De
aarde beeft als Nessie verschijnt
Of
is het andersom? - 28-06-2001
Volgens
de Italiaanse geoloog Luigi Piccardi is het monster van Loch Ness
in werkelijkheid niet meer dan de gevolgen van een aardbeving, veroorzaakt
door een breuklijn onder het meer. Daardoor ontstaan vreemde golven
op het loch en is een bulderend geluid te horen, dat door toevallige
getuigen wordt verward met het verschijnen van een monster. Maar niet
iedereen kan zich met deze ontdekking verzoenen...
Luigi
Piccardi van het Apennine en Perimediterrane Geology Centre in Firenze
gaf zijn carrière een beslissende wending toen hij een beroep deed
op klassieke bronnen in zijn zoektocht naar aardbevingen in de oudheid.
Hij werd naar eigen zeggen getroffen door het verband tussen aardbevingen
en het verschijnen van zee- of meermonsters. Hij vond voorbeelden
in de geschiedenis van het Middelandse-Zeegebied, Noorwegen, Ijsland
en Noord-Amerika. Eerder al verklaarde hij de visioenen van het orakel
van Delphi als de hallucinaties van iemand die bevangen werd door
giftige dampen die opstegen uit een breuklijn in waterkoolstofhoudende
steenlagen.
De Italiaan maakte zijn hypothese bekend in hartje Schotland, op het
Earth
System Processes Conference dat in Edinburgh werd gehouden. Onder
Loch Ness strekt zich de Great
Glen Fault uit, die ook Loch Oich en Loch Lochy in de lengte volgt.
De breuk vormt de grens tussen twee aardplaten die, net als de beruchte
San Andreas Breuk in Californië, tegen elkaar schuren.
De geologische activiteit die dat veroorzaakt biedt volgens Piccardi
een verklaring voor de getuigenissen over het befaamde monster. Daardoor
ontstaat een brullend geluid en gaat het water op een vreemde manier
aan het golven. Mogelijk komen tijdens een beving ook gasbellen vrij,
die het kalme oppervlak van het meer verstoren. Volgens de geoloog
zijn het tekenen die makkelijk verward kunnen worden met het gedragspatroon
dat monsters zouden vertonen.
Dat het noorden van het loch geologisch het meest actief is, verklaart
de oudste geregistreerde waarneming van het monster, dat toen nog
als waterpaard werd geïdentificeerd. Sint
Columba bevond zich in de 6de eeuw in Schotland, waar hij de Picten
tot het christelijk geloof trachtte te bekeren. Een eeuw later werden
zijn verhalen door Adomnan verzameld in Het leven van Sint Columba.
Toen de Heilige aan de oevers van de Ness stond, zag hij hoe een man
naar zijn boot probeerde te zwemmen, toen plots een hoofd uit het
water opdook en op de zwemmer afstevende. Sint Columba nam zijn kruis
en sprak: “Gij zult niet verdergaan, noch deze man aanraken”, waarna
het monster verdween.
Piccardi was getroffen door de beschrijving van het voorval. Het wezen
verscheen cum ingenti fremitu - met sterke bevingen en verdween
- tremefacta weer - zelf bevend. “Dat geeft een duidelijk beeld
van wat er werkelijk gaande was”, aldus Piccardi. Volgens hem zijn
ook andere waarnemingen het gevolg van gezichtsbedrog. Voor 1930 was
het al enige tijd geleden dat Nessie nog een teken van leven had gegeven,
maar in juli van dat jaar zagen drie mannen een 6 meter lang, gebocheld
schepsel voorbij zwemmen. In 1933 werd het monster opnieuw gezien
en werd het startschot gegeven voor een hele reeks getuigenissen.
Dat gebeurde niet toevallig op dat moment, want in 1934 werd een zware
beving geregistreerd. Het is wel mogelijk, zegt Piccardi, dat het
gebied al maanden daarvoor seismische activiteit vertoonde. In totaal
zou hij 250 van de ruim 3000 getuigenissen aan een beving kunnen toeschrijven,
voornamelijk omdat meestal alleen maar rimpelingen en geluiden worden
beschreven, waarbij het dier zich net onder de oppervlakte schuilhoudt.
Maar Nessie laat zich niet zo makkelijk uit de weg ruimen. Roger Musson,
van de British Geological Survey zegt dat de beving van 1934 in het
Torridon-gebied plaatsvond, en dat Piccardi geen concrete bewijzen
heeft voor zijn theorie. “Er waren geen aardbevingen toen waarnemingen
werden gemeld en er kwamen geen meldingen na de laatste twee grote
aardbevingen. Die ene keer dat een aardbeving het water in beweging
bracht, had iedereen wel door wat er aan de hand was. Bovendien zou
een aardbeving grote delen van het loch in beweging zetten, niet één
klein plekje” verklaarde Musson aan de BBC nieuwsdienst.
Adrian Shrine, hoofd van het Loch
Ness Project, is ook van mening dat Piccardi’s theorie niet veel
voorstelt. Volgens hem is er weinig of geen verband tussen bevingen
en de rapportage van het verschijnen van Nessie en hij voegt eraan
toe dat bootjes en boomstammen veel vaker met het monster verward
worden.
En ook Steve Feltham, die volgende maand zijn tiende verjaardag aan
de oevers van het meer viert, gelooft niets van Piccardi’s hersenspinsels.
Hij zegt dat aardbevingen misschien wel iets kunnen verklaren, maar
dat de Italiaanse geoloog heel wat bewijsmateriaal negeert. Persoonlijk
gelooft Feltham dat het wel degelijk om levende wezens gaat en hij
schat hun aantal op 20 tot 30, waarmee meteen het argument dat het
onwaarschijnlijk is dat een eenzaam dier 1500 jaar lang overleeft
in een Schots meer wordt getorpedeerd.
En dan is er nog Gary Cambell, voorzitter van de Nessie
Fanclub, die zegt dat: “Piccardi schijnt te vergeten dat we meer
dan 1000 getuigenissen hebben van mensen die iets solide in het water
zagen, zoals een nek en een hoofd. 3 jaar geleden is er zelfs eentje
aan land gekomen.” Misschien, zo oppert hij, beeft de aarde wel onder
de kracht van Nessie, als het monster weer besluit de kop op te steken.
(DdV)
Aansluitende artikels:
Continentale
korst ontstond veel sneller dan gedacht - 08-12-2000
Related links:
Nessie
webcam
Loch
Ness geologisch bekeken
Zeeslangen
en meermonsters
Zeemonsters
©
David de Vaal