Moedertaal
beďnvloedt ernst van dyslexie
Maar onderliggende neurologische processen zijn
universeel - 16-03-2001
Door
de hersenprocessen van mensen die Engels, Frans of Italiaans lezen
op te tekenen, zijn wetenschappers erachter gekomen dat de aard van
de taal wel een invloed heeft op dyslexie, maar dat de hersenprocessen
bij iedere dyslecticus gelijk zijn.
Dyslexie
komt twee maal vaker voor in de Verenigde Staten dan in Italië, maar
waarom dat zo is bleef lang een raadsel. Het onderzoek van Eraldo
Paulesu van de universiteit van Milaan-Bicocca,
biedt nu opheldering: het ligt aan de dominante taal in beide landen,
meer bepaald aan de orthografie,
die manier waarop klanken gespeld worden.
Hoewel er verschillende definities
van dyslexie geformuleerd kunnen worden, hebben die gemeen dat dyslexie
als een leerstoornis wordt beschouwd, waarbij dyslectici een lees-
en schrijfachterstand hebben op leeftijdgenoten. Andere cognitieve
beperkingen worden daarbij niet vastgesteld en dyslectici hebben verder
een normale geestelijke ontwikkeling gekend. In het verleden werden
dyslectici wel eens als dom of verstandelijk gehandicapt beschouwd,
maar dat is dus een misvatting.
Dyslexie wordt veroorzaakt doordat de hersenen van iemand met deze
stoornis moeite hebben schriftelijke tekens te verwerken. Dyslectici
leren hun moedertaal even snel en met evenveel gemak als niet-dyslectici
en de problemen manifesteren zich pas als men de taal leert lezen
en schrijven.
Het verwerken van gesproken en geschreven taal gebeurt immers op een
volledig andere manier, en zijn ook op een heel ander moment in de
tijd ontstaan. Lezen en schrijven zijn veel recentere menselijke verwezenlijkingen
en volgens Lewis Leavitt, een specialist in kindercommunicatie, is
het niet verwonderlijk dat iets wat voor de mensheid zo nieuw is,
voor een aanzielijk aantal mensen problemen oplevert.
Dat dyslexie een neurologische basis heeft, verklaart echter niet
waarom het zo veel vaker voorkomt in de VS in vergelijking met Italië.
Daarom vergeleek het wetenschappelijke team achter de studie de hersenactiviteit
van 72 studenten die Engels, Frans of Italiaans als moedertaal hebben.
Telkens werden twee groepen onderscheiden: studenten met dyslectische
lees- en schrijfproblemen en studenten zonder deze problemen. De PET-scans
(positron emission tomography), waarmee de energie wordt gemeten die
in bepaalde hersendelen wordt gebruikt als men denkt, waren duidelijk.
Onafhankelijk van de taal toonden personen met dyslexie steeds minder
activiteit bij leestaken. Desondanks was de score van Italiaanstaligen
aanzienlijk beter dan de prestaties van hun Engels- en Franstalige
collega’s.
Volgens de onderzoekers toont dat aan dat dyslexie een universele
neurologische oorzaak heeft en kunnen de verschillen in de scores
bij de leestests alleen verklaard worden door de taal van de proefpersonen.
Dat Italianen het daarbij aanzienlijk beter deden, zou dan te maken
hebben met de relatief eenvoudige ortografie van het Italiaans.
Zo zijn er in het Italiaans 25 fonemen of klankeenheden, die door
in totaal 33 grafemen of lettercombinaties kunnen worden neergeschreven.
In het Engels bestaan er daarentegen 1120 manieren om 40 fonemen neer
te schrijven. Terwijl het Italiaans relatief ‘zuiver’ is gebleven
hebben Engels en Frans spellingswijzen uit andere talen overgenomen,
waardoor het nu een verwarrend geheel is geworden. Zo wordt de /gh/
uit bough heel anders uitgesproken dan in cough. Dat fenomen kennen
we ook in het Nederlands, waar de /c/ in citroen heel anders klinkt
dan in clan. Daarom zou een milde vorm van dyslexie in het Italiaans
mogelijk onopgemerkt blijven, maar in Angelsaksische landen wel tot
uiting komen.
Overigens kunnen bij het onderzoek nog enkele kanttekeningen geplaatst
worden. Elizabeth Bayes van de universiteit van San Diego merkt op
dat het feit dat dyslectici een kenmerkende hersenactiviteit gemeen
hebben, nog geen bewijs is van een fysiek defect. “Als ik anders lees
dan jij dan zullen onze hersenpatronen anders zijn, maar dat betekent
nog niet dat onze hersenen anders zijn, alleen dat ik ze anders gebruik”,
aldus Bayes. Bovendien is het een beetje voorbarig over universele
kenmerken te spreken als alleen sprekers van Indo-Germaanse talen
worden onderzocht, een talenfamilie die naast een aantal onderscheidende
kenmerken ook heel wat eigenschappen gemeenschappelijk heeft.
(DdV)
Related links:
Dyslexie
Online
Het
verschil tussen woorden zien en horen
©
David de Vaal