Linguïstische
diversiteit wordt ernstig bedreigd
Talen sterven aan een hoog tempo uit - 17-08-2000
Niet
alleen de biodiversiteit op deze planeet loopt gevaar, ook talen verdwijnen
aan een hoog tempo. Linguïsten kregen de laatste 10 jaar meer oog
voor dit probleem en er ontstaan meer en meer initiatieven om bepaalde
talen levend te houden. Maar voor vele talen is het waarschijnlijk
al te laat.
Een
taalkundige stand van zaken
Ruimtelijke isolatie veroorzaakt differentiatie. Dat er door de eeuwen
heen enkele duizenden talen zijn ontstaan zal dan ook niemand verbazen.
Hoeveel het er precies zijn weet niemand. Daarvoor lopen de definities
van wat een taal precies is, en wat ze onderscheidt van dialecten
te ver uiteen. Er zijn dan ook geen specifieke linguïstische criteria
om te bepalen wat een taal is. Bovendien is de kennis van de verschillende
talen eerder beperkt. Schattingen lopen uiteen van 4.000 tot meer
dan 10.000 verschillende talen, maar de meerderheid van de taalwetenschappers
volgen de schatting van de Ethnologue: Languages of the world,
hét standaardwerk in deze materie, dat het houdt op 6.000 tot 7.000
nog levende talen. Telt men er de artificiële talen zoals gebarentalen
bij dan zijn er het waarschijnlijk meer dan dubbel zoveel. Maar ook
deze cijfers zijn op zijn best wankel te noemen. De tellingen berusten
vaak op verouderde tellingen. Vele landen staan een talen-census overigens
niet toe om politieke redenen.
Europa en het Midden-Oosten blijken de werelddelen te zijn die het
kleinste aantal verschillende talen herbergen: slechts 4% van het
totale aantal talen wordt in de ‘oude wereld’ gesproken. Daarna volgen
Noord- en Zuid-Amerika (15%), Oceanië (17%), Afrika (30%) en Azië
(32%). Het overgrote deel van de nog levende talen worden door slechts
een klein aantal sprekers gebruikt.
Slechts 250 talen hebben meer dan 1 miljoen aanhangers, en ongeveer
de helft van het talenbestand wordt slechts door 2500 of minder mensen
gehanteerd. De 3 meest verbreide talen (in sprekers, niet wat betreft
de ruimtelijke verdeling) is het Mandarijns Chinees (885 miloen),
Spaans (332 miljoen), Engels (322 miljoen). Frans komt op een 13e
plaats met 72 miljoen gebruikers en Nederlands deelt een 48e plaats
met het Yoruba (Nigeria) met 20 miljoen nederlandstaligen.
In negen landen worden maar liefst meer dan de helft van alle talen
gesproken: Papoea Nieuw-Guinea, Indonesië, Nigeria, India, Kameroen,
Australië, Mexico, Rusland, Congo en Brazilië worden terecht voorzien
van het etiket megadiversiteit.
Een
linguïstisch slagveld
De wereld wordt dus nog steeds gekenmerkt door een indrukwekkende
verscheidenheid aan talen. Maar daaraan zou snel een einde kunnen
komen want deze diversiteit daalt met een schrikbarend tempo. Verwacht
wordt dat de helft van de nu nog levende talen binnen twee generaties
verdwenen zullen zijn. Volgens Mark Pagel, een evolutionair bioloog
aan de universiteit van Reading stevenen we af op een drie à viertal
wereldtalen.
Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen, evolutionair biologen gaan
wel eens uit van een te eenvoudige Darwinistische visie die zegt dat
de grote vis alle kleintjes zal opeten. Maar dat het probleem bestaat,
en nog nooit in de menselijke geschiedenis zulke proporties heeft
aangenomen, is wel zeker. Sinds een klein decennium trekt het probleem
meer en meer de aandacht en in september wordt in Charlotte (North
Carolina) opnieuw een conferentie gehouden om de situatie te bespreken.
Voorgaande conferenties brachten vooral aan het licht dat er eigenlijk
weinig bekend is over het hoe en waarom van verdwijnende talen. Linguïsten
hielden zich voornamelijk bezig met de meer technische aspecten van
taal en bij andere wetenschappers kreeg taal slechts zijdelings aandacht.
Ook daar is verandering in gekomen. Taalkundigen, antropologen, etnobiologen,
sociale geografen en anderen besteden steeds meer aandacht aan bedreigde
talen en proberen manieren te vinden om te voorkomen dat bepaalde
talen in onbruik raken.
Want hoe makkelijk het bestaan van slechts enkele wereldtalen ook
mag lijken, een dergelijke situatie betekent een culturele, filosofische
en epistemologische verarming waarvan de impact bij voorbaat niet
kan ingeschat worden. Taal is immers geen neutraal communicatie- of
expressiemiddel maar sluit steeds een bepaalde kijk op de wereld in.
Zonder dat men een strenge visie van de linguïstische relativiteitshypothese
- die stelt dat taal het denken determineert - moet aanhangen
kan toch moeilijk ontkent worden dat taal ook samenhangt met kennis,
wereldbeeld, ideologie en gevoelens. Taalkundigen geven overigens
grif toe dat dit aspect van talen onderbelicht is gebleven in wetenschappelijke
studies.
Waarom verdwijnen talen eigenlijk. Zoals gezegd is het niet alleen
een kwestie van dominante talen die minderheidstalen opslokken. Terwijl
er meer Navaho-sprekers zijn dan gebruikers van elk van de 250 talen
die in de Democratische Republiek Congo word gesproken zijn de kansen
van deze laatste groter om het nog enige tijd uit te zingen. Navaho
wordt immers bijna uitsluitend door de oudere populatie gesproken,
terwijl de Congolese talen ook door kinderen worden gebruikt. Het
verdwijnen van een taal hangt, naast het gebruik, ook samen met factoren
die het linguïstische vlak overstijgen. Hoe wordt tegen het gebruik
van een of meerdere talen aangekeken? Hangt een bepaalde taal samen
met status? Wordt twee- of meertaligheid gestimuleerd of integendeel
afgekeurd? Wordt de taal geassocieerd met bepaalde culturele aspecten
waarop, zoals bij de Navaho het geval is, door een jongere generatie
wordt neergekeken? Het zijn slechts enkele vragen die de complexiteit
van het probleem duidelijk maken.
Ook op taalkundig vlak heeft het westerse kolonialisme overigens een
ware slachting aangericht. Vaak werd een ideaal van linguïstische
homogeniteit meegedragen naar de kolonies en werd alles in het werk
gesteld om de autochtone bevolking tot de taal van de kolonisator
te bekeren. In de VS werd Engels de standaardtaal voor het onderwijs
in de Indianenreservaten, in Australië werden Aborginal-kinderen van
de familie weggehaald om westers onderwijs te volgen, wat resulteerde
in een volledige ‘stolen generation’. Het is niet toevallig dat in
beide landen een groot aantal talen verloren is gegaan.
Vooral de economische globalisering wordt met de vinger gewezen en
het lijkt er inderdaad op dat inschakeling in een globale economie
gecombineerd met een economische en politieke minderheidspositie het
ideale recept is om een taal snel en vakkundig de nek om te wringen.
Op dit moment lopen er heel wat programma’s om bedreigde talen in
stand te houden of te revitalizeren. Ook hier zijn linguïsten bereid
zich op de borst te kloppen. De systematische analyses die zij vroeger
uitvoerden zijn niet altijd bruikbaar in pogingen om talen van een
toekomst te verzekeren, vermits ze enkel bedoeld waren om het taalkundige
bedrijf vooruit te helpen, en zich dus concentreerden op de technische
aspecten ervan. Nu wordt meer samengewerkt met verenigingen van sprekers
en de overheid, wat ook betere resultaten oplevert. Bovendien wordt
er opgeroepen het taalkundig onderzoek meer toe te spitsen op die
elementen die het verdwijnen van talen in de hand werken of tegengaan.
Tenslotte wordt er meer en meer aandacht besteed aan de idee van linguïstische
mensenrechten - het recht de eigen taal te spreken - die passen in
een ruimer geheel van culturele mensenrechten. We hoeven echter maar
naar het voorbeeld van ons eigen kleine landje te kijken om vast te
stellen hoe politiek geladen deze discussie is.
Dat het mogelijk is een bedreigde of zelfs dode taal terug tot leven
te wekken kan geïllustreerd worden met het Hebreeuws, dat honderden
jaren lang enkel nog in geschreven vorm bestond. Laat in de 19e eeuw
sloegen joden in palestina er echter in de taal opnieuw in gebruik
te nemen. En zo blijkt dat ook linguïstisch imperialisme niet onomkeerbaar
is. (DdV)
Related links:
De
Ethnologue Languages of the world online:
http://www.sil.org/ethnologue/
Het Waals als
bedreigde taal
Terralingua wil biologische
en linguïstische diversiteit promoten.
©
David de Vaal