Gat
in de ozonlaag blijft groeien
Alarmkreten
over de toestand van de aarde nemen toe - 05-10-2000
Vandaag
werd bekend gemaakt dat het gat in de ozonlaag boven Antarctica groter
is dan ooit tevoren. En de voorbije weken werden heel wat alarmerende
berichten de wereld ingestuurd. Het lijkt niet zo goed te gaan met
de aarde.
Ozongat
nu boven bewoond gebied
Vandaag werd in Wellington bekend gemaakt dat het gat in de ozonlaag
zich niet langer enkel boven het zuidpoolgebied uitstrekt, maar intussen
ook al de kusten van Zuid-Amerika heeft bereikt. Echt verrassend nieuws
is dat niet, want al in augustus werd een ongewoon grote terugval
van het ozonpeil vastgesteld. Vergeleken met het peil in de periode
1964-1974 was de hoeveelheid ozon gezakt met ongeveer 30%.
Het gat heeft nu een grootte van 29,3 miljoen vierkante kilometer,
ongeveer 3 maal de oppervlakte van de Verenigde Staten. Het strekt
zich nu uit tot boven Punta Arenas, een zuidelijk gebied van Chili.
De inwoners van dat gebied zijn nu dus blootgesteld aan sterk verhoogde
hoeveelheden UV-stralen, die huidkanker kunnen veroorzaken. Ook Zuid-Afrika,
Australië, Nieuw-Zeeland en Argentinië lopen gevaar, want er kunnen
stukken van het ozongat afscheuren, de zogenaamde filamenten.
Volgens onderzoekers ligt de oorzaak van de afname van de ozonlaag
bij een combinatie van factoren. Enerzijds blijven zij chloorfluorwaterkoolstoffen
(CFK’s) en andere ozon-vernietigende chemicaliën met de vinger wijzen,
anderzijds zou de poolvortex, een wind in de hogere luchtlagen die
een nadelige invloed heeft op de ozonlaag, dit jaar uitzonderlijk
sterk zijn.
Het
klimaat verandert ... in een steeds sneller tempo
Het nieuws over het ozongat is slechts het meest recente in een lange
reeks onheilspellende berichten die de afgelopen weken in de media
opdoken. Het meeste aandacht trok wellicht een bericht in de New York
Times, waarin gemeld werd dat het ijs op de Noordpool voor het eerst
in 50 miljoen jaar was gesmolten. Nadien werden daar kanttekeningen
bij geplaatst - het ging mogelijk om een natuurlijk verschijnsel dat
al eerder was gebeurd maar nooit was opgemerkt en vooral de claim
dat dit voor het eerst in 50 miljoen jaar gebeurde werd op hoongelach
onthaald. Maar het bewijs voor de opwarming van de aarde blijft zich
intussen wel opstapelen.
In
een eerder artikel kwam al kort een studie aan bod waarin op
basis van een diverse reeks menselijke bronnen als krantenartikels
en logboeken werd vastgesteld dat de temperaturen op aarde de laatste
150 jaar voortdurend stegen. Pas nog verscheen in Nature een rapport
waarin een zelfde conclusie werd getrokken, deze keer op basis van
de studie van vlinders. In Science verscheen dan weer een studie waaruit
moet blijken dat het ijs op Groenland, 8% van al het ijs op aarde,
in een schrikbarend tempo smelt. Alleen al deze evolutie zou voor
een stijging van het mondiale zeeniveau van 0,13mm per jaar zorgen.
Geen prettig vooruitzicht als men weet dat de helft van de wereldbevolking
in kustgebieden leeft. Gisteren nog raakte bekend dat een ijsberg
zo groot als de staat Connecticut in maart van het poolijs losbrak
en sindsdien op drift is. Niet noodzakelijk een gevolg van warmere
temperaturen, hoewel die wel ontegensprekelijk werden vastgesteld,
zowel op de Noord- als op de Zuidpool. Stephen Hawking voelde
zich in elk geval al geroepen om het ‘broeikaseffect’ tot de grootste
bedreiging voor de toekomst van de mensheid uit te roepen en kijkt
alvast naar de ruimte op zoek naar ontsnappingsmogelijkheden.
Ondertussen hopen ook de rapporten over de effecten van een warmer
klimaat op. En hoe aanlokkelijk hogere temperaturen ook mogen klinken,
dergelijke rapporten voorspellen unisono weinig goeds. Voor Europa
zou het zuiden droger worden, terwijl het noorden een vochtiger klimaat
krijgt. Dat zou leiden tot een toename van extreme weersomstandigheden:
overstromingen, stormen, extreme droogtes, orkanen.
De hamvraag is natuurlijk of menselijke activiteit aan de basis ligt
van de klimaatswijzigingen. Daarover zijn de meningen hopeloos verdeeld,
maar in een rapport van het World Wide Fund for Nature menen de betrokken
wetenschappers in elk geval dat dit zeker deels het geval is. Aangezien
hier echter belangen meespelen die het wetenschappelijke ruim overstijgen,
valt niet te verwachten dat hieromtrent snel een consensus bereikt
zal worden. Europa en de Verenigde Staten slaan elkaar in elk geval
al met tegenstrijdige wetenschappelijke resultaten om de oren naar
aanleiding van het smeltende Groenland-ijs. Een weinig hoopgevende
vaststelling.
Massale
uitsterving op komst?
En ook met de fauna gaat het slecht. Zeer slecht zelfs, want in september
maakte de World Conservation Union bekend dat maar liefst een derde
van de vissoorten, een kwart van de zoogdieren en reptielen, een vijfde
van de amfibieën en 12% van de vogelsoorten met uitsterven worden
bedreigd. De rode Colobusaap, die vooral voorkwam in Ghana en de Ivoorkust
zou de eerste primaat sinds de 18e eeuw zijn die uitsterft. Sinds
1970 zijn geen exemplaren meer gesignaleerd. Maar het ziet er naar
uit dat enkele andere soorten, de Berggorilla voorop, gauw zouden
kunnen volgen, in het bijzonder als stropers hun activiteiten verder
zetten. In elk geval is een reusachtige toename van de beschikbare
middelen noodzakelijk om te redden wat er te redden valt. Menselijke
invloed valt hier in elk geval veel moeilijker te ontkennen. De inkrimping
van habitats door menselijke expansie, vervuiling, pesticides, overbejaging
en verstoring van de nog bestaande leefgebieden vormen hier de belangrijkste
redenen.
En het houdt niet op. Voortdurend berichten de media over de gevolgen
van menselijk ingrijpen op de natuur en die zijn zelden goedaardig.
Pesticiden, zo bericht de New Scientist deze week, zorgen ervoor dat
potentieel gevaarlijke bacterieën welig kunnen tieren op voedselgewassen.
Eerder al was gebleken dat de opwarming van de aarde de kans
op het uitbreken van epidemieën vergroot en pas werd vastgesteld dat
de vervuiling die veroorzaakt wordt door het toegenomen Amerikaanse
verkeer gevolgen heeft die tot op de Zuidpool reiken. Bijzonder schrijnend
wordt het wanneer blijkt dat een aanzienlijk deel van deze macro-veranderingen
veroorzaakt worden door de geïndustrialiseerde landen. De onwil van
in het bijzonder de Verenigde Staten om snel maatregelen te nemen
wordt er bijna wraakroepend door. De aarde lijkt steeds meer op een
systeem dat in sneltempo desintegreert, waarbij niemand de middellange
en lange termijn gevolgen kan voorspellen.
Op dit moment zijn in Jordanië meer dan 2.000 vertegenwoordigers van
landen, staatsinstellingen en NGO’s samen voor het World Conservation
Congress van de World Conservation Union (IUCN). Het thema is de Eco-Space
en centraal staat het gegeven dat grensoverschrijdende samenwerking
noodzakelijk is om de kansen op verbetering gaaf te houden. Laten
we hopen dat het iets oplevert. (DdV)
Related links:
De World Conservation
Union
De lijst van bedreigde diersoorten
van het IUCN.
©
David de Vaal