Olijventeelt
verwoest Middellands Zee-gebied
EU
werkt verwoestijning in de hand - 18-06-2001
De
Werelddag voor de bestrijding van droogte en woestijnvorming vroeg
gisteren voor de 7de keer aandacht voor het probleem van bodemverschraling.
Twee milieuverenigingen luidden daarbij de alarmbel over de situatie
in Zuid-Europa, waar de olijfteelt het Middellandse Zee-gebied langzaam
in een woestijn verandert. Het subsidiebeleid van de Europese Unie
zou daar in belangrijke mate aan bijdragen.
Woestijnen
rukken op
Zondag 17 juli werd voor de 7de keer de ‘World Day to Combat Desertification
and Drought’ gehouden, waarbij de goedkeuring van de Conventie
ter bestrijding van woestijnvorming in herinnering werd gebracht.
Sinds 1994 hebben 174 landen zich bij de tekst aangesloten, en hoewel
sommigen een verbetering zien in de manier waarop dit probleem wordt
behandeld, blijft desertificatie toenemen en wereldwijd 1,2 miljard
mensen daarvan de gevolgen dragen. De laatste twee decennia ging de
bodemkwaliteit in heel wat gebieden verder achteruit, en waar precaire
regio’s zich vroeger vrij snel konden herstellen na een periode van
droogte, gaat de biologische en economische productiviteit van de
gronden nu veel sneller teloor. De redenen van deze voortschrijdende
woestijnvorming zijn overbegrazing, overcultivering, ontbossing, slechte
irrigatiemethodes en, alweer, het veranderende klimaat.
Verwoestijning is bovendien een probleem dat in belangrijke mate die
landen en gemeenschappen treft die economische weinig sterk staan.
Landbouwgroepen krijgen als eerste te maken met de nefaste gevolgen
van steeds minder rijke oogsten en het verdwijnen van vruchtbare bodemlagen
en vegetatie. 250 miljoen mensen zagen hun levenskwaliteit al ernstig
verminderd door de steeds schralere gronden waarvan zij afhankelijk
zijn en nog 1 miljard anderen in 110 landen worden rechtstreeks of
onrechtstreeks bedreigd.
De situatie verslechtert bovendien zienderogen. In Afrika is al de
helft van het land onbruikbaar geworden, en Azië verandert in sneltempo
in één grote zandbak. Maar ook in Amerika en Europe, waar bosbranden
recent nog miljoenen hectaren land in de bos legden zijn sommige streken
in toenemende mate onbruikbaar voor de mens.
Het VN-plan dat in 1994 werd aangenomen, benadrukt een ‘bottom-up’-aanpak,
waarin men vooral samen met de lokale gemeenschappen, lokale oplossingen
wil zoeken om woestijnvorming tegen te gaan. De oplossing wordt gezocht
in duurzame ontwikkeling, waarbij sociale, economische en ecologische
moeilijkheden samen worden aangepakt. Een dergelijke houding vraagt
heel wat coördinatie en samenwerking tussen regionale, nationale en
internationale organen, maar milieubewegingen zijn niet overtuigd
dat de politieke wil om maatregelen te treffen groot genoeg is om
het tij te keren.
EU-subsidies
oorzaak verwoestijning in Zuid-Europa?
Niet toevallig vandaag trekken het WWF
en Birdlife
International (BI) in een gezamenlijk persbericht aan de alarmbel
omdat ook de situatie in het Middellandse Zeegebied dramatisch wordt.
Als oorzaak wijzen zij de intensieve olijventeelt aan, die in stand
wordt gehouden en zelfs nog aangezwengeld wordt door het subsidiebeleid
van de Europese Unie. Italië, Spanje, Portugal en Griekenland zijn
samen verantwoordelijk voor 80% van de wereldproduktie van olijfolie.
Volgens de twee milieuverenigingen verdwijnt jaarlijke meer dan 80
ton vruchtbare grond uit de Spaanse regio Andalusië alleen als gevolg
van de olijventeelt, en is deze landbouwtak verantwoordelijk voor
de toenemende waterproblemen in Zuid-Europa. De plantages worden nog
steeds uitgebreid en overvloedig geïrrigeerd, ook als er watertekorten
zijn. Ontbossing, nodig om olijfbomen aan te planten, is een belangrijke
oorzaak van het versneld verdwijnen van vruchtbare bodemlagen.
Als grote verantwoordelijke voor deze ecologisch rampzalige evolutie
wijzen het WWF en BI de Europese Unie aan. Jaarlijks wordt de productie
van olijven gesteund met 2,250 miljoen Euro, waarvan bijna het volledige
bedrag aan productiesubsidies opgaat. Dat olijfboeren subsidies krijgen
toegestopt die afhankelijk zijn van de productie, werkt het streven
naar grotere oogsten door overvloedige irrigatie en uitbreiding van
de bebouwde oppervlakte uiteraard in de hand. En dat is geen duurzame
ontwikkeling, zo stellen de milieuverenigingen. In 1998 kwamen de
Europese Landbouwministers overeen dat het subsidiebeleid voor de
olijventeelt aangepast moest worden. In afwachting van een nieuw beleid,
werd een voorlopige regeling aangenomen, die zou lopen tot november
van dit jaar. Morgen, dinsdag 18 juni, komen de Ministers van Landbouw
opnieuw bij elkaar. Dit keer buigen zij zich over een voorstel van
de Europese Commissie, waarin wordt gevraagd het huidige regime aan
te houden, minstens tot 2003. Bovendien willen de belangrijkste spelers
in de olijvenmarkt - Spanje, Italië, Griekenland en Portugal - de
ministers vragen de hervorming uit te stellen tot 2006.
Het WWF en BI vragen de Landbouwministers de vraag van de Europese
Commissie te verwerpen en een subsidiereglement aan te nemen waarin
intensifiëring van de productie niet beloond wordt. Afwachten dus
of het de EU menens is met het engagement in de conventie ter bestrijding
van woestijnvorming. En hopen dat de milieuverenigingen inzien dat
ook het economische luik in duurzame ontwikkeling wordt inbegrepen.
De betrokken landen zijn nu niet meteen de meest welvarende van Europa...
(DdV)
Aansluitende artikels:
Koraalverbleking
als aanpassing aan eco-stress? - 15-06-2001
Ook
in de omgeving van Bush wordt het steeds warmer - 07-06-2001
Op
zoek naar oplossing voor het groeiend waterprobleem - 31-01-2001
Related links:
Woestijnvorming
in Zuid-Europa
Desertificatie:
de feiten
De
conventie voor de bestrijding van destertificatie in PDF-formaat
Woestijnvorming
Federale
Raad voor Duurzame Ontwikkeling
Duurzame
ontwikkeling
Birdlife
International
WWF
©
David de Vaal