Robert Desjarlais' Body
and Emotion: The Aesthetics of Illness and Healing in the Nepal
Himalayas
Deze etnografie bestaat uit tien hoofdstukken die verdeeld zijn over twee grote
delen. Verder zijn er 19 foto’s, 6 figuren en 2 tabellen in opgenomen.
Een volledige inhoudstafel is te vinden in de bijlage. Aangezien vooral
in het eerste deel de methodologische en theoretische standpunten
van de auteur worden uiteengezet zal hieraan het meeste aandacht worden
besteed. Het tweede deel is bijzonder interessant en is vooral een
onderzoek van de implicaties van de in het eerste deel beschreven
manier waarop Yolmo wa het lichaam, pijn, lijden en ziekte conceptualiseren.
Part
I: Loss
1.
Imaginary
Gardens with Real Toads.
In dit inleidende hoofdstuk stelt Desjarlais zichzelf, het onderwerp van de
etnografie en de methodologie en theoretische uitgangspunten voor,
zij het op fragmentarische en vermengde wijze. Desjarlais deed zijn
veldwerk op het einde van de jaren tachtig (februari ’88 tot maart
’89) bij de Yolmo wa, etnische Tibetanen die leven in het noorden
van centraal-Nepal. In Gulphubanyang (in de regio Helambu), het dorp
(of ‘hamlet’) waar hij verbleef ging hij, samen met enkele jongeren
in de leer bij Meme, een ‘sjamaan’ die rituele genezingen verrichtte.
Wat betreft de methode vertrouwt Desjarlias op ‘een archeologie van betekenis’,
waar hij tracht Yolmo ervaringen te begrijpen op basis van de sporen
die betekenis in het dagelijkse leven nalaat op haast toevallige wijze.
Om tot een goede interpretatie te komen dienen bovendien zowel ‘rationele’
als ‘intuïtieve’ middelen aangewend te worden. Veel van het leerproces
gebeurt op het niveau van het lichaam, weten door het lichaam, dat
vaak correleert met kennis over het lichaam.
Het interessantste deel van dit inleidend en verhalend hoofdstuk is waar Desjarlais
de lezer deelgenoot maakt van zijn eigen trance-ervaringen. Hij voelt
zich gesocialiseerd in deze trances, die gradueel meer en meer overeenkomen
met die van de Yolmo genezers. Volledig slaagt Desjarlais daar niet
in, en zowel innerlijke als uiterlijke ervaringen van deze trances
blijven verschillend van wat hij als Yolmo ziet. ‘I became a strange hybrid, caught in a no-man’s-Land
betwixt and between cultures, learning something of a visited way
of life, yet relying heavily on my own.’ (p18.)
Zo openbaart ook de realiteit van de ‘Amerikaanse’ habitus zich aan
de schrijver, en het is door het contrast en de spanning tussen de
verschillende symbolische systemen dat hij tot antropologische inzichten
komt.
Het
uiteindelijke project dat Desjarlais hier voorstelt is het begrijpen
van ziekte en genezing, door het lichaam en het teruggrijpen naar
emoties en de esthetiek van het alledaagse die in een circulaire
beweging worden verbonden. ‘Meaning, patterned within the body, took form through
images, which were then absorbed anew by the body.’ (p26)
Zijn
werk is ‘phenomenological and interpretative’ (p.32) en wil een gevoel
oproepen van hoe ziekte en genezing in Helambu aanvoelen, niet alleen
rationeel maar ook in het lichaam van de lezer.
2. Body,
Speech, Mind
In
dit tweede deel verkent Desjarlais de ‘grammars of cultural experience’
(p.37), rudimentaire vormen en schemata die de context van de geleefde
ervaring uitmaken. [1]
Spaces
of the Body
Het
lichaam is de belangrijkste manier voor het geven van vorm en betekenis
aan ervaring en is een ‘corpus of space and meaning’ (p39) vermits
het eindige spatiale dimensies heeft en ervaring in spatiale vorm
omzet. De vijf vingers van een hand bijvoorbeeld verwijzen naar de
vijf goden van richting; oost, west, noord, zuid en het centrum.
Zo krijgen ook andere beelden een specifieke plaats in het lichaam
toegewezen, dat zo erg beladen met betekenis wordt. Hierin wordt ook
de relatie van lichaam met ruimte duidelijk gemaakt; ruimte is niet
zozeer een abstracte leegte die dient te worden opgevuld, maar is
een plenum, ‘less intangible absence then a thick, image-rich ether.’
(p.40). Dit is merkbaar in bv. kunst, beleefdheidsvormen en sociale
bijeenkomsten.
Het
lichaam is bovendien een hiërarchie van waarden, waarbij een beweging
van hoofd naar voeten een beweging van het pure naar het gepolueerde
betekent. Zo onstaat roddel in de lagere delen van de torso en kwetsen
goden verbonden met de hemel de ogen, en deze verbonden met de onderwereld
de benen en voeten.
Verder
speelt ook de oppositie tussen binnen en buiten een belangrijke rol,
een oppositie die zich niet alleen in het lichaam uit (bv. goden die
de 9 ‘poorten’ tot het innerlijke lichaam bewaken) maar ook bijzonder
in het huis, waardoor de woonplaats een metafoor van het lichaam is.
Of, zoals één van Desjarlais’ informanten het uitdrukt:
‘Because our body is like a house […] with our breath […], our soul
[…], living inside this house. […] And just as a house can wear down
and collapse, so can our body.’ (p.44). Maar het uiterlijke
is niet afgesloten, en de geesten, gevoelens en levenskrachten steken
de grenzen voortdurend over, waardoor er een voortdurende spanning
tussen transgressie (relationele) en beslotenheid (private) bestaat.
Autonomy
and Dependence
Deze
spanning die Yolmo ervaring vormgeeft is het meest zichtbaar in het
sociale leven, waarin Desjarlais de volgende structuren onderscheidt:
‘household’, familie, dorp en ‘Yolmo society’. De ‘household’ bestaat
uit een huisvader en –moeder en andere directe familieleden en aangetrouwden,
en kent een interne hiërarchie gebaseerd op gender, relatieve leeftijd
en status van de familie van de aangetrouwden. Een familie groepeert
een aantal ‘households’ die doorgaans door agnatische relaties zijn
verbonden, maar waarbij een directe familieband niet altijd voorkomt,
zodat ook buren tot dezelfde familie kunnen behoren. Bovendien kunnen
agnaten ook buiten de familie staan zodat deze eenheid uiteindelijk
vrij los gestructureerd is. Bovendien overschrijden families de grenzen
van de derde structuur, met name het dorp. Het dorp heeft een eigen
organisatie en verzamelt een aantal households. Ook hier bestaat er
een zekere hiërarchie die onder meer zijn invloed heeft bij de plaatsen
die men inneemt bij religieuze vieringen. Tenslotte is er de Yolmo
samenleving als etnische eenheid, in disctinctie met naburige groepen
als Tamang en Gurung.
Binnen
deze verschillende groepen zijn twee contradictorische principes werkzaam
die de spanning tussen autonomie en afhankelijkheid uitmaken. Binnen
een groep bestaat er een ideaal van uitwisseling tussen de leden,
en accumulatie voor het geheel. Sociale relaties zijn dan ook getekend
door deze spanning, vermits deze waarden gelden op alle verschillende
niveaus en er uiteindelijk steeds een conflict speelt. Accumulatie
binnen de ‘household’ is in tegenspraak met uitwisseling binnen de
familie en delen onder familieleden is nadelig voor het dorp. Deze
voortdurende spanning tussen in- en uitsluiting, unificatie en fragmentatie
manifesteert zich ook in het lichaam, The Corporate Body. Yolmo
wa ervaren het lichaam steeds in relatie met anderen maar tegelijk
bestaat het lichaam ook als somatisch geheel, waar zich opnieuw het
conflict tussen solidariteit en autonomie manifesteert. En ook het
autonome lichaam kent een eigen hiërarchie, zodat ook hier het gevaar
voor fragmentatie bestaat. Conflict is dan ook een essentiële
vorm in de Yolmo wa cultuur.
Brain
and Heartmind
De
contradictoire waarden van autonomie en afhankelijkheid in relatie
met het lichaam zijn het meest uitgesproken in de relatie tussen de
‘hartgeest’ (sems) en het ‘verstand’ (klad pa). Sems is een centraal
begrip en verdient dan ook wat nadere uitleg. Tegelijk is het ook
onvertaalbaar, en de beste manier om dit begrip te duiden is dan ook
een beschouwing van de associaties die tussen sems en het menselijke
handelen worden gelegd. De sems is de kern van de persoonlijkheid,
het centrum van ‘purposiveness, activity, continuity and emotionality’
(p.55). Zonder sems zijn emoties niet mogelijk en het vormt bovendien
de basis van herinneringen, dromen en verlangens. Sems
lijkt het lichaam te willen sturen: ‘When you wish to go somewhere,
do something, say something, it’s sems.’ vertelt een informant (p.55).
De sems ontwikkelt zich tijdens de levensloop met als ideaal
een sterke sems, die de emoties in bedwang kan houden.Vermits kinderen,
vrouwen en ouderen een minder ontwikkelde sems hebben zijn zij ook
moreel minder ontwikkeld. De sems is echter niet intrinsiek verbonden
met het lichaam, en maakt reizen, zoals ook in de Nederlandse uitdrukking
‘Met de gedachten elders zijn’, met dien verstande dat het voor de
Yolmo wa een ontologische realiteit uitmaakt.
Het
verlangen van de sems wordt beperkt door de klad pa die het lichaam
beveelt waar de sems verlangt. Het conflict tijdens sems en klad pa
weerspiegelt dus op een lichamelijk niveau het conflict tussen het
‘corporate body’ en sociale groepen.
Fragmentation
Het
subtiele evenwicht tussen autonomie en afhankelijkheid wordt door
recente, voornamelijk economische, ontwikkelingen verstoord. Steeds
meer leden van ‘households’ vertrekken voor langere tijd naar de hoofdstad
of naar India wat niet alleen de grotere, duurdere en meer arbeidsintensieve
rituelen hypothekeert en zo het belang van de Yolmo samenleving doet
afnemen, maar ook voor een grotere fragmentatie zorgt van de andere
structuren.
Besluitend
stelt Desjarlais dat ‘Yolmo collectivities, from body to household
to village, assume a similar form: they posses a ranked hierachy,
balanced by a notion of equality and fluid boundaries […]’ (p.61)
Autonomie en interrelatie zijn conflicterende krachten die steeds
een gevaar van fragmentatie en verstoring van het subtiele evenwicht
inhouden. Dit alles suggereert dat het leven van Yolmo wa, zowel wat
betreft lichamelijke ervaring als sociaal leven en metafysische oriëntatie
in al zijn facetten geworteld zit in deze ‘grammar of experience’.
3.
An Aesthetics
of Experience
Dit
hoofdstuk opent met de manier waarop Mingma Lama, een oudere Yolmo
wa, uitdrukking geeft aan zijn ziektegeschiedenis. De beelden die
daarin worden gebruikt zijn een illustratie voor het basisargument
dat Desjarlais in deze etnografie naar voren schuift: ‘[…] illness
is always experienced and interpreted through a lens of aesthetic
value; aesthetic sensibilities influence all moments of suffering
[…]’. (p. 68) Het zijn niet zozeer de artistieke of performatieve
genres die deze esthetiek uitmaken dan wel de ‘implicit, politically
driven “aesthetics” of everyday life’ (p. 65), niet-uitgesproken leidmotieven
die lichamelijke en sociale interacties vormgeven. Deze leidmotieven
geven de Yolmo ervaringen een specifieke stijl configuratie en beïnvloeden
de ‘felt qualities’ van deze ervaringen.
Het
is vanuit dit standpunt dat Desjarlais de antropologische theorie
die focust op betekenis bekritiseert vanwege haar gelimiteerde aanpak.
Een esthetiek van de ervaring is verbonden met een geloofs- en betekenissysteem,
maar is ook bezorgd om belichaamde waarden, die niet uitgeproken zijn
maar eerder een aanvoelen (‘gut feeling’) genereren dat niet neutraal
is, maar steeds een bepaalde houding tegenover, in dit geval, pijn
en ziekte inhouden. Wat zijn nu deze esthetische waarden van het alledaagse?
The
Harmonium
Harmonie,
zowel in het lichaam als in het sociale weefsel, is wenselijk, en
betekent het vinden van een balans tussen de conflicterende krachten
van eenheid en fragmentatie. In een gezond lichaam zijn de verschillende
interdependente maar afzonderlijk delen gebonden als één geheel en
is dit geheel afgesloten, enerzijds van de verstorende krachten die
van buitenaf het lichaam steeds dreigen te penetreren, anderzijds
om levenskrachten niet de kans te geven aan het lichaam te ontsnappen.
Balance
Balans
is dus noodzakelijk en wordt vaak uitgedrukt in termen van communicatie,
vermits het gevaar van fragmentatie steeds dreigt. Dit uit zich op
alle vlakken van het dagelijkse leven, waar opwinding, een overdaad
aan emoties, een teveel aan ‘denken’, te veel afzondering, werk enzoverder
als negatief worden ervaren daar zij steeds leiden tot de verwaarlozing
van andere domeinen, over een overbenadrukking van bijvoorbeeld de
werking van de sems.
Controle
Balans
betekent harmonie, en om een balans te bestendigen is controle noodzakelijk.
Niet alleen moet de sems gecontroleerd worden, ook in sociale relaties
speelt dit ideaal, nauw verbonden met het ideaal van assonantie.
Presence
Het
ideaal van controle speelt ook in relatie met de omgeving, in de zin
van perceptuele controle. Yolmo wa zijn dan ook stevig geworteld in
de ‘thuisgrond’ en het vreemde heeft negatieve connotaties. De band
met de fragmentatie veroorzaakt door de modernisering van de economie
mag duidelijk zijn, alsook het gevaar dat schuilt in de reizen die
de sems onderneemt.
Purity
Sgrib,
pollutie, betreft doorgaans de uitwendige grenzen van het lichaam,
en uit zich dan ook voornamelijk in aandoeningen als huiduitslag.
Maar aangezien het lichamelijke en het geestelijke nauw verbonden
zijn heeft een vervuilde ‘container’ ook de potentie de ‘inhoud’ te
besmetten. De zorg voor reinheid is duidelijk in het dagelijkse leven,
waar bewust en onbewust veel voorzorgsmaatregelen genomen worden om
besmetting te voorkomen.
Karma
Deze
notie is nauw verbonden met de Tibetaanse invulling van het Boeddhisme
waar iemands Karma, het gedrag van het verleden, verondersteld wordt
het gedrag van de toekomst te determineren, wat een uitgesproken ethische
component heeft. Deze determinatie wordt echter ook beïnvloed door
de willekeurige aanvallen van kwaadaardige krachten.
Het
zijn deze esthetische principes, hierboven (te) kort beschreven, die
Yolmo ervaring vorm geeft, en voortdurend terugkeert in de beelden
waarmee uitdrukking gegeven wordt aan ziekte, pijn en lijden.
[2]
4.
Pain Clings
to the Body
In
een samenleving waar sociale relaties een lichamelijke basis hebben,
en waar esthetische principes zoals die hierboven aan bod zijn gekomen
gerelateerd zijn aan voortdurende dreiging van desintegratie mag het
verwacht worden dat momenten waarop deze samenhang grondig verstoord
wordt de culturele beelden erg duidelijk worden. Desjarlais beschouwt
twee van deze elementen, overlijdens en huwelijken.
Wanneer
een persoon komt te overlijden wordt verondersteld dat zijn ‘geest’
zich niet dadelijk bewust is van de scheiding van het lichaam, wat
potentieel gevaar voor de overlevenden inhoudt. Verder valt er met
elk overlijden een element uit het sociale weefsel weg, waardoor een
herdefiniëring van het sociale weefsel noodzakelijk is. Centraal in
het discours rond overlijdens staat het begrip Tsher ka. Tsher ka
wordt door een Tibetaans-Engels woordenboel vertaals als ‘sorrow,
grief, pain, affliction’ (p. 102) maar valt niet zo makkelijk in woorden
te vatten als hier wordt gesuggereerd. Het is niet zozeer het verdriet
dat met het overlijden van een bepaald persoon gepaard gaat, noch
angst, of ongerustheid. Desjarlais stelt de vertaling ‘pain of separation’
voor, en is dus niet te scheiden van de context waarin het voorkomt.
‘Tsher ka cuts at the very heart
of Yolmo identity, for perhaps the greatest fear of these people is
of being alone’ (p. 105).
Tsher
ka duikt ook op bij het afsluiten van een huwelijk, vermits Yolmo
samenlevingen patrilokaal zijn, wordt de vrouw van haar familie gescheiden.
Het esthetische principe van aanwezigheid wordt hier geschonden, en
de stress en pijn die hiermee gepaard gaan worden door Yolmo wa algemeen
erkend.
Eén
manier om met deze spanningen om te gaan zijn de ‘songs of sorrow’
welke op een sociaal aanvaardbare manier uitdrukking geven aan de
pijn die met scheiding gepaard gaat, en dan ook zowel in deze gender-problematiek
als in begrafenis-contexten opduikt.
Desjarlais
gaat in een uitgebreide analyse van deze liederen na hoe zij, samen
met het ritueel, een uitdrukkinsvorm bieden voor de pijn die gepaard
gaat met scheiding, en hoe zij, samen met andere rituele uitdrukkingsvormen,
erin slagen de sociale stress die hiermee gepaard gaat te verminderen.
5. Soul
Loss
Desjarlais
onderscheidt 4 soorten levenskrachten: rNam Shes, Bla, Tshe en Srog.
rNam Shes is het bewustzijn, de ziel, het levensgevende principe,
en het verlies ervan betekent de dood. Bla vertaalt hij als ‘spirit’,
vitaliteit en energie, waarbij verlies van deze levenskracht dan ook
lijdt tot apathie en levensmoeheid. Tshe is de ‘life span’ en leidt
bij verlies naar graduele verzwakking die uiteindelijk leidt tot de
dood, net zoals de 9 Srog, die de lichamelijke basis van het leven
uitmaken.
Soul
loss is dan het verliezen van één van deze krachten, die rletterlijk
uit het lichaam verdwenen zijn. Vanuit zijn theoretische standpunt
is het vooral hier dat Desjarlais de etnografie van betekenis bekritiseert.
De typische etnografie van het lijden stelt zich tot doel de sociale
basis en de culturele betekenis van het lijden aan te duiden, maar
deze aanpak is onvolledig, vermits zij er niet in slaagt de lichamelijke
ervaring in de analyse te betrekken. Daarom stelt hij voor deze betekenis-gerichte
aanpak te complementeren met een zintuig-gerichte analyse. Op deze
manier verbreekt Desjarlais de grenzen die het theoretisch begrip
somatisatie, begrepen als ‘the presentation of personal and social
distress in an idiom of physical complaints and a coping style of
medical help seeking’ (p150). De limieten van deze benadering vinden
hun oorzaak in het feit dat zij er niet in slagen de realiteit van
het ziektebeeld uit te drukken, en eraan voorbijgaan dat ‘there are
times that pain is simply pain’ (p. 150). Desjarlais gaat daarentegen
op zoek naar ‘somatic sensibilities’ (p. 151). Configuraties van gevoel
vormen een patroon in het lichaam en vormen zo wat en hoe een persoon
voelt en op welke manier hij met de wereld interageert. In het concrete
voorbeeld van de Yolmo wa bevinden deze configuraties zich in een
lichaam dat het belangrijkste is voor het geven van vorm en betekenis
aan ervaring. Deze realiteiten zijn op hun beurt verankerd in de estethische
waarden die eerder werden geïdentificeerd. Het is dan ook vanuit dit
standpunt, vanuit de lichamelijke ervaring, dat de verschillende soorten
‘soul loss’ moeten worden bekeken, rekening houdend met alle aspecten,
waarvan betekenis er maar één is.
Part
2. Healing
Zoals
in de inleiding vermeld zal aan dit deel van Desjarlais’ etnografie
veel minder aandacht besteed worden. Het gaat hier immers om de concrete
invulling van de hierboven geschreven concepten, zoals die duidelijk
worden in het sjamanistische genezen.
6.
The Art of Knowing
Een
eerste essentieel deel van een heling is het bepalen van de oorzaak
van ziekte. Yolmo wa hebben het hier zelf vaak moeilijk mee, en geven
toe niet altijd op de hoogte te zijn geweest van de aanwezigheid van
ziekte. Deze opstelling is natuurlijk erg verschillend van deze van
het Westers biomedisch paradigma waar wordt uitgegaan van de symptomen
om een ziekte te bepalen. Symptomen alleen kunnen bij de Yolmo wa
nooit uitsluitsel geven over de precieze oorzaak van een aandoening.
In
dit hoofdstuk bekijkt Desjarlais de opeenvolgende stappen van het
divinatie- en helingsproces en gebruikt een semantisch-fenomenologische
invalshoek om zowel ziekte als genezing te duiden met behulp van de
esthetische categorieën, Yolmo opvatting over ruimte, het lichaam
en sociale relaties.
7. Metamorphoses
In
dit (korte) hoofdstuk onderzoekt de schrijver voornamelijk hoe lijden
verlicht kan worden door rituele genezing. Vooral de grenzen van het
lichaam krijgen hierbij bijzondere aandacht, en worden door de genezer
zelf overschreden, met het oog op een versteviging of herstel ervan,
en met als doel kwade krachten, eerst gedivineerd als oorzaak van
de ziekte, uit te werpen. Dit mag niet begrepen worden als een symbolische
handeling; ‘There is little that is symbolic about the ghosts and
harms that Meme casts out” (p.195)., ze staan voor niets anders dan
voor zichzelf. Dus, zo wordt dit hoofdstuk besloten, als de rites
effect hebben op het gevoelen van de ‘patiënt’ dan is dat omdat de
genezing zelf van zintuiglijke aard is.
8.
A Calling of
Souls
Waar
het vorige hoofdstuk vooral de manier waarop intrusieve kwaadaardige
krachten uit het lichaam worden geworpen centraal staan komt hier
het recupereren van lichaamseigen krachten aan bod. De manier waarop
de heler deze recuperatie probeert te bewerkstelligen is erg uitgebreid,
en de rite kan verscheidene uren duren. Desjarlais stelt hier expliciet
de vraag naar het hoe en waarom van de effectiviteit van de genezing,
en beschouwt ook hier de bestaande theorieën, die zich kristalliseren
rond een intellectualistische dan wel symbolische pool als onvolledig.
Een intellectualistische positie, die stelt dat de genezing werkt
doordat de genezer in de ‘patiënt’ het geloof installeert dat de genezing
inderdaad werkt kan niet verklaren waarom de rituelen een dergelijk
uitgebreid karakter hebben. Een symbolische benadering voldoet evenmin
in het geval van de Yolmo genezingen; hoewel er een symbolische transformatie
van ervaring wordt bewerkstelligd is deze niet zozeer de methode van
een genezing maar is er het gevolg van. Geen van beide benaderingen
slagen erin te verklaren waarom de lichamelijke gewaarwording gewijzigd
wordt, te meer omdat het bij Yolmo wa geen a priori gegeven is dat
genezingen effectief zijn. De effectiviteit van een genezing wordt
integendeel slechts post factum beoordeeld, precies op basis van het
al dan niet optreden van een verandering in het lichamelijke gevoelen.
Het woord van de sjamaan is niet voldoende om de terugkeer van een
geest te bewijzen vermits diens woorden mogelijk als de wind zijn.
De terugkeer van een geest wordt gevoeld, als ‘a jolt of electricity
to the body’ (p. 209) zoals één van de informanten het uitdrukt. En
ook in de volgende dagen wordt het eigen lichaam nauwkeurig geobserveerd
teneinde vast te stellen of er zich een lichamelijke verandering heeft
voorgedaan die het bewijs voor de terugkeer van de levenskracht vormt.
Het antwoord op deze vraag wordt in het volgende hoofdstuk geformuleerd.
9. Departures
Desjarlais
gaat hier na of, in welke mate en waarom de genezingen van Meme en
andere Yolmo genezers effectief zijn. Een eerste vaststelling hierbij
is dat dit zeker niet altijd het geval is, waarbij het geldend criterium
steeds de ervaring van de patiënt is. Bovendien gaat het hier niet
altijd om aandoeningen die een duidelijke biologische oorzaak hebben
maar ook om ziektebeelden waarbij rituele genezingen doorgaans wel
een oplossing kunnen bieden.
De
verklaring die Desjarlais naar voren schuift is dat door de sensorische
aspecten van een genezingsritueel het lijdende lichaam van de zieke
niet alleen symbolisch, maar ook lichamelijk wordt getransformeerd.
Het is niet enkel op een symbolisch niveau dat de sjamanistische genezing
het evenwicht herstelt, de grenzen sluit en het lichaam weer in overeenstemming
brengt met de esthetische waarden van het alledaagse, maar dit gebeurt
op een concreet, experiëntieel lichamelijk niveau.
10. Departures
Het
afsluitend hoofdstuk is een bespiegeling op het etnografisch project
zelf, geïllustreerd aan de hand van een voorval dat volgens Desjarlais
erg betekenisvol is, maar waar hij onmogelijk duiding voor kan vinden.
Evaluatie
Desjarlais’
etnografische beschrijving van genezing, pijn en ziekte in Helambu
is een uitermate goed geschreven en daarom zeer leesbare poging de
realiteit van ‘sensibilities’ over te brengen. Theorie, Tibetaanse
gezangen, foto’s, levensverhalen persoonlijke ervaringen zijn met
elkaar verweven maar vormen toch een coherent geheel. Deze etnografie
blijkt dan ook in staat Kleinmans etnografie van de ervaring te combineren
met het belichamingsparadigma van Csordas. Pijn is hier een pre-objectief
gegeven dat geleefd en beleefd wordt in het lichaam. Het is vooral
in de voortdurende nadruk die Desjarlais op het lichaam legt dat de
grote kracht van dit werk uitmaakt, en waardoor elke etnocentrische
neiging de aandoeningen die in de etnografie besproken worden te bekijken
als psychogeen, psychosomatisch of psychologisch resoluut de kop wordt
ingedrukt. Het belichamingsparadigma van Csordas vindt hier bovendien
een bijzonder rijk geïllustreerde en duidelijke toepassing in de identificatie
van de verschillende culturele krachten en categorieën die Yolmo ervaringen
vorm geeft.
Desondanks
zijn er ook enkele bemerkingen te maken. Hoewel hier op het eerste
zicht sprake is van een etnografie waarin de stem van het Yolmo subject
expliciet naar voren wordt gebracht is dit bij nader inzien niet altijd
het geval. Yolmo verhalen en liederen worden voortdurend onderbroken
door de theoretische bespiegelingen van de auteur, waardoor ze nooit
als verhaal, maar steeds geïnterpreteerd tot de lezer komen. Ook de
stem van de auteur als etnograaf en meevoelend subject komt niet echt
naar voren. Het is enkel in het eerste, inleidende, en het laatste
hoofdstuk dat Desjarlais, op m.i. zeer interessante wijze verhaalt
over de eigen ervaring. Bijzonder jammer is het dat Desjarlais vooral
in het tweede deel die eigen stem niet luider laat weerklinken, vermits
hij niet enkel als etnograaf, maar ook als leerling-genezer aanwezig
was bij deze helingen.
Tenslotte
roepen ook de theoretische delen af en toe vragen op. De scheidingslijn
tussen een symbolische, betekenisgerichte of somatizerende aanpak
die Desjarlais onvoldoende acht en Desjarlais focus of ‘somatized
sensibilities’ is niet altijd duidelijk, en in bepaalde analyses lijkt
Desjarlais niet geheel vrij te zijn van de verwijten die hij o.a.
Kleinman maakt. Dit is bv. het geval in de ziektegeschiedenis van
Yeshi, een jonge vrouw die in een haar niet zo gunstig gezind gezin
huwt en haar bla verliest. Deze ziektegeschiedenis wordt voornamelijk
geduid door te verwijzen naar het gemis dat Yeshi voelt door ver van
haar geboortegrond en familie verwijderd te zijn, zodat ziekte hier
nadrukkelijk als ‘resistance’ wordt geïnterpreteerd. Dit doet echter
niets af aan het feit dat het werk als geheel wel doordrongen is van
een aandacht voor de lichamelijke ervaring van de Yolmo wa, en van
een bezorgdheid om het uiteindelijke doel van genezing, het verlichten
van menselijk lijden, te benadrukken.
Inhoudstafel
Part
1. Loss
1.
Imaginary Gardens with Real Toads
2.
Body, Speech, Mind
·
Spaces of the
Body
·
Autonomy and
Interdependence
·
The Corporate
Body
·
Conflict
·
Brain and Heartmind
·
Fragmentation
3.
An Aesthetics of Experience
·
The Harmonium
·
Balance
·
Control
·
Presence
·
Purity
·
Karma
·
Methods of Madness
·
“Just Ill from
Old Age”
4.
Pain Clings to the Body
5.
Soul Loss
Part
2. Healing
6.
The Art of Knowing
·
What is Healing?
·
Divine Knowledge
·
“I Show This
to You”
·
Anger and Tears
·
Epiphanies
7.
Metamorphoses
·
Protection
·
Movement
8.
A Calling of Souls
·
Enhancing the
Life
·
Hooking the Spirit
·
A Sense of Healing
·
“Wild” Images
·
A Healing Geography
·
Kinesthesia
9.
Departures
·
Efficacy
·
Experientalism
·
Recurrence
·
“If I Am to Die”
·
Peace of Sems
·
“Slowly the Pain
Was Lost”
·
Yeshi
10.
Afterwords