(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Continentale korst ontstond veel sneller dan gedacht
Recent onderzoek contesteert bestaande theorieën - 08-12-2000

Hoe de continentale korst gevormd werd is lange tijd onduidelijk gebleven, ook al bestonden er enkele theorieën die er vanuit gingen dat dit in elk geval een erg traag proces was. Een aantal wetenschappers betogen nu in Nature dat zij het geheim deels hebben doorgrond en dat het allemaal veel sneller is gegaan dan eerder werd vermoed.

De oudste stenen die op aarde werden teruggevonden zijn ongeveer 4 miljard jaar oud, waaruit blijkt dat de continentale korts in deze periode reeds gevormd was. Meteorieten en maanstenen tonen echter aan dat het zonnestelsel bij benadering 4,6 miljard jaar oud is. Dat legt meteen het belangrijkste pijnpunt bloot waar geologisch onderzoek naar de vorming van de continentale korts onder te lijden heeft: voor een periode van circa 1 miljard jaar bestaat zo goed als geen onderzoeksmateriaal.

Een naam heeft deze periode wel, het Hadeaans tijdperk, dat grofweg in twee delen uit elkaar valt. In een eerste periode wordt de aarde gevormd uit de protoplanetaire schijf die rond de zon cirkelde, waarna de jonge aarde zich in het tweede deel van het Hadeaans tijdperk stabiliseert. Aanvankelijk wordt de aarde bedekt door vloeibaar magma dat, eens gestold, een basalten korst vormt die men nu onder de oceaanbodem kan terugvinden. Pas daarna zou de continentale korst zijn ontstaan.

Deze laatste laag is het granieten deel van de aardkorst, waaruit de continenten voor 70 tot 80 % bestaan en die een dikte heeft van ongeveer 20 tot 75 km. Graniet is een stollingsgesteente, gevormd door de solidificatie van gesmolten materiaal. Theorieën over de vorming van de continentale korst gingen er steeds vanuit dat het magmatische graniet, afkomstig uit de diepten van de aarde, zich aan een tempo van slechts een meter per jaar als grote solide ‘magmabellen’ door de aardkorst omhoog werkte. Zo zou de vorming van het oercontinent ettelijke duizenden eeuwen in beslag nemen.

In Nature publiceerden Nick Petford, Ken McCaffrey (beiden uit het Verenigd Koninkrijk), Jean-Louis Vigneresse (Frankrijk) en Alexander Cruden (Canada) nu de resultaten van hun onderzoek naar de aard van het granieten magma. Zij hebben ontdekt dat magma-graniet in werkelijkheid een veel lagere graad van stroperigheid heeft dan werd aangenomen en zich daardoor eerder als een vloeistof gedraagt. Dat betekent ook dat het magma door de mantel en de lagere korstlagen naar het aardoppervlak kan bewegen door scheuren en spleten van niet meer dan een meter breed. Het is dan ook waarschijnlijker dat de vorming van de continentale korst zich, in geologische termen, in een oogwenk heeft afgespeeld.

Het onderzoeksresultaat van Cruden en collega’s steunt op een combinatie van laboratoriumexperimenten, theoretische modellen en veldonderzoek. In het laboratorium werd graniet gesmolten om het vormingsproces en het gedrag van vloeibaar graniet te kunnen doorgronden. Deze gegevens werden dan ingebracht in theoretische modellen, modellen die op hun beurt bestaande inzichten en nieuwe conclusies uit veldonderzoek combineerden. Dat is een vrij unieke aanpak: doorgaans worden magmavorming, de opwaartse beweging van het vloeibare graniet en de ‘plaatsing’ van het graniet op het aardoppervlak door specialisten uit verschillende geologische disciplines bestudeerd.

Die geïntegreerde visie schetst nu een beeld van de vorming van de continentale korst die Cruden vergelijkt met onderaardse vulkaanuitbarstingen. De continentale landmassa’s zouden dan gevormd zijn door een opeenvolging van tienduizenden snelle erupties van magmatisch graniet, dat zich relatief snel van de mantel van de aarde naar het aardoppervlak bewoog. Eens de oppervlakte bereikt, vormde het vloeibare graniet een laag die na stolling de grote granieten intrusies vormde die overal op aarde kunnen worden teruggevonden.

Het onderzoek van Cruden en collega’s zou dus verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de huidige geologische theorieën over de vorming van de continentale korst. Zo zouden de fysische en chemische basis van de korstvormingstheorieën nu aan een grondige revisie toe zijn en heeft het onderzoek ook implicaties voor de manier waarop sommige economische ertsen - zoals goud of koper, die met granietintrusies worden geassocieerd - gevormd werden.

(DdV)


 
Related links:

 

Geologisch woordenboek

Vraag het aan een geoloog

 

© David de Vaal