(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Dino’s krijgen neuscorrectie
Neusholte groter dan eerder aangenomen - 03-08-2001

Al sinds de ontdekking van de eerste dinosaurusskeletten wordt de neus van deze dieren vrij hoog op de kop gesitueerd, maar nu een steeds beter beeld ontstaat hoe dinosaurussen er hebben uitgezien wordt het volgens de paleontoloog Lawrence Witmer tijd voor een kleine plastische ingreep. De neusgaten zaten namelijk heel wat lager, wat ook bijdraagt aan de reconstructie van hun gedrag.

 

Het is niet eenvoudig om op basis van alleen een skelet het uiterlijk van de oorspronkelijke eigenaar te reconstrueren, laat staan wanneer het om een gedeeltelijk geraamte gaat van dieren die al miljoenen jaren zijn uitgestorven. De eerste dinosaurusbeenderen die werden bovengehaald waren vooral van de reusachtige sauropoden. De enige nog levende dieren die de vergelijking konden doorstaan waren walvissen, dus ging men er gemakshalve van uit dat de opgegraven botten de resten van waterdieren waren. De gigantische dieren zouden alleen in water voldoende kunnen bewegen, zo dacht men, want voor een bestaan op land leken ze te zwaar. En dus veronderstelde men dat ook de neusgaten van dinosaurussen hoog op de kop zaten, om het ademen te vergemakkelijken.

Toen in 1884 een intacte schedel van een diplodocus werd gevonden, leek de zaak duidelijk. De schedel vertoonde bovenaan een gat, waarvan de 19e eeuwse paleontologen vermoedden dat het de volledige neusholte was. Ook al zag men snel in dat dinosauriërs toch landdieren waren, niemand dacht eraan de neusgaten opnieuw naar voren te verschuiven. Meer nog, ook andere dinosaurussen werden gewoontegetrouw met hoge neuzen afgebeeld.

Maar de laatste jaren zijn verwoede pogingen gestart om ook het zachte weefsel van dinosaurussen op wetenschappelijk verantwoorde wijze te reconstrueren. Lawrence Witmer, anatoom en paleontoloog aan de Universiteit van Ohio, startte met dit doel het DinoNose Project op en publiceert in het jongste nummer van Science de resultaten van zijn onderzoek. Die lijken weinig wereldschokkends te bevatten, maar de conclusie dat de neusgaten van dinosaurussen veel lager gepositioneerd zijn dan totnogtoe werd verondersteld, levert mogelijk nieuwe gegevens op over hoe deze dieren erin slaagden te overleven.

De onderzoeksmethoden blijken echter nog niet zo sterk veranderd te zijn want ook Witmer moest zich baseren op nog levende dieren in zijn pogingen te achterhalen hoe het zachte weefsel van de dinosauriërs precies rond de skeletten was gedrapeerd. Hij nam dissecteerde en röntgenopnames van 62 dieren van 45 verschillende soorten, geselecteerd op (vermoedelijke) verwantschap met dinosauriërs. Zacht weefsel laat kenmerkende sporen achter op de beenderen en door deze markering op de botten van vogels, krokodillen en hagedissen te vergelijken met de sporen op dinosaurusbeenderen kon Witmer achterhalen waar het kraakbeen, bloedvaten en ander zacht weefsel van de neusholte gelegen waren.

Dat de neus van dinosauriërs heel wat lager blijkt te staan, geeft een interessante impuls aan het onderzoek dat het gedrag en de evolutie van deze dieren in kaart wil brengen. De neusholte van de grotere dinosaurussoorten blijkt opvallend veel bloedvaten te bevatten en is bijzonder groot. Witmer vermoedt dat een dergelijk gecompliceerd orgaan een hele reeks fysiologische functies te vervullen had. De nieuwe positie van de neusgaten impliceert dat ingeademde lucht een langere weg naar de longen moet afleggen, waardoor de lucht beter wordt verwarmd, de vochtigheid beter gecontroleerd kan worden en dat een betere filtering mogelijk wordt. Daarnaast zou de neusholte ook een belangrijke rol hebben gespeeld bij het regelen van de lichaams- en hersentemperatuur. Bij de originele opstelling kon de neusholte weinig of geen rol gespeeld hebben bij de belangrijkste biologische functies. Vanuit een fysiologisch standpunt lijkt het ook logisch dat twee erg belangrijke sensoriële apparaten – de mond en de neus – zo kort bij elkaar liggen, zegt Witmer. In elk geval wijst alles erop dat geur erg belangrijk was in het dinorijk.

In opvolgend onderzoek zal Witmer proberen na te gaan welke rol de neusholte precies speelde in het regelen van de lichaamstemperatuur van de prehistorische reuzen. Daarnaast breidt hij zijn studie uit naar het spierweefsel op kaken en ledematen. Het is niet ondenkbaar dat we ons beeld van de dinosaurussen dan opnieuw moeten bijstellen; Witmer heeft wat dat betreft immers een reputatie hoog te houden. Niet alleen verplaatste hij de neus van de sauriërs, eerder al verwijderde hij de lippen van Tyrannosaurus Rex en ontnam hij Triceratops zijn kaken.

Of men op het strand van Zeebrugge rekening zal houden met deze gewijzigde fysiologie is onduidelijk, maar dat maakt het werk er niet minder indrukwekkend op. Sinds maandag zijn er immers 60 enthousiastelingen bezig met een zandsculptuur, met als thema ‘Prehistorie’. Misschien doen de zandbeeldhouwers er sowieso beter aan zich bij de oude opvatting over dinoneuzen te houden. Witmer heeft de vervaarlijk opengesperde neusgaten van T-rex namelijk vervangen door het snuitje van een lieflijke hondenpuppy... . Het sculptuur valt, als de omstandigheden wat meezitten, nog te bewonderen tot 10 september.

(Afbeeldingen: Copyright Science/Paintings by W. L. Parsons under the direction of L. M. Witmer)

David de Vaal

Aansluitende artikels:

Gigantische dinosaurus ontdekt in Egypte – 01-06-2001

Gevederde dinosaurus gevonden - 27-04-2001

(Voorlopig) grootste dinosaurus opgegraven - 26-02-2001

T. Rex van de troon gestoten? - 27-09-2000

 


 
Related links:

 

De kronkelige weg naar de moderne paleontologie

diplodocus

Dinodata

Dinosaurusnieuws

De Rex Files

Het tijdperk van de dinosaurussen

 

© David de Vaal