Spectaculaire
Maya vondst in Guatemala
Ontdekking van paleis belicht nieuwe aspecten
van Maya-cultuur - 12-09-2000
Bijna
bij toeval werd in Guatemala een imposant Maya paleis ontdekt. Het
gebouw lag bijna duizend jaar verborgen onder de dichte begroeiing
van het regenwoud en is nog in bijzonder goede staat. De ontdekking
doet nu al twijfels rijzen over de juistheid van de geschiedschrijving
over de oude Maya cultuur.
Een
toevallige ontdekking
Een expeditie die geleid werd door Arthur Demarest van de Vanderbilt-universiteit
en Tomas Barrientos van de Guatemalteekse Universidad del Valle
heeft in het Guatemalteekse regenwoud een paleis gevonden dat tot
1000 jaar geleden een belangrijke plaats innam in het Maya-rijk. De
ontdekking werd gedaan in de oude stad Cancuen, wat ‘plaats
van de slangen’ betekent. Cancuen werd al in 1905 ontdekt, maar trok
niet veel archeologische aandacht en werd beschouwd als een kleine
en onbelangrijke site. Bovendien bevindt het zich in een afgelegen
deel van Guatemala en was het paleis bedekt met dichte begroeiing.
Daardoor is het wel min of meer ongeschonden - en ongeplunderd - terug
gevonden.
Demarest had een tip ontvangen dat Cancuen bepaalde geheimen zou verbergen.
Tijdens opgravingen in Dos Pilas en andere sites in het noorden van
Guatemala hadden leden van Demarests team verslagen van een huwelijk
tussen een prins van Dos Pilas en een prinses uit Cancuen ontdekt.
De prinses verhuisde naar Dos Pilas en nam er haar intrek in een klein
paleis, maar bracht blijkbaar wel haar eigen handwerklieden mee. De
versieringen in haar paleis lijken namelijk erg op die in Cancuen
en zijn vervaardigd met meer oog voor detail en meer gesofisticeerde
technieken dan de artefacten die van inheemse makelij zijn.
Demarest besloot dan ook om Cancuen nog eens van naderbij te bekijken
en tijdens een verkenningstocht op wat een heuvel leek te zijn zakte
hij plots tot de schouders weg in de begroeiing. Na een klein halfuur
doodsangsten te hebben uitgestaan omdat hij in een slangennest dacht
terecht gekomen te zijn, groeide langzaam het besef dat de heuvel
in feite een enorme structuur, bedekt met een eeuwenoude begroeiing,
was. Niet elke archeoloog is een Indiana Jones.
Ondertussen zijn de opgravingen al van start gegaan en is men erin
geslaagd een schatting te maken van de grootte van het paleis. De
structuur bedekt een oppervlakte van minstens twee voetbalvelden groot
en bestaat uit 170 kamers met een plafondhoogte van bijna 6 meter.
Door de vele kamers lijkt het gebouw op een labyrint. Daarnaast fleuren
11 binnenplaatsen het paleis op. Het gebouw is opgetrokken in kalksteen,
wat afwijkt van traditionele Maya bouwmaterialen als modder en versteende
aarde. Een meevaller voor het archeologenteam, want kalksteen is heel
wat beter bestand tegen de tand des tijds.
Nieuwe
inzichten in de Maya-cultuur
Er zijn nog wel meer opvallende kenmerken die de vondst in Cancuen
tot een belangrijke ontdekking promoveren. Allereerst is er geen teken
van een pyramide, de typische en spectaculaire gebouwen die de basis
voor de godsdienstbeleving van de Maya’s zouden hebben gevormd. Volgens
Demarst is dit zo omdat in de omgeving een natuurlijke ‘witz’ te vinden
is, een heilige berg waarvoor de pyramides in de vlakkere landsdelen
een substituut zouden zijn.
Een eerste studie van de structuur en de artefacten die werden gevonden
leverde de grootste verrassingen op. Er was geen spoor van bewijs
te vinden dat Cancuen ooit betrokken was in een grote oorlog met een
van zijn buren. Verdedigingsstructuren zijn evenmin te bespeuren.
Omdat altijd werd geloofd dat religie en geweld de twee steunpilaren
van de Maya levenswijze waren, vraagt dit om een herziening van de
bestaande geschiedschrijving.
Cancuen lijkt zijn belangen vooral te hebben verdedigd door handelsrelaties.
De ligging van de oude stad is daar uitstekend voor geschikt. Aan
de voet van een heuvelachtig gebied had men makkelijk toegang tot
gewaardeerde grondstoffen als jade, obsidiaan (lavaglas) en pyriet.
Vlakbij stroomt de rivier de Pasion, die pas ter hoogte van Cancuen
bevaarbaar wordt.
De stad lijkt in elk geval rijker, meer ontwikkeld en belangrijker
te zijn geweest dan steeds werd gedacht. In de omgeving van het paleis
werden een groot aantal werkplaatsen, met daarin nog steeds de oorspronkelijke
werktuigen, gevonden waarmee ambachtslui gegeerde objecten vervaardigden
uit de ruwe materialen die vanuit de bergen werden aangevoerd. In
Cancuen werden zo ornamenten uit jade, lemmeten uit lavaglas en spiegels
uit pyriet gefabriceerd, alle prestigieuze en gewilde objecten.
Ook al lag het paleis jarenlang verscholen onder het regenwoud, toch
is het niet geheel ongemoeid gelaten. Guatemalteekse onderzoekers
hebben een aantal monumenten, trappen en bewerkte stenen opgespoord
die in de loop der jaren uit de site werden gestolen. Die overblijfselen
getuigen van een machtig koninkrijk dat vreedzaam door een dynastie
werd bestuurd. In de buurt van het paleis ontdekte ook het team van
Demarest een stille getuige van de rijkdom: in een graf trof men de
overblijfselen van een jonge, ‘middle-class’ vrouw aan waarvan 10
tanden met jade waren ingelegd.
Het paleis werd voltooid door koning Tah ak Chaan, die Cancuen 50
jaar lang bestuurde, van 740-790 na chr. Toen was het Maya-rijk op
zijn hoogtepunt, wat nog tot 900 zou duren. Archeologische vondsten
tonen aan dat de stad banden had met belangrijke centra als Teotihuancan
in het huidige Mexico en Tikal.
Maar de opgravingen zijn nog maar pas begonnen en vorderen moeizaam.
Verwacht wordt dat de werken nog 10-15 jaar zullen vragen en het zal
dan ook nog een hele tijd duren vooraleer men iets definitievere uitspraken
zal kunnen doen over het politieke, sociale en culturele leven in
Cancuen. Demarest is alvast begonnen de plaatselijke bevolking een
archeologische basiscursus te geven. Zo wil hij vermijden dat zij
geen vruchten zouden rapen van deze ontdekking, waarvan verwacht kan
worden dat zij een groot academisch en toeristisch publiek zal aantrekken.
Bovendien kan de bevolking helpen bij de conservatie van de site.
Laten we hopen dat ze alvast de reclamefirma’s van het terrein kunnen
weren. In Machu Picchu, een voormalige Inca-stad in Peru, is
een cameraploeg erin geslaagd de beroemde zonneklok zwaar te beschadigen.
Tijdens het draaien van een reclamespotje voor bier viel een deel
van een hijskraan boven op de ‘intihuatana’, waardoor een deel van
de klok in zes stukken brak. De directeur van de betrokken brouwerij
Cervesur voelt zich alvast niet verantwoordelijk omdat er nauwelijks
controle op het gebruik van de site bestond. Dat Machu Picchu op de
lijst van het werelderfgoed van de UNESCO staat is blijkbaar onvoldoende
reden om voorzichtig te werk te gaan. (DdV)
Related
links:
Deze
site
verzamelt heel wat links naar websites in verband met de Maya cultuur.
De Rabbit in the Moon website
verpakt informatie in een entertainend kleedje.
©
David de Vaal