6de
klimaatconferentie op zoek naar consensus
Implementatie
van Kyoto-protocol staat centraal in Den Haag - 13-11-2000
Vandaag
is in het Nederlandse Den Haag de 6de internationale klimaatconferentie
van start gegaan. De deelnemers zullen vooral proberen de toepassing
van het protocol van Kyoto uit te werken.
Weinig
hoopvolle start
De druk om van de conferentie een succes te maken is hoog. Niet alleen
wetenschappers raken er meer en meer van overtuigd dat de gevolgen
van de opwarming van de aarde nu al voelbaar zijn, ook het grote publiek
ziet zich willens nillens geconfronteerd met deze problematiek. De
periode 1990-1999 was het warmste decennium sinds de waarnemingen
begonnen. In Groot-Brittannië zucht men momenteel onder de ergste
overstromingen sinds 50 jaar. In oktober hadden Noord-Italië en Zwitserland
te lijden onder het noodweer en modderlawines. De lawines die in het
vorige winterseizoen de skipistes teisterden liggen nog vers in het
geheugen. De roep om actie klinkt dan ook steeds luider.
Maar de conferentie valt op een ongelukkig moment, al kon dat niet
voorzien worden. Er wordt immers vooral uitgekeken naar de reactie
van de Verenigde Staten, die met 4% van de wereldbevolking verantwoordelijk
zijn voor maar liefst 25% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.
Zolang de VS niet bewegen, zullen ook de andere landen niets doen.
Maar die VS zijn op dit moment nog steeds aan het uitpluizen wie nu
precies de verkiezingen heeft gewonnen en het valt te verwachten dat
dit de bereidheid van de supermacht om tot daden over te gaan niet
meteen zal vergroten.
Bovendien is het protocol van Kyoto voorlopig niet meer dan een mooi
ogend maar nutteloos vodje papier. Voorlopig werd dit protocol, dat
een beperking van de uitstoot van broeikasgassen voorziet en al in
1997 met de grootste moeilijkheden werd opgesteld, enkel geratificeerd
door die landen die zich geen verplichtingen opgelegd zagen. De geïndustrialiseerde
landen kijken voorlopig de kat uit de boom, zwaaien met economische
argumenten en wijzen met beschuldigende vinger naar elkaar. Het protocol
blijft dus dode letter, want moet door minstens 55 landen, met een
gezamelijke emissie van 55% van de uitstoot op wereldschaal, goedgekeurd
worden voor het in werking treedt.
Welke
inspanningen kan en wil men leveren?
Als belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde worden de
6 broeikasgassen genoemd (koolstofdioxide, methaan, distikstofoxide,
zachte en harde CFK’s en zwavelhexafluoride). In Kyoto werd beslist
de uitstoot van deze gassen voor 2008-2012 terug te brengen naar het
niveau van 1990, wat een gemiddelde daling van 5,2% zou betekenen.
Europa zou een daling met 8% moeten bewerkstelligen, België zou 7,4%
minder gassen moeten produceren. Het Verbond van Belgische Ondernemingen
(VBO) acht het echter niet mogelijk dat België dit streefdoel haalt
en ook Unice, een Europese koepel van ondernemingsfederaties ziet
het somber in. Volgens hen heeft de industrie voldoende inspanningen
geleverd en is het nu de beurt aan de overheid en de consument. Het
economische klimaat zou een beperking van de industriële uitstoot
niet toestaan. Deze argumenten kunnen uiteraard niet zo maar weggewuifd
worden. Een aanzienlijk deel van de CO2-emissie is afkomstig van de
verwarming van woningen en ook het verkeer speelt hierin een belangrijke
rol. Toch kan de industrie moeilijk verwachten volledig ontzien te
worden bij de uitwerking van concrete maatregelen.
Dat is blijkbaar ook de mening van staatssecretaris voor Energie en
Leefmilieu Olivier Deleuze, die vorige week zijn Nationaal Plan tegen
het Broeikaseffect voorstelde, waarin vooral de industrie geviseerd
wordt. Hij stelt een CO2-en energietaks in het vooruitzicht. Deze
belasting zou geen extra fiscale druk mogen veroorzaken en moet gecompenseerd
worden door minder sociale belasting op arbeid. Bovendien wil Deleuze
hierin geen cavalier seul spelen, maar zoekt hij de medewerking van
de ons omringende landen en idealiter van Europa.
Op de conferentie in Den Haag wordt het vooral uitkijken naar de concrete
uitwerking van het Kyoto-protocol. Daarbij wil men vooral voor ogen
houden dat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd naar beneden
moet. Wie dat doet is daarbij van ondergeschikt belang, wat enkele
voor de industrie interessante denkpistes opent. Er worden dan ook
enkele flexibileitsmechanismen voorgesteld, waarbij landen ‘punten’
kunnen verdienen voor de beperking van gasuitstoot zonder dit op het
eigen grondgebied te realiseren. Een eerste is het ‘Clean Development
Mechanism’ (CDM) dat ontwikkelingsprojecten wil promoten waarbij de
emissie van de schadelijke gassen in ontwikkelingslanden wordt beperkt.
Ook een volgend voorstel, Joint Implementation (JI), richt zich op
de ontwikkelingslanden. Daarbij zouden geïndustrialiseerde landen
punten kunnen verdienen door te investeren in landen die wel bepaalde
taken krijgen opgelegd onder het Kyoto-protocol. Tenslotte zou een
uitstoot-ruilhandel worden opgezet, waarbij landen die hun maximumuitstoot
makkelijk kunnen beperken of al onder de minima zitten schone lucht
zouden kunnen verkopen aan landen die hier niet in slagen. De vrije
markt schijnt voor alles een oplossing te bieden.
Een tweede denkpiste om de uitstoot op het eigen grondgebied minder
te moeten inperken dan voorgeschreven zonder in strijd te zijn met
het Kyoto-akkoord, zijn de zogenaamde ‘sinks’, het gebruik van biomassa
om broeikasgassen op te slaan. Het meest voor de hand liggende voorbeeld
zijn bossen, die door CO2 op te nemen kunnen helpen de netto-emissie
te beperken, maar er wordt ook gedacht aan technologische oplossingen.
Ook met sinks zouden punten verdiend kunnen worden.
Tensotte valt er nog heel wat discussie te verwachten rond de gevolgen
die aan niet-naleving van het protocol worden gekoppeld. Daaromtrent
zijn in Kyoto geen beslissingen genomen en ook nu lopen de voorstellen
uiteen van financiële sancties tot opschuiving van de deadline in
geval van niet-naleving.
Het is dus meer dan onzeker dat de milieutop in Den Haag resultaten
zal opleveren. De neuzen wijzen nog lang niet in dezelfde richting
en men blijkt erg veel inspanningen te verwachten van ontwikkelingslanden.
Bovendien is de uitstoot van broeikasgassen het afgelopen decennium
alleen maar gestegen, ondanks de inspanningen die alle betrokken partijen
beweren geleverd te hebben. In België steeg de emissie bijvoorbeeld
met 7% in de periode 1990-1998. En wie de moed helemaal wil verliezen
kan voor ogen houden dat wetenschappelijke middens om een beperking
van 60% vragen, dat, ook al kan het over een langere termijn worden
gespreid dan in Kyoto werd voorgesteld, toch wel heel wat meer is
dan de beoogde 5,2%. Er is dus werk aan de winkel, maar het is zeer
de vraag wie de mouwen wil opstropen.
(DdV)
Related links:
Een
eerder artikel over de opwarming van de aarde.
©
David de Vaal