(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Graf Djenghis Kahn gevonden?
Nabij belangrijke plaatsen uit levens Mongoolse leider - 20-08-2001

Een Amerikaans-Mongools archeologisch team denkt het mysterieuze graf van de legendarische Mongoolse leider Djenghis Kahn gevonden te hebben . Al eeuwen is men op zoek naar de laatste rustplaats van krijgsheer en ook nu is het nog te vroeg definitieve uitspraken te doen.

 

Nadat Djenghis Kahn werd begraven, zo wil de legende, reden zijn soldaten met paarden over het graf, zodat alle sporen werden uitgewist. Dan werden de dienaars die bij de ceremonie aanwezig waren over de kling gejaagd, waarna ook de krijgers zelf door Djenghis’ generaals werden omgebracht, zodat er haast niemand meer overbleef om de locatie van het graf te verraden.

Dat tot vandaag niemand erin geslaagd is het graf van de roemruchte heerser te vinden is dan ook niet zo vreemd. Tal van expedities keerden onverrichterzake terug en waar wel resultaten bekend werden gemaakt, staken twijfels al snel de kop op. In september vorig jaar beweerden Chinese archeologen het graf gevonden te hebben in de Chinese provincie Xinjiang, dicht bij het Altaïgebergte. Maar de Mongolen zelf waren er altijd van overtuigd geweest dat Djenghis Kahn ten noordoosten van de hoofdstad Oelan Bator was begraven en meer bewijsmateriaal lijken de Chinesen voorlopig nog niet aangedragen te hebben.

Een Amerikaans-Mongools team dat door het leven gaat als de ‘Djenghis Kahn Geo-Historische Expeditie’ is het meest recente team dat beweert het graf van de Mongoolse krijgsheer gevonden te hebben. In tegenstelling tot de Chinese onderzoeksgroep lokaliseren zij de laatste rustplaats wel ten noordoosten van de Mongoolse hoofdstad, dichtbij de grens met Rusland.

Het is niet zo verwonderlijk dat Djenghis Kahn, geboren als Temoejin rond 1165, tot de verbeelding blijft spreken. Niet alleen sloeg hij erin het grootste rijk uit te bouwen dat ooit tijdens het leven van één man werd veroverd, bovendien blijft het Mongoolse rijk onder Temoejin tot op de dag van vandaag het meest uitgebreide aan elkaar grenzende territorium dat ooit door één volk werd overheerst. Temoejin werd dan ook al vroeg het politieke leven in gekatapulteerd. Op een moment dat er van een verenigd Mongools rijk nog absoluut geen sprake is, volgt hij op 13-jarige leeftijd zijn vader als tribale leider op. De beginjaren zijn moeilijk en er barst een interne strijd om het leiderschap los, waar Djenghis zegevierend uit te voorschijn komt.

Daarna groeit de faam van Temoejin snel en weet hij, onder meer door zich consequent van elke opposant te ontdoen, bijna heel Monogolië onder zijn heerschappij te verenigen. In 1206 wordt hij tot ‘Djenghis Kahn’ gemaakt, de leider van alle Mongolen. De expansie zet zich daarna verder buiten de Mongoolse grenzen en bij zijn dood in 1227, na een wond of een val van een paard, strekt zijn rijk zich uit van China tot aan de Kaspische Zee. Daarbij zouden de nomadenlegers bijzonder gewelddadig te keer zijn gegaan en massamoord maakte deel uit van de gebruikelijke strategie. Het leverde hem de bijnaam ‘Gesel Gods’ op.

Het graf dat het Amerikaanse-Mongoolse team meent ontdekt te hebben, ligt vlakbij enkele plaatsen die een prominente plaats innamen in het leven van Djenghis Kahn. Het zou maar enkele kilometer verwijderd zijn van de plaats waar hij werd geboren en van de plek waar hij tot Kahn werd gekroond. De site (zie foto) is omringd door een tot 3,5 meter hoge en meer dan 3km lange muur, waar minstens 20 graven vlak onder een heuveltop verscholen liggen, allen rechthoekig en afgezet met grote stenen. Lager zouden zich nog 40 graven bevinden. Volgens John Woods, een geschiedkundige van de universiteit van Chicago, zou het om begraafplaatsen van ‘hooggeplaatsten’ gaan. Dat destijds blijkbaar grondige maatregelen werden getroffen om de locatie van de begraafplaats geheim te houden, doet de onderzoekers hopen dat er in het graf bijzonder rijke schatten te vinden zijn. Bovendien is er nooit veel teruggevonden van de schatten die de Kahn bij zijn veroveringen zou hebben buitgemaakt gevonden. Het enthousiasme van Woods lijkt alvast gewekt te zijn want hij verklaarde licht opgewonden dat: “de graven hol klonken toen ik er met mijn wandelstok op sloeg”.

Veel meer materiaal om de hypothese te staven dat het hier om het graf van de roemruchte Mongoolse leider gaat lijken er echter niet te zijn. Integendeel, ter plaatste gevonden potscherven, nog steeds erg belangrijk als archeologische dateringstechniek, blijken uit een periode te stammen die zich voor de geboorte van Djenghis Kahn situeert. Bovendien werd de site al eens bezocht door een Japans team, dat eveneens op zoek was naar de laatste rustplaats van Temoejin. Zij besloten dat dit niet de correcte plek was, maar waren dan ook vooral op zoek naar een ondergrondse begraafplaats.

Bovendien is het nog lang niet zeker dat de archeologen toestemming zullen krijgen om de graven te openen en zo het broodnodige onderzoek te verrichten. Enerzijds is er de terechte bezorgdheid van de Mongoolse autoriteiten dat dit zou leiden tot een plundering van het patrimonium, al hebben de onderzoekers beloofd dat eventuele gevonden artefacten in het land zullen blijven. Daarnaast zijn er echter ook nog culturele bezwaren tegen het openbreken van de graven. Men gelooft dat als het lichaam van de overledene wordt verstoord, ook zijn of haar ziel wordt vernietigd. De Mongoolse publieke opinie lijkt er in elk geval weinig voor te voelen de ziel van Djenghis Kahn in gevaar te brengen en de begraafplaats staat bekend als ‘Ikh Khoring’, het Grote Taboe. Het is allicht de reden dat Mongolië archeologisch gezien nog grotendeels braakliggend terrein is en dat de overheid slechts bij hoge uitzondering toelating verstrekt een spade in de grond te steken.

De vorsers hopen toch officiële toestemming te krijgen via twee vooraanstaande leden van de onderzoeksgroep, T. Ishdorj en S. Bira. Zij zijn bijzonder enthousiast over de ontdekking en maken bovendien deel uit van de nationale wetenschappelijke academie, die een adviesfunctie vervult. De initiatiefnemer van de expeditie, Maury Kravitz voormalige advocaat en handelaar en nu een enthousiast amateur-historicus, laat het allemaal niet aan zijn hart komen. Hij bestudeert Djenghis Khan al 40 jaar en is ervan overtuigd op het punt te staan de ‘vondst der vondsten’ te doen.

David de Vaal

Aansluitende artikels:

Verzwolgen stad geeft eindelijk geheimen prijs - 08-01-2001

Bracht de zon het Maya-rijk ten val? - 21-05-2001

Twisten over de plaats waar de Boeddha opgroeide - 24-04-2001

 


 
Related links:

 

Het Mongoolse Rijk

Djenghis Kahn in de encyclopedie Encarta

Het Mongoolse Rijk

 

© David de Vaal