Verslag
Info-avond ‘Klimaatconferentie in
Bali: gevolgen voor de vakbonden en de werkgelegenheid’
Eind 2007 vond in Bali een internationale
Klimaatconferentie plaats, waar afspraken gemaakt werden over het vervolg van
het Kyoto-protocol dat afloopt in 2012. De gevolgen voor de werkgelegenheid
zullen afhangen van de opties die gekozen zullen worden op wereldwijd, Europees
en nationaal niveau.
Zullen er geen
banen verloren gaan
als de bedrijven
straks minder CO2
mogen uitstoten?
En kunnen de vakbonden voldoende invloed uitoefenen op
de beleidsmakers?
Drie deskundigen die erbij waren in Bali, antwoordden
op deze vragen. Het werd een leerrijke avond waarbij de deelnemers heel wat
opstaken over de gemaakte afspraken in Bali, de rol van de vakbonden in de
onderhandelingen, en de gevolgen van klimaatverandering op de werkgelegenheid.
Presentatie Patricia Grobben over Bali
Hieronder volgt een verslag van de avond.
Klimaatbeleid en de vakbonden
Peter Bostyn van het ABVV mocht de
spits afbijten en focuste zich in eerste instantie op de beweegredenen van de
vakbonden om aanwezig te zijn op de klimaatconferentie in Bali. Zo kwamen de
deelnemers te weten dat er talrijke links te leggen zijn tussen de
klimaatproblematiek enerzijds, en sociale thema’s anderzijds. Denk bijvoorbeeld
maar aan werkgelegenheid (levering van bv. water
en energie) of de internationale schuldenproblematiek. De landen die het meeste
getroffen zullen worden door ons veranderende klimaat zullen immers de landen
in het Zuiden zijn, en dit zijn ook meteen de armste landen. Deze wanverhouding
wordt naast deze grote last ook nog eens versterkt door de schulden die ze
hebben ten opzichte van het Westen.
Als bedrijven het hebben over hun
verantwoordelijkheid inzake het zoeken van oplossingen voor de
klimaatproblematiek vervallen ze soms snel in het discours van ‘zo’n
maatregelen zijn onbetaalbaar’, maar daarnaast biedt het probleem natuurlijk
ook kansen, zeker op het vlak van energie-efficiëntie, waar het bedrijf dan
weer winst uit kan puren.
Nog een motivatie om deel te nemen aan het
klimaatdebat is volgens Peter Bostyn de internationale solidariteit en
samenwerking tussen vakbonden waarbij het uitwisselen van ervaringen een grote
rol speelt.
Daarnaast brengt deze klimaatconferentie natuurlijk
ook brood op de plank voor de vakbonden. Ten eerste is het natuurlijk een
noodzakelijk vervolg op het Kyoto-protocol, waarbij enkele bindende afspraken
werden gemaakt voor de Annex – I landen (de ontwikkelde landen). Doel was om
tegen 2012 een globale reductie van broeikasgassen met 5% te bekomen. Aangezien
dit protocol als einddatum 2012 heeft, was er een post 2012 akkoord nodig. Dit
was het primaire doel van de conferentie in Bali. Daarnaast is het voor de
vakbonden natuurlijk ook belangrijk dat de sociale en werkgelegenheidsaspecten
voldoende aan bod komen in een nieuw akkoord, een invalshoek die in de
traditionele mediashow rond de klimaatproblematiek nog steeds te weinig aan bod
komt.
In het kyoto-akkoord zijn ook flexibele mechanismen
voorzien, zoals het investeren in ontwikkelingslanden om daar de uitstoot te
verminderen en op die manier bij te dragen aan een globale reductie van
broeikasgassen. Bij zo’n zaken zijn sociale criteria natuurlijk ook erg
belangrijk en derhalve een basisvoorwaarde voor de vakbond.
Klimaat en Wetenschap
Vervolgens werden we kort ingewijd over het
wetenschappelijke aspect in het ganse klimaatdebat. Peter stelde dat er – ten
onrechte - nog steeds veel onzekerheid wordt geschapen door de critici rond een
groot aantal zaken, wat de zaak er niet eenvoudiger op maakt. Daarna werd wat
toelichting gegeven bij een aantal cijfers uit het 4e rapport van
het IPCC (International Panel on Climate Change), een panel van een 30-tal
klimaatexperten, in het leven geroepen door de VN. Deze stelt dat een opwarming
van meer dan
Een ander belangrijk onderdeel aan deze
problematiek zijn natuurlijk de kosten die verbonden zijn aan een doortastend
klimaatbeleid. Volgens het IPCC zijn deze kosten inderdaad hoog, maar toch zeer
gering in vergelijking met de kost van het ‘niets doen’.
Tot slot werd nog wat toelichting gegeven bij de
algemene principes van het internationaal klimaatbeleid, zoals afgesproken in
Rio in 1992. Onder ander het principe van ‘de vervuiler betaalt’ en het
principe van de gedeelde maar verschillende verantwoordelijkheid staan hierin
centraal.
De weg naar Bali
Daarna was het de beurt aan
Bali kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht
gevallen, maar is een gevolg van de opbouw van het momentum. Hierover wist Tom
ons heel wat interessants bij te brengen.
Die opbouw kwam er na een reeks gebeurtenissen. Zo
heeft Al Gore’s film, ‘an inconvenient truth’ een breed publiek – van Jan met
de pet tot de beleidsmakers – bewust gemaakt van de ernst van de problematiek.
Daarnaast was er het Stern-rapport die stelde dat ‘niets doen’ grote schade
betekent en dat de kost van een laks klimaatbeleid vele malen lager ligt dan de
kost van het ‘niets doen’. Een andere katalysator was het 4e IPCC
rapport die stelt dat de klimaatverandering veroorzaakt wordt door de mens,
waardoor hierover een wetenschappelijke consensus ontstond. Tenslotte zette ook
de massale mediabelangstelling voor het fenomeen een enorme druk op de
politiek. Al deze factoren zorgden ervoor dat er een akkoord tot stand kwam in
Bali.
Eén van de grootste bekommernissen van de
conferentie in Bali, was het aan boord krijgen van de VS. In de 2e
week van de conferentie (het politieke deel; na het technische deel in de
eerste week) werd een enorme druk gezet op de VS door middel van de toespraken
van de ministers van verschillende landen. Ook de toespraak van Al Gore droeg
hier zeker toe bij.
De supranationale vakbeweging in Bali: De rol van
het EVV en IVV
Veel voorbereidend werk voor de inbreng van de
vakbonden in Bali werd gedaan door het Europees Vakverbond (EVV) en later door
het internationaal vakverbond (IVV). Het EVV heeft een resolutie aangenomen
waarin ze een reductie van 25% à 30% voorstelt tegen 2020 en een reductie van
-75% tegen 2050. Belangrijk aan deze studie is dat ze ook iets zegt over de
relatie tussen klimaatbeleid en werkgelegenheid. Conclusie is dat een broeikasgasreductie
van 40% tegen 2030 globaal genomen geen verlies aan werkgelegenheid met zich
meebrengt! Uiteraard zullen er verschuivingen plaatsvinden, maar dan vooral
binnen sectoren (bv. de energiesector) in plaats van tussen sectoren. Het
verlies aan jobs, verbonden aan de energieopwekking uit fossiele energie, kan
immers gecompenseerd worden door nieuwe werkgelegenheid in de sector van de
hernieuwbare energie en door de vele toepassingen ten voordele van energie
efficiëntie. In de transportsector zullen dan weer verschuivingen optreden ten
voordele van transport via het spoor en de binnenvaart, ten nadele van het
transport via de weg. Jobs die in die context gecreëerd worden, worden in het
jargon ook wel ‘green jobs’ genoemd.
Ook het Internationaal
Vakverbond (IVV) publiceerde naar aanleiding van COP 13 een statement, waarin
een aantal belangrijke zaken zijn opgenomen. Zo ondersteunt het IVV ambitieuze
reductiedoelstellingen op lange termijn, met name een reductie van 50 à 85%
tegen 2050. Daarnaast hanteren ze ook het principe van de gedeelde maar
gedifferentieerde verantwoordelijkheid. Eén van dé basisvoorwaarden voor een
ambitieus klimaatbeleid is volgens het IVV de ontwikkeling van een
rechtvaardige transitie of just transition,
die oog heeft voor sociale bescherming en een groot aanbod aan vorming en
opleiding. Daarnaast roept het IVV op tot een sterkere solidariteit tussen
Noord en Zuid. Geïndustrialiseerde landen, die het probleem veroorzaakt hebben,
moeten de nodige technologieën beschikbaar stellen voor het Zuiden. Het Noorden
zal adaptieprogramma’s in het Zuiden moeten financieren, voornamelijk via de
ondersteuning van de publieke sectoren zoals gezondheid, water, infrastructuur,
... . Tenslotte zijn voor het IVV ook gendergelijkheid en
duurzaamheidsvereisten voor CDM (Clean development mechanism) projecten (inclusief
sociale criteria) van groot belang.
Tot slot werd ook nog meegegeven wat de bijdrage
van het IVV in de werkgroepen betekende. Daar probeerde deze vooral de
boodschap mee te geven dat ook de sociale agenda opgenomen dient te worden in
het project. Dit was echter geen gemakkelijke opdracht gezien het algemene
gevoel (vooral bij de EU) dat er eerst een akkoord moest komen, en pas daarna
over eventuele randvoorwaarden kon gepraat worden.
Hoge verwachtingen van een massaconferentie
Tenslotte was het de beurt aan Patricia Grobben, beleidsmedewerker klimaat bij de Vlaamse
Gemeenschap, dienst LNE. Zij benadrukte dat er voor Bali hoge verwachtingen waren en
schetste voor ons de belangrijkste zaken op de agenda , namelijk het zoeken
naar een klimaatbeleid na 2012, de financiering van de aanpassing
aan klimaatverandering,
overdracht van propere technologie en tegengaan van
ontbossing in de
tropen. Enkele cijfers moesten de deelnemers een idee geven over de grootsheid
van het evenement (10.828 deelnemers! 188 landen! 413 NGO’s en internationale
organisaties! 1498 journalisten!).
Daarna leerden we iets bij over de structuur van de
onderhandelingen. Deze gebeurden in 4 zogenaamde ‘onderhandelingsblokken’:
·
de
G77 + China,
·
de
EU27
·
een
zgn. ‘Umbrella group’ (Japan, VS, Australië, Canada, Russische Federatie, Ijsland,
Nieuw Zeeland, Noorwegen en Ukraine)
·
de
‘Environmental Integrity Group’ die bestaat uit Zwitserland, Mexico en
Noord-Korea).
Ook de relevante onderhandelingsprocessen werden
toegelicht. In 2005 was een dialoog opgestart onder het raamverdrag. Deze werd
in Bali verder opgevolgd, onder de titel ‘Bali Action Plan’. De Ad hoc Working
Group (AWG) besprak nieuwe verplichtingen voor de industrielanden. Daarnaast
waren er nog onderhandelingen omtrent de herziening van het Kyoto-protocol.
Resultaten
in lijn der verwachtingen
Toen was het de beurt aan een evaluatie van de
resultaten van Bali. De spreekster benadrukte dat in Bali vooral afgesproken
werd om in 2009 tot een post 2012-akkoord te komen, maar er verder weinig
concrete afspraken over de inhoud waren gemaakt. Er werd dus vooral een route
uitgestippeld om tot een post 2012 akkoord te komen via de zogenaamde ‘Bali
Roadmap’. De bouwstenen van een nieuwe overeenkomst werden reeds afgesproken in
de COP13 beslissing onder de titel ‘Bali action plan’. Daarnaast is er in de
AWG een werkprogramma vastgelegd om nieuwe verbintenissen op te nemen voor de
Annex-I landen die het Kyoto-protocol ondertekenden en is het doel en de inhoud
van de tweede herziening van het Kyoto-protocol afgesproken (art.9).
Onder het Bali Action Plan, die een aantal
richtlijnen meegeeft voor het akkoord dat in 2009 tot stand zou moeten komen,
vallen 4 belangrijke luiken: ‘Mitigatie’, ‘Adaptatie’, ‘Technologie’ en ‘Financiering’.
De werkzaamheden van de AWG4 werden in 2 delen
opgesplitst. Een eerste deel met een focus op “Analyse van reductiepotentiëlen
en identificatie van ranges van emissiereductiedoelstellingen voor Annex I
landen”. Een 2e deel bestond uit het uitwerken van een tijdstabel
voor het werkprogramma.
Wat de herziening van het Kyoto-protocol werd de
focus gelegd op de uitvoering van het protocol, eerder dan op het verbeteren
van de efficiëntie en zijn er enkele aandachtspunten afgesproken voor de 2e
herziening op COP14.
Verder werd in Bali beslist dat de GEF (Global
Environment Facility) het zogenaamde ‘adaptatiefonds’ moet beheren.
Daarmee kan het geld dat in het fonds zit ook echt uitgegeven worden om
maatregelen in landen die erg kwetsbaar zijn te steunen.
Ook op het vlak van de problematiek van ontbossing
en de ermee gepaard gaande CO2 uitstoot (2O%! was niet opgenomen in het Kyoto-protocol)
werd in Bali vooruitgang geboekt, in de vorm van het opstarten van
demonstratieprojecten. Een eerste stap werd dus gezet. Post 2012 actie wordt
mee opgenomen in het Bali Action Plan.
Tenslotte werd beslist dat het mandaat van het
orgaan dat technologie-overdracht moet bevorderen, het EGTT (Expert Group on
Technology Transfer) voor 5 jaar verlengd wordt.
Samenvattend stelde Patricia Grobben dat Bali heeft
opgebracht wat we ervan hadden verwacht, namelijk de afspraak om tegen 2009 een
nieuw klimaatakkoord uit te
werken waaraan iedereen deelneemt. Daarnaast is een
instelling aangeduid om het adaptatiefonds te beheren, is er een akkoord over
pilootprojecten op het vlak van tegengaan
van ontbossing en mag het technologie-orgaan verder werken. Er zal echter nog heel hard
gewerkt moeten worden vooraleer er in 2009 een nieuw klimaatakkoord kan
afgesloten worden, daarom zal er vanaf nu 4 keer per jaar vergaderd worden in
plaats van 2 keer per jaar.
Klimaat en werkgelegenheid: het vervolg
Na deze informatieve sessies was het de beurt aan
het publiek om enkele kritische vragen te stellen aan ons panel, en zo werd er
verder gediscussieerd over de (bescheiden?) rol van België in zake maatregelen
ter bescherming van het klimaat, het standpunt van de werkgevers, enz.
Ook na deze info-avond zal het klimaatdebat
ongetwijfeld nog veel stof doen opwaaien en hopelijk zijn er met deze activiteit
terug wat meer mensen op de hoogte van een aantal al te vaak vergeten aspecten
in het ganse klimaatdiscours, en wenden ze hun kennis aan om anderen te
overtuigen van het belang van het sociale aspect in het ganse debat.
Arbeid en Milieu kondigde alvast een vervolg op
deze avond aan, en zal (vermoedelijk) in juni 2008 de Nederlandse vakbonden en
milieuorganisaties uitnodigen om uitleg te geven bij het luik werkgelegenheid
uit hun Groene Energieplan, genaamd ‘Green4Sure’.