(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

T. Rex van de troon gestoten?
Nieuwe vondsten hertekenen geschiedenis van de dinosauriërs - 27-09-2000

Omdat het onderzoek naar fossielen van dinosauriërs zich voornamelijk op het noordelijk halfrond heeft afgespeeld is een vertekend beeld ontstaan van de prehistorische reuzen. Dat zeggen Paul Sereno en Thomas Holtz, twee paleontologen in The New Scientist. Volgens hen waren dinosaurus-iconen als Triceratops, Velociraptor en Tyrannosaurus Rex slechts regionale variëteiten, die meer aandacht hebben gekregen dan zij verdienen.

 

Jurassic Park hernieuwde de aandacht van het grote publiek in de ‘monsters’ die lang voor de mens over de aarde heersten en populaire reeksen als ‘Walking with Dinosaurs’ maakten het brede publiek, niet in het minst door de prachtige animaties, nog meer vertrouwd met deze reusachtige dieren. De meeste aandacht gaat steevast naar de meest spectaculaire soorten, de machtige Tyrannosaurus Rex, ook al het pronkstuk van de Jurassic Park-collectie, op kop.

In het cover-artikel van The New Scientist willen paleontologen Paul Sereno van de universteit van Chicago en Thomas Holtz van de Maryland universiteit, een poging doen om dit beeld wat bij te stellen. Het onderzoek naar de fossielen van dinosaurussen heeft zich voornamelijk in de noordelijke hemisfeer afgespeeld, met vooral vondsten in Noord-Amerika, China, Mongolië, Canada en Groot-Brittannië. Omdat een aanzienlijk deel van de dino-evolutie zich op het oercontinent Pangaea heeft afgespeeld is dit niet voor elk periode een probleem. De eerste dinosaurussen konden zich vrijuit over de landmassa bewegen en deden dat ook. De vondsten uit de vroegste periodes vertonen dan ook grote gelijkenissen, onafhankelijk van hun vindplaats.

Aan het begin van het Krijt, 144 tot 65 miljoen jaar geleden, begon Pangaea in verschillende delen uiteen te vallen. Zo ontstonden twee landmassa’s: Laurasia, het huidige Noord-Amerika en Eurazië en Gondwana, dat het huidige Afrika, Zuid-Amerika, Australië, India en Antarctica verenigde. Daardoor werd de bewegingsvrijheid van de dinosauriërs beperkt en ontstond er een aanzienlijke regionale variatie in het dino-bestand. Dinosaurus-vondsten werden vooral in het voormalige Laurasië gedaan en het beeld dat van de dinosauriërs werd opgehangen was grotendeels gebaseerd op de noordelijke variëteiten. Paleontologen vermoedden wel dat er verschillen zouden zijn tussen dinosaurussen die op de twee landmassa’s leefden, maar hoe groot deze verschillen wel waren kon niet worden ingeschat. Een situatie die tot midden jaren ‘80 bleef voortduren.

In 1985 deed Jose Bonaparte een baanbrekende ontdekking in Argentinië. Hij legde er de resten bloot van twee vleesetende dinosaurussen die spectaculair verschilden van de tot dan toe bekende soorten. Een van die vondsten werd Carnotaurus gedoopt en was zo goed bewaard dat de huid indrukken in de rotsen had nagelaten. Zijn naam - die zoveel als ‘vleesetende stier’ betekent - dankte de Carnotaurus aan twee opmerkelijke horens boven de ogen. De tweede, onvolledige vondst, de Abelisaurus bevestigde de indruk dat er op Gondwana heel andere dinosaurussen leefden dan in Laurasië. Op het noordelijk halfrond regeerde op dat moment de beruchte T. Rex.

De ontdekking van Bonaparte stimuleerde de interesse in de regio’s waar voorheen niet naar fossielen werd gezocht. In de jaren nadien bleef men op het Zuidamerikaanse vasteland opzienbarende specimens ontdekken. Aan het begin van de jaren ’90 werd de toepasselijk genoemde Argentinosaurus opgegraven, een herbivore kolos die meer dan 100 ton gewogen zou hebben en tot 45 meter lang was, wat hem meteen tot het grootste dier promoveerde dat ooit de aarde bewandelde. Gigantosaurus, die eveneens in Zuid-Amerika werd ontdekt, stak de T. Rex naar de kroon als koning van de vleeseters, met een lengte van meer dan 14 meter en een gewicht van 8 ton, maar had een hersenvolume dat maar de helft was van zijn telegenieke noorderbuur.

Al gauw begon zich een patroon af te tekenen. Dinosauriërs op het zuidelijke continent bleken in het algemeen groter, primitiever en dommer te zijn dan hun noordelijke familieleden. Sauropoden, die in Laurasia grotendeels uitgestorven waren aan het begin van het Krijt, bleven, in tegenstelling tot wat lang werd gedacht, in de rest van de wereld met voorsprong de meest verspreide dinosaurussen. Abelisauriërs kwamen in Laurasia niet voor, maar vormden op Gondwana de grootste groep roofdieren.

De vondsten die in Zuid-Amerika voor opschudding zorgden werden bevestigd door fossielen die in Afrika, India, Madagascar en Australië werden blootgelegd. Sereno sloeg ondertussen zijn tenten op in Niger, waar hij de Nigersaurus opgroef, een verre verwant van de Diplodocus die een indrukwekkend 600-tal tanden bezat. Lurdusaurus was een volgende verrassing, een planteneter die qua morfologie lijkt op een nijlpaard, maar wel een vlijmscherpe duimklauw bezat. En ook vreemdsoortige vleeseters bleven opduiken: Deltadromeus was een gracieuze jager die enkel in het huidige Afrika lijkt te zijn voorgekomen, Carcharondontosaurus kon makkelijk de vergelijking met de Gigantosaurus doorstaan en Suchominus had een kop als een krokodil.

Naarmate meer ontdekkingen worden gedaan neemt ook de complexiteit van het beeld van het leven op aarde tijdens het Krijt toe. Ondertussen is gebleken dat een eenvoudige opdeling in Laurasia en Gondwana evenmin een waarheidsgetrouw beeld schetst. In Australië zijn fossielen opgedoken die meer gemeen hebben met Laurasia-dinosaurussen dan met hun zuidelijke neefjes. Bovendien worden in wat eens Laurasië was nu ook overblijfselen gevonden die nauwe gelijkenissen vertonen met Gondwana-fossielen. Baryonix bijvoorbeeld, lijkt op de vreemde Suchominus. Een mogelijke verklaring daarvan is dat tijdelijke landbruggen de oercontinenten verbonden, wat migraties toeliet. Verder zou de opdeling van Pangaea niet totaal zijn geweest.

Sereno en zijn collega’s kijken in elk geval uit naar wat nieuwe expedities kunnen brengen. Zij zijn er alvast van overtuigd dat de diversiteit veel groter was dan lang werd gedacht en dat de typische dinosaurussen die zo bekend zijn geworden slechts een marginale en lokale variëteit waren. Volgens hen vormden zuidelijke dino’s de norm en waren T. Rex en Triceratops de vreemde vogels. Sereno bevindt zich op dit moment opnieuw in de woestijn van Niger. Zijn vorderingen kunnen gevolgd worden op de speciaal hiervoor opgezette website http://www.projectexploration.org/ (DdV)


 
Related links:

 

De Dinosaur Hall

Artikels uit het Journal of Dinosaur Paleontology

 

© David de Vaal