(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

6de klimaatconferentie op zoek naar consensus
Implementatie van Kyoto-protocol staat centraal in Den Haag - 13-11-2000

Vandaag is in het Nederlandse Den Haag de 6de internationale klimaatconferentie van start gegaan. De deelnemers zullen vooral proberen de toepassing van het protocol van Kyoto uit te werken.

 

Weinig hoopvolle start

De druk om van de conferentie een succes te maken is hoog. Niet alleen wetenschappers raken er meer en meer van overtuigd dat de gevolgen van de opwarming van de aarde nu al voelbaar zijn, ook het grote publiek ziet zich willens nillens geconfronteerd met deze problematiek. De periode 1990-1999 was het warmste decennium sinds de waarnemingen begonnen. In Groot-Brittannië zucht men momenteel onder de ergste overstromingen sinds 50 jaar. In oktober hadden Noord-Italië en Zwitserland te lijden onder het noodweer en modderlawines. De lawines die in het vorige winterseizoen de skipistes teisterden liggen nog vers in het geheugen. De roep om actie klinkt dan ook steeds luider.

Maar de conferentie valt op een ongelukkig moment, al kon dat niet voorzien worden. Er wordt immers vooral uitgekeken naar de reactie van de Verenigde Staten, die met 4% van de wereldbevolking verantwoordelijk zijn voor maar liefst 25% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Zolang de VS niet bewegen, zullen ook de andere landen niets doen. Maar die VS zijn op dit moment nog steeds aan het uitpluizen wie nu precies de verkiezingen heeft gewonnen en het valt te verwachten dat dit de bereidheid van de supermacht om tot daden over te gaan niet meteen zal vergroten.

Bovendien is het protocol van Kyoto voorlopig niet meer dan een mooi ogend maar nutteloos vodje papier. Voorlopig werd dit protocol, dat een beperking van de uitstoot van broeikasgassen voorziet en al in 1997 met de grootste moeilijkheden werd opgesteld, enkel geratificeerd door die landen die zich geen verplichtingen opgelegd zagen. De geïndustrialiseerde landen kijken voorlopig de kat uit de boom, zwaaien met economische argumenten en wijzen met beschuldigende vinger naar elkaar. Het protocol blijft dus dode letter, want moet door minstens 55 landen, met een gezamelijke emissie van 55% van de uitstoot op wereldschaal, goedgekeurd worden voor het in werking treedt.

Welke inspanningen kan en wil men leveren?

Als belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde worden de 6 broeikasgassen genoemd (koolstofdioxide, methaan, distikstofoxide, zachte en harde CFK’s en zwavelhexafluoride). In Kyoto werd beslist de uitstoot van deze gassen voor 2008-2012 terug te brengen naar het niveau van 1990, wat een gemiddelde daling van 5,2% zou betekenen. Europa zou een daling met 8% moeten bewerkstelligen, België zou 7,4% minder gassen moeten produceren. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) acht het echter niet mogelijk dat België dit streefdoel haalt en ook Unice, een Europese koepel van ondernemingsfederaties ziet het somber in. Volgens hen heeft de industrie voldoende inspanningen geleverd en is het nu de beurt aan de overheid en de consument. Het economische klimaat zou een beperking van de industriële uitstoot niet toestaan. Deze argumenten kunnen uiteraard niet zo maar weggewuifd worden. Een aanzienlijk deel van de CO2-emissie is afkomstig van de verwarming van woningen en ook het verkeer speelt hierin een belangrijke rol. Toch kan de industrie moeilijk verwachten volledig ontzien te worden bij de uitwerking van concrete maatregelen.

Dat is blijkbaar ook de mening van staatssecretaris voor Energie en Leefmilieu Olivier Deleuze, die vorige week zijn Nationaal Plan tegen het Broeikaseffect voorstelde, waarin vooral de industrie geviseerd wordt. Hij stelt een CO2-en energietaks in het vooruitzicht. Deze belasting zou geen extra fiscale druk mogen veroorzaken en moet gecompenseerd worden door minder sociale belasting op arbeid. Bovendien wil Deleuze hierin geen cavalier seul spelen, maar zoekt hij de medewerking van de ons omringende landen en idealiter van Europa.

Op de conferentie in Den Haag wordt het vooral uitkijken naar de concrete uitwerking van het Kyoto-protocol. Daarbij wil men vooral voor ogen houden dat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd naar beneden moet. Wie dat doet is daarbij van ondergeschikt belang, wat enkele voor de industrie interessante denkpistes opent. Er worden dan ook enkele flexibileitsmechanismen voorgesteld, waarbij landen ‘punten’ kunnen verdienen voor de beperking van gasuitstoot zonder dit op het eigen grondgebied te realiseren. Een eerste is het ‘Clean Development Mechanism’ (CDM) dat ontwikkelingsprojecten wil promoten waarbij de emissie van de schadelijke gassen in ontwikkelingslanden wordt beperkt. Ook een volgend voorstel, Joint Implementation (JI), richt zich op de ontwikkelingslanden. Daarbij zouden geïndustrialiseerde landen punten kunnen verdienen door te investeren in landen die wel bepaalde taken krijgen opgelegd onder het Kyoto-protocol. Tenslotte zou een uitstoot-ruilhandel worden opgezet, waarbij landen die hun maximumuitstoot makkelijk kunnen beperken of al onder de minima zitten schone lucht zouden kunnen verkopen aan landen die hier niet in slagen. De vrije markt schijnt voor alles een oplossing te bieden.

Een tweede denkpiste om de uitstoot op het eigen grondgebied minder te moeten inperken dan voorgeschreven zonder in strijd te zijn met het Kyoto-akkoord, zijn de zogenaamde ‘sinks’, het gebruik van biomassa om broeikasgassen op te slaan. Het meest voor de hand liggende voorbeeld zijn bossen, die door CO2 op te nemen kunnen helpen de netto-emissie te beperken, maar er wordt ook gedacht aan technologische oplossingen. Ook met sinks zouden punten verdiend kunnen worden.

Tensotte valt er nog heel wat discussie te verwachten rond de gevolgen die aan niet-naleving van het protocol worden gekoppeld. Daaromtrent zijn in Kyoto geen beslissingen genomen en ook nu lopen de voorstellen uiteen van financiële sancties tot opschuiving van de deadline in geval van niet-naleving.

Het is dus meer dan onzeker dat de milieutop in Den Haag resultaten zal opleveren. De neuzen wijzen nog lang niet in dezelfde richting en men blijkt erg veel inspanningen te verwachten van ontwikkelingslanden. Bovendien is de uitstoot van broeikasgassen het afgelopen decennium alleen maar gestegen, ondanks de inspanningen die alle betrokken partijen beweren geleverd te hebben. In België steeg de emissie bijvoorbeeld met 7% in de periode 1990-1998. En wie de moed helemaal wil verliezen kan voor ogen houden dat wetenschappelijke middens om een beperking van 60% vragen, dat, ook al kan het over een langere termijn worden gespreid dan in Kyoto werd voorgesteld, toch wel heel wat meer is dan de beoogde 5,2%. Er is dus werk aan de winkel, maar het is zeer de vraag wie de mouwen wil opstropen.

(DdV)


 
Related links:

 

Een eerder artikel over de opwarming van de aarde.

 

© David de Vaal