Hoe
zal een opgewarmde aarde eruit zien?
IPCC
rapport voorspelt weinig goeds - 19-02-2001
Het
Intergovernmental Panel on Climate Change komt vandaag met een rapport
voor de dag dat de gevolgen van de opwarming van de aarde in kaart
wil brengen. Wie dacht dat dit langere strandvakanties zou opleveren,
mag die hoop weer opbergen. De opwarming van de aarde betekent vooral
meer ellende.
Het
Intergovernmental Panel on Climate Change
(IPCC), dat in 1988 door de World Meteorological Organisation (WMO) en het mileuprogramma van de Verenigde
Naties (Unep) werd opgericht om
het globale klimaat onder de loep te nemen, is bijzonder actief nu
de voorbereiding van het volgende klimaatcongres in volle gang is.
Na eerder deze maand een rapport te hebben uitgebracht waarin wordt
gesteld dat de stijgende temperaturen minstens ten dele aan menselijke
activiteiten te wijten zijn, werd nu een verslag gepubliceerd dat
de gevolgen van een steeds warmer wordend klimaat wil voorspellen.
Ook al zijn er volgens bepaalde wetenschappers kanttekeningen
te plaatsen bij de status van ‘bewezen feit’ van de menselijke schuld,
toch is het vooruitzicht dat de temperaturen blijven stijgen op zijn
zachtst gezegd verontrustend te noemen.
In het rapport identificeert het IPCC 420 biologische systemen waarin
de gevolgen van de globale opwarming zich al manifesteren, gaande
van de verdwijning van koraalriffen door steeds warmer wordend zeewater,
over de smeltende ijskappen tot het steeds verder oprukken van bepaalde
plantensoorten in gebieden die eerder te bar waren, maar waar het
klimaat steeds milder wordt. Ook bepaalde diersoorten hebben hun gedrag
al aangepast. Trekvogels arriveren eerder in hun zomerverblijf en
vertrekken later, zeedieren veroveren nieuwe gebieden, maar drukken
daardoor andere soorten weg en voor een aantal bedreigde diersoorten
zou een warmer klimaat de doodsteek kunnen beteken. Niet alle gevolgen
zijn negatief: de wereldhoutvoorraad zou dankzij een warmer klimaat
toenemen, in bepaalde gebieden zou de oogst een grotere opbrengst
opleveren, bepaalde regio’s in Azië zouden makkelijker toegang tot
water krijgen en minder mensen zouden aan de koude sterven. Maar als
de opwarming van de aarde zich doorzet, kan toch vooral een toename
aan menselijk leed verwacht worden, vooral dan in die landen die nu
als ontwikkelingsland worden gecatalogeerd.
Afrika
bijvoorbeeld, toch al een continent dat het niet onder de markt heeft,
zou zwaar te lijden krijgen onder stijgende temperaturen. De landbouw,
veruit de belangrijkste economische peiler van het continent, is in
belangrijke mate afhankelijk van het regenseizoen, dat in intensiteit
en frequentie zal afnemen als het klimaat verandert. De Afrikaanse
watervoorraad zal verder dalen en woestijnvorming zal toenemen. Een
stijging van het zeeniveau bedreigt vooral de lagune-achtige kustgebieden
van landen in Centraal en West-Afrika en de Nijldelta. Verder valt
een frequenter voorkomen van ziekten als malaria, gele koorts en andere
door insecten overgebrachte aandoeningen te verwachten.
Zuid-Amerika
staat vergelijkbare evoluties te wachten, volgens het IPCC. Ook hier
vertrouwt een groot deel van de bevolking op natuurlijke bronnen voor
haar levensonderhoud, en ook hier zouden deze bronnen ernstig te lijden
hebben onder een warmer globaal weerpatroon. Grote gebieden zouden
met overstromingen of droogtes te maken krijgen en ook hier zouden
malaria en consoorten een steviger poot aan de grond krijgen.
Wat Azië betreft moet een onderscheid gemaakt worden tussen het gematigde,
het tropische
en het drogere deel, waarbij dit laatste veel gemeen heeft met
het Midden-Oosten.
Noord-Azië zou mogelijk op een hogere productiviteit kunnen rekenen,
maar in andere gebieden zal de toekomstige oogst wellicht tegenvallen.
Grote delen zullen in toenemende mate met waterproblemen
worden geconfronteerd, iets wat zich vooral maar niet uitsluitend
in het Midden-Oosten op het politieke vlak zal laten gevoelen.
Europa
ontsnapt evenmin aan de desastreuse gevolgen van een opgewarmde aarde.
Zuid-Europa zou veel droger worden, met een nadelige invloed op de
landbouw en op het toerisme, als economische factor van groot belang.
Noord-Europa zou dan wel een beter landbouwklimaat krijgen toebedeeld,
de kans op overstromingen zou drastisch stijgen, niet in het minst
omdat de helft van alle Alpengletsjers eind 21ste eeuw verdwenen zouden
zijn. Voor bepaalde landen, Nederland bv., zou het stijgende zeeniveau
bijzonder problematisch kunnen zijn.
In Noord-Amerika
zou vooral de verschuiving van grote ecosystemen opvallende gevolgen
hebben, die neerkomen op een vermindering van de biodiversiteit. Ook
hier zou de landbouw wellicht vruchten kunnen plukken van hogere gemiddelde
temperaturen, maar dreigen overstromingen de, soms zeer dichtbewoonde,
kustgebieden te overspoelen. Gebieden die te lijden hebben onder zware
tropische stormen, zullen de ervaring die is opgebouwd met het beperken
van de gevolgen ervan, goed kunnen gebruiken.
Dat laatste gaat eveneens op voor een aantal kleine
eilandstaten, als ze al niet volledig onder de zeespiegel zijn
verdwenen. Niet alleen de eilanden die slechts enkele meter boven
de zeespiegel uittorenen zijn in gevaar, ook eilandstaten met een
wat ruimere marge worden door erosie bedreigd, in het bijzonder omdat
de meeste menselijke activiteiten zich aan de kust afspelen. In Oceanië,
tenslotte, zou vooral het gebrek aan water erg urgent worden.
De 420 voorbeelden die door het IPCC worden aangehaald, tonen hoe
stijgende temperaturen, wat er ook de oorzaak van moge zijn, wel degelijk
grote gevolgen kunnen hebben. Opwarming van de aarde verandert meer
dan alleen maar het klimaat, en dwingt biologische, ecologische, sociale,
culturele en economische systemen zich aan te passen. Het is maar
de vraag of de flexibiliteit groot genoeg is om de mate waarin en
de snelheid waarmee de klimatologische veranderingen plaatsgrijpen,
op te vangen (DdV)
Related links:
Sceptische
kijk op het debat
Meer
informatie over globale opwarming
Een
tweede informatiesite
©
David de Vaal