(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Reusachtig Sumerische begraafplaats blootgelegd
Opgravingen in Umm al-Ajarib - 24-10-2000

In Irak zijn archeologen begonnen met opgravingen van een bijzonder grote Sumerische begraafplaats. Het 5000 jaar oude kerkhof is meer dan 3 vierkante kilometer groot en herbergt waarschijnlijk enkele honderdduizenden graven.

 

De begraafplaats ligt 400 kilometer ten zuiden van Bagdad en werd in 1886 voor het eerst door een westerling bezocht. William Hayes Ward stond toen versteld van de grootte van het kerkhof en veronderstelde dat het hier om heilige grond moest gaan. Sindsdien was er zo goed als geen onderzoek naar de site gedaan, maar sinds enkele maanden is een team archeologen van de universiteit van Bagdad, onder leiding van Donny Youkhanna, aan de excavatie begonnen.

Het onherbergzame, vegetatieloze gebied was even voordien vooral een toevluchtsoord voor schorpioenen, die massaal hun intrek hadden genomen in de oude graven. De site dankt er zelfs haar naam aan: Umm al-Ajarib of de Moeder der Schorpioenen. Grafrovers werden echter niet afgeschrikt door de plaatselijke fauna. Hoewel moeilijk valt in te schatten hoeveel objecten verdwenen zijn, is de schade enorm.

De onderzoekers hebben voorlopig nog geen zicht op de hoeveelheid graven die over het gebied verspreid liggen. Dat zal duidelijker worden als alle brokstukken uit een representatief gebied verwijderd zijn en dit vierkant grondig onderzocht is, maar waarschijnlijk gaat het over enkele honderdduizenden graven. Die worden doorkruist door talloze wegeltjes, waartussen schelpen, kralen, aarde- en beeldhouwwerk verspreid liggen. Echt belangrijk artefacten zijn nog niet gevonden en ook objecten die betere inzichten in de geschiedenis van de begraafplaats bieden blijven voorlopig wat achterwege.

De begraafplaats zou ongeveer 5000 jaar oud zijn, maar werd waarschijnlijk tijdens een lange periode gebruikt. Sumer, gesitueerd in de laagvlakten van Tigris en Eufraat, werd aanvankelijk bewoond door Ubaidianen, naar de stad Al-Ubaid, waar overblijfselen van dit volk werden aangetroffen. Zij deden aan landbouw en ontwikkelden handelsrelaties. Toen ook Semitische volkeren zich in Mesopotamië vestigden, ontstond door de vermenging van de verschillende culturen een rijke pre-sumerische beschaving.

Over het tijdstip van aankomst van de Sumeriërs zijn de meningen verdeeld. Sommigen gewagen van 5000 v. chr. terwijl anderen het op 3300 v. chr. houden. Hoe dan ook waren er sinds het begin van het derde millenium v. chr. minstens 12 stadstaten in de regio, waaronder Ur, Umma en Bad-tibira. Elk van deze steden bestond uit een ommuurde stadskern, met de daarbuiten gelegen dorpen en landerijen. De politieke macht was aanvankelijk in handen van de burgers, maar naarmate de spanningen tussen de stadstaten steeg, werd meer en meer overgeschakeld naar een bestuur waarvan een koning de leiding op zich nam.

Na de grote vloed, sloegen een aantal koninkrijken erin anderen in te lijven. De eerste koning die er in sloeg de verschillende koninkrijken onder een banier te scharen was Etana, maar de belangrijkste was ongetwijfeld Sargon. Hoewel diens dynastie niet lang standhield, verenigde hij de stadstaten die na een periode van desintegratie opnieuw onafhankelijk waren geworden en installeerde hij een regeermodel dat in het Midden-Oosten grote invloed had. Ook daarna volgt er een periode van verval en reintegratie, die culmineert in de derde dynastie van Ur. Na 1900 v. chr. veroveren de Amorieten Mesopotamië en komt er voorgoed een einde aan het Sumerische rijk.

De invloed van de Sumerische cultuur bleek echter onuitwisbaar. Niet alleen door de ‘uitvinding’ van het wiel en het schrift, waar de Sumeriërs doorgaans het krediet voor mogen ontvangen. Ook religieuze denkbeelden leven, tot op de dag van vandaag, verder. Zo hebben heel wat elementen van de Sumerische mythologie hun weg gevonden naar het Oude Testament en dan vooral naar het boek Genesis.

En ook de opvattingen over dood en ziekte zullen devote katholieken bekend in de oren klinken. Ongeluk was het gevolg van zonden en de goden van de Sumeriërs waren niet alleen in staat tot het goede, maar toonden af en toe ook hun minder fraaie kanten. Op steun van een beledigde god moest niet gerekend worden. Anders dan christenen, konden de Sumeriërs zich niet verheugen in een hiernamaals waar het goed toeven is. Het leven na de dood was er een zo goed als onverkend thema en de dood werd niet gevolgd door een morele eindafrekening. In het algemeen werd de dood als iets schrikbarends en essentieel slechts bekeken. De doden nemen dan ook een vooraanstaande plaats in de Sumerische demonologie in.

Ook al werd er niet echt uitgekeken naar een bestaan aan gene zijde van het leven, toch werden er grafgeschenken meegegeven. Dat gebruik had waarschijnlijk weinig te maken met eerbetoon aan de overlevenden, maar diende eerder als zoenoffer om de doden rustig te houden. In Umm al-Ajarib werden zo al ivoren cylindrische zegels, konische kommen en vazen, waarvan sommigen met inscriptie, teruggevonden. Echt opzienbarende vondsten blijven voorlopig echter uit. Op de begraafplaats zelf na, natuurlijk. (DdV)

 
Related links:

 

 


© David de Vaal