(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

De Big Bang van het leven
Zoeken naar de oorzaak van het grootste evolutionaire raadsel - 20-10-2000

Bijna 3 miljard jaar lang bestond het leven op aarde uit eencellige organismen. En dan, ongeveer 540 miljoen jaar geleden, ontstond er plots een rijke diversiteit aan leven. Wat die explosie aan levensvormen veroorzaakte weet men nog steeds niet.

De cambrische explosie

De drastische toename aan biologische diversiteit kenmerkt het Cambrium, een periode die liep van 540 tot 500 miljoen jaar geleden. Meercellig leven was al langer aanwezig, maar het fossielenbestand neemt een drastische uitbreiding in geologische lagen die uit het Cambrium stammen.

Lange tijd werd gedacht dat het pre-cambrische leven louter bestond uit prokaryotische organismen, eencellige levensvormen waarbij de cel geen kern heeft. Later bleek dat ook eukaryotische (van een kern voorziene) cellen voorkwamen. In de jaren ‘90 werd dit beeld nog wat complexer, toen bleek dat in het precambrische tijdperk ook wormen de zeebodem bevolkten. Gaandeweg duikt er dus meer fossiel bewijs op dat duidelijk maakt dat de variëteit aan levensvormen die de cambrische periode kenmerkt een aanloop kende in het pre-cambrische tijdperk.

Dat verandert echter weinig aan het uitzonderlijke karakter van wat de cambrische explosie is gaan heten, ook al spreken iets minder geëmotioneerde wetenchappers wel eens over de cambrische transitie. Het blijft immers een feit dat op een erg korte periode alle belangrijke levensvormen zijn ontstaan. De belangrijkste evolutie die zich voordeed was het ontstaan van dieren met een (uitwendig of inwendig) geraamte. Daarnaast ontstonden ook grazers, die zich met het prokaryotische en eukaryotische leven voedden en roofdieren, die zich voor het eerst te goed deden aan andere, hoger ontwikkelde dieren. In het Cambrium onstaan de voorgangers van alle huidige vormen van leven. Nooit eerder en nooit meer zou de evolutie een dergelijk grote stap voorwaarts nemen.

Het meest opzienbarende is nog dat dit alles zich in een erg korte tijd afspeelt. In ongeveer 10 miljoen jaar neemt het levensbestand exponentieel toe. Het bezorgde evolutie-biologen in elk geval heel wat kopzorgen. De fundamentele principes van de Darwiniaanse evolutie - mutatie en natuurlijke selectie - volstaan niet om de Cambrische explosie te verklaren. Integendeel, het Cambrische tijdperk schijnt er een falsificatie van te zijn. Darwin zelf was zich hier van bewust en was er van overtuigd dat er ooit fossiel bewijs zou opduiken van een aanloopperiode naar het Cambrium. Dat bleek inderdaad zo te zijn, hoewel Darwin zelf daar nooit getuige van is geweest.

Wat aan fossiel bewijs opdook, is evenwel onvoldoende om de Cambrische evolutie in een gelijkmatig voortschrijdende evolutie te situeren. De Amerikaanse evolutie-deskundige Stephen J. Gould ontwikkelde daarom samen met collega Niles Eldredge de notie ‘punctuated equilibrium’, het onderbroken evenwicht. Deze past het Darwiniaanse evolutieconcept aan: evolutie is geen gelijkmatig proces gevormd door kleine opeenvolgende stapjes, maar gebeurt in horten en stoten. De vorming van nieuwe soorten is een relatief snelle gebeurtenis, waarna de afstammingslijnen gedurende een lange tijd maar weinig veranderen.

Daarmee heeft de cambrische explosie dan wel voor een aanpassing van het evolutieconcept gezorgd, verklaard is ze nog niet. En dat blijft tot op heden zo, al zijn er tal van hypotheses en theorieën opgesteld.

Enkele hypotheses

Omdat de cambrische evolutie zich op een globale schaal afspeelde zoeken de meeste theoretici hun heil in omgevingsfactoren. Zo zou het zuurstofgehalte pas ten tijde van het Cambrium een peil hebben bereikt dat voldoende was om processen als celdeling en de vorming van collageen, dat als bindweefsel dienst doet, mogelijk te maken. Maar volgens sommigen (o.a. Gould) was het zuurstofniveau al meer dan een miljard jaar hoog genoeg om het ontstaan van complexere levensvormen niet meer te hinderen.
Een andere hypothese vertrekt van een gelijkaardig uitgangspunt maar neemt fosfor als de ontbrekende substantie. Complexe organismen hebben koolstof, stikstof en fosfor nodig om hun weefsel te ontwikkelen. Pas in het Cambrium zou dan voldoende fosfor aanwezig zijn geweest.

Anderen wijzen op de specifieke biologische omgeving waarin de cambrische explosie zich voltrok. Er was weinig of geen competitie tussen soorten en het leven dat al bestond was erg primitief. In zulke omstandigheden kunnen versnelde reproductie en genetische variatie volop hun kans gaan. Mark McMenamin, die over de cambrische transitie een boek schreef, denkt dat de ontwikkeling van herbivoren, die een overvloed van voedsel aantroffen, de ontwikkeling van carnivoren stimuleerde. Als bescherming ontwikkelden de herbivoren dan schelpen en andere gedragspatronen en voedingsgewoonten. Het verschijnen van de regel ‘eten of gegeten worden’ zou ook gezorgd hebben voor de ontwikkeling van de eerste breinen, zowel bij de herbivoren, die slimmer werden om niet als voedsel te eindigen, als bij carnivoren, die verstand ontwikkelden om hun steeds slimmere prooien te kunnen verschalken.

Darwin zelf zocht de verklaring van de Big Bang van het leven in de evolutie van eukaryotische tot prokaryotische cellen. Cellen met een kern bevatten chromosonen, waardoor mutatie frequenter kan optreden. Die variatie zou tot een gevarieerd aantal lichaamsvormen hebben gezorgd. De Australische biogeochemicus Graham Logan ziet de ontwikkeling van een spijsverteringsstelsel zelfs als de grote doorbraak in de ontwikkeling van de diverse levensvormen.
Bovendien kan genetische variatie verklaren waarom na de cambrische explosie geen gelijkaardig evolutionaire sprong wordt gemaakt. De nieuwe levensvormen die na het Cambrium zouden zijn gevormd maakten geen schijn van kans omdat er een te competitieve omgeving was ontstaan. De meest levensvatbare lichaamsplannen waren al getekend en andere ingrijpende mutaties waren niet langer levensvatbaar.

Een nieuwe onderzoekspoging

Een definitief antwoord is echter nog niet geformuleerd. James Elser van de staatsuniversiteit van Arizona laat zich daar evenwel niet door ontmoedigen. In de nabijheid van het afgelegen dorpje Cuatro Cienegas in Mexico, vlakbij de Amerikaanse grens, heeft hij een systeem van rivieren en meren gevonden die een erg eenvoudig biologisch systeem herbergden, tot ongeveer 40.000 jaar geleden ook hier een drastische diversificatie plaats vond. Vooral de aanwezigheid van stromatolieten konden het enthousiasme van de wetenschapper opwekken, omdat stromatolieten in het precambrische tijdperk overvloedig voorkwamen. De ontwikkeling van grazende diersoorten veroorzaakte echter de ondergang van stromatolieten. Net zoals nu staat te gebeuren in het ecosysteem dat hij in Mexico aantrof. In de volgende drie jaar zullen observaties en laboratoriumexperimenten op basis van wat in Mexico wordt aangetroffen, resultaten opleveren die nieuwe inzichten over de cambrische explosie kunnen opleveren. Een definitief antwoord zit er echter niet aan te komen, daarvoor moeten ook andere plaatsen onderzocht worden. Dat zal Elser er echter niet van weerhouden zijn volgende levensjaren met stromatolieten door te brengen. Het water is in New Mexico in elk geval lekker warm. (DdV)


 
Related links:

 

Het Cambrium

Meer uitleg over het onderbroken evenwicht

 

© David de Vaal