Globale
opwarming blijft controversieel
VN-rapport
brengt geen consensus - 26-01-2001
Begin
deze week werd een voorlopige versie vrijgegeven van het rapport van
het Intergovernmental Panel on Climate Change, dat als leidraad moet
dienen bij een nieuwe klimaattop. De opwarming van de aarde wordt
er een dramatisch feit genoemd, maar in een reactie op het verslag
klinkt ook de stem van zij die twijfelen aan de menselijke invloed
op deze evolutie steeds luider.
Sinds
de mislukking van de klimaattop in Den Haag vorig jaar, is de opwarming
van de aarde geen moment uit het nieuws geweest. De afgelopen weken
kende de stroom berichten omtrent dit fenomeen een nog hoger debiet
dan normaal. Dat had wellicht te maken met een voorlopige versie van
een rapport opgesteld door wetenschappers uit 99 landen, verenigd
in Werkgroep 1 van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).
Werkgroep 1 is belast met de wetenschappelijke elementen van het debat
en hun verslag zou een overzicht moeten zijn van de wetenschappelijke
consensus over de factoren die klimaatverandering beïnvloeden. Dat
zou dan het uitgangspunt kunnen vormen voor de volgende klimaattop,
die van 5 tot 9 februari in Naïrobi wordt georganiseerd.
De leden van deze werkgroep gaan met hun volle gewicht aan de alarmbel
hangen. De opwarming van de aarde geschiedt vlugger dan ooit, zal
in de toekomst nog sneller verlopen en de invloed van menselijke activiteiten
op dit proces is waarneembaar en significant. Met name de verbranding
van fossiele brandstoffen wordt als de grote boosdoener met de vinger
gewezen. Op basis van computermodellen worden voor de volgende eeuw
temperatuurstijgingen van 1,4 tot 5,8 graden Celsius voorspeld en
het niveau van het zeewater zou met verscheidene centimeters stijgen.
Werkgroep 1 besluit dan ook dat niet langer gewacht kan worden met
het terugschroeven van de uitstoot van CO2, een objectief
dat in het Kyotoprotocol van 1997 werd vastgelegd, maar waarover men
vorig jaar in Den Haag geen akkoord kon bereiken.
Het rapport werd echter niet door iedereen instemmend onthaald en
een aantal klimaatdeskundigen trokken van leer tegen wat zij ‘misleidende
wetenschap’ noemen. Een consensus over de wetenschap achter de opwarming
van de aarde is er dus nog lang niet, integendeel, het wordt steeds
moeilijker de talloze berichten in de media te beoordelen. Het gaat
dan ook om een debat waarin economische en politieke belangen op het
spel staan die het menselijk voorstellingsvermogen nauwelijks kunnen
bevatten.
Enkele recente voorbeelden kunnen dit illustreren. Onderzoek van het
Titicacameer op de grens van Peru en Bolivië wijst uit dat het de
laatste 25,000 jaar enkele bijzonder zware klimaatwijzigingen onderging,
veranderingen die zich soms voltrokken op enkele eeuwen tijd en het
waterpeil in het meer sterk beïnvloedden. Dat betekent ook dat in
het verleden grote klimaatveranderingen hebben plaatsgevonden, waarvoor
niet direct een aanvaardbare wetenschappelijke verklaring gevonden
kan worden, maar waar menselijke activiteit alvast geen bepalende
factor kan zijn geweest.
Anderzijds waarschuwde een studie in Nature dat droogten de globale
opwarming nog zouden versterken. Dit omdat vooral noordelijk gelegen
gronden veel CO2 bevatten, dat onder invloed van biochemische
processen die actiever worden als de temperatuur stijgt, sneller zou
vrijkomen. Bovendien staat in het rapport van het IPCC te lezen dat
“er nieuw en overtuigender bewijs bestaat dat de belangrijkste oorzaak
van de opwarming tijdens de laatste 50 jaar aan menselijke activiteiten
te wijten is”.
De dag nadat het rapport door de media werd behandeld, werd het IPCC
er dan weer van beticht een eigen agenda te hebben en te vertrekken
vanuit conclusies waaraan dan een wetenschappelijke verklaring wordt
gekoppeld.
De oorzaak van deze controverses ligt ongetwijfeld bij de manier waarop
klimaatveranderingen worden bestudeerd. Deze studies zijn op twee
pijlers gebouwd: meteorologische databanken en computermodellen. Maar
betrouwbare weerkundige informatie is enkel beschikbaar voor een relatief
korte periode, ook al kunnen koraalriffen, ijsdoorsneden en geologische
kenmerken informatie blootleggen over het klimaat die duizenden jaren
teruggaan. Bovendien zijn voor heel wat regio’s op aarde geen gedetailleerde
gegevens voor handen. Computermodellen zijn dan weer steeds een abstractie
en vereenvoudiging van de werkelijkheid en er duiken steeds meer verrassende
gegevens op die de invloed van bepaalde fenomenen op het klimaat blootleggen
die voorheen niet vermoed werden, en dus ook niet in de computermodellen
werden opgenomen.
Dat zijn dan ook de stokken waar wetenschappers die niet overtuigd
zijn van een menselijke oorzaak voor de stijging van de gemiddelde
temperatuur, hun tegenstanders mee te lijf gaan. Deze ‘disbelievers’
wijzen erop dat de computermodellen het bij het verkeerde eind zouden
kunnen hebben en dat door de onvolledige meteorologische gegevens
lange termijn-invloeden buiten beschouwing worden gelaten. Op de stelling
van de ‘believers’ dat de schuld van de mens ondertussen wel bewezen
is, antwoorden de 'disbelievers' dat het wetenschappelijk gezien nog
niet vaststaat dat de mens inderdaad de oorzaak is van de opwarmende
aarde.
Met deze laatste stelling hebben de ‘disbelievers’ gelijk, vermits
het wetenschappelijke bedrijf inderdaad weinig met bewijzen werkt.
Wetenschappers stellen theorieën op, die een model bieden dat toestaat
zo accuraat mogelijke voorspellingen te doen. Maar dat bv. het IPCC
niets bewezen heeft, betekent niet noodzakelijk dat hun modellen geen
correcte indicatie geven van de ontwikkeling van de aarde.
En daarnaast mag de politieke factor niet vergeten worden, niet in
het minst omdat wetenschappers niet zelden afhangen van de overheid
voor financiering. Zo wezen ‘disbelievers’ er maar al te graag op
dat voormalig vice-president Al Gore ook een gelover was en dat zij
daarom meer problemen ervoeren om gesubsidieerd te worden. ‘Believers’
wijzen dan weer fijntjes naar de alternatieve financieringsbronnen
die door niet-gelovigen aangeboord worden. De petroleum-sector komt
bv. vaak naar buiten met wetenschappelijke argumenten die de rol van
de verbranding van fossiele brandstoffen in de stijgende globale temperaturen
minimaliseren. Overigens een sector waarin wel wat onderzoeksgeld
kan worden vrijgemaakt: Exxon Mobil verpulverde pas nog het wereldrecord
‘winst maken’ door 733 miljard frank winst binnen te rijven in 2000.
Een paar feiten staan als een paal boven water. De oppervlaktetemperaturen
van de aarde zijn stijgende, net als de hoeveelheid broeikasgassen
in de atmosfeer. Hoe ver de temperaturen nog zullen stijgen is minder
zeker, hoewel een meerderheid ook hiervan overtuigd lijkt te zijn.
Wat de gevolgen van de stijging van zowel temperatuur als gasconcentratie
zal zijn, is nog wat moeilijker in te schatten. Wie wil voorspellen
hoe het klimaat op wereldwijde schaal zal reageren op deze gevolgen,
begeeft zich op nog instabieler terrein. De complexiteit van de interacties
tussen geologische, meteorologische, hydrologische, sociologische
en economische fenomenen zijn wellicht nauwelijks te bevatten.
Het mag wel duidelijk zijn dat waardevrije wetenschap rond deze materie
een fictie is. De hamvraag is echter of de argumentatie van de klimaatsceptici
voldoende reden is om elke poging een mentaliteitswijziging op gang
te brengen af te schieten en te veronderstellen dat de huidige modellen
het zozeer bij het verkeerde eind hebben dat de uiteindelijke evolutie
van het klimaat de andere kant opgaat dan nu wordt vermoed. Dat lijkt
ons een overmoedige gok, die evenmin verantwoording kan vinden in
de kanttekeningen die de ‘disbelievers’ bij het onderzoek van hun
gelovige collega’s zetten.
(DdV)
Related links:
Opwarming
van de aarde FAQ
Globale
Opwarming Skeptici
Een
genuanceerde kijk van de Scientific American
©
David de Vaal