(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Met een zucht tot boven in de lucht
Micro-organismen mogelijk weermakers - 24-08-2000

Het lijkt wel alsof iedere wetenschapper zich tijdens deze zomermaanden uitslooft om op de meest bizarre plaatsen levensvormen te ontdekken. Deze keer heeft een Oostenrijks team levende en actieve bacterieën aangetroffen in wolken. Die zouden daar bovendien een belangrijke invloed op het klimaat kunnen uitoefenen.

 

Wim Verstraeten achterna

De berichten over de extreme omstandigheden waarin micro-organismen kunnen overleven volgen elkaar in sneltempo op. Onder het zuidpoolijs, in geisers, in zoutwoestijnen en nu dus ook in wolken worden bacterieën aangetroffen die daar uitstekend schijnen te gedijen. Hoewel reeds bekend was dat bacterieën tot hoog in de atmosfeer worden geblazen en op deze manier over grote oppervlaktes verspreid kunnen worden, was tot vandaag niet geweten dat wolken een echt habitat voor deze levensvormen konden zijn. In The New Scientist die op 26 augustus zal verschijnen worden de resultaten van het onderzoek van een Oostenrijks team van de universiteit van Salzburg bekend gemaakt die dit aantonen. Later zal nog een gedetailleerder rapport verschijnen in Geophysical Research letters.

In vergelijking met andere wetenschappers, die pooltemperaturen of de hitte van de woestijn moesten trotseren, hadden de Oostenrijkse onderzoekers het relatief gemakkelijk. Zij parkeerden zich gewoon op de berg Sonnblick, niet ver van thuisbasis Salzburg. Omdat op wolken lopen tot nader order enkel voor zwaar verliefden is weggelegd, werden waterdruppels uit de wolk op een teflon-plaat bevroren en daarna in het laboratorium onderzocht, waarbij dezelfde lage temperaturen als in de wolk werden nagebootst.

De wetenschappers troffen in elke milliliter water een kleine 1.500 bacterieën aan, in allerlei vormen. Een precieze identificatie is nog niet gebeurd, maar daar wordt nu aan gewerkt. Dat deze bacterieën ook actief zijn, en zich niet in een soort van ‘winterslaap’ bevinden, werd afgeleid uit het feit dat zij waarneembare hoeveelheden radioactieve thymidine - een DNA-component - opnamen, alsook het aminozuur leucine. Beide stoffen zouden worden omgezet in nieuw DNA en proteïne. Door de levensduur van de wolken te vergelijken met de vermenigvuldigingstijd van de bacterieën kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat ook reproductie in de wolken plaatsvindt. Dat is opvallend, vermits de temperaturen op deze hoogten erg laag kunnen zijn en de micro-organismen het daar moeten stellen met weinig voedingsstoffen, maar wel een flinke dosis UV-stralen te verwerken krijgen.

Wanneer de bacterieën geïdentificeerd zijn, zal men ook kunnen vaststellen of ze afkomstig zijn van planten, oppervlaktewater of aarde. Verder wil men ook achterhalen waarop de microscopische levensvormen leven en wat ze precies produceren. Harvard professor Daniel Jacob, die de obscure wetenschap van de atmosferische chemie als zijn vakgebied heeft gekozen, denkt dat de bacterieën verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de productie van carbonyl, een zuurstofhoudende substantie waarvan de aanwezigheid in de atmosfeer nog niet verklaard kon worden. Dat zou een aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen op het weer.

De aarde als organisme: Gaia

Iemand die alvast erg blij zal zijn deze ontdekking te vernemen is Tim Lentondie in 1998 samen met Lynn Hunt een artikel publiceerde dat een van de centrale stellingen van de Gaia-hypothese, namelijk dat algen het klimaat helpen reguleren, probeerde te verdedigen.

De Gaia-hypothese, genoemd naar de Griekse godin van de aarde Gaea, gaat er namelijk vanuit dat het globale ecosysteem zichzelf reguleert als een organisch wezen. De theorie werd ontwikkeld door James Lovelock, die tot op dat moment een gerespecteerd wetenschapper was en onder meer een instrument had ontwikkeld waarmee bijzonder kleine hoeveelheden door mensen ontwikkelde chemicaliën konden worden opgespoord. Na zijn boek, “Gaia: een nieuwe visie op de aarde” , werd hij echter uitgespuwd door het wetenschappelijke establishment. De Gaia-theorie is na dertig jaar nog steeds zeer ‘alive and kicking’ en gaandeweg verwerft deze hypothese meer en meer credibiliteit, ook bij andere wetenschappers. Lynn Margulis, een nauw medewerkster van Lovelock, is uitegegroeid tot een erg gewaardeerd wetenschapper, en Lovelock zelf heeft inmiddels al heel wat wetenschappelijke medailles op zijn borst mogen spelden.

Een van de vaststellingen die Lovelock naar zijn theorie leidde was het opmerkelijke feit dat de temperatuur op aarde al enkele honderden miljoenen jaren ideaal blijft om leven te ondersteunen, terwijl de zon in de periode gestaag actiever werd. Ook het zoutgehalte van de zee is in die periode nooit bedreigend voor het leven geweest, ook al is het verzadigingspunt van water nog niet bereikt en komen er elk jaar miljoenen tonnen zout in zee terecht. Bovendien is de aardatmosfeer, vergeleken met de andere planeten in het zonnestelsel, eigenaardig samengesteld. Die atmosfeer bestaat voor 20% uit zuurstof, ook al zou dit hoogst reactieve gas snel andere verbindingen moeten aangaan.

Het artikel van Lenton en Hunt uit 1998, “Spora and Gaia: How Microbes Fly with their Clouds” insinueerde al wat nu door het Oostenrijkse team is vastgesteld, dat er zich microben in de wolken ophouden. De ideeën van Lenton en Hunt gingen wel verder: zij stelden voor dat dit microscopische algen zouden zijn en dat deze een belangrijke rol zouden spelen bij het reguleren van het klimaat. Zij bouwden daarmee verder op een idee dat door Lovelock en medewerkers zelf werd gelanceerd, namelijk dat algen, door de productie van DMS (dimethil sulfide) verantwoordelijk zouden zijn voor een globale temperatuurdaling van 4°C. De opmerking dat dit niet te verklaren is vanuit een evolutionair perspectief, met andere woorden dat algen er niets bij te winnen hebben DMS te produceren en dat het onwaarschijnlijk is dat deze eigenschap dan toch zou bestaan, wordt door Lenton en Hunt weerlegd. Zij ontwikkelden enkele alternatieven, waaruit bleek dat de productie van DMS wel nuttig kon zijn voor het voortbestaan van de soort.

Omdat de micro-organismen die door het Oostenrijkse team werden ontdekt nog niet zijn geïdentificeerd, is het nog te vroeg om enige conclusies over hun herkomst of functie te bedenken. De tekortkoming waar Lenton en Hunt over klagen, namelijk dat dergelijke kleine levensvormen in de lucht niet of nauwelijks worden onderzocht en al helemaal niet worden geclassificeerd of geïdentificeerd is nu alvast uit de weg geholpen. En dat van steeds kleinere factoren wordt ontdekt dat zij een belangrijke invloed kunnen uitoefenen op de evolutie en het gedrag van macrostructuren als het klimaat is koren op de molen van de Gaia-proponenten. Lovelock zal het met plezier, en ongetwijfeld met een mild gevoel van weerwraak, lezen. (DdV)


 
Related links:

 

Een commentaar van Lynn Hunt op de controverse rond haar artikel

Een grondig, maar rommelig gepesenteerd overzicht van de Gaia-theorie

 

© David de Vaal