Humor
in de hersenen
Verschillende soorten grappen zetten andere hersendelen
in werking - 28-02-2001
Door
na te gaan welke delen van de hersenen in werking treden als proefpersonen
een grap te horen krijgen, hebben onderzoekers vastgesteld dat verschillende
types grappen in andere delen van de hersenen worden verwerkt. Maar
het plezier dat ze teweeg brengen, brengt wel maar één hersenregio
in beroering.
Sinds de neurologie de apparatuur heeft kunnen bemachtigen om de werking
van de hersenen makkelijk en accuraat in kaart te brengen, is geen
vorm van menselijk gedrag meer veilig voor de priemende blik van het
hersenonderzoek. Zelfs humor moet eraan geloven, zo bleek deze week
toen Vinod Goel van de York
University in Toronto en Raymond Dolan van het Institute
of Neurology in London de resultaten van hun onderzoek voorstelden.
Ze hadden vastgesteld dat verschillende types grappen, andere hersendelen
in werking zetten.
Zij maakten daarbij gebruik van het in deze kringen populaire functional
magnetic resonance imaging (fMRI), een techniek die de neurologische
activiteit in de hersenen kan meten zonder dat daarbij contrastvloeistoffen,
radioactieve elementen, electrodes of andere nadelige of ongemakkelijke
instrumenten voor nodig zijn. Met behulp van fMRI werden de reacties
van 14 gezonde testpersonen op twee soorten grappen getest: 30 semantische
grapjes - zoals “Afgelopen winter was het zó koud dat ik mijn advocaat
over straat zag lopen met zijn handen in zijn éigen zakken” en 30
woordspelingen
- bv. “De psychiater mag niet gestoord worden”.
Zoals duidelijk is mochten de grollen niet al te lachwekkend zijn:
al te veel buikschudden zou de magnetische scan verstoren. Uit de
proefnemingen, die in het maart-nummer van Nature
Neuroscience gepubliceerd zullen worden, bleek dat de woordspelingen
en semantische grappen in andere regionen van de hersenen worden verwerkt.
Woordspelingen activeerden delen van de hersenen die ook in werking
treden als gesproken taal geïnterpreteerd moeten worden. Volgens Goel
geldt dat in het bijzonder wanneer de ‘clou’ van de woordspeling een
fonologisch element bevat. De semantische grapjes activeerden daarentegen
een regio die doorgaans pas wordt aangesproken als alternatieve, minder
voor de hand liggende woordbetekenissen worden voorgeschoteld.
Nadat de grappen en grollen waren doorstaan en de scans beëindigd,
werden de proefpersonen nog gevraagd de gepresenteerde spitsvondigheden
te evalueren. Deze antwoorden werden dan vergeleken met de hersenscans
voor elke grap en daaruit bleek dat hoe leuker men iets vond, hoe
meer uitgesproken de activiteit in een derde hersenregio was. Hier
dook geen onderscheid meer op tussen de verschillende soorten geintjes.
Het deel van de hersenen dat klaarblijkelijk in actie treedt als iets
amusant wordt bevonden, staat in verband met de verwerking van beloningen,
dingen waarnaar de mens doelbewust op zoek gaat.
Andere neurologen prijzen de studie, maar wijzen er tegelijk fijntjes
op dat dit niet betekent dat humor nu volledig doorgrond is. Dat verschillende
hersendelen een rol spelen in de verwerking van grappen was al langer
bekend, ook al werd in dat verband vooral het verschil tussen verbale
en nonverbale humor onderzocht. Daaraan is nu een verschil toegevoegd,
binnen het veld van de ‘talige’ humor. Het belang van dit soort studies
schuilt hem dan ook vooral in de bijdrage die zij leveren in de algemene
kennis van de hersenen en hoe zij informatie verwerken. Humor is daarbij
interessant, omdat het een erg complex gegeven is. Gelukkig zorgen
de hersenen er zelf wel voor dat op momenten dat een goede 'punchline'
doordringt, de wetenschappelijke verklaringen geen kans maken om zich
op te dringen.
(DdV)
Related links:
”Een
ernstig artikel over de lach”
De
Whole Brain Atlas
Meer
woordspelingen
©
David de Vaal