(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Het brein, en hoe het wordt gebruikt
Grootmeesters, musici en ouderen gebruiken andere hersendelen - 21-08-2001

Naarmate neurologen beter onder de menselijke schedelpan kunnen kijken, stoten ze op steeds meer verschillen in het gebruik van de hersenen. Recent onderzoek toont aan dat grootmeesters hun grijze cellen anders pijnigen dan amateurschakers, oudere mensen in tegenstelling tot jongeren vaker een beroep moeten doen op beide hersenhelften, musici muziek als taal verwerken en jongetjes op een andere manier gezichten herkennen dan meisjes.

 

Grootmeesters vertrouwen op hun geheugen

Wie in de schaakwereld de titel van grootmeester in de wacht wil slepen moet lang en hard studeren. Er moet geblokt worden op openingen en het is een must de partijen van de grote (en minder grote) kampioenen grondig te analyseren. Maar bovenal moeten stellingen worden bestudeerd, duizenden en duizenden posities, allen met hun eigen problemen, oplossingen en mogelijke strategieën.

Eén en ander heeft zo zijn effect op de hersenen, zo bleek al in het verleden. Toon enkele seconden een opstelling uit een reële partij en de schaakgrootmeester zal nadien minstens 25% van alle stukken op de juiste plek op het bord kunnen plaatsen, terwijl amateurschakers daar voor nauwelijks 5% van de stukken in slagen. En ook een nieuwe studie, verricht door onderzoekers van de Duitse universiteit van Lorentz, toont aan dat grootmeesters hun hersenen op een andere manier inschakelen dan de enthousiaste liefhebber.

Voor het experiment werden twintig schakers gevraagd een partijtje tegen de computer te spelen. Tijdens het middenspel werd met een nieuwe magnetische techniek (magneto-encefalografie) de hersenactiviteit in de vorm van korte gammauitbarstingen in beeld gebracht. Daaruit bleek dat grootmeesters eerder een beroep doen op het frontale en pariëtale hersenschors, terwijl amateurs vooral hun lobus temporalis moeten aanspreken.

Dat wijst er volgens de onderzoekers op dat grootmeesters het schaakspel op een andere manier bekijken dan de liefhebber. Het hersengebied dat bij schakende amateurs wordt geactiveerd, staat in voor het verrichten van nieuwe taken en het creëren van korte termijn herinneringen. Het hersenschors waar de gammauitbarstingen bij grootmeesters vandaan komen is betrokken bij het lange termijn geheugen en complexe motorische opdrachten. Schaakkampioenen, getraind door duizenden stellingen te memoriseren, lijken dan ook vooral een beroep te doen op hun geheugen om de problemen op het bord op te lossen, terwijl liefhebbers telkens opnieuw een geheel nieuw probleem moeten aanvatten. Overigens waren het alleen de beroepsschakers die niet het onderspit moesten delven tegen hun digitale opponent.

Dat betekent uiteraard niet dat schakende grootmeesters niet meer doen dan de juiste respons uit hun geheugen opdiepen wanneer ze met een bepaalde situatie worden geconfronteerd. Het belangrijkste in de grijze massa van deze meesters zijn niet de hoeveelheid posities die erin opgeslagen zijn, maar de manier waarop deze ‘geheugenblokjes’ met elkaar verbonden zijn.

Muziek en taal

Schaakgrootmeesters zijn niet de enige beroepscategorie waarbij zich kenmerkende processen onder de schedelpan afspelen, ook professionele musici zouden makkelijk te herkennen zijn aan de hand van hun hersenactiviteit. Tenminste, als die activiteit wordt gemeten tijdens het beluisteren van muziek.

Dat is precies wat enkele vorsers verbonden aan het National Center of Neurology and Psychiatry in Tokio hebben gedaan. 28 proefpersonen kregen er Bachs Italiaanse concerto voorgeschoteld, waarna het wetenschappelijk team magnetische scans namen van hun hersenen. Daaruit bleek dat het planum temporale, een hersenregio die betrokken is bij de verwerking van auditieve signalen, bij alle luisteraars geactiveerd wordt. Opvallend was echter dat dit zich bij de doorsnee liefhebber vooral in de rechterkant van het planum afspeelde, terwijl bij musici de linkerkant van dit hersendeel wordt ingeschakeld. Dit laatste effect wordt bijzonder duidelijk bij mensen die op erg jonge leeftijd aan hun muzikale vorming begonnen en bij mensen met een absoluut gehoor. Dat wijst erop dat muzikale vaardigheden aangeleerd, eerder dan aangeboren, zijn.

Aangezien de belangrijkste functie van het linker planum temporalis vermoedelijk bij het verwerken van taal ligt, lijken deze bevindingen erop te wijzen dat musici muziek op een meer analytische manier verwerken dan gewone liefhebbers. Volgens de onderzoekers is het mogelijk dat de onderliggende principes voor de analyse van taal en muziek gebruik maken van dezelfde hersenstructuren.

Ouderen gebruiken twee hersenhelften

Naarmate we ouder worden gaat ons geheugen achteruit. Niet echt een opzienbarende vaststelling, maar het tijdstip waarop de degradatie zich inzet is dat misschien wel. In een studie waarbij meer dan 350 mannen en vrouwen met een leeftijd van 20 tot 90 jaar werden onderzocht, bleek immers dat al bij de rijpe leeftijd van 20 jaar het geheugen de tand des tijds begint te voelen. Al die keren dat u plots in een kamer stond zonder dat u zich nog herinnerde wat u daar precies kwam doen, hebben dus niet noodzakelijk met verstrooidheid te maken maar zijn een gevolg van een aftakelingsproces dat zich blijkbaar al erg vroeg inzet. Al is er mogelijk ook een andere oorzaak: Toshiyuki Sawaguchi, een Japans neurobioloog, moest na een eerste, verkennende studie besluiten dat de werking van het geheugen van de generatie die is opgegroeid met computers bij 1 op 10 proefpersonen bijzonder problematisch was. “Jonge mensen vandaag zijn dom aan het worden”, volgens Sawaguchi. Door computers, palmtops en het internet als een soort van extern geheugen te gebruiken, zouden essentiële vaardigheden verloren gaan. Ook het brein moet trainen, vindt de professor.

Niet getreurd echter, de hersenen hebben immers zo hun eigen methodes om met deze ongemakken om te gaan. Dat bleek uit het onderzoek van een aantal medewerkers van de universiteit van Michigan, die nagingen hoe de hersenen van oudere en jongere proefpersonen zich gedragen bij het afwerken van een aantal opdrachten. Dat jongeren beter scoorden in een test die peilde naar het korte termijngeheugen lag binnen de verwachtingen, maar de hersenactiviteit die bij het vervullen van deze taak werd opgetekend was wel een verrassing. Jongvolwassenen brachten de taak tot een goed einde dankzij hun linkerhersenhelft, terwijl bij oudere proefpersonen beide hemisferen werden ingeschakeld. Eenzelfde effect trad op bij proeven die werden opgesteld om het spatiale geheugen te testen en ook bij het evalueren van een wiskundige oplossing kon men hetzelfde verschil in hersenfuncties vaststellen.

Bij de wiskundige proef viel op dat beide groepen testpersonen het even goed deden, tot er gevraagd werd gelijktijdig een woord te memoriseren. Als beide taken gelijktijdig moeten worden uitgevoerd, scoorden oudere volwassenen aanzienlijk slechter dan de jongere controlegroep. Volgens de onderzoekers tonen deze resultaten aan dat de hersenen flexibel genoeg zijn om het teruglopende geheugen op te vangen. Daarvoor worden andere hersendelen aangesproken, die dan echter niet meer beschikbaar zijn om andere taken - zoals het controleren van een wiskundige bewerking - te verrichten.

Gezichtsherkenning

Een laatste recent onderzoek dat aantoont dat niet iedereen zijn hersenen op dezelfde manier gebruikt gaat op zoek naar cerebrale verschillen tussen prepuberale jongens en meisjes. In een tweetal testen werd nagegaan of het herkennen van gezichten op een andere manier verloopt bij meisjes dan bij jongens.

Daartoe werden de kinderen in een eerste proef geconfronteerd met een drietal dia’s, waarbij op de laatste dia een gezicht dat eerder aan bod was gekomen moest worden herkend, los van de emoties die erop te herkennen waren. Tijdens een tweede proef werd wel onderzocht hoe de kinderen gelaatsuitdrukkingen verwerkten. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat bij gezichtsherkenning vooral de rechterhemisfeer aangesproken wordt en dat volwassen mannen beter zijn in spatiale en non-verbale taken. De tests waren dan ook bedoeld om na te gaan of dat verschil zich ook bij prepuberale kinderen manifesteert.

Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Bij de jongens werd bij het herkennen van gezichten meer activiteit in de rechterhersenhelft vastgesteld, terwijl bij meisjes vooral de linkerhemisfeer aan het werk werd gezet. Bij de herkenning van gelaatsuitdrukkingen werd eenzelfde patroon vastgesteld.

Jongens en meisjes deden het even goed bij deze opdrachten, maar het verschil in hersenactiviteit doet de onderzoekers vermoeden dat zij daarbij niet op dezelfde manier te werk gaan. Jongens zouden gezichten eerder op een globaal niveau evalueren, terwijl meisjes meer lokaal te werk gaan. Daardoor zouden meisjes er op termijn misschien beter in kunnen slagen gezichten te ‘lezen’. Maar de resultaten leverden geen zwart-wit beeld op en er werden vele individuele verschillen vastgesteld in hersenactiviteit. Het onderzoek zou vooral van belang kunnen zijn in de manier waarop schade aan deze hersendelen wordt behandeld.

David de Vaal

Aansluitende artikels:

Hebben stotteraars andere hersenen? – 26-06-2001

Bewustzijn zonder hersenactiviteit? – 02-07-2001

Zuigelingen kunnen reeds vroeg woorden onderscheiden – 06-06-2001

 


 
Related links:

 

Hersenchemie

The Whole Brain Atlas

 

© David de Vaal