(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Genetisch gemanipuleerde gewassen kunnen veiliger
Aanbevelingen om risico’s te beperken - 27-10-2000

Het Engelse ‘Advisory Committee on Releases to the Environment’ (ACRE) heeft een reeks richtlijnen opgesteld om de risico’s die verbonden zijn aan genetisch gemanipuleerde gewassen te beperken. Want dat kan volgens het comité heel wat beter dan momenteel het geval is.

 

De discussie rond genetisch gemanipuleerde gewassen (GGG’s) is een van de grote aandachtspunten in een ruimer en steeds urgenter wordend debat omtrent de invloed en de grenzen van het gebruik van wetenschappelijke technieken in domeinen die rechtsreeks op het dagelijkse leven ingrijpen. De heftigheid waarmee voor en tegenstanders elkaar bekampen heeft de discussie sterk gepolariseerd: terwijl voorstanders van GGG’s gouden bergen beloven aan ieder die de technologie omarmt, voorspellen tegenstanders een agricultureel armageddon. En beide partijen gebruiken even fijnzinnige argumenten om elkaar te bekritiseren. Tegenstanders van GGG’s wordt verweten een romantische maar voorbijgestreefde opvatting over ‘de natuur’ te hebben, voorstanders worden immorele Frankensteins genoemd, die zonder blikken of blozen de doos van Pandora wijd open zetten en vooral bezorgd zijn over de groei van de eigen bankrekening.

Alleen al daarom is het een goede zaak dat ACRE een reeks aanbevelingen heeft bekend gemaakt. Daarmee worden de problemen die door voorstanders van GGG’s wel eens geminimaliseerd worden erkend, zonder dat de potentieel verrijkende effecten van genetisch aangepaste voedselgewassen ontkend worden. Over wat gaat het eigenlijk?

Bij genetische manipulatie wordt een gen, of een aantal genen van een organisme in het genetisch materiaal van een ander organisme gebracht. In essentie komt het erop neer dat een gen dat een aantal wenselijke eigenschappen draagt in de cel van een plant die men met deze eigenschappen wil uitrusten wordt geïntroduceerd. De verrijkte cel wordt dan opgekweekt tot een plant en als alles goed gaat, zullen ook de nakomelingen van die plant drager zijn van het toegevoegde gen.

Beoefenaars van deze techniek benadrukken dat zij in wezen niets anders doen dan wat door boeren al jaren wordt gedaan door soorten te kruisen. Tegenstanders vechten dit argument aan. Zij zeggen dat de manier waarop genen door genetische manipulatie in het genetisch materiaal van organismen terecht komt een fundamenteel anders en onvergelijkbaar proces is. Vooral de snelheid waarmee nieuwe soorten nu tot stand kunnen komen wordt argwanend bekeken.

Argumenten pro en contra

De voordelen van genetische manipulatie zouden volgens de pleitbezorgers van deze techniek ten goede kunnen komen aan producenten, consumenten en het milieu. Voorlopig lijken echter vooral de producenten van voedselgewassen beter te worden van GGG’s. Zo werden bepaalde gewassen voorzien van natuurlijke insecticiden. Daarvoor werd het genetisch materiaal van een insectendodende bacterie gebruikt. Door herbicide-resistente genen te gebruiken, kunnen de oogsten besproeid worden met plantenverdelgers, zonder dat de winstgewassen daaronder lijden. Bovendien werden genetische technieken al gebruikt om bepaalde planten immuun te maken voor ziektes.
Maar daar houdt het natuurlijk niet op, vermits genetische manipulatie wordt voorgesteld als een techniek die toelaat om organismen met zowat elke denkbare wenselijke eigenschap uit te rusten. Dat is wellicht een te boude uitspraak. De werking van genen is nog lang niet volledig bekend, in het bijzonder daar waar bepaalde kenmerken hun oorsprong vinden in een aantal op elkaar inwerkende genen. Dat er bepaalde voordelen aan verbonden zijn is echter wel duidelijk, ook al kan het argument dat genetische manipulatie de honger uit de wereld zal helpen voorlopig worden afgedaan als wishful thinking.

De vraag die consumenten het meest aanbelangt - wat zijn de gevolgen van het eten van GGG’s? - is voorlopig evenmin op een bevredigende manier beantwoord en over de lange termijn-gevolgen is zo goed als niets bekend. Een vaak geciteerd voorbeeld is de introductie van genen uit noten in soyaplanten. Dat levert mogelijk gevaar op voor mensen met een allergie voor noten. Voedselallergieën zijn vaak gevaarlijk, maar wetenschappers beweren de gezondheidsrisico’s hiervan goed in te kunnen schatten. Het grote gevaar is wel het overzicht te verliezen. Bovendien licht dit voorbeeld een tip van de sluier op omtrent de complexiteit van de gevolgen van genetische wijzigingen. Het lijkt dan ook erg moeilijk bij voorbaat alle gevaren in te schatten.

Het ecologische gevaar van GGG’s is duidelijker omschreven. Vooral een ongecontroleerde verspreiding van GGG’s en de ongewilde kruising van gewijzigde planten met natuurlijke soorten kunnen voor enorme problemen zorgen. De kans dat op deze manier een super-onkruid wordt gecreëerd, resistent tegen herbiciden en natuurlijke bestrijdingsmiddelen, is reëel. Planten die uitgerust werden met een toxicologisch gen zouden voedselgewassen kunnen aantasten, wat resulteert in giftig voedsel. Het gebruik van bacteriologisch materiaal zou nieuwe, gevaarlijke, bacteriesoorten kunnen doen ontstaan en de vraag hoe snel insecten resistent worden voor de natuurlijke pesticiden blijft eveneens onbeantwoord. Bovendien blijken ook de gevolgen voor het milieu moeilijk te voorspellen. Zo veroorzaakte een recente studie heel wat ophef. Een laboratoriumexperiment maakte duidelijk dat de larven van de Koningsvlinder massaal stierven na zich gevoed te hebben met de pollen van GGG’s.

Het rapport van ACRE

Het recente rapport van ACRE maakt in elk geval duidelijk dat de manier waarop GGG’s momenteel worden gekweekt niet optimaal is. De veiligheid die momenteel wordt geboden wordt onvoldoende geacht. Daarom stelt ACRE een aantal richtlijnen voor. Het is een bundel ‘goede raad’ en er zijn voorlopig geen plannen om de biotechnologische industrie te dwingen deze maatregelen in de praktijk om te zetten.

Het rapport, getiteld “Guidance on Best Practice in the Design of Genetically Modified Crops”, verzamelt drie algemene suggesties. Ten eerste zouden planten zo moeten worden bewerkt, dat ‘genendrift’, het onbedoeld overgaan van genen naar andere gewassen, verhinderd wordt. Momenteel gebeurt dit enkel door buffer-zones tussen nauw verwante soorten te installeren. Maar genendrift is al meermaals vastgesteld en deze maatregel is dan ook onvoldoende. Een manier om deze drift te beperken is steriele planten te produceren. Dat brengt echter andere problemen met zich mee. Boeren zouden zo gedwongen zijn telkens nieuw zaad aan te kopen, wat de toch al ongemakkelijk sterke positie van de biotech-industrie nog verstevigt.

Een tweede richtlijn is dat bij modificatie zo weinig mogelijk DNA zou moeten worden toegevoegd. Vooral het gebruik van antibiotica-resistente genen wordt resoluut afgewezen. Antibiotica-resistentie is een steeds groter wordend probleem en ACRE acht het niet wijs om daar nog een risicofactor aan toe te voegen.

Tenslotte wordt voorgesteld de planten zo te manipuleren dat de toegevoegde eigenschappen enkel tot uiting komen op het gewenste tijdstip. Dat zou het risico op bijvoorbeeld allergische reacties drastisch kunnen beperken.

Wat de toekomst brengt...

... weet natuurlijk niemand. Dat de technologische vooruitgang in dit veld in een ongekend tempo verloopt is echter al langer dan vandaag duidelijk. Dat de teelt van GGG’s bepaalde gevaren inhoudt eveneens. De gevolgen lijken moeilijk te voorspellen, maar dat mag geen reden zijn om vanwege wetenschappelijke koudwatervrees alle experimenten maar stop te zetten. Want GGG’s houden bepaalde beloftes in die niet zo maar overboord kunnen worden gegooid. Dat een onafhankelijke instantie toeziet op de manier waarop genetische manipulatie wordt bedreven lijkt dan een valabele oplossing, mits men een correcte balans kan vinden tussen volksgezondheid, ecologische en economische belangen. Hopen op zelfregulering is wellicht naïef. Dat heeft de dioxinecrisis wel duidelijk gemaakt.

(DdV)


 
Related links:

 

Voordelen van GGG’s

Een naar eigen zeggen neutrale kijk op GGG’s

Nadelen van GGG’s

 

© David de Vaal