Dino’s
krijgen neuscorrectie
Neusholte
groter dan eerder aangenomen - 03-08-2001
Al
sinds de ontdekking van de eerste dinosaurusskeletten wordt de neus
van deze dieren vrij hoog op de kop gesitueerd, maar nu een steeds
beter beeld ontstaat hoe dinosaurussen er hebben uitgezien wordt het
volgens de paleontoloog Lawrence Witmer tijd voor een kleine plastische
ingreep. De neusgaten zaten namelijk heel wat lager, wat ook bijdraagt
aan de reconstructie van hun gedrag.
Het
is niet eenvoudig om op basis van alleen een skelet het uiterlijk
van de oorspronkelijke eigenaar te reconstrueren, laat staan wanneer
het om een gedeeltelijk geraamte gaat van dieren die al miljoenen
jaren zijn uitgestorven. De eerste dinosaurusbeenderen die werden
bovengehaald waren vooral van de reusachtige sauropoden. De enige
nog levende dieren die de vergelijking konden doorstaan waren walvissen,
dus ging men er gemakshalve van uit dat de opgegraven botten de resten
van waterdieren waren. De gigantische dieren zouden alleen in water
voldoende kunnen bewegen, zo dacht men, want voor een bestaan op land
leken ze te zwaar. En dus veronderstelde men dat ook de neusgaten
van dinosaurussen hoog op de kop zaten, om het ademen te vergemakkelijken.
Toen in 1884 een intacte schedel van een diplodocus
werd gevonden, leek de zaak duidelijk. De schedel vertoonde bovenaan
een gat, waarvan de 19e eeuwse paleontologen vermoedden dat het de
volledige neusholte was. Ook al zag men snel in dat dinosauriërs toch
landdieren waren, niemand dacht eraan de neusgaten opnieuw naar voren
te verschuiven. Meer nog, ook andere dinosaurussen werden gewoontegetrouw
met hoge neuzen afgebeeld.
Maar de laatste jaren zijn verwoede pogingen gestart om ook het zachte
weefsel van dinosaurussen op wetenschappelijk verantwoorde wijze te
reconstrueren. Lawrence
Witmer, anatoom en paleontoloog aan de Universiteit van Ohio,
startte met dit doel het DinoNose Project op en publiceert in het
jongste nummer van Science de resultaten van zijn onderzoek.
Die lijken weinig wereldschokkends te bevatten, maar de conclusie
dat de neusgaten van dinosaurussen veel lager gepositioneerd zijn
dan totnogtoe werd verondersteld, levert mogelijk nieuwe gegevens
op over hoe deze dieren erin slaagden te overleven.
De onderzoeksmethoden blijken echter nog niet zo sterk veranderd te
zijn want ook Witmer moest zich baseren op nog levende dieren in zijn
pogingen te achterhalen hoe het zachte weefsel van de dinosauriërs
precies rond de skeletten was gedrapeerd. Hij nam dissecteerde en
röntgenopnames van 62 dieren van 45 verschillende soorten, geselecteerd
op (vermoedelijke) verwantschap met dinosauriërs. Zacht weefsel laat
kenmerkende sporen achter op de beenderen en door deze markering op
de botten van vogels, krokodillen en hagedissen te vergelijken met
de sporen op dinosaurusbeenderen kon Witmer achterhalen waar het kraakbeen,
bloedvaten en ander zacht weefsel van de neusholte gelegen waren.
Dat de neus van dinosauriërs heel wat lager blijkt te staan, geeft
een interessante impuls aan het onderzoek dat het gedrag en de evolutie
van deze dieren in kaart wil brengen. De neusholte van de grotere
dinosaurussoorten blijkt opvallend veel bloedvaten te bevatten en
is bijzonder groot. Witmer vermoedt dat een dergelijk gecompliceerd
orgaan een hele reeks fysiologische functies te vervullen had. De
nieuwe positie van de neusgaten impliceert dat ingeademde lucht een
langere weg naar de longen moet afleggen, waardoor de lucht beter
wordt verwarmd, de vochtigheid beter gecontroleerd kan worden en dat
een betere filtering mogelijk wordt. Daarnaast zou de neusholte ook
een belangrijke rol hebben gespeeld bij het regelen van de lichaams-
en hersentemperatuur. Bij de originele opstelling kon de neusholte
weinig of geen rol gespeeld hebben bij de belangrijkste biologische
functies. Vanuit een fysiologisch standpunt lijkt het ook logisch
dat twee erg belangrijke sensoriële apparaten – de mond en de neus
– zo kort bij elkaar liggen, zegt Witmer. In elk geval wijst alles
erop dat geur erg belangrijk was in het dinorijk.
In opvolgend onderzoek zal Witmer proberen na te gaan welke rol de
neusholte precies speelde in het regelen van de lichaamstemperatuur
van de prehistorische reuzen. Daarnaast breidt hij zijn studie uit
naar het spierweefsel op kaken en ledematen. Het is niet ondenkbaar
dat we ons beeld van de dinosaurussen dan opnieuw moeten bijstellen;
Witmer heeft wat dat betreft immers een reputatie hoog te houden.
Niet alleen verplaatste hij de neus van de sauriërs, eerder al verwijderde
hij de lippen van Tyrannosaurus Rex en ontnam hij Triceratops zijn
kaken.
Of men op het strand van Zeebrugge rekening zal houden met deze gewijzigde
fysiologie is onduidelijk, maar dat maakt het werk er niet minder
indrukwekkend op. Sinds maandag zijn er immers 60 enthousiastelingen
bezig met een zandsculptuur, met als thema ‘Prehistorie’. Misschien
doen de zandbeeldhouwers er sowieso beter aan zich bij de oude opvatting
over dinoneuzen te houden. Witmer heeft de vervaarlijk opengesperde
neusgaten van T-rex namelijk vervangen door het snuitje van een lieflijke
hondenpuppy... . Het sculptuur valt, als de omstandigheden wat meezitten,
nog te bewonderen tot 10 september.
(Afbeeldingen: Copyright Science/Paintings by W. L. Parsons under
the direction of L. M. Witmer)
David
de Vaal
Aansluitende artikels:
Gigantische
dinosaurus ontdekt in Egypte – 01-06-2001
Gevederde
dinosaurus gevonden - 27-04-2001
(Voorlopig)
grootste dinosaurus opgegraven - 26-02-2001
T.
Rex van de troon gestoten? - 27-09-2000
Related links:
De
kronkelige weg naar de moderne paleontologie
diplodocus
Dinodata
Dinosaurusnieuws
De
Rex Files
Het
tijdperk van de dinosaurussen
©
David de Vaal