T.
Rex van de troon gestoten?
Nieuwe
vondsten hertekenen geschiedenis van de dinosauriërs - 27-09-2000
Omdat
het onderzoek naar fossielen van dinosauriërs zich voornamelijk op
het noordelijk halfrond heeft afgespeeld is een vertekend beeld ontstaan
van de prehistorische reuzen. Dat zeggen Paul Sereno en Thomas Holtz,
twee paleontologen in The New Scientist. Volgens hen waren
dinosaurus-iconen als Triceratops, Velociraptor en Tyrannosaurus
Rex slechts regionale variëteiten, die meer aandacht hebben gekregen
dan zij verdienen.
Jurassic
Park hernieuwde de aandacht van het grote publiek in de ‘monsters’
die lang voor de mens over de aarde heersten en populaire reeksen
als ‘Walking with Dinosaurs’ maakten het brede publiek, niet in het
minst door de prachtige animaties, nog meer vertrouwd met deze reusachtige
dieren. De meeste aandacht gaat steevast naar de meest spectaculaire
soorten, de machtige Tyrannosaurus Rex, ook al het pronkstuk
van de Jurassic Park-collectie, op kop.
In het cover-artikel van The New Scientist willen paleontologen
Paul Sereno van de universteit van Chicago en Thomas Holtz van de
Maryland universiteit, een poging doen om dit beeld wat bij te stellen.
Het onderzoek naar de fossielen van dinosaurussen heeft zich voornamelijk
in de noordelijke hemisfeer afgespeeld, met vooral vondsten in Noord-Amerika,
China, Mongolië, Canada en Groot-Brittannië. Omdat een aanzienlijk
deel van de dino-evolutie zich op het oercontinent Pangaea
heeft afgespeeld is dit niet voor elk periode een probleem. De eerste
dinosaurussen konden zich vrijuit over de landmassa bewegen en deden
dat ook. De vondsten uit de vroegste periodes vertonen dan ook grote
gelijkenissen, onafhankelijk van hun vindplaats.
Aan het begin van het Krijt, 144 tot 65 miljoen jaar geleden, begon
Pangaea in verschillende delen uiteen te vallen. Zo ontstonden twee
landmassa’s: Laurasia, het huidige Noord-Amerika en Eurazië
en Gondwana, dat het huidige Afrika, Zuid-Amerika, Australië,
India en Antarctica verenigde. Daardoor werd de bewegingsvrijheid
van de dinosauriërs beperkt en ontstond er een aanzienlijke regionale
variatie in het dino-bestand. Dinosaurus-vondsten werden vooral in
het voormalige Laurasië gedaan en het beeld dat van de dinosauriërs
werd opgehangen was grotendeels gebaseerd op de noordelijke variëteiten.
Paleontologen vermoedden wel dat er verschillen zouden zijn tussen
dinosaurussen die op de twee landmassa’s leefden, maar hoe groot deze
verschillen wel waren kon niet worden ingeschat. Een situatie die
tot midden jaren ‘80 bleef voortduren.
In 1985 deed Jose Bonaparte een baanbrekende ontdekking in Argentinië.
Hij legde er de resten bloot van twee vleesetende dinosaurussen die
spectaculair verschilden van de tot dan toe bekende soorten. Een van
die vondsten werd Carnotaurus gedoopt en was zo goed bewaard
dat de huid indrukken in de rotsen had nagelaten. Zijn naam - die
zoveel als ‘vleesetende stier’ betekent - dankte de Carnotaurus aan
twee opmerkelijke horens boven de ogen. De tweede, onvolledige vondst,
de Abelisaurus bevestigde de indruk dat er op Gondwana heel
andere dinosaurussen leefden dan in Laurasië. Op het noordelijk halfrond
regeerde op dat moment de beruchte T. Rex.
De ontdekking van Bonaparte stimuleerde de interesse in de regio’s
waar voorheen niet naar fossielen werd gezocht. In de jaren nadien
bleef men op het Zuidamerikaanse vasteland opzienbarende specimens
ontdekken. Aan het begin van de jaren ’90 werd de toepasselijk genoemde
Argentinosaurus opgegraven, een herbivore kolos die meer dan
100 ton gewogen zou hebben en tot 45 meter lang was, wat hem meteen
tot het grootste dier promoveerde dat ooit de aarde bewandelde. Gigantosaurus,
die eveneens in Zuid-Amerika werd ontdekt, stak de T. Rex naar de
kroon als koning van de vleeseters, met een lengte van meer dan 14
meter en een gewicht van 8 ton, maar had een hersenvolume dat maar
de helft was van zijn telegenieke noorderbuur.
Al gauw begon zich een patroon af te tekenen. Dinosauriërs op het
zuidelijke continent bleken in het algemeen groter, primitiever en
dommer te zijn dan hun noordelijke familieleden. Sauropoden,
die in Laurasia grotendeels uitgestorven waren aan het begin van het
Krijt, bleven, in tegenstelling tot wat lang werd gedacht, in de rest
van de wereld met voorsprong de meest verspreide dinosaurussen. Abelisauriërs
kwamen in Laurasia niet voor, maar vormden op Gondwana de grootste
groep roofdieren.
De vondsten die in Zuid-Amerika voor opschudding zorgden werden bevestigd
door fossielen die in Afrika, India, Madagascar en Australië werden
blootgelegd. Sereno sloeg ondertussen zijn tenten op in Niger, waar
hij de Nigersaurus opgroef, een verre verwant van de Diplodocus
die een indrukwekkend 600-tal tanden bezat. Lurdusaurus was
een volgende verrassing, een planteneter die qua morfologie lijkt
op een nijlpaard, maar wel een vlijmscherpe duimklauw bezat. En ook
vreemdsoortige vleeseters bleven opduiken: Deltadromeus was
een gracieuze jager die enkel in het huidige Afrika lijkt te zijn
voorgekomen, Carcharondontosaurus kon makkelijk de vergelijking
met de Gigantosaurus doorstaan en Suchominus had een kop als
een krokodil.
Naarmate meer ontdekkingen worden gedaan neemt ook de complexiteit
van het beeld van het leven op aarde tijdens het Krijt toe. Ondertussen
is gebleken dat een eenvoudige opdeling in Laurasia en Gondwana evenmin
een waarheidsgetrouw beeld schetst. In Australië zijn fossielen opgedoken
die meer gemeen hebben met Laurasia-dinosaurussen dan met hun zuidelijke
neefjes. Bovendien worden in wat eens Laurasië was nu ook overblijfselen
gevonden die nauwe gelijkenissen vertonen met Gondwana-fossielen.
Baryonix bijvoorbeeld, lijkt op de vreemde Suchominus. Een
mogelijke verklaring daarvan is dat tijdelijke landbruggen de oercontinenten
verbonden, wat migraties toeliet. Verder zou de opdeling van Pangaea
niet totaal zijn geweest.
Sereno en zijn collega’s kijken in elk geval uit naar wat nieuwe expedities
kunnen brengen. Zij zijn er alvast van overtuigd dat de diversiteit
veel groter was dan lang werd gedacht en dat de typische dinosaurussen
die zo bekend zijn geworden slechts een marginale en lokale variëteit
waren. Volgens hen vormden zuidelijke dino’s de norm en waren T. Rex
en Triceratops de vreemde vogels. Sereno bevindt zich op dit moment
opnieuw in de woestijn van Niger. Zijn vorderingen kunnen gevolgd
worden op de speciaal hiervoor opgezette website http://www.projectexploration.org/
(DdV)
Related links:
De Dinosaur
Hall
Artikels uit het Journal of Dinosaur Paleontology
©
David de Vaal