(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Robert Desjarlais' Body and Emotion: The Aesthetics of Illness and Healing in the Nepal Himalayas

 

Deze etnografie bestaat uit tien hoofdstukken die verdeeld zijn over twee grote delen. Verder zijn er 19 foto’s, 6 figuren en 2 tabellen in opgenomen. Een volledige inhoudstafel is te vinden in de bijlage. Aangezien vooral in het eerste deel de methodologische en theoretische standpunten van de auteur worden uiteengezet zal hieraan het meeste aandacht worden besteed. Het tweede deel is bijzonder interessant en is vooral een onderzoek van de implicaties van de in het eerste deel beschreven manier waarop Yolmo wa het lichaam, pijn, lijden en ziekte conceptualiseren.

Part I: Loss

1.      Imaginary Gardens with Real Toads.
In dit inleidende hoofdstuk stelt Desjarlais zichzelf, het onderwerp van de etnografie en de methodologie en theoretische uitgangspunten voor, zij het op fragmentarische en vermengde wijze. Desjarlais deed zijn veldwerk op het einde van de jaren tachtig (februari ’88 tot maart ’89) bij de Yolmo wa, etnische Tibetanen die leven in het noorden van centraal-Nepal. In Gulphubanyang (in de regio Helambu), het dorp (of ‘hamlet’) waar hij verbleef ging hij, samen met enkele jongeren in de leer bij Meme, een ‘sjamaan’ die rituele genezingen verrichtte.
Wat betreft de methode vertrouwt Desjarlias op ‘een archeologie van betekenis’, waar hij tracht Yolmo ervaringen te begrijpen op basis van de sporen die betekenis in het dagelijkse leven nalaat op haast toevallige wijze. Om tot een goede interpretatie te komen dienen bovendien zowel ‘rationele’ als ‘intuïtieve’ middelen aangewend te worden. Veel van het leerproces gebeurt op het niveau van het lichaam, weten door het lichaam, dat vaak correleert met kennis over het lichaam.
Het interessantste deel van dit inleidend en verhalend hoofdstuk is waar Desjarlais de lezer deelgenoot maakt van zijn eigen trance-ervaringen. Hij voelt zich gesocialiseerd in deze trances, die gradueel meer en meer overeenkomen met die van de Yolmo genezers. Volledig slaagt Desjarlais daar niet in, en zowel innerlijke als uiterlijke ervaringen van deze trances blijven verschillend van wat hij als Yolmo ziet. ‘I became a strange hybrid, caught in a no-man’s-Land betwixt and between cultures, learning something of a visited way of life, yet relying heavily on my own.’ (p18.) Zo openbaart ook de realiteit van de ‘Amerikaanse’ habitus zich aan de schrijver, en het is door het contrast en de spanning tussen de verschillende symbolische systemen dat hij tot antropologische inzichten komt.
Het uiteindelijke project dat Desjarlais hier voorstelt is het begrijpen van ziekte en genezing, door het lichaam en het teruggrijpen naar emoties en de esthetiek van het alledaagse die in een  circulaire beweging worden verbonden. ‘Meaning, patterned within the body, took form through images, which were then absorbed anew by the body.’ (p26)
Zijn werk is ‘phenomenological and interpretative’ (p.32) en wil een gevoel oproepen van hoe ziekte en genezing in Helambu aanvoelen, niet alleen rationeel maar ook in het lichaam van de lezer.
2.      Body, Speech, Mind
In dit tweede deel verkent Desjarlais de ‘grammars of cultural experience’ (p.37), rudimentaire vormen en schemata die de context van de geleefde ervaring uitmaken. [1]
Spaces of the Body
Het lichaam is de belangrijkste manier voor het geven van vorm en betekenis aan ervaring en is een ‘corpus of space and meaning’ (p39) vermits het eindige spatiale dimensies heeft en ervaring in spatiale vorm omzet. De vijf vingers van een hand bijvoorbeeld verwijzen naar de vijf goden van richting; oost, west, noord, zuid en het centrum.  Zo krijgen ook andere beelden een specifieke plaats in het lichaam toegewezen, dat zo erg beladen met betekenis wordt. Hierin wordt ook de relatie van lichaam met ruimte duidelijk gemaakt; ruimte is niet zozeer een abstracte leegte die dient te worden opgevuld, maar is een plenum, ‘less intangible absence then a thick, image-rich ether.’ (p.40). Dit is merkbaar in bv. kunst, beleefdheidsvormen en sociale bijeenkomsten.
Het lichaam is bovendien een hiërarchie van waarden, waarbij een beweging van hoofd naar voeten een beweging van het pure naar het gepolueerde betekent. Zo onstaat roddel in de lagere delen van de torso en kwetsen goden verbonden met de hemel de ogen, en deze verbonden met de onderwereld de benen en voeten.
Verder speelt ook de oppositie tussen binnen en buiten een belangrijke rol, een oppositie die zich niet alleen in het lichaam uit (bv. goden die de 9 ‘poorten’ tot het innerlijke lichaam bewaken) maar ook bijzonder in het huis, waardoor de woonplaats een metafoor van het lichaam is. Of, zoals één van Desjarlais’ informanten het uitdrukt: ‘Because our body is like a house […] with our breath […], our soul […], living inside this house. […] And just as a house can wear down and collapse, so can our body.’ (p.44). Maar het uiterlijke is niet afgesloten, en de geesten, gevoelens en levenskrachten steken de grenzen voortdurend over, waardoor er een voortdurende spanning tussen transgressie (relationele) en beslotenheid (private) bestaat.
Autonomy and Dependence
Deze spanning die Yolmo ervaring vormgeeft is het meest zichtbaar in het sociale leven, waarin Desjarlais de volgende structuren onderscheidt: ‘household’, familie, dorp en ‘Yolmo society’. De ‘household’ bestaat uit een huisvader en –moeder en andere directe familieleden en aangetrouwden, en kent een interne hiërarchie gebaseerd op gender, relatieve leeftijd en status van de familie van de aangetrouwden. Een familie groepeert een aantal ‘households’ die doorgaans door agnatische relaties zijn verbonden, maar waarbij een directe familieband niet altijd voorkomt, zodat ook buren tot dezelfde familie kunnen behoren. Bovendien kunnen agnaten ook buiten de familie staan zodat deze eenheid uiteindelijk vrij los gestructureerd is. Bovendien overschrijden families de grenzen van de derde structuur, met name het dorp. Het dorp heeft een eigen organisatie en verzamelt een aantal households. Ook hier bestaat er een zekere hiërarchie die onder meer zijn invloed heeft bij de plaatsen die men inneemt bij religieuze vieringen. Tenslotte is er de Yolmo samenleving als etnische eenheid, in disctinctie met naburige groepen als Tamang en Gurung.
Binnen deze verschillende groepen zijn twee contradictorische principes werkzaam die de spanning tussen autonomie en afhankelijkheid uitmaken. Binnen een groep bestaat er een ideaal van uitwisseling tussen de leden, en accumulatie voor het geheel. Sociale relaties zijn dan ook getekend door deze spanning, vermits deze waarden gelden op alle verschillende niveaus en er uiteindelijk steeds een conflict speelt. Accumulatie binnen de ‘household’ is in tegenspraak met uitwisseling binnen de familie en delen onder familieleden is nadelig voor het dorp. Deze voortdurende spanning tussen in- en uitsluiting, unificatie en fragmentatie manifesteert zich ook in het lichaam, The Corporate Body. Yolmo wa ervaren het lichaam steeds in relatie met anderen maar tegelijk bestaat het lichaam ook als somatisch geheel, waar zich opnieuw het conflict tussen solidariteit en autonomie manifesteert. En ook het autonome lichaam kent een eigen hiërarchie, zodat ook hier het gevaar voor fragmentatie bestaat. Conflict is dan ook een essentiële vorm in de Yolmo wa cultuur.
Brain and Heartmind
De contradictoire waarden van autonomie en afhankelijkheid in relatie met het lichaam zijn het meest uitgesproken in de relatie tussen de ‘hartgeest’ (sems) en het ‘verstand’ (klad pa). Sems is een centraal begrip en verdient dan ook wat nadere uitleg. Tegelijk is het ook onvertaalbaar, en de beste manier om dit begrip te duiden is dan ook een beschouwing van de associaties die tussen sems en het menselijke handelen worden gelegd. De sems is de kern van de persoonlijkheid, het centrum van ‘purposiveness, activity, continuity and emotionality’ (p.55). Zonder sems zijn emoties niet mogelijk en het vormt bovendien de basis van herinneringen, dromen en verlangens. Sems lijkt het lichaam te willen sturen: ‘When you wish to go somewhere, do something, say something, it’s sems.’ vertelt een informant (p.55). De sems ontwikkelt zich tijdens de levensloop met als ideaal een sterke sems, die de emoties in bedwang kan houden.Vermits kinderen, vrouwen en ouderen een minder ontwikkelde sems hebben zijn zij ook moreel minder ontwikkeld. De sems is echter niet intrinsiek verbonden met het lichaam, en maakt reizen, zoals ook in de Nederlandse uitdrukking ‘Met de gedachten elders zijn’, met dien verstande dat het voor de Yolmo wa een ontologische realiteit uitmaakt.
Het verlangen van de sems wordt beperkt door de klad pa die het lichaam beveelt waar de sems verlangt. Het conflict tijdens sems en klad pa weerspiegelt dus op een lichamelijk niveau het conflict tussen het ‘corporate body’ en sociale groepen.
Fragmentation
Het subtiele evenwicht tussen autonomie en afhankelijkheid wordt door recente, voornamelijk economische, ontwikkelingen verstoord. Steeds meer leden van ‘households’ vertrekken voor langere tijd naar de hoofdstad of naar India wat niet alleen de grotere, duurdere en meer arbeidsintensieve rituelen hypothekeert en zo het belang van de Yolmo samenleving doet afnemen, maar ook voor een grotere fragmentatie zorgt van de andere structuren.
Besluitend stelt Desjarlais dat ‘Yolmo collectivities, from body to household to village, assume a similar form: they posses a ranked hierachy, balanced by a notion of equality and fluid boundaries […]’ (p.61) Autonomie en interrelatie zijn conflicterende krachten die steeds een gevaar van fragmentatie en verstoring van het subtiele evenwicht inhouden. Dit alles suggereert dat het leven van Yolmo wa, zowel wat betreft lichamelijke ervaring als sociaal leven en metafysische oriëntatie in al zijn facetten geworteld zit in deze ‘grammar of experience’.
3.      An Aesthetics of Experience
Dit hoofdstuk opent met de manier waarop Mingma Lama, een oudere Yolmo wa, uitdrukking geeft aan zijn ziektegeschiedenis. De beelden die daarin worden gebruikt zijn een illustratie voor het basisargument dat Desjarlais in deze etnografie naar voren schuift: ‘[…] illness is always experienced and interpreted through a lens of aesthetic value; aesthetic sensibilities influence all moments of suffering […]’. (p. 68) Het zijn niet zozeer de artistieke of  performatieve genres die deze esthetiek uitmaken dan wel de ‘implicit, politically driven “aesthetics” of everyday life’ (p. 65), niet-uitgesproken leidmotieven die lichamelijke en sociale interacties  vormgeven. Deze leidmotieven geven de Yolmo ervaringen een specifieke stijl configuratie en beïnvloeden de ‘felt qualities’ van deze ervaringen.
Het is vanuit dit standpunt dat Desjarlais de antropologische theorie die focust op betekenis bekritiseert vanwege haar gelimiteerde aanpak. Een esthetiek van de ervaring is verbonden met een geloofs- en betekenissysteem, maar is ook bezorgd om belichaamde waarden, die niet uitgeproken zijn maar eerder een aanvoelen (‘gut feeling’) genereren dat niet neutraal is, maar steeds een bepaalde houding tegenover, in dit geval, pijn en ziekte inhouden. Wat zijn nu deze esthetische waarden van het alledaagse?
The Harmonium
Harmonie, zowel in het lichaam als in het sociale weefsel, is wenselijk, en betekent het vinden van een balans tussen de conflicterende krachten van eenheid en fragmentatie. In een gezond lichaam zijn de verschillende interdependente maar afzonderlijk delen gebonden als één geheel en is dit geheel afgesloten, enerzijds van de verstorende krachten die van buitenaf het lichaam steeds dreigen te penetreren, anderzijds om levenskrachten niet de kans te geven  aan het lichaam te ontsnappen.
Balance
Balans is dus noodzakelijk en wordt vaak uitgedrukt in termen van communicatie, vermits het gevaar van fragmentatie steeds dreigt.  Dit uit zich op alle vlakken van het dagelijkse leven, waar opwinding, een overdaad aan emoties, een teveel aan ‘denken’, te veel afzondering, werk enzoverder als negatief worden ervaren daar zij steeds leiden tot de verwaarlozing van andere domeinen, over een overbenadrukking van bijvoorbeeld de werking van de sems.
Controle
Balans betekent harmonie, en om een balans te bestendigen is controle noodzakelijk. Niet alleen moet de sems gecontroleerd worden, ook in sociale relaties speelt dit ideaal, nauw verbonden met het ideaal van assonantie.
Presence
Het ideaal van controle speelt ook in relatie met de omgeving, in de zin van perceptuele controle. Yolmo wa zijn dan ook stevig geworteld in de ‘thuisgrond’ en het vreemde heeft negatieve connotaties. De band met de fragmentatie veroorzaakt door de modernisering van de economie mag duidelijk zijn, alsook het gevaar dat schuilt in de reizen die de sems onderneemt.
Purity
Sgrib, pollutie, betreft doorgaans de uitwendige grenzen van het lichaam, en uit zich dan ook voornamelijk in aandoeningen als huiduitslag. Maar aangezien het lichamelijke en het geestelijke nauw verbonden zijn heeft een vervuilde ‘container’ ook de potentie de ‘inhoud’ te besmetten. De zorg voor reinheid is duidelijk in het dagelijkse leven, waar bewust en onbewust veel voorzorgsmaatregelen genomen worden om besmetting te voorkomen.
Karma
Deze notie is nauw verbonden met de Tibetaanse invulling van het Boeddhisme waar iemands Karma, het gedrag van het verleden, verondersteld wordt het gedrag van de toekomst te determineren, wat een uitgesproken ethische component heeft. Deze determinatie wordt echter ook beïnvloed door de willekeurige aanvallen van kwaadaardige krachten.
Het zijn deze esthetische principes, hierboven (te) kort beschreven, die Yolmo ervaring vorm geeft, en voortdurend terugkeert in de beelden waarmee uitdrukking gegeven wordt aan ziekte, pijn en lijden. [2]
4.      Pain Clings to the Body
In een samenleving waar sociale relaties een lichamelijke basis hebben, en waar esthetische principes zoals die hierboven aan bod zijn gekomen gerelateerd zijn aan voortdurende dreiging van desintegratie mag het verwacht worden dat momenten waarop deze samenhang grondig verstoord wordt de culturele beelden erg duidelijk worden. Desjarlais beschouwt twee van deze elementen, overlijdens en huwelijken.
Wanneer een persoon komt te overlijden wordt verondersteld dat zijn ‘geest’ zich niet dadelijk bewust is van de scheiding van het lichaam, wat potentieel gevaar voor de overlevenden inhoudt. Verder valt er met elk overlijden een element uit het sociale weefsel weg, waardoor een herdefiniëring van het sociale weefsel noodzakelijk is. Centraal in het discours rond overlijdens staat het begrip Tsher ka. Tsher ka wordt door een Tibetaans-Engels woordenboel vertaals als ‘sorrow, grief, pain, affliction’ (p. 102) maar valt niet zo makkelijk in woorden te vatten als hier wordt gesuggereerd. Het is niet zozeer het verdriet dat met het overlijden van een bepaald persoon gepaard gaat, noch angst, of ongerustheid. Desjarlais stelt de vertaling ‘pain of separation’ voor, en is dus niet te scheiden van de context waarin het voorkomt. ‘Tsher ka cuts at the very heart of Yolmo identity, for perhaps the greatest fear of these people is of being alone’ (p. 105).
Tsher ka duikt ook op bij het afsluiten van een huwelijk, vermits Yolmo samenlevingen patrilokaal zijn, wordt de vrouw van haar familie gescheiden. Het esthetische principe van aanwezigheid wordt hier geschonden, en de stress en pijn die hiermee gepaard gaan worden door Yolmo wa algemeen erkend.
Eén manier om met deze spanningen om te gaan zijn de ‘songs of sorrow’ welke op een sociaal aanvaardbare manier uitdrukking geven aan de pijn die met scheiding gepaard gaat, en dan ook zowel in deze gender-problematiek als in begrafenis-contexten opduikt.
Desjarlais gaat in een uitgebreide analyse van deze liederen na hoe zij, samen met het ritueel, een uitdrukkinsvorm bieden voor de pijn die gepaard gaat met scheiding, en hoe zij, samen met andere rituele uitdrukkingsvormen, erin slagen de sociale stress die hiermee gepaard gaat te verminderen.
5.      Soul Loss
Desjarlais onderscheidt 4 soorten levenskrachten: rNam Shes, Bla, Tshe en Srog.  rNam Shes is het bewustzijn, de ziel, het levensgevende principe, en het verlies ervan betekent de dood. Bla vertaalt hij als ‘spirit’, vitaliteit en energie, waarbij verlies van deze levenskracht dan ook lijdt tot apathie en levensmoeheid. Tshe is de ‘life span’ en leidt bij verlies naar graduele verzwakking die uiteindelijk leidt tot de dood, net zoals de 9 Srog, die de lichamelijke basis van het leven uitmaken.
Soul loss is dan het verliezen van één van deze krachten, die rletterlijk uit het lichaam verdwenen zijn. Vanuit zijn theoretische standpunt is het vooral hier dat Desjarlais de etnografie van betekenis bekritiseert. De typische etnografie van het lijden stelt zich tot doel de sociale basis en de culturele betekenis van het lijden aan te duiden, maar deze aanpak is onvolledig, vermits zij er niet in slaagt de lichamelijke ervaring in de analyse te betrekken. Daarom stelt hij voor deze betekenis-gerichte aanpak te complementeren met een zintuig-gerichte analyse. Op deze manier verbreekt Desjarlais de grenzen die het theoretisch begrip somatisatie, begrepen als ‘the presentation of personal and social distress in an idiom of physical complaints and a coping style of medical help seeking’ (p150). De limieten van deze benadering vinden hun oorzaak in het feit dat zij er niet in slagen de realiteit van het ziektebeeld uit te drukken, en eraan voorbijgaan dat ‘there are times that pain is simply pain’ (p. 150). Desjarlais gaat daarentegen op zoek naar ‘somatic sensibilities’ (p. 151). Configuraties van gevoel vormen een patroon in het lichaam en vormen zo wat en hoe een persoon voelt en op welke manier hij met de wereld interageert. In het concrete voorbeeld van de Yolmo wa bevinden deze configuraties zich in een lichaam dat het belangrijkste is voor het geven van vorm en betekenis aan ervaring. Deze realiteiten zijn op hun beurt verankerd in de estethische waarden die eerder werden geïdentificeerd. Het is dan ook vanuit dit standpunt, vanuit de lichamelijke ervaring, dat de verschillende soorten ‘soul loss’ moeten worden bekeken, rekening houdend met alle aspecten, waarvan betekenis er maar één is.
Part 2. Healing
Zoals in de inleiding vermeld zal aan dit deel van Desjarlais’ etnografie veel minder aandacht besteed worden. Het gaat hier immers om de concrete invulling van de hierboven geschreven concepten, zoals die duidelijk worden in het sjamanistische genezen.
6. The Art of Knowing
Een eerste essentieel deel van een heling is het bepalen van de oorzaak van ziekte. Yolmo wa hebben het hier zelf vaak moeilijk mee, en geven toe niet altijd op de hoogte te zijn geweest van de aanwezigheid van ziekte. Deze opstelling is natuurlijk erg verschillend van deze van het Westers biomedisch paradigma waar wordt uitgegaan van de symptomen om een ziekte te bepalen. Symptomen alleen kunnen bij de Yolmo wa nooit uitsluitsel geven over de precieze oorzaak van een aandoening.
In dit hoofdstuk bekijkt Desjarlais de opeenvolgende stappen van het divinatie- en helingsproces en gebruikt een semantisch-fenomenologische invalshoek om zowel ziekte als genezing te duiden met behulp van de esthetische categorieën, Yolmo opvatting over ruimte, het lichaam en sociale relaties.
7.      Metamorphoses
In dit (korte) hoofdstuk onderzoekt de schrijver voornamelijk hoe lijden verlicht kan worden door rituele genezing. Vooral de grenzen van het lichaam krijgen hierbij bijzondere aandacht, en worden door de genezer zelf overschreden, met het oog op een versteviging of herstel ervan, en met als doel kwade krachten, eerst gedivineerd als oorzaak van de ziekte, uit te werpen. Dit mag niet begrepen worden als een symbolische handeling; ‘There is little that is symbolic about the ghosts and harms that Meme casts out” (p.195)., ze staan voor niets anders dan voor zichzelf. Dus, zo wordt dit hoofdstuk besloten, als de rites effect hebben op het gevoelen van de ‘patiënt’ dan is dat omdat de genezing zelf van zintuiglijke aard is.
8.      A Calling of Souls
Waar het vorige hoofdstuk vooral de manier waarop intrusieve kwaadaardige krachten uit het lichaam worden geworpen centraal staan komt hier het recupereren van lichaamseigen krachten aan bod. De manier waarop de heler deze recuperatie probeert te bewerkstelligen is erg uitgebreid, en de rite kan verscheidene uren duren. Desjarlais stelt hier expliciet de vraag naar het hoe en waarom van de effectiviteit van de genezing, en beschouwt ook hier de bestaande theorieën, die zich kristalliseren rond een intellectualistische dan wel symbolische pool als onvolledig. Een intellectualistische positie, die stelt dat de genezing werkt doordat de genezer in de ‘patiënt’ het geloof installeert dat de genezing inderdaad werkt kan niet verklaren waarom de rituelen een dergelijk uitgebreid karakter hebben. Een symbolische benadering voldoet evenmin in het geval van de Yolmo genezingen; hoewel er een symbolische transformatie van ervaring wordt bewerkstelligd is deze niet zozeer de methode van een genezing maar is er het gevolg van. Geen van beide benaderingen slagen erin te verklaren waarom de lichamelijke gewaarwording gewijzigd wordt, te meer omdat het bij Yolmo wa geen a priori gegeven is dat genezingen effectief zijn. De effectiviteit van een genezing wordt integendeel slechts post factum beoordeeld, precies op basis van het al dan niet optreden van een verandering in het lichamelijke gevoelen. Het woord van de sjamaan is niet voldoende om de terugkeer van een geest te bewijzen vermits diens woorden mogelijk als de wind zijn. De terugkeer van een geest wordt gevoeld, als ‘a jolt of electricity to the body’ (p. 209) zoals één van de informanten het uitdrukt. En ook in de volgende dagen wordt het eigen lichaam nauwkeurig geobserveerd teneinde vast te stellen of er zich een lichamelijke verandering heeft voorgedaan die het bewijs voor de terugkeer van de levenskracht vormt. Het antwoord op deze vraag wordt in het volgende hoofdstuk geformuleerd.
9.      Departures
Desjarlais gaat hier na of, in welke mate en waarom de genezingen van Meme en andere Yolmo genezers effectief zijn. Een eerste vaststelling hierbij is dat dit zeker niet altijd het geval is, waarbij het geldend criterium steeds de ervaring van de patiënt is. Bovendien gaat het hier niet altijd om aandoeningen die een duidelijke biologische oorzaak hebben maar ook om ziektebeelden waarbij rituele genezingen doorgaans wel een oplossing kunnen bieden.
De verklaring die Desjarlais naar voren schuift is dat door de sensorische aspecten van een genezingsritueel het lijdende lichaam van de zieke niet alleen symbolisch, maar ook lichamelijk wordt getransformeerd. Het is niet enkel op een symbolisch niveau dat de sjamanistische genezing het evenwicht herstelt, de grenzen sluit en het lichaam weer in overeenstemming brengt met de esthetische waarden van het alledaagse, maar dit gebeurt op een concreet, experiëntieel lichamelijk niveau.
10.  Departures
Het afsluitend hoofdstuk is een bespiegeling op het etnografisch project zelf, geïllustreerd aan de hand van een voorval dat volgens Desjarlais erg betekenisvol is, maar waar hij onmogelijk duiding voor kan vinden.
Evaluatie       
Desjarlais’ etnografische beschrijving van genezing, pijn en ziekte in Helambu is een uitermate goed geschreven en daarom zeer leesbare poging de realiteit van ‘sensibilities’ over te brengen. Theorie, Tibetaanse gezangen, foto’s, levensverhalen persoonlijke ervaringen zijn met elkaar verweven maar vormen toch een coherent geheel. Deze etnografie blijkt dan ook in staat Kleinmans etnografie van de ervaring te combineren met het belichamingsparadigma van Csordas. Pijn is hier een pre-objectief gegeven dat geleefd en beleefd wordt in het lichaam. Het is vooral in de voortdurende nadruk die Desjarlais op het lichaam legt dat de grote kracht van dit werk uitmaakt, en waardoor elke etnocentrische neiging de aandoeningen die in de etnografie besproken worden te bekijken als psychogeen, psychosomatisch of psychologisch resoluut de kop wordt ingedrukt. Het belichamingsparadigma van Csordas vindt hier bovendien een bijzonder rijk geïllustreerde en duidelijke toepassing in de identificatie van de verschillende culturele krachten en categorieën die Yolmo ervaringen vorm geeft.
Desondanks zijn er ook enkele bemerkingen te maken. Hoewel hier op het eerste zicht sprake is van een etnografie waarin de stem van het Yolmo subject expliciet naar voren wordt gebracht is dit bij nader inzien niet altijd het geval. Yolmo verhalen en liederen worden voortdurend onderbroken door de theoretische bespiegelingen van de auteur, waardoor ze nooit als verhaal, maar steeds geïnterpreteerd tot de lezer komen. Ook de stem van de auteur als etnograaf en meevoelend subject komt niet echt naar voren. Het is enkel in het eerste, inleidende, en het laatste hoofdstuk dat Desjarlais, op m.i. zeer interessante wijze verhaalt over de eigen ervaring. Bijzonder jammer is het dat Desjarlais vooral in het tweede deel die eigen stem niet luider laat weerklinken, vermits hij niet enkel als etnograaf, maar ook als leerling-genezer aanwezig was bij deze helingen.
Tenslotte roepen ook de theoretische delen af en toe vragen op. De scheidingslijn tussen een symbolische, betekenisgerichte of somatizerende aanpak die Desjarlais onvoldoende acht en Desjarlais focus of  ‘somatized sensibilities’ is niet altijd duidelijk, en in bepaalde analyses lijkt Desjarlais niet geheel vrij te zijn van de verwijten die hij o.a. Kleinman maakt. Dit is bv. het geval in de ziektegeschiedenis van Yeshi, een jonge vrouw die in een haar niet zo gunstig gezind gezin huwt en haar bla verliest. Deze ziektegeschiedenis wordt voornamelijk geduid door te verwijzen naar het gemis dat Yeshi voelt door ver van haar geboortegrond en familie verwijderd te zijn, zodat ziekte hier nadrukkelijk als ‘resistance’ wordt geïnterpreteerd. Dit doet echter niets af aan het feit dat het werk als geheel wel doordrongen is van een aandacht voor de lichamelijke ervaring van de Yolmo wa, en van een bezorgdheid om het uiteindelijke doel van genezing, het verlichten van menselijk lijden, te benadrukken.

Inhoudstafel

Part 1. Loss

1.      Imaginary Gardens with Real Toads
2.      Body, Speech, Mind
·         Spaces of the Body
·         Autonomy and Interdependence
·         The Corporate Body
·         Conflict
·         Brain and Heartmind
·         Fragmentation
3.      An Aesthetics of Experience
·         The Harmonium
·         Balance
·         Control
·         Presence
·         Purity
·         Karma
·         Methods of Madness
·        “Just Ill from Old Age”
4.      Pain Clings to the Body
5.      Soul Loss

Part 2. Healing

6.      The Art of Knowing
·         What is Healing?
·         Divine Knowledge
·         “I Show This to You”
·         Anger and Tears
·         Epiphanies
7.      Metamorphoses
·         Protection
·        Movement
8.      A Calling of Souls
·         Enhancing the Life
·         Hooking the Spirit
·         A Sense of Healing
·         “Wild” Images
·         A Healing Geography
·         Kinesthesia

9.      Departures
·         Efficacy
·         Experientalism
·         Recurrence
·         “If I Am to Die”
·         Peace of Sems
·         “Slowly the Pain Was Lost”
·         Yeshi
10.  Afterwords


[1] Desjarlais verwijst hier naar Mark Johnson’s The Body in the Mind waarin deze argumenteert dat basis orientaties tegenover de wereld hun oorsprong vinden in lichamelijke ervaringen maar verwijt deze te weinig aandacht te hebben voor de uitwisseling van lichamelijke ervaring en culturele vormen, waardoor Johnson, te snel, besluit dat de belichaamde schemata culturele grenzen transcenderen.
[2] De laatste twee delen van dit hoofdstuk, Methods of Madness en “Just Ill from Old Age” zijn illustraties waar Desjarlais zeer expliciet de rol van de esthetische principes aanduidt zoals die opduiken in de uitdrukkingsvormen en ethnotheorieën over respectievelijk waanzin en ouderdom.