Op
zoek naar dierlijke intelligentie
Conferentie
brengt voor het eerst onderzoekers van verschillende dierensoorten
samen - 25-08-2000
Van
23 tot 26 augustus wordt in Chicago de conferentie ‘Animal Social
Complexity and Intelligence’ gehouden. De cognitieve capaciteiten
van dieren worden al jaren onderzocht bij de meest diverse soorten,
maar het is voor het eerst dat wetenschappers gespecialiseerd in verschillende
soorten ervaringen zullen uitwisselen.
Een
geladen onderwerp
Intelligentie bij dieren is een onderwerp dat bij wetenschappers altijd
al gevoelig heeft gelegen. Sommigen geven René Descartes hiervan de
schuld, omdat hij mee aan de basis heeft gestaan van de ontwikkeling
van het moderne wetenschapsbegrip. Descartes ging er namelijk van
uit dat de beste manier om de wereld te beschouwen deze is waarin
alles waar ook maar enige twijfel over bestaat als vals beschouwd
wordt. Daarom werd lange tijd verkozen enkel over dierlijk gedrag
te praten in termen van instincten en reflexen. Eigenschappen als
intelligentie en bewustzijn werden geweerd, en wetenschappers die
ze toch gebruikten werd antropomorfime verweten: het ongerechtvaardigd
toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren (of planten en voorwerpen).
Wie zelfs maar probeerde te insinueren dat dieren over cognitieve
capaciteiten beschikken, werd in het beste geval hartelijk uitgelachen
en kon zijn wetenschappelijke carrière doorgaans op zijn buik schrijven.
Het is aan Jane Goodall, pionier in de gedragsstudie van primaten
en aan het begin van haar carrière voorwerp van spot omdat ze ‘haar’
dieren benoemde, en gelijkgestemde zielen te danken dat dat klimaat
toch de wereld uitgeholpen is. Talloze studies hebben aangetoond dat
dieren gedrag vertonen dat niet op basis van instincten en reflexen
te verklaren valt. Toch blijft een aanzienlijk deel van de wetenschappelijke
wereld weigeren deze hypothese zelfs maar als mogelijkheid te beschouwen.
De resultaten van deze onderzoeken blijven doorgaans echter circuleren
in een ‘inner circle’ van onderzoekers van een bepaalde dierensoort.
Daarom organiseert de vermaarde primatoloog Frans de Waal, bekend
van een aantal baanbrekende studies over het gedrag van de bonobo,
een primatensoort, van 23 tot 26 augustus een conferentie waarin etologen
uit verschillende velden de koppen eens bij elkaar kunnen steken.
"Want
dieren zijn precies als mensen..."
De wijsheden van Meneer de Uil, fabeltjeskrant nieuwslezer, mogen
dan misschien een beetje overdreven zijn, sommige diersoorten geven
blijk van gedrag dat zeer menselijk is.
De Waal zelf schuwt menselijke vergelijkingen niet als hij het heeft
over ‘zijn’ bonobo’s, ook al waarschuwt hij zelf voor een overdreven
antropomorfisering. Hij specialiseerde zich in de manier waarop bonobo’s
bedrog gebruiken in hun relaties met andere dieren uit de groep. De
Waal zegt versteld te hebben gestaan van de finesses waarmee deze
dieren elkaar bij de neus namen. “Ik zag hen ongewenste uitdrukkingen
van hun gezicht vegen, compromitterende lichaamsdelen achter hun handen
verstoppen en zich doofstom houden wanneer een soortgenoot hen uitdaagde
met intimiderend gedrag”. Eén van de bekendste voorbeelden werd beschreven
door Dirk Fokkema, die meewerkte aan een onderzoek in de zoo van Arnhem
dat door de Waal werd gesuperviseerd. Hij beschreef hoe Jeroen, een
bonobo die in een gevecht gewond raakte, ook nadat de wonden al lang
genezen waren bleef manken wanneer hij zich in het gezichtsveld van
Nikkie, zijn belaagster, bevond.
En er bestaan talrijke voorbeelden van intelligent gedrag. Op de conferentie
zullen walvissen, papegaaien, olifanten, hyena’s en alle soorten primaten
aan bod komen. Zo zouden sommige walvissoorten geleerd hebben zich
aan te passen aan de steeds drukker wordende zeeën. Vooral geluidsvervuiling
zou het de walvissen, die een akoestisch communicatiesysteem kennen,
knap lastig kunnen maken, ware het niet dat ze geleerd hebben ‘luider
te praten’.
Een ander geval dat in de media ruime weerklank vond - het was dan
ook een typisch ‘feel good’-verhaal - gaat over Bintu Jua, een gorilla
van de Amerikaanse Brookfield Zoo. Toen een peuter in de gracht die
het gorilla-verblijf omringt viel, beschermde Bintu het kind tegen
de andere gorilla’s, hield het bewusteloze kind bij zich en gaf het
tenslotte aan de menselijke redders.
Tenslotte verscheen deze week in The New Scientist een wetenschappelijke
studie over de leer-capaciteiten van dieren die daarvan zelden verdacht
worden: vissen. Een team in Nieuw-Zeeland besloot het vissersverhaaltje
dat vissen die voortdurende aan de gevaren van de hengelsport worden
blootgesteld aas leren vermijden. Daarvoor werden op verschillende
tijdstippen vissers naar twee rivieren gestuurd, één rivier die druk
bevist wordt en een andere waar dit normaliter verboden is. De vissers
die in deze laatste rivier de hengel uitgooiden vingen de eerste dagen
significant meer vis dan de controlegroep. Na enkele dagen verdween
dit effect echter. Anders dan bij gebruik van een meetlat wel eens
het geval is, werd in dit geval het visserslatijn dus experimenteel
bevestigd.
Communicatie
en sociaal gedrag
Het grootste deel van dit soort studies concentreert zich op communicatie
en sociaal gedrag. Velen voelen zich daarbij geroepen parallellen
te trekken met de menselijke evolutie. Los daarvan valt het echter
op dat intelligent gedrag doorgaans bij sociale dieren wordt vastgesteld.
Een aantal wetenschappers veronderstelt daarom dat intelligentie en
zelfs een zelfbeeld ontstaan door sociale druk. Van bepaalde primaten
is bekend dat zij zichzelf (in gevangenschap) kunnen herkennen in
spiegels. Sommigen gaan nog een stap verder en zeggen dat om het complexe
sociale gedrag dat sommige primaten ten toon spreiden te kunnen verklaren
een manier van denken noodzakelijk is die zich nog het best laat omschrijven
als ‘Als ik dit zou doen in die situatie dan ...’ . Slechts op die
manier zouden volgens deze onderzoekers gevechten vermeden kunnen
worden of in competitie gegaan worden voor vrouwtjes. Heel wat onderzoekers
zullen echter nog lang niet bereid zijn een dergelijke stap te zetten.
Taal is een ander pijnpunt in de discussie omtrent dierlijk gedrag
en de Waal zelf zei enkele jaren geleden dat het waarschijnlijk makkelijker
is om de koude oorlog te beëindigen dan om de verschillende partijen
in dit debat te verzoenen. Daarom wordt meestal gesproken van communicatiesystemen
en communicatief gedrag.
Zo werd pas nog bekend gemaakt dat dolfijnen gedrag vertonen dat sterk
gelijkt op wat er gebeurt bij het leren van een taal. Op basis van
de analyse van ongeveer 1.700 typische dolfijngeluiden in één dolfijngroep
werd vastgesteld deze dieren elkaar ‘beantwoorden’ door dezelfde klanken
te produceren, iets wat duidt op vocaal leren en de dolfijnen toelaat
met elkaar te communiceren in troebel water of over een zekere afstand.
Eerdere studies hadden al aangetoond dat dolfijnen in hun jeugd een
eigen uniek ‘fluitsignaal’ ontwikkelen, dat als een ‘naam’ kan dienen.
De recente studie toont aan dat de zoogdieren dit fluitsignaal gebruiken
om een bepaald dier ‘aan te spreken’. Ook bij andere dieren, bv. bepaalde
apensoorten, olifanten, prairiehonden en hyena’s, werd een communicatiesysteem
vastgesteld dat verder ging dan wat lange tijd werd aangenomen.
Een bijzondere plaats, tenslotte, wordt ingenomen door studies waar
aan primaten taal wordt aangeleerd. In dit onderzoeksveld is de Bonobo
Kanzi een beroemdheid. Kanzi’s moeder was betrokken in een dergelijke
taalstudie maar Kanzi aanvankelijk niet. De onderzoekers merkten echter
dat Kanzi de taal leerde door de lessen van zijn moeder te observeren.
De bonobo bleek daar bovendien erg goed in te zijn, en voor het eerst
kon aangetoond worden dat een primaat ook werkelijk begreep wat er
werd gezegd. Kanzi bleek in staat tot complex symbolisch gedrag. Enkele
voorbeelden kunnen aantonen waarom het in dit geval misschien wel
gerechtvaardigd is om over taal te spreken. Kanzi kon, als hij een
woord hoorde, het correcte symbool voor dat woord aanduiden. Hij kon
correct complexe opdrachten uitvoeren als ‘gooi de druiven in het
zwembad’. Zijn ‘uitspraken’ gaven blijk van een zekere grammaticale
structuur, en werden begeleid door vocalisaties (stembuigingen), bepaalde
blikken en gebaren. Kanzi deed af en toe zelfs pogingen om te liegen,
wat toch een complex cognitief proces veronderstelt.
Toch blijft een aanzienlijk deel van de wetenschappelijke wereld de
mogelijkheid van dierlijk intelligent gedrag afwijzen. Het aantal
aanhalingstekens in dit artikel zijn dan ook een aanduiding van de
gevoeligheid van dit debat. Aangezien intelligentie en taal beschouwd
werden (en worden) als datgene wat de mens tot mens maakt is dat niet
eens zo vreemd. Bovendien wordt bij dit soort onderzoek voortdurend
geschermd met termen als intelligentie en taal, termen waarover geen
consensus bestaat, en die er nog steeds in slagen wetenschappers met
getrokken messen tegenover elkaar te plaatsen. Los van deze bedenkingen
duiden de voorbeelden die hier aan bod kwamen, en die slechts een
greep uit het beschikbare aanbod vormen, op gedrag dat het puur reflexmatige
en instinctieve overstijgt. Naast het feit dat dergelijk onderzoek
alle kansen moet krijgen en met een open geest benaderd moet worden
zou dat ons minstens moeten aanzetten ons te bezinnen over de manier
waarop de mens steeds met dieren is omgegaan. Want misschien is antropocentrisme
een nog groter kwaad dan antropomorfisme. (DdV)
Related links:
De homepage van Frans de Waal:
Living Links
©
David de Vaal