(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Linguïstische diversiteit wordt ernstig bedreigd
Talen sterven aan een hoog tempo uit - 17-08-2000

Niet alleen de biodiversiteit op deze planeet loopt gevaar, ook talen verdwijnen aan een hoog tempo. Linguïsten kregen de laatste 10 jaar meer oog voor dit probleem en er ontstaan meer en meer initiatieven om bepaalde talen levend te houden. Maar voor vele talen is het waarschijnlijk al te laat.

 

Een taalkundige stand van zaken
Ruimtelijke isolatie veroorzaakt differentiatie. Dat er door de eeuwen heen enkele duizenden talen zijn ontstaan zal dan ook niemand verbazen. Hoeveel het er precies zijn weet niemand. Daarvoor lopen de definities van wat een taal precies is, en wat ze onderscheidt van dialecten te ver uiteen. Er zijn dan ook geen specifieke linguïstische criteria om te bepalen wat een taal is. Bovendien is de kennis van de verschillende talen eerder beperkt. Schattingen lopen uiteen van 4.000 tot meer dan 10.000 verschillende talen, maar de meerderheid van de taalwetenschappers volgen de schatting van de Ethnologue: Languages of the world, hét standaardwerk in deze materie, dat het houdt op 6.000 tot 7.000 nog levende talen. Telt men er de artificiële talen zoals gebarentalen bij dan zijn er het waarschijnlijk meer dan dubbel zoveel. Maar ook deze cijfers zijn op zijn best wankel te noemen. De tellingen berusten vaak op verouderde tellingen. Vele landen staan een talen-census overigens niet toe om politieke redenen.

Europa en het Midden-Oosten blijken de werelddelen te zijn die het kleinste aantal verschillende talen herbergen: slechts 4% van het totale aantal talen wordt in de ‘oude wereld’ gesproken. Daarna volgen Noord- en Zuid-Amerika (15%), Oceanië (17%), Afrika (30%) en Azië (32%). Het overgrote deel van de nog levende talen worden door slechts een klein aantal sprekers gebruikt.
Slechts 250 talen hebben meer dan 1 miljoen aanhangers, en ongeveer de helft van het talenbestand wordt slechts door 2500 of minder mensen gehanteerd. De 3 meest verbreide talen (in sprekers, niet wat betreft de ruimtelijke verdeling) is het Mandarijns Chinees (885 miloen), Spaans (332 miljoen), Engels (322 miljoen). Frans komt op een 13e plaats met 72 miljoen gebruikers en Nederlands deelt een 48e plaats met het Yoruba (Nigeria) met 20 miljoen nederlandstaligen.
In negen landen worden maar liefst meer dan de helft van alle talen gesproken: Papoea Nieuw-Guinea, Indonesië, Nigeria, India, Kameroen, Australië, Mexico, Rusland, Congo en Brazilië worden terecht voorzien van het etiket megadiversiteit.

Een linguïstisch slagveld
De wereld wordt dus nog steeds gekenmerkt door een indrukwekkende verscheidenheid aan talen. Maar daaraan zou snel een einde kunnen komen want deze diversiteit daalt met een schrikbarend tempo. Verwacht wordt dat de helft van de nu nog levende talen binnen twee generaties verdwenen zullen zijn. Volgens Mark Pagel, een evolutionair bioloog aan de universiteit van Reading stevenen we af op een drie à viertal wereldtalen.

Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen, evolutionair biologen gaan wel eens uit van een te eenvoudige Darwinistische visie die zegt dat de grote vis alle kleintjes zal opeten. Maar dat het probleem bestaat, en nog nooit in de menselijke geschiedenis zulke proporties heeft aangenomen, is wel zeker. Sinds een klein decennium trekt het probleem meer en meer de aandacht en in september wordt in Charlotte (North Carolina) opnieuw een conferentie gehouden om de situatie te bespreken.

Voorgaande conferenties brachten vooral aan het licht dat er eigenlijk weinig bekend is over het hoe en waarom van verdwijnende talen. Linguïsten hielden zich voornamelijk bezig met de meer technische aspecten van taal en bij andere wetenschappers kreeg taal slechts zijdelings aandacht. Ook daar is verandering in gekomen. Taalkundigen, antropologen, etnobiologen, sociale geografen en anderen besteden steeds meer aandacht aan bedreigde talen en proberen manieren te vinden om te voorkomen dat bepaalde talen in onbruik raken.

Want hoe makkelijk het bestaan van slechts enkele wereldtalen ook mag lijken, een dergelijke situatie betekent een culturele, filosofische en epistemologische verarming waarvan de impact bij voorbaat niet kan ingeschat worden. Taal is immers geen neutraal communicatie- of expressiemiddel maar sluit steeds een bepaalde kijk op de wereld in. Zonder dat men een strenge visie van de linguïstische relativiteitshypothese - die stelt dat taal het denken determineert - moet aanhangen kan toch moeilijk ontkent worden dat taal ook samenhangt met kennis, wereldbeeld, ideologie en gevoelens. Taalkundigen geven overigens grif toe dat dit aspect van talen onderbelicht is gebleven in wetenschappelijke studies.

Waarom verdwijnen talen eigenlijk. Zoals gezegd is het niet alleen een kwestie van dominante talen die minderheidstalen opslokken. Terwijl er meer Navaho-sprekers zijn dan gebruikers van elk van de 250 talen die in de Democratische Republiek Congo word gesproken zijn de kansen van deze laatste groter om het nog enige tijd uit te zingen. Navaho wordt immers bijna uitsluitend door de oudere populatie gesproken, terwijl de Congolese talen ook door kinderen worden gebruikt. Het verdwijnen van een taal hangt, naast het gebruik, ook samen met factoren die het linguïstische vlak overstijgen. Hoe wordt tegen het gebruik van een of meerdere talen aangekeken? Hangt een bepaalde taal samen met status? Wordt twee- of meertaligheid gestimuleerd of integendeel afgekeurd? Wordt de taal geassocieerd met bepaalde culturele aspecten waarop, zoals bij de Navaho het geval is, door een jongere generatie wordt neergekeken? Het zijn slechts enkele vragen die de complexiteit van het probleem duidelijk maken.

Ook op taalkundig vlak heeft het westerse kolonialisme overigens een ware slachting aangericht. Vaak werd een ideaal van linguïstische homogeniteit meegedragen naar de kolonies en werd alles in het werk gesteld om de autochtone bevolking tot de taal van de kolonisator te bekeren. In de VS werd Engels de standaardtaal voor het onderwijs in de Indianenreservaten, in Australië werden Aborginal-kinderen van de familie weggehaald om westers onderwijs te volgen, wat resulteerde in een volledige ‘stolen generation’. Het is niet toevallig dat in beide landen een groot aantal talen verloren is gegaan.
Vooral de economische globalisering wordt met de vinger gewezen en het lijkt er inderdaad op dat inschakeling in een globale economie gecombineerd met een economische en politieke minderheidspositie het ideale recept is om een taal snel en vakkundig de nek om te wringen.

Op dit moment lopen er heel wat programma’s om bedreigde talen in stand te houden of te revitalizeren. Ook hier zijn linguïsten bereid zich op de borst te kloppen. De systematische analyses die zij vroeger uitvoerden zijn niet altijd bruikbaar in pogingen om talen van een toekomst te verzekeren, vermits ze enkel bedoeld waren om het taalkundige bedrijf vooruit te helpen, en zich dus concentreerden op de technische aspecten ervan. Nu wordt meer samengewerkt met verenigingen van sprekers en de overheid, wat ook betere resultaten oplevert. Bovendien wordt er opgeroepen het taalkundig onderzoek meer toe te spitsen op die elementen die het verdwijnen van talen in de hand werken of tegengaan. Tenslotte wordt er meer en meer aandacht besteed aan de idee van linguïstische mensenrechten - het recht de eigen taal te spreken - die passen in een ruimer geheel van culturele mensenrechten. We hoeven echter maar naar het voorbeeld van ons eigen kleine landje te kijken om vast te stellen hoe politiek geladen deze discussie is.

Dat het mogelijk is een bedreigde of zelfs dode taal terug tot leven te wekken kan geïllustreerd worden met het Hebreeuws, dat honderden jaren lang enkel nog in geschreven vorm bestond. Laat in de 19e eeuw sloegen joden in palestina er echter in de taal opnieuw in gebruik te nemen. En zo blijkt dat ook linguïstisch imperialisme niet onomkeerbaar is. (DdV)


 
Related links:

De Ethnologue Languages of the world online: http://www.sil.org/ethnologue/
Het Waals als bedreigde taal
Terralingua wil biologische en linguïstische diversiteit promoten.

 

© David de Vaal