(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Lekkerbek-gen ontdekt
Werking smaak wordt wat duidelijker - 23-04-2001

Hoe we bepaalde smaken waarnemen blijft een raadsel, maar twee wetenschappelijke onderzoeken beweren nu het gen gevonden te hebben dat onze tong in staat stelt zoetigheid te proeven. Daarmee is de genetische basis voor twee basissmaken bepaald. Vorig jaar werd immers al een bitter-gen gelokaliseerd.

 

Hoe de mens erin slaagt duizenden smaken, die vaak slechts subtiel van elkaar verschillen, te herkennen is nog steeds onduidelijk, ook al steeg de wetenschappelijke aandacht voor dit zintuig de laaste jaren sterk. Eén van de processen die bij smaakwaarneming aan het werk zijn, is echter wel al grondig onderzocht.

Het zijn de smaakknoppen op de tong, waarvan ieder mens er ongeveer 10.000 heeft, die smaak waarnemen. Elk van deze smaakcellen bevat 50 tot 150 receptorcellen. Deze zijn op hun beurt uitgerust met receptoren, proteïnen die uit de cellen steken, en nagaan of bepaalde smaakmoleculen aanwezig zijn. De receptoren hebben een vorm waarin de smaakmolecule precies past, zoals twee puzzelstukjes.

Of receptor-proteïnen al dan niet worden aangemaakt, wordt door de genen geregeld. Dat toonden medewerkers van de Harvard Medical School in april vorig jaar aan, toen zij erin sloegen een cluster van genen te identificeren die verantwoordelijk is voor de productie van receptoren die op de smaak 'bitter' reageren. Dat deden zij door deze genen eerst in muizen te zoeken, en daarna het corresponderende menselijke gen op te sporen in het Menselijk Genoomproject.

Dit beproefde recept werd nu herhaald door twee wetenschappelijke teams: één van de Mount Sinai Medical School en de groep van de Harvard Medical School. Zij publiceerden hun resultaten respectievelijk in Nature Neuroscience en Nature Genetics. Zij menen het gen gevonden te hebben dat het proteïne produceert dat ons in staat stelt van allerhande zoetigheden te genieten.

Zij beschikten hiervoor over twee varianten laboratoriummuizen, waarbij de eerste soort een voorliefde toont voor gezoet water, terwijl de anderen het liever bij een glaasje kraantjeswater houden. Door het genetisch materiaal van beide soorten te onderzoeken, stootten de onderzoekers op verschillen, waardoor uiteindelijk het gen kon worden gelokaliseerd. Dat gen zou dan door minieme verschillen verantwoordelijk zijn voor het feit dat de eerste muizenvariant duidelijk liever zoet water drinkt en de anderen er een meer ascetische levensstijl op na houden.

Nadat het gen bij de muizen was gevonden, doken de onderzoekers opnieuw in de gegevensbank van het Menselijk Genoomproject, waar zij de menselijke variant van het ‘zoetekauw-gen’, dat overigens met de wat saaiere officiële naam T1R3 door het leven moet, opsnorden.

Volledige zekerheid dat men het juiste gen te pakken heeft, is er nog niet. Anders dan bij de genetische cluster die de receptor voor ‘bitter’ registreert, heeft men hier nog niet de tijd gehad om na te gaan of T1R3 de receptor voor ‘zoet’ wel degelijk aanmaakt. Volgens bioloog Stuart Firestein van de Columbia University is het reeds verzamelde bewijs echter overtuigend en Susan Sullivan, van het Amerikaanse National Institute on Deafness and Other Communication Disorders maakte bekend dat ook zij hetzelfde gen als ‘zoet-gen’ had geïdentificeerd.

De onderzoekers maken zich sterk dat hun ontdekking zal kunnen bijdragen aan de bestrijding van zwaarlijvigheid en ziektes als diabetes. Maar omdat het erg onwaarschijnlijk is dat alleen dit ene gen verantwoordelijk is voor de drang die sommige mensen voelen om zich op chocolade, gebak, ijs of ander snoepgoed te storten, lijkt dit onderzoek vooral goed nieuws voor de fabrikanten van zoetmakers. De ontwikkeling van artificiële zoetmakers lijkt immers volgens een omslachtig trial-and-error proces tot stand stand te zijn gekomen. Deze industrie heeft ondertussen een hoge vlucht genomen en is uitgegroeid tot een miljardenbusiness. Als de raadsels rond de menselijke smaakperceptie worden ontrafeld, zullen de producenten daarvan gebruik kunnen maken om een nieuwe generatie zoetmakers te ontwikkelen. Misschien zelfs eentje die echt naar suiker smaakt.

(DdV)

Aansluitende artikels:

Een zintuiglijke siamese tweeling

 


 
Related links:

 

Het bitter-gen

Menselijk genoomproject

 

© David de Vaal