(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Sapirs Language: An Introduction to the Study of Speech: opmerkingen bij hoofdstuk 10: Language, Race and Culture.

In dit hoofdstuk onderzoekt Sapir de banden tussen taal, ras en cultuur waarbij hij ras definieert als ‘a group which is set off by physical characteristics from other groups’ (Sapir 1921: 207) en cultuur als ‘the socially inherited assemblage of practices and believes that determines the texture of our lives’ (ibid.: 207). Het verschil tussen beide wordt dus gebaseerd op het onderscheid tussen biologische en sociale overerving, een onderscheid dat nog steeds zijn relevantie heeft binnen het ‘nature-nurture’-debat en het hiermee nauw verbonden en ook nu nog relevante debat rond universele en particuliere kenmerken van taal [1] (Van Poecke 1991).
Sapir was een leerling van Franz Boas, één van de eerste antropologen die een relativistisch standpunt innam, en die, door in het ‘nature-nurture’-debat resoluut de kant van nurture te kiezen, de gelijkheid van mensen over raciale en culturele grenzen heen benadrukte. (Roossens 1992, Layton 1997) Deze stellingname is duidelijk terug te vinden in dit hoofdstuk in Sapirs Language, waarin hij elke band tussen taal en ras, zowel in gebruik als in oorsprong, ontkent. Sapir baseert zich hiervoor op twee argumenten, die hij uitvoerig met voorbeelden illustreert. Ten eerste spreken mensen van verschillende ‘rassen’ vaak dezelfde taal, zoals bijvoorbeeld het ‘blanke’ en het ‘Afrikaanse’ ‘ras’ in de Verenigde Staten beide Engels als moedertaal kennen. [2] Ten tweede blijkt het bovendien zo dat mensen van hetzelfde ‘ras’ soms verschillende talen spreken. In dit verband toont Sapir aan de hand van voorbeelden uit Polynesië en Micronesië aan dat raciale grenzen niet samenvallen met de grenzen tussen taalgemeenschappen.
Impliciet gaat Sapir dus van de m.i. juiste redenering uit dat men raciale verschillen op het vlak van taal enkel kan legitimeren door een genetische basis voor deze verschillen te identificeren. Beide argumenten van Sapir lijken een dergelijke basis te ontkennen.
Sapir toont zich hier een orgineel denker die erin slaagt zich los te maken van een tijdsgeest waarin racisme en sociaal-darwinisme wetenschappelijk aanvaardbare en zelfs verdedigbare stellingnames waren. De stelling dat talen gelijkwaardig zijn, wordt op een provocerende manier geïllustreerd door de stelling dat de taal van Confucius gelijkwaardig is aan die van een ‘wilde’ uit Assam. Hoewel Sapir ‘ras’ als een bestaand biologisch concept lijkt te aanvaarden sluit zijn denken toch aan bij de hedendaagse antropologische raciale theorieën. Een recente verklaring van de American Anthropological Association (AAA) kan deze zienswijze illustreren. [3] In deze verklaring wordt gesteld dat het concept ras een sociale constructie is die gegroeid is vanuit een bepaalde wereldvisie ontwikkeld in het Westen, en die door o.a. kolonisatie wereldwijd ingang heeft gevonden. Deze sociale constructie bestaat erin dat ‘[...] both scholars and the general public have been conditioned to viewing human races as natural and separate divisions within the human species based on visible physical differences.’ (AAA statement on race, 1998) De biologische verschillen blijken echter zeer miniem te zijn wanneer men de genetische verschillen bekijkt. Bovendien is het zo dat ‘[...] human cultural behavior is learned, conditioned into infants beginning at birth, and always subject to modification’ en dat   ‘No human is born with a built‑in culture or language.’
De conclusies van Sapir zijn, hoewel ze meer dan tachtig jaar eerder tot stand kwamen, volledig in overeenstemming met deze zienswijze. Om Sapirs opvattingen naar waarde te schatten kan tenslotte nog worden opgemerkt dat het loskomen van raciaal denken nog steeds niet vanzelfsprekend is. [4] Dat Sapir hier bijna een eeuw vroeger wel in slaagde is dan ook bewonderenswaardig. Het feit dat hij het concept ‘ras’ als dusdanig niet verlaat doet hier m.i. geen afbreuk aan.

Bibliografie

Layton, R. (1997) An Introduction to Theory in Anthropology. Cambridge, Cambridge university Press.
Roossens, E. (1992) Sociale en culturele antropologie: een kritische belichting van enkele hoogtepunten. Leuven, Acco.
Samovar, L. A. & Porter, R. E. (1991). Communication between Cultures. Belmont, Wadsworth Publishing Company.
Sapir, E. (1921) Language: An Introduction to the Study of Speech. New York, Harcourt, Brace & World, Inc.
Van Poecke, L. (1991). Verbale Communicatie. Leuven, Garant.
Internetbronnen
American Anthropological Association Statement on “Race”:
http://www.ameranthassn.org/racepp.htm.

[1] Het universeel voorkomen van, in dit verband, bepaalde kenmerken van taal wordt immers vaak gezien als geworteld in bepaalde biologische, en dus aangeboren, configuraties.
[2] Waarom deze termen hier tussen aanhalingstekens worden geplaatst zal later duidelijk worden.
[3] Deze verklaring is te vinden op de internetlocatie http://www.ameranthassn.org/racepp.htm en dateert van 17 mei 1998.
[4] Zo wordt binnen de literatuur omtrent interculturele communicatie nog steeds een onderscheid gemaakt tussen interraciale en interetnische communicatie. Samovar en Porter (1991) bijvoorbeeld zijn van mening dat, hoewel de scheidingen tussen rassen steeds vager zijn, ras nog steeds een invloed heeft op communicatie. Zij slagen er echter niet in een biologische basis te vinden die dit standpunt verdedigbaar maakt, zodat het nog maar de vraag is of het concept ‘interraciale communicatie’ niet louter een gevolg is van een ideologische stellingname die sommige communicatieve discrepanties wijt aan een verschil van ras en andere, gelijkaardige, verschillen wijt aan culturele variaties, waarbij het enige criterium het al dan niet verschillen van huidskleur of andere fysieke karakteristieken tussen de communicatiepartners is.