(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Ook in de omgeving van Bush wordt het steeds warmer
De 'science' is 'in' - 07-06-2001

Vandaag vond George W. Bush een rapport van de prestigieuze National Academy of Sciences in zijn postvakje, waar de Amerikaanse president pas een maand geleden om had gevraagd. De conclusies zijn duidelijk: ja, de aarde warmt op en ja, de mens is daar zeer waarschijnlijk verantwoordelijk voor. Of dat enig verschil gaat maken in de houding van Bush, valt echter te betwijfelen.

 

Twijfels over klimaatwetenschap

De posities zijn genoegzaam bekend. De Amerikaanse president George W. Bush is absoluut niet van plan het Kyoto-protocol, een globaal plan dat in 1997 werd aangenomen en dat een reductie oplegt van de uitstoot van broeikasgassen, in de praktijk te brengen. Dat standpunt wordt wellicht ingegeven door een groot aantal overwegingen, waarvan de huidige energiecrisis in de VS en het gelobby van industrieën die veel te verliezen hebben bij een beperking van de uitstoot van broeikasgassen er slechts twee zijn. Maar wat Bush en zijn omgeving totnogtoe naar voren schoven als dé rationele verklaring voor de verwerping van het Kyoto-protocol, was de wetenschappelijke onenigheid rond de opwarming van de aarde. Dat een meerderheid van de wetenschappers wel gewonnen is voor de idee dat menselijke activiteit mede aan de basis van dit fenomeen ligt, is daarbij van ondergeschikt belang. Er bestaat immers nog steeds een niet onaanzienlijke groep dissidenten, die de heersende opvattingen in twijfel trekken. Samen met een reeks tegenstrijdige onderzoeksgegevens, was dat voldoende voor Bush om te stellen dat “the science is not in yet”.

Toen in november vorig jaar de klimaattop mislukte, werd dat vooral de Amerikanen aangewreven. Europa reageerde al even furieus toen Bush bekend maakte dat hij niet van plan was nog veel woorden aan het Kyoto-protocol vuil te maken. Beide kampen houden halsstarig vast aan hun posities, wat een schaduw werpt op het bezoek dat de Amerikaanse president volgende week aan de Europese Unie zal brengen. Naast een ontmoeting met de Europese leiders zal Bush ook nog Spanje België, Polen en Slovenië aandoen. De problematiek van de opwarmende aarde staat daarbij op de agenda, en aangezien Europa pas nog besliste door te zullen gaan met het Kyoto-protocol, desnoods zonder de steun van de VS belooft dat een heikel punt te worden. Greenpeace, Oxfam, Amnesty International en andere milieu- en sociale groeperingen mobiliseren nu al voor een aantal grootschalige betogingen.

Maar ondertussen leek de ‘science’ nog steeds niet ‘in’ te zijn, en bleef het ultieme excuus om broeikasgassen niet hoeven aan te pakken overeind. Op 11 mei bestelden twee raadgevers van Bush, met het oog op de klimaattop die in juli in Duitsland zal plaatsvinden, een studie bij de National Academy of Sciences (NAS), het hoogste wetenschappelijke orgaan in de VS. Zij kregen enkele vragen voorgeschoteld over de opwarming van de aarde en het wetenschappelijke onderzoek naar deze evolutie. Wat de president vooral wilde weten was: wat zijn de sterke en zwakke punten van de bewering dat de mens aan de basis staat van de stijgende temperaturen? Met een notoir scepticus als Richard Lindzen van het Massachusetts Institute of Technology als één van de 11 wetenschappers in het wetenschappelijke team dat met deze opdracht werd belast, hoopte men wellicht neutrale steun te vinden voor het Amerikaanse beleid.

Stevige tik op de vingers

Maar dat blijkt anders uit te draaien. Het 24 pagina’s tellende rapport biedt een genuanceerd overzicht van het debat, waarin ruimte wordt gelaten voor wetenschappelijke twijfels, maar komt toch tot een ondubbelzinnige conclusie. En dat besluit past niet in het kraam van Bush, want volgens het team van de NAS is het erg onwaarschijnlijk dat de uitstoot van broeikasgassen niet minstens medeverantwoordelijk is voor de geobserveerde stijging van de globale temperaturen.

Het NAS team stelt dat er inderdaad nog twijfels bestaan omtrent de rol van menselijke activiteit, omdat “een zekere variabiliteit inherent is aan het klimaat” en er vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de juistheid van klimatologische (computer)modellen. Dat betekent echter niet dat het onzinnig is uitspraken te doen over de invloed van broeikasgassen. “Op basis van gesofisticeerde computermodellen en natuurkundige principes”, zegt de voorzitter van het NAS-panel, Ralph Cicerone, “verwachten wij in de nabije toekomst een verdere stijging van de temperaturen, veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen”. Verder staat in het rapport te lezen dat “de veranderingen die de laatste decennia werden waargenomen, waarschijnlijk veroorzaakt worden door menselijke activiteit, al kunnen we niet uitsluiten dat een aanzienlijk deel ervan een weerspiegeling is van de natuurlijke variabiliteit”. Met andere woorden: 100% zeker zijn we niet, maar we hebben toch een heel erg sterk vermoeden”.

Het NAS-team ging ook dieper in op de rapporten die het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft gepubliceerd. Daarin werd minder ruimte voor nuance opengelaten en sprak het panel zich duidelijk uit voor naleving van het Kyoto-protocol. Bush’ raadgevers vroegen daarom expliciet naar de discrepanties tussen de wetenschappelijke analyse door het IPCC, en een samengevat rapport dat het IPCC op basis van deze analyse en in samenwerking met beleidsmakers opstelde. Het NAS-panel komt tot de conclusie dat het IPCC-beleidsdocument inderdaad een neiging vertoont de zekerheden omtrent de globale opwarming dik in de verf te zetten en de onzekerheden wat te verdoezelen. “Maar dit verschil in nadruk heeft geen enkele significante impact” op de inhoud van de tekst en gebeurde steeds met de uitdrukkelijke goedkeuring van de wetenschappelijke hoofdauteurs, aldus de NAS.

Het rapport werd enthousiast onthaald door milieuverenigingen en voorstanders van de beteugeling van broeikasgassen. Hoewel het NAS niet gevraagd was beleidsvoorstellen te doen en dat dan ook niet deed, is het duidelijk dat de ‘science’ nu wel degelijk ‘in’ is. Er wordt dan ook verwacht dat de Verenigde Staten hun standpunten ter zake zullen bijstellen. Maar zoals blijkt uit een eerste verklaring van Bush’ perssecretaris Ari Fleischer, is dat lang niet zeker. “Het rapport toont ons wat zeker is en wat niet”, zegt Fleischer, “Het is zeker dat de aarde opwarmt. Maar het is nog niet zeker waardoor; door de mens of door natuurlijke oorzaken.” Er is een zekere mate van creativiteit nodig om zulke boude stelling in het rapport terug te vinden, maar strikt genomen kan niet ontkend worden dat er nog een waterkansje bestaat dat de mens niet schuldig is aan de stijgende temperaturen. Dat betekent evenwel dat men niet bij ‘de wetenschap’ ten rade moet gaan, want daar kunnen waterkansjes slechts bij hoge uitzondering worden uitgesloten.

Het valt dus erg te betwijfelen dat er meer zal gebeuren dan wat nu al gepland is: Bush zal een eigen plan voorstellen, waarin wel voorstellen zullen worden gedaan om broeikasgassen te beperken, maar waarin zelfregulatie en vrijwillige maatregelen de bindende criteria van het Kyotoprotocol vervangen.De Zweedse milieuminister Kjell Larsson heeft al laten weten dat er geen sprake kan zijn dat deze kwestie geregeld kan worden door een beroep te doen op een systeem dat gebaseerd is op vrijwillige maatregelen. De huidige voorzitter van de EU vermoedt dat Europa enkel zal instemmen met een plan waaraan bepaalde plichten zijn verbonden.

Overigens meent een (anonieme) klimatoloog die het NAS-rapport voor publicatie nakeek wel te weten waarom het rapport zo gauw klaar was. “Ze stelden een reeks vragen die in 1990 misschien nog toepasselijk waren geweest”, zei hij in de New York Times. Om eraan toe te voegen: “Hallo? Waar hebben jullie het laatste decennium uitgehangen?”

(DdV)

Aansluitende artikels:

Poolgebied wordt steeds groener - 01-06-2001

Bush nu ook de mantel uitgeveegd door Annan - 25-05-2001

Globale opwarming blijft controversieel - 26-01-2001

Ontreddering na mislukken klimaattop - 27-11-2000

 


 
Related links:

 

The National Academies

UNEP

Intergovernmental Panel on Climate Change

 

© David de Vaal