste zich in eerste instantie op de beweegredenen van de vakbonden om aanwezig te zijn op de klimaatconferentie in Bali. Zo kwamen de deelnemers te weten dat er talrijke links te leggen zijn tussen de klimaatproblematiek enerzijds, en sociale thema’s anderzijds. Denk bijvoorbeeld maar aan werkgelegenheid (levering van bv. water en energie) of de internationale schuldenproblematiek. De landen die het meeste getroffen zullen worden door ons veranderende klimaat zullen immers de landen in het Zuiden zijn, en dit zijn ook meteen de armste landen. Deze wanverhouding wordt naast deze grote last ook nog eens versterkt door de schulden die ze hebben ten opzichte van het Westen.

Als bedrijven het hebben over hun verantwoordelijkheid inzake het zoeken van oplossingen voor de klimaatproblematiek vervallen ze soms snel in het discours van ‘zo’n maatregelen zijn onbetaalbaar’, maar daarnaast biedt het probleem natuurlijk ook kansen, zeker op het vlak van energie-efficiëntie, waar het bedrijf dan weer winst uit kan puren.

Nog een motivatie om deel te nemen aan het klimaatdebat is volgens Peter Bostyn de internationale solidariteit en samenwerking tussen vakbonden waarbij het uitwisselen van ervaringen een grote rol speelt. 

Daarnaast brengt deze klimaatconferentie natuurlijk ook brood op de plank voor de vakbonden. Ten eerste is het natuurlijk een noodzakelijk vervolg op het Kyoto-protocol, waarbij enkele bindende afspraken werden gemaakt voor de Annex – I landen (de ontwikkelde landen). Doel was om tegen 2012 een globale reductie van broeikasgassen met 5% te bekomen. Aangezien dit protocol als einddatum 2012 heeft, was er een post 2012 akkoord nodig. Dit was het primaire doel van de conferentie in Bali. Daarnaast is het voor de vakbonden natuurlijk ook belangrijk dat de sociale en werkgelegenheidsaspecten voldoende aan bod komen in een nieuw akkoord, een invalshoek die in de traditionele mediashow rond de klimaatproblematiek nog steeds te weinig aan bod komt.

In het kyoto-akkoord zijn ook flexibele mechanismen voorzien, zoals het investeren in ontwikkelingslanden om daar de uitstoot te verminderen en op die manier bij te dragen aan een globale reductie van broeikasgassen. Bij zo’n zaken zijn sociale criteria natuurlijk ook erg belangrijk en derhalve een basisvoorwaarde voor de vakbond.

 

Klimaat en Wetenschap

Vervolgens werden we kort ingewijd over het wetenschappelijke aspect in het ganse klimaatdebat. Peter stelde dat er – ten onrechte - nog steeds veel onzekerheid wordt geschapen door de critici rond een groot aantal zaken, wat de zaak er niet eenvoudiger op maakt. Daarna werd wat toelichting gegeven bij een aantal cijfers uit het 4e rapport van het IPCC (International Panel on Climate Change), een panel van een 30-tal klimaatexperten, in het leven geroepen door de VN. Deze stelt dat een opwarming van meer dan 2°C (tov 1750) grote risico’s met zich meebrengt. Hoofdzaak is dus om onder deze grens te blijven.

Een ander belangrijk onderdeel aan deze problematiek zijn natuurlijk de kosten die verbonden zijn aan een doortastend klimaatbeleid. Volgens het IPCC zijn deze kosten inderdaad hoog, maar toch zeer gering in vergelijking met de kost van het ‘niets doen’.

Tot slot werd nog wat toelichting gegeven bij de algemene principes van het internationaal klimaatbeleid, zoals afgesproken in Rio in 1992. Onder ander het principe van ‘de vervuiler betaalt’ en het principe van de gedeelde maar verschillende verantwoordelijkheid staan hierin centraal.

 

De weg naar Bali

Daarna was het de beurt aan Tom Willems van het ACV. Om te beginnen verschafte Tom ons wat meer uitleg over ‘de weg naar en van Bali’. In 2005 werden in Montréal 2 werkgroepen opgericht, nadat onderhandelingen over een post 2012 akkoord vastliepen. Ten eerste een werkgroep met de annex I - landen die het Kyoto-protocol hadden ondertekend, die moest onderzoeken welke reductiedoelstellingen nodig en haalbaar waren tegen 2012.  Deze werkgroep startte een dialoog met een 2e groep, de landen die niet meedoen aan het Kyoto-protocol. Bedoeling was dat deze 2 groepen samensmolten tot één groep in Bali.

Bali kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen, maar is een gevolg van de opbouw van het momentum. Hierover wist Tom ons heel wat interessants bij te brengen.

Die opbouw kwam er na een reeks gebeurtenissen. Zo heeft Al Gore’s film, ‘an inconvenient truth’ een breed publiek – van Jan met de pet tot de beleidsmakers – bewust gemaakt van de ernst van de problematiek. Daarnaast was er het Stern-rapport die stelde dat ‘niets doen’ grote schade betekent en dat de kost van een laks klimaatbeleid vele malen lager ligt dan de kost van het ‘niets doen’. Een andere katalysator was het 4e IPCC rapport die stelt dat de klimaatverandering veroorzaakt wordt door de mens, waardoor hierover een wetenschappelijke consensus ontstond. Tenslotte zette ook de massale mediabelangstelling voor het fenomeen een enorme druk op de politiek. Al deze factoren zorgden ervoor dat er een akkoord tot stand kwam in Bali.

Eén van de grootste bekommernissen van de conferentie in Bali, was het aan boord krijgen van de VS. In de 2e week van de conferentie (het politieke deel; na het technische deel in de eerste week) werd een enorme druk gezet op de VS door middel van de toespraken van de ministers van verschillende landen. Ook de toespraak van Al Gore droeg hier zeker toe bij.

 

De supranationale vakbeweging in Bali: De rol van het EVV en IVV

Veel voorbereidend werk voor de inbreng van de vakbonden in Bali werd gedaan door het Europees Vakverbond (EVV) en later door het internationaal vakverbond (IVV). Het EVV heeft een resolutie aangenomen waarin ze een reductie van 25% à 30% voorstelt tegen 2020 en een reductie van -75% tegen 2050. Belangrijk aan deze studie is dat ze ook iets zegt over de relatie tussen klimaatbeleid en werkgelegenheid. Conclusie is dat een broeikasgasreductie van 40% tegen 2030 globaal genomen geen verlies aan werkgelegenheid met zich meebrengt! Uiteraard zullen er verschuivingen plaatsvinden, maar dan vooral binnen sectoren (bv. de energiesector) in plaats van tussen sectoren. Het verlies aan jobs, verbonden aan de energieopwekking uit fossiele energie, kan immers gecompenseerd worden door nieuwe werkgelegenheid in de sector van de hernieuwbare energie en door de vele toepassingen ten voordele van energie efficiëntie. In de transportsector zullen dan weer verschuivingen optreden ten voordele van transport via het spoor en de binnenvaart, ten nadele van het transport via de weg. Jobs die in die context gecreëerd worden, worden in het jargon ook wel ‘green jobs’ genoemd.

Ook het Internationaal Vakverbond (IVV) publiceerde naar aanleiding van COP 13 een statement, waarin een aantal belangrijke zaken zijn opgenomen. Zo ondersteunt het IVV ambitieuze reductiedoelstellingen op lange termijn, met name een reductie van 50 à 85% tegen 2050. Daarnaast hanteren ze ook het principe van de gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid. Eén van dé basisvoorwaarden voor een ambitieus klimaatbeleid is volgens het IVV de ontwikkeling van een rechtvaardige transitie of just transition, die oog heeft voor sociale bescherming en een groot aanbod aan vorming en opleiding. Daarnaast roept het IVV op tot een sterkere solidariteit tussen Noord en Zuid. Geïndustrialiseerde landen, die het probleem veroorzaakt hebben, moeten de nodige technologieën beschikbaar stellen voor het Zuiden. Het Noorden zal adaptieprogramma’s in het Zuiden moeten financieren, voornamelijk via de ondersteuning van de publieke sectoren zoals gezondheid, water, infrastructuur, ... . Tenslotte zijn voor het IVV ook gendergelijkheid en duurzaamheidsvereisten voor CDM (Clean development mechanism) projecten (inclusief sociale criteria) van groot belang.

Tot slot werd ook nog meegegeven wat de bijdrage van het IVV in de werkgroepen betekende. Daar probeerde deze vooral de boodschap mee te geven dat ook de sociale agenda opgenomen dient te worden in het project. Dit was echter geen gemakkelijke opdracht gezien het algemene gevoel (vooral bij de EU) dat er eerst een akkoord moest komen, en pas daarna over eventuele randvoorwaarden kon gepraat worden.

 

Hoge verwachtingen van een massaconferentie

Tenslotte was het de beurt aan Patricia Grobben, beleidsmedewerker klimaat bij de Vlaamse Gemeenschap, dienst LNE. Zij benadrukte dat er voor Bali hoge verwachtingen waren en schetste voor ons de belangrijkste zaken op de agenda , namelijk het zoeken naar een klimaatbeleid na 2012, de financiering van de aanpassing aan klimaatverandering, overdracht van propere technologie en tegengaan van ontbossing in de tropen. Enkele cijfers moesten de deelnemers een idee geven over de grootsheid van het evenement (10.828 deelnemers! 188 landen! 413 NGO’s en internationale organisaties! 1498 journalisten!).

Daarna leerden we iets bij over de structuur van de onderhandelingen. Deze gebeurden in 4 zogenaamde ‘onderhandelingsblokken’:

·                     de G77 + China,

·                     de EU27

·                     een zgn. ‘Umbrella group’ (Japan, VS, Australië, Canada, Russische Federatie, Ijsland, Nieuw Zeeland, Noorwegen en Ukraine)

·                     de ‘Environmental Integrity Group’ die bestaat uit Zwitserland, Mexico en Noord-Korea).

Ook de relevante onderhandelingsprocessen werden toegelicht. In 2005 was een dialoog opgestart onder het raamverdrag. Deze werd in Bali verder opgevolgd, onder de titel ‘Bali Action Plan’. De Ad hoc Working Group (AWG) besprak nieuwe verplichtingen voor de industrielanden. Daarnaast waren er nog onderhandelingen omtrent de herziening van het Kyoto-protocol.

 

Resultaten  in lijn der verwachtingen

Toen was het de beurt aan een evaluatie van de resultaten van Bali. De spreekster benadrukte dat in Bali vooral afgesproken werd om in 2009 tot een post 2012-akkoord te komen, maar er verder weinig concrete afspraken over de inhoud waren gemaakt. Er werd dus vooral een route uitgestippeld om tot een post 2012 akkoord te komen via de zogenaamde ‘Bali Roadmap’. De bouwstenen van een nieuwe overeenkomst werden reeds afgesproken in de COP13 beslissing onder de titel ‘Bali action plan’. Daarnaast is er in de AWG een werkprogramma vastgelegd om nieuwe verbintenissen op te nemen voor de Annex-I landen die het Kyoto-protocol ondertekenden en is het doel en de inhoud van de tweede herziening van het Kyoto-protocol afgesproken (art.9).

Onder het Bali Action Plan, die een aantal richtlijnen meegeeft voor het akkoord dat in 2009 tot stand zou moeten komen, vallen 4 belangrijke luiken: ‘Mitigatie’, ‘Adaptatie’, ‘Technologie’ en ‘Financiering’.

  1. Het blok over mitigatie behelst de verdeling van reductiedoelstellingen voor 2020 onder de geïndustrialiseerde landen, de geleidelijke opname van opkomende industrielanden in het traject via meetbare maatregelen, internationale samenwerking op sectoraal niveau voor competitieve sectoren en een regeling om bosbeheer in rekening te brengen.
  2. Het luik over adaptatie handelt over de implementatie van meest dringende adaptatiemaatregelen voor meest kwetsbare gebieden in het Zuiden.
  3. Het technologische luik behelst versterkte actie t.v.v. technologische ontwikkeling en transfer van schone technologiën van noord naar zuid.
  4. Het luik financiering tenslotte regelt bijkomende financiering t.v.v capaciteitsopbouw in het Zuiden en ter ondersteuning van mitigatie- en adaptatiemaatregelen.

 

De werkzaamheden van de AWG4 werden in 2 delen opgesplitst. Een eerste deel met een focus op “Analyse van reductiepotentiëlen en identificatie van ranges van emissiereductiedoelstellingen voor Annex I landen”. Een 2e deel bestond uit het uitwerken van een tijdstabel voor het werkprogramma.

Wat de herziening van het Kyoto-protocol werd de focus gelegd op de uitvoering van het protocol, eerder dan op het verbeteren van de efficiëntie en zijn er enkele aandachtspunten afgesproken voor de 2e herziening op COP14.

Verder werd in Bali beslist dat de GEF (Global Environment Facility) het zogenaamde ‘adaptatiefonds’  moet beheren. Daarmee kan het geld dat in het fonds zit ook echt uitgegeven worden om maatregelen in landen die erg kwetsbaar zijn te steunen.

Ook op het vlak van de problematiek van ontbossing en de ermee gepaard gaande CO2 uitstoot (2O%! was niet opgenomen in het Kyoto-protocol) werd in Bali vooruitgang geboekt, in de vorm van het opstarten van demonstratieprojecten. Een eerste stap werd dus gezet. Post 2012 actie wordt mee opgenomen in het Bali Action Plan.

Tenslotte werd beslist dat het mandaat van het orgaan dat technologie-overdracht moet bevorderen, het EGTT (Expert Group on Technology Transfer) voor 5 jaar verlengd wordt.

Samenvattend stelde Patricia Grobben dat Bali heeft opgebracht wat we ervan hadden verwacht, namelijk de afspraak om tegen 2009 een nieuw klimaatakkoord uit te

werken waaraan iedereen deelneemt. Daarnaast is een instelling aangeduid om het adaptatiefonds te beheren, is er een akkoord over pilootprojecten op het vlak van tegengaan

van ontbossing en mag  het technologie-orgaan  verder werken. Er zal echter nog heel hard gewerkt moeten worden vooraleer er in 2009 een nieuw klimaatakkoord kan afgesloten worden, daarom zal er vanaf nu 4 keer per jaar vergaderd worden in plaats van 2 keer per jaar.

 

Klimaat en werkgelegenheid: het vervolg

Na deze informatieve sessies was het de beurt aan het publiek om enkele kritische vragen te stellen aan ons panel, en zo werd er verder gediscussieerd over de (bescheiden?) rol van België in zake maatregelen ter bescherming van het klimaat, het standpunt van de werkgevers, enz.

Ook na deze info-avond zal het klimaatdebat ongetwijfeld nog veel stof doen opwaaien en hopelijk zijn er met deze activiteit terug wat meer mensen op de hoogte van een aantal al te vaak vergeten aspecten in het ganse klimaatdiscours, en wenden ze hun kennis aan om anderen te overtuigen van het belang van het sociale aspect in het ganse debat.

 

Arbeid en Milieu kondigde alvast een vervolg op deze avond aan, en zal (vermoedelijk) in juni 2008 de Nederlandse vakbonden en milieuorganisaties uitnodigen om uitleg te geven bij het luik werkgelegenheid uit hun Groene Energieplan, genaamd ‘Green4Sure’.

 

Thijs Calu

Projectmedewerker Arbeid en Milieu