(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Het ijs is sneller gebroken dan gedacht
Satellietbeelden tonen dat ijsbanken op de Zuidpool snel bezwijken onder kracht van smeltwater - 19-01-2001

Met medewerking van NASA werd onderzocht hoe snel de grote ijsschotsen op de Zuidpool afbreken. Dat gebeurt veel sneller dan verwacht en vraagt ook minder hoge temperaturen dan totnogtoe werd aangenomen. Eén en ander heeft gevolgen voor de verwachte stijging van het zeeniveau.

 

Het resultaat van de samenwerking tussen NASA en een aantal Amerikaanse universiteiten zal verschijnen in een volgend nummer van het Journal of Glaciology. De studie is gebaseerd op satellietbeelden van de zuidpool en wilde nagaan in welke mate het ijs van deze poolkap verdwijnt. Computersimulaties bootsten de krachten na die in het ijs werkzaam zijn, waarbij vooral werd bestudeerd wat de gevolgen waren van de grote hoeveelheden smeltwater die in scheuren in het ijs sijpelt.

Het onderzoek werd voornamelijk toegespitst op de Larsen IJsbank op het Antarctische Schiereiland. In 1995 verloor deze ijsvlakte tijdens een storm 2000 km2 ijs. Daarna scheurde zich in 1998 een ijsberg af van 200 km2 en in het seizoen 1998-1999 verloor de Larsen ijsbank nog eens 1.714km2 ijs.

In het ijs van de Zuidpool vormen zich diepe scheuren - crevassen - doordat gletsjerijs de ijsbanken langs landzijde nadert en zich voorbij de Antarctische kustlijn in de ijsbanken boort. Door satellietbeelden van de afgelopen 20 jaar te bekijken, ontdekte Mark Fahnestock, één van de betrokken onderzoekers, dat de jaren waarin het langst oppervlaktewater op de Zuidpool te vinden was, ook de jaren waren waarin het meeste ijs verdween. Zo duurde het ‘smeltseizoen’ in bijvoorbeeld 1995 80 dagen, 20 dagen langer dan gemiddeld.

Deze vaststelling gaf steun aan een eerder geformuleerde hypothese dat de hoeveelheid oppervlaktewater de scheuren in de ijsbanken groter kan maken. Met computermodellen werd nagegaan welke krachten smeltwater in crevassen op het ijs uitoefent en in welke mate de fysische eigenschappen van het ijs weerstand bieden. En dat bleek heel wat minder te zijn dan werd vermoed. Zo vond Ted Scambos, die aan het hoofd van het onderzoeksproject stond, dat een 5 à 15 meter diepe crevasse die tot de rand met water is gevuld, een ijsbank met een dikte van 200 meter makkelijk kan splijten.

Deze vaststelling heeft belangrijke gevolgen voor de modellen die worden gehanteerd om het tempo waarin het ijs van de Zuidpool verdwijnt in te schatten. Die baseerden zich totnogtoe op de gemiddelde jaartemperatuur. Die werden dan gerelateerd aan de klimatologisch limiet, het punt waarop het te warm wordt voor een ijsbank om zich te handhaven. Het onderzoek toont nu echter overtuigend aan dat de gemiddelde jaartemperaturen minder belangrijk zijn dan de gemiddelde seizoenstemperaturen. Spijtig genoeg zijn daarover bitter weinig gegevens bekend, vermits er voor een lange periode enkel jaargemiddelden werden bijgehouden. Daaruit bleek dan wel dat dat gemiddelde met 2,5 graden Celsius gestegen is tijdens de laatste 50 jaar, maar dat kan niet meteen bijdragen aan nieuwe schattingen voor de toekomst.

Het afsmelten van de poolkappen heeft een rechtstreeks effect op het zeeniveau. Daarbij zouden vooral het Oostelijke en Westelijke Antarctische ijs van belang zijn, waarvan sommige waarnemers vermoeden dat zij tot 91% van de wereldvoorraad aan gletsjerijs bevatten. Als dat allemaal in water zou worden omgezet, zou het zeeniveau met 60 tot 80 meter stijgen. Bovendien is het gevaar voor een klimatologische kettingreactie niet denkbeeldig, want het Antarctische ijs heeft een koelend effect op het weer.

Voorlopig loopt het echter zo’n vaart niet. De ijsbanken zouden ongeveer 2% van al het Antarctische ijs vasthouden en als de huidige schatting van het tempo waarop het ijs afkalft zou worden verdubbeld, stijgt het zeeniveau jaarlijks met 1,2 in plaats van 1 mm. Maar het is ook zo dat het zuidpoolijs dat al verloren is gegaan, geen significant effect heeft gehad op het peil van de wereldzeeën. Dat zou wellicht anders zijn als bv. de Rose IJsbank zou verdwijnen. Die is aanzienlijk groter dan de onderzochte Larsen IJsbank. Het vertrouwen in deze ijsbrok was tamelijk groot, aangezien de temperatuur 20 graden onder de klimatologische limiet ligt, maar de situatie zou dus minder stabiel kunnen zijn dan gedacht.

Het recente onderzoek betekent natuurlijk niet dat alle factoren die een rol spelen in het verdwijnen van het Zuidpoolijs, in kaart zijn gebracht, ook al meent Scambos de belangrijkste oorzaak nu gevonden te hebben. David Vaughan van de Britse Antarctic Survey, heeft daar zijn twijfels over en vermoed dat er nog heel wat andere factoren een belangrijke rol spelen. Hij is het wel eens met zijn Amerikaanse collega dat vooral de zomertemperaturen van doorslaggevend belang zijn.

(DdV)


 
Related links:

 

Het Poolweb

NASA’s observatorium van de aarde

 

© David de Vaal