(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Klimaattop levert toch akkoord op
Kyotoprotocol wordt afgezwakt, maar is gered - 23-07-2001

Een stevige marathonvergadering doet het hem nog altijd. Na 26 uur onderhandelen is in Bonn toch een akkoord gesloten over het Kyotoprotocol. Onder zware druk van de Europese Unie, de publieke opinie en een aanzienlijke vertegenwoordiging van de wetenschappelijke wereld hebben de laatste dwarsliggers – uitgezonderd de Verenigde Staten – toch beloofd het Kyotoprotocol in de praktijk te brengen, al moesten daar wel de nodige toegevingen voor worden gedaan.

 

De laatste kans

De onderhandelingen op de 6de Klimaatconferentie bis leken regelrecht op een mislukking af te stevenen en zondag was iedereen er nog van overtuigd dat geen overeenstemming over de uitvoering van het Kyotoprotocol bereikt zou kunnen worden. Maar na een ultieme vergadering, die maar liefst 26 uren in beslag nam en tot maandagochtend 10u30 voortduurde, kwamen onderhandelaars van 176 landen toch met een akkoord naar buiten. De basis daarvan is een compromistekst die conferentievoorzitter Jan Pronk zaterdag op tafel legde. Aanvankelijk leek de ‘Umbrella-group’ – een los samenwerkingsverband tussen niet-Europese geïndustrialiseerde landen – Pronks voorstel niet te aanvaarden, maar de Nederlandse milieuminister wist de vermoeide aanwezigen ervan te overtuigen geen amendementen meer in te dienen. “Dit is een goede tekst. Het is een evenwichtige tekst. Het is mijn overtuiging dat het mogelijk is volledige overeenstemming te bereiken”, zei Pronk. Ook Belgisch Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling Olivier Deleuze, die als hoofdonderhandelaar voor de Europese Unie was aangeduid, had zijn hoop op het voorstel van Pronk gevestigd: “Deze tekst is take it or leave it, sommige landen moeten eindelijk eens leren om hun verantwoordelijkheid te nemen”.

De inzet van deze top was het voortbestaan van het Kyotoprotocol, een akkoord dat in 1997 in Japan werd gesloten en dat voorziet in het terugdringen van de wereldwijde uitstoot van zes broeikasgassen. In Kyoto werd beslist dat deze uitstoot tussen 2008 en 2012 met 5,2% verminderd moet worden in vergelijking met het niveau in 1990. Maar het protocol specificeert niet hoe deze reductie bereikt moet worden, welke maatregelen genomen moeten worden en wat de sancties zullen zijn als het akkoord niet wordt nageleefd. Er waren dan ook maar weinig landen bereid tot ratificatie over te gaan, wat betekent dat Kyoto dode letter bleef. Vooraleer minstens 55% van de landen het akkoord goedkeurden, die samen bovendien 55% van de totale uitstoot van broeikasgassen moeten vertegenwoordigen, treedt het Kyotoprotocol niet in werking.

Vorig jaar werd in Den Haag de 6de Klimaatconferentie georganiseerd om de praktische kant van de zaak uit te werken. Maar de conferentie werd toen ontbonden zonder dat een akkoord werd bereikt. De Verenigde Staten, toen nog met Clinton als president, werd als voornaamste schuldige aangewezen. Vooral het belang dat de VS aan de zogenaamde ‘sinks’ – bossen, weilanden, watermassa’s die CO2 opslorpen en bijgevolg uit de atmosfeer houden - hechtten was het belangrijkste struikelblok. “Beter geen akkoord, dan een slecht akkoord” klonk het toen uit de mond van milieuverenigingen en Europese vertegenwoordigers.

Ondertussen is de sfeer omgeslagen, vooral nadat duidelijk werd dat de Verenigde Staten na de presidentswissel niet eens meer bereid waren over het Kyotoprotocol te praten en het dadelijk naar de prullenmand verwezen. De VS vertegenwoordigen zo’n 36% van de wereldwijde CO2-emissie, wat het zonder Amerikaanse steun erg moeilijk maakt om het nodige quotum te bereiken. De sfeer was aan het begin van Klimaatconferentie 6 bis, zoals de bijeenkomst in Bonn werd gedoopt, erg gespannen. De publieke opinie had sterk gereageerd op de mislukking in Den Haag, het Intergovernmental Panel on Climate Change en andere wetenschappelijke instituten bleven benadrukken dat de opwarming van de aarde wel degelijk deels de schuld van de mens is en milieuverenigingen hekelden het gebrek aan politieke wil om inspanningen te leveren voor het milieu. Bovendien engageerde met name de Europese Unie zich om het Kyotoprotocol te redden. In Bonn opnieuw falen zou wel eens de finale doodsteek voor Kyoto kunnen betekenen, zo was de algemene teneur. Langzaamaan raakte iedereen ervan overtuigd dat een afgezwakt akkoord beter was dan geen akkoord.

Het akkoord

Europa heeft dan ook moeten inbinden en met hen de G77, een samenwerkingsverband van ontwikkelingslanden, die veelal het eerste slachtoffer zullen zijn van de voorspelde gevolgen van een warmere aarde. Rusland, Japan, Canada en Australië moesten immers overtuigd worden ook zonder de VS in het akkoord te stappen, en daar waren toegevingen voor nodig.

Ten eerste mogen de ‘sinks’ nu toch in rekening worden gebracht om de beperking van de uitstoot te berekenen. Herbebossing en het beheer van bestaande bossen, weilanden en opbrengstakkers leveren kredieten op, maar er is per land een quotum opgesteld voor de mate waarin de sinks als beperkende maatregel ingebracht mogen worden. Deze limieten zijn onder druk van de Umbrella-group flink de hoogte in gegaan. In ruil voor deze toegeving mogen de geïndustrialiseerde landen niet langer atoomcentrales in ontwikkelingslanden bouwen.

Daarnaast is ook de verplichte bijdrage aan klimaatfondsen voor ontwikkelingslanden geruild tegen een vrijwillige bijdrage. Olivier Deleuze heeft ondertussen wel verklaard dat de ontwikkelingslanden vanaf 2005 jaarlijks 410 miljard frank zullen ontvangen voor de ontwikkeling van milieuvriendelijke technologie.

Verder werden ook regels opgesteld om de handel in emissierechten te regelen. Geïndustrialiseerde landen kunnen nu uitstotings-kredieten kopen en verkopen en via het ‘Joint Implementation’-regime ook kredieten verkrijgen door landen met overgangseconomieën te steunen.

Deze maatregelen waren voldoende om de meeste landen te overhalen, op Japan na. Het land buitte zijn ijzersterke onderhandelingspositie uit, wat leidde tot een herziening van het voorgestelde sanctioneringsmechanisme. Landen die er niet in slagen de onder Kyoto vooropgestelde doelen te bereiken zullen geen boetes moeten betalen, maar voor elke ton gas die te veel wordt geproduceerd na 2013 1,3 ton gas extra moeten bezuinigen. De juridische teksten die aan dit mechanisme een legale basis moeten geven zullen in de loop van deze week opgesteld worden.

Euforie

De bekendmaking van het akkoord zorgde voor een bij deze gelegenheden ongebruikelijke vreugdeuitbarsting bij de meer dan 4500 deelnemers aan de conferentie. Voorzitter Jan Pronk nam zichtbaar uitgeput drie staande ovaties in ontvangst en tijdens de diverse toespraken werd het historische karakter van dit akkoord benadrukt. Zelfs milieuverenigingen laten zich gematigd positief uit, al laten zij er geen twijfel over bestaan niet bijster enthousiast te zijn over de toegevingen.

Het meest concrete resultaat is dat het Kyoto-protocol nu klaar is voor ratificatie en dat alle landen van de Verenigde Naties – behalve de Verenigde Staten – ook beloofd hebben het protocol goed te keuren, wat in de meeste landen wellicht in 2002 zal gebeuren. Het verdrag zal daarom in werking treden, wat de betrokken landen verplicht actieve maatregelen te nemen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Dat daarbij de nodige flexibiliteit wordt toegestaan zorgt er evenwel voor dat de effectieve reductie eerder 1,8% zullen bedragen dan de voorziene 5,2%, zo zegt het World Wildlife Fund. Milieuorganisaties geven echter aan dat een beperking met 50 tot 70% nodig is om het tij te keren.

Het is daarom wellicht wat overdreven om te stellen dat dit een “geweldige dag is voor het milieu”, zoals de Britse milieuminister Michael Meacher zich liet ontvallen. Daarvoor moeten het protocol, met daarin voorwaarden die destijds minimaal werden genoemd, te veel aan slagkracht inboeten. Dan verwoordt Olivier Deleuze het resultaat beter als hij zegt “dit is zeer goed nieuws voor de internationale gemeenschap”. Het akkoord is immers een toonbeeld van internationale politieke samenwerking, wat de VN-instellingen misschien wat van de verloren credibiliteit kan terugbezorgen. Bovendien is men erin geslaagd een consensus te bereiken zonder de VS. Greenpeace noemde het resultaat van de Klimaatconferentie daarom al een “geopolitieke aardverschuiving” en geniet zichtbaar na van de klap waarmee George Bush dit deksel op zijn neus kreeg. Europa is erin geslaagd in te binden zonder gezichtsverlies te lijden, wat ook EU-onderhandelaar Deleuze pluimen zal opleveren. En ook de G77 zegt tevreden te zijn, al konden zij niet veel meer doen dan alle verzet opgeven. Het leverde hen complimenten op voor de soepele houding, maar het miljard dollar dat Pronk hen graag had bezorgd komt er niet.

David de Vaal

Aansluitende artikels:

Kan nieuwe klimaattop Kyoto redden? – 16-07-2001

Ook in de omgeving van Bush wordt het steeds warmer - 07-06-2001

Ontreddering na mislukken klimaattop - 27-11-2001

 


 
Related links:

 

Earth Negotiations Bulletin: onafhankelijke berichtgeving

Friends of the Earth

Alle officiële documenten

Het Kyotoprotocol

Unep

Intergovernmental Panel on Climate Change

Klimaatconferentie Den Haag

De ‘sinks’

 

© David de Vaal