(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Waarom verdween de mammoet?
Klimaat, superziekte of mens oorzaak van uitsterven megafauna? - 02-03-2001

13.000 jaar geleden, toen de laaste ijstijd eindigde, stierven tientallen diersoorten uit. Vooral de megafauna, grote (zoog)dieren, legden er massaal het bijltje bij neer. De oorzaak is echter nog steeds onduidelijk en noch mens, klimaat of superziekte kunnen als schuldige worden uitgesloten.

De geschiedenis van het leven op aarde wordt gekenmerkt door uitstervingsgolven die op regelmatige tijdstippen een spoor van vernieling door de fauna en flora trokken. Niet iedere sterftegolf had een globaal karakter en vele zijn nog steeds een raadsel. Zo is ook de vraag waarom de wolharige mammoet, en met hem tal van andere grote zoogdiersoorten, zo’n 13.000 jaar geleden van de aardbodem verdween nog steeds onbeantwoord. Het tijdschrift Discovering Archaeology besteedt in een recent nummer de nodige aandacht aan dit raadsel.

Er zijn enkele karakteristieken die de uitstervingsgolven in het pleistoceen - 1,6 miljoen jaar tot 10.000 jaar geleden - moeilijk te begrijpen maken. Ten eerste het lokale karakter ervan. Vooral de beide Amerika’s en het noorden van Eurazië kregen er duchtig van langs. In Oceanië had een gelijkaardig verschijnsel zich al veel vroeger voorgedaan, met name 40 ŕ 50.000 jaar geleden, en zuidelijk Euroazië en vooral Afrika bleven grotendeels gespaard. Verder moesten vooral de grotere zoogdieren het ontgelden, de zogenaamde ’megafauna’, dieren die gemiddeld meer dan 44 kilogram wegen. Bovendien voltrok de sterfte zich verschrikkelijk snel: op enkele jaren tijd op de kleinere eilanden en in enkele eeuwen op het Amerikaanse vasteland. Tenslotte is het opmerkelijk dat het verdwijnen van de mammoet, sabeltandtijger, reuzenluiaard, grootgehoornde bizon en tal van andere diersoorten samenviel met het moment waarop de mens voor het eerst voet aan grond zette in deze gebieden.

Man the (over)hunter?

Dat leidt meteen naar de eerste theorie rond de Pleistoceen-sterfte. Volgens sommigen is de komst van de mens, die over de bevroren Beringstraat de oversteek van Azië naar Noord-Amerika maakte, fataal gebleken voor de inheemse diersoorten. De Amerikaanse dieren hadden geen ervaring met dit nieuwe, moordzuchtige roofdier en lieten zich te makkelijk vangen. De mens leek dan ook in een paradijs te zijn terechtgekomen, waar het vlees overvloedig aanwezig was en het niet te veel inspanning kostte een vette buit binnen te halen. En als het feest op één plaats ten einde was, dan trok de jager-verzamelaar gewoon verder.

Dat de eerste Amerikanen, die gemeenzaam onder de noemer Clovis-cultuur worden gegroepeerd, jaagden op de nu uitgestorven diersoorten is ondertussen wel zeker. Er zijn archeologische sites gevonden waar resten van de mens samen werden aangetroffen met overblijfselen van bv. Amerikaanse mastadonten en ook werden sporen van wapens gevonden op de botten van de Amerikaanse megafauna.

Wat deze theorie aantrekkelijk maakt is dat ze ook lijkt op te gaan voor de extinctiegolf die Australië 40.000 jaar geleden trof. Ook daar kwamen vooral grote zoogdieren om, vaak buideldieren zoals de 3,5 m grote reuzekangoeroe.

Maar de mens moet wel erg driest te keer zijn gegaan om zoveel soorten op zo’n korte tijd uit te roeien. Bovendien heeft recent onderzoek aan het licht gebracht dat bij traditionele jager-verzamelaars vlees slechts een klein aandeel in het dieet inneemt. Dat de mens als een sprinkhaanplaag over Amerika raasde lijkt dan wat overdreven te zijn, ook al is het mogelijk een gedeeltelijke verklaring.

Een hyperziekte

Zij die de ‘blitzkrieg-hypothese’ wat overdreven vinden, maar toch nog steeds de mens als voornaamste oorzaak voor de grote zoogdiersterfte zien, hebben recent hun toevlucht gezocht tot de ‘hyperziekte’-theorie. Daarbij zou een geheimzinnige ziekteverwekker, die met de mens meereisde zonder hem aan te tasten, een ravage hebben aangericht onder de inheemse soorten.

Deze theorie heeft als bijkomend voordeel dat ze een aantal van de eigenaardigheden van de Pleistoceen-uitsterving verklaart. Zo lijkt het dan logisch dat vooral grote dieren - de megafauna - getroffen worden, omdat deze een lager reproductieritme hebben. Daarnaast verklaart deze theorie ook de snelheid waarmee de extinctie zich voltrok en toont het ook waarom de sterfte stilviel na een eerste golf: toen bleven enkel dieren over die resistent waren tegen de superziekte.

Maar ook deze gedachtengang heeft met problemen te kampen: ze is volledig op onrechtstreeks bewijsmateriaal gebaseerd. Er is geen enkel pathogeen bekend dat in staat is een groot aantal soorten in een korte tijd om zeep te helpen. Voorstanders van deze hypothese zijn met de modernste middelen op zoek naar de vermeende ‘killerbug’ maar totnogtoe zonder resultaat.

Of toch het klimaat?

De Pleistoceensterfte valt niet alleen samen met het verschijnen van de mens, maar ook met het einde van de ijstijd. Maar het tijdperk van de ijstijden was sowieso al een aaneenschakeling van periodes waarin het ijs zich uitbreide en weer terugtrok. De laatste jaren is uit ijsboringen en andere analyses immers gebleken dat er niet een beperkt aantal homogene ijstijden bestonden, maar dat minstens twee dozijn periodes met sterk wisselende temperaturen elkaar in sneltempo afwisselden. En toch leefden de meeste diersoorten lustig verder.

Deze extinctiegolf verklaren door het veranderde klimaat, is dus niet zo vanzelfsprekend, maar evenmin onmogelijk. Wetenschappers die hier hun heil zoeken wijzen erop dat dit einde van de laatste ijstijd drastische veranderingen veroorzaakte in het evenwicht dat tijdens de ijstijden tussen fauna en flora was gegroeid.

Zo ontstonden plots seizoenen, die in het Pleistoceen nauwelijks waarneembaar waren geweest en tekenden zich duidelijker onderscheiden vegetatiezones af. Diersoorten die er niet in sloegen zich aan dit veranderende milieu aan te passen, verdwenen dan.

Ook deze hypothese is echter niet sluitend, want op het Siberische Wrangel Island kwam de mammoet nog tot 4000 jaar geleden voor, ook al was het klimaat daar evenzeer gewijzigd. En in zuid Eurazië en Afrika lieten de gevolgen van de klimaatswijziging zich blijkbaar veel minder gevoelen. En wat met de gelijktijdigheid van Pleistoceen-extinctie en het verschijnen van de mens in de getroffen gebieden? Misschien ligt, zoals wel vaker het geval is, de waarheid ergens in het midden. Of is een nog onbekende oorzaak de belangrijkste factor in deze sterftegolf. Geen van de bestaande theorieën heeft, op basis van het bewijsmateriaal dat nu op tafel ligt, een voetje voor op de andere. Voorlopig blijft deze sterfte een raadsel, ook al hebben, in vergelijking met bijvoorbeeld het uitsterven van de dinosaurussen, onze grootouders ze meegemaakt. En misschien zelfs veroorzaakt.

(DdV)


 
Related links:

 

Wrangel Island

Discovering Archaeology

 

© David de Vaal