(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Menselijk genoom gepubliceerd
Mens heeft minder genen dan gedacht - 12-02-2001

Vandaag werd het menselijk genoom, dat al in juni als voltooid werd aangekondigd, gepubliceerd in de gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften Science en Nature. Het tromgeroffel dat deze symbolisch belangrijke gebeurtenis begeleidt klinkt al enkele dagen, maar kan het geruzie en de kritische geluiden niet overstemmen.

Menselijk genoom alweer in kaart gebracht?

Het was al enkele dagen duidelijk dat 12 februari 2001 een datum moet worden die in elk toekomstig geschiedenisboek vermeld staat als ‘De Dag Dat Het Menselijke Genoom Werd Gepubliceerd’. Met persconferenties in Washington, Londen, Parijs, Berlijn en Tokio, werd het nieuws vandaag nog eens benadrukt, maar er was waarschijnlijk geen krant ter wereld die de bekendmaking vandaag al niet op de voorpagina had staan.

Het gaat dan ook om een indrukwekkende prestatie, die bovendien veel sneller dan verwacht werd voltooid. Er mogen dan wel minder genen zijn aangetroffen dan verwacht, het gaat toch nog steeds om 3,1 miljard DNA-eenheden - de inmiddels beroemde letters A, T, C, G - die moesten worden geanalyseerd. Het project levert overigens ook nog ander vermakelijk cijfermateriaal op. Elk van de menselijke cellen bevat maar liefst 180 cm aan genetisch materiaal, ook al heeft een cel slechts een diameter van gemiddeld 0,01mm. Als men dan al dat DNA uit een menselijk lichaam op één lijn zou brengen, zou dat voldoende zijn om de afstand van de aarde tot de zon 600 keer te overbruggen.

In juni vorig jaar werd het voltooien van het menselijk genoomproject al een eerste keer aangekondigd, maar het heeft tot vandaag geduurd voor de gegevens in voldoende mate waren geanalyseerd en opgetekend, zodat nu pas tot publicatie kan worden overgegaan. Dat gebeurt gelijktijdig in de twee meest prestigieuze wetenschappelijke tijdschriften, Science en Nature, en door twee concurrenten: het commerciële bedrijf Celera Genomics en het met overheidsgeld gesponsorde International Human Genome Sequencing Consortium. Beiden vlogen elkaar eerder al stevig in de haren over de methode die de concurrent gebruikte om het genoom op te stellen en ondanks de schijnbare vrede die de gezamenlijke publicatie doet vermoeden, werd ook vandaag met modder gegooid. Het International Human Genome Sequencing Consortium verwijt Celera immers te veel restricties op te leggen voor het gebruik van hun versie van het genoom. Dat is dan ook een teer punt, want al vanaf bekend werd gemaakt dat een commercieel bedrijf de volgorde van het erfelijke materiaal van de mens zou bepalen, wordt gevreesd voor de commercialisering van de wetenschappelijke vruchten die dit project zou moeten opleveren. De rivaliteit tussen beide onderzoeksteams neemt bijwijlen kinderachtige proporties aan, zoals mocht blijken op de persconferenties, waar tot op de minuut nauwkeurig werd bepaald hoe lang iedere partij mocht spreken.

Net geen worm

Toen de voltooiing van het menselijk genoom in juni werd aangekondigd, wist men weinig meer dan de volgorde van de A’s, C’s, T’s, en G’s, maar sindsdien is het inzicht in het erfelijk materiaal van de mensheid met sprongen vooruit gegaan. Zo blijkt dat slechts 5% van het DNA uit genen bestaat, de instructies om proteïnen aan te maken. De overige 95% wordt ‘junk’, rommel, genoemd, wat niet per se wil zeggen dat het nutteloos is. Deze ‘transposons’ zijn voor een aanzienlijk deel afkomstig van virussen en bacteriën, die hun erfelijk materiaal in het menselijke DNA hebben gebracht. Wat de precieze functie van deze transposons is, is onduidelijk, maar de 95% erfelijke ‘rommel’ lijkt wel degelijk belangrijk te zijn.

Aan de genen alleen heeft een mens zijn uitzonderlijke ontwikkeling immers niet te danken. Dat was wellicht nog de grootste verrassing waarmee de genoom-onderzoekers werden geconfronteerd. Aanvankelijk werd immers gedacht dat er minstens 100.000 genen nodig zouden zijn om een mens in elkaar te boksen, maar nu blijkt dat een goede 30.000 al voldoende zijn. De mens heeft maar 31.780 genen, zo schat het International Human Genome Sequencing Consortium en dat zijn er nauwelijks meer dan het fruitvliegje met 13.601 of de rondworm met 19.099 genen. Bovendien zijn heel wat van de menselijke genen rechtstreeks overgenomen van bacteriën of virussen, waaronder een gen dat een rol speelt in depressies. En er zijn maar een 300-tal genen die wel in de mens, maar niet in een muis worden aangetroffen. Voor de menselijke eigendunk is het genoomproject alvast geen goede zaak geweest.

Omdat het menselijk genoom veel meer ‘junk’ bevat dan het genoom van lagere diersoorten, vermoeden wetenschappers dat hier de oorzaak ligt van de hoge menselijke ontwikkeling. Maar men heeft hier nog maar het eerste tipje van een bijzonder grote sluier opgelicht en met het voltooien van het menselijke genoom staat men dan ook nog maar aan het begin van de ontrafeling van de menselijke natuur. Niet alleen is nog heel wat meer onderzoek nodig, de complexiteit van de processen die men nu kan beginnen te bestuderen, vragen een nieuwe invulling van een wetenschap als biologie. Dat het volledige genoom nog niet echt ontrafeld is, is daarbij zelfs bijzaak. Het ‘boek van het leven’ mag dan al wel voor 91% en met een zekerheid van 99,99% zijn opgeschreven, voorlopig begrijpt nog niemand de taal, blijkt het verhaal niet lineair te lopen en is er geen woordenboek voorhanden. Het gaat nog even duren voor de mens God kan spelen.

(DdV)


Related links:

 

Het genoom in Nature

Meer informatie omtrent het menselijke genoom

 

© David de Vaal