De
ultieme laptop is een zwart gat
De
wetten van de fysica en computerkracht - 05-04-2001
Seth
Lloyd, een assistent-professor aan het prestigieuze Massachusetts
Institute of Technology is op zoek gegaan naar de ultieme laptop.
Bestaande technologieën speelden daarbij geen rol, de wetten van de
fysica daarentegen wel. Waar liggen de grenzen die niet doorbroken
kunnen worden? (van de 05-09-2000)
Het
is dus vooral een gedachtenexperiment, waar het tijdschrift Nature
in zijn recentste editie een aantal bladzijden voor inruimt. Ook in
de New York Times verscheen een artikel over dit onderwerp. Computer-bezitters
kennen het gevoel wel dat Seth Lloyd, een medewerker van Massachusetts
Institute of Technology (MIT), tot het schrijven van het artikel ‘Ultimate
physical limits to computation’ bracht. De snelheid waarmee nieuwe
processors en andere computeronderdelen worden ontwikkeld, zorgt ervoor
dat de levensduur van deze apparaten beperkt is. Duizenden kasten,
kelders en zolders verzamelen de bewijzen hiervan: verouderde modellen
die gisteren nog verkocht werden als state-of-the-art toestellen.
Zo goed als elk artikel over computer hardware duidt meteen ook de
schuldige voor deze overvolle bergingsplaatsen aan: Moore’s Law, die
stelt dat de snelheid van processors elke 18 maanden verdubbelt en
de grootte ervan in eenzelfde tijdsspanne met de helft vermindert.
Doorgaans wordt meteen ook gewag gemaakt van het einde van die wet:
de technologische vernieuwingen zouden het tempo niet meer aankunnen.
Maar de wet van Moore is een illustratie van de menselijke inventiviteit.
Tot nu is de wet nog steeds geldig en heeft ze alle doemscenario’s
overleefd.
Seth Lloyd besloot eens rustig te gaan zitten om de vraag op te lossen
wanneer Moore’s Law niet anders kan dan vastlopen. Hij vertrok daarbij
niet van bestaande technieken. Hoe klein de hedendaagse computeronderdelen
waarin een bit bewaard kan worden ook zijn, ze bestaan nog steeds
uit minstens een miljard atomen. Op dit moment wordt reeds geëxperimenteerd
met computers waarin een bit wordt bewaard door een enkele atoom,
waarbij de richting waarin deze roteert staat voor een 1 of een 0.
En het kan misschien nog kleiner, misschien door sub-atomische deeltjes
te gebruiken als quarks. Waar echter niet aan getornd kan worden zijn
de natuurkundige wetten - als de bestaande theorieën correct blijken
tenminste.
Het gaat hier niet om zomaar een denkoefening, het artikel van Lloyd
maakt deel uit van een nieuw en snel groeiend onderzoeksveld dat onder
de noemer ‘informatie-fysica’ of ‘rekenkundige mechanica’ gevat kan
worden. De bedoeling is de band tussen natuurkunde en informatie te
leren begrijpen. De vraag die daarbij centraal staat, ‘hoe rekent
de natuur?’, gaat uit van de bij vele wetenschappers populaire veronderstelling
dat natuurlijke processen als berekeningen beschouwd kunnen worden.
Lloyd zat waarschijnlijk voor zijn laptop toen hij aan het werk toog,
want het is een dergelijk toestel, met een gewicht van 2,2 kilogram
en een volume van ongeveer een liter, dat hij als uitgangspunt nam.
Daarna stelde hij zich de twee vragen waar elke aspirant computer-koper
mee naar de winkel trekt: Hoe snel kan de nieuwe computer gaan en
hoeveel geheugen past erin?
De potentiële snelheid hangt af van de beschikbare energie en hoe
sneller een computer kan draaien, hoe meer energie hij nodig zal hebben.
Lloyd gebruikte daarvoor Einsteins bijzondere relativiteitstheorie
en berekende daarmee hoeveel energie beschikbaar zou zijn als elk
deeltje in de laptop zou worden omgezet naar energie. De uitkomst
van deze rekenoefening was ongeveer 25 miljoen megawatt-uur, wat overeenkomt
met wat alle kerncentrales op aarde in 72 uur tijd gezamelijk kunnen
produceren. Dat dit zou neerkomen op een thermonucleaire reactie is
voor Lloyd geen reden tot bezorgdheid. Het is aan de ingenieurs om
dat probleem op te lossen.
De volgende vraag was hoe snel de schakelaars dankzij deze energie
kunnen wisselen tussen een 1 en 0 stand. Daarvoor had Lloyd de quantummechanica
nodig, de studie van subatomaire deeltjes. Meer bepaald gebruikte
hij het principe van Heisenberg, dat, onder andere, een eenvoudige
relatie tussen tijd en energie voorspelt. Toepassing van de quantummechanische
principes leerde Lloyd dat de schakelaars een kleine 10.000 triljoen
triljoen triljoen keer sneller kunnen dan de Pentium 4. Het ziet er
naar uit dat zolders vol nutteloze hardware ook in de toekomst zullen
blijven bestaan. Maar dit is wel de absolute grens: volgens de relativiteitstheorie
en de quantummechanica kan het echt niet sneller.
Hoeveel geheugen Lloyd in zijn imaginaire laptop kan stoppen heeft
ook een bovengrens: met name als elk deeltje van de laptop in energie
omgezet is. Dan zou de laptop zich in een staat van maximale entropie
bevinden, waarbij de deeltjes dus een maximum aan vrijheid genieten.
Hoe hoger de netropie, hoe hoger het aantal maximale toestanden een
deeltje kan aannemen, en hoe hoger de hoeveelheid informatie die zij
kunnen bewaren. Op die manier zou in Lloyds laptop een hoeveelheid
gegevens kunnen opgeslagen worden die een miljoen triljoen keer groter
is dan dat bij hedendaagse laptops het geval is. De assistent-professor
merkt hier overigens bij op dat die toestand zou overeenkomen met
een thermonucleaire explosie of een mini-Big Bang en dat verpakkingsredenen
en veiligheidsproblemen wel eens zouden kunnen verhinderen dat deze
grens ooit bereikt wordt. Maar men zou deze limiet toch vrij dicht
kunnen benaderen vooraleer de boel ontploft.
Deze zin voor realiteit was maar van korte duur, want de volgende
denkoefening die Lloyd maakte had betrekking op de grootte van zijn
denkbeeldige schootcomputer. Door die kleiner te maken zou de snelheid
nog opgedreven kunnen worden, ook al zou dit ten koste van het geheugen
gaan. In gedachten zette Lloyd zijn machine aan het werk en reduceerde
deze ondertussen tot het een grootte had van 10 tot de -27 macht meter,
iets wat overeenkomt met een miljoenste deel van een proton. Dan zou
de zogenaamde Schwarzschild-radius doorbroken worden en de computer
zou onder zijn eigen gewicht in elkaar klappen en een klein zwart
gat vormen. Niet dat dat zo’n probleem is, tenzij de toekomstige consument
er op zou staan het ding nog steeds op schoot te nemen. Sommige theorieën
voorspellen immers dat informatie niet kan verdwijnen en dus zou weergegeven
worden op de oppervlakte van het zwarte gat. Een pixel van een dergelijk
futuristisch scherm zou 10 tot de -35ste meter groot zijn, de kleinst
denkbare oppervlakte.
En daarmee staan de grenzen, volgens de hedendaagse natuurkundige
theorieën tenminste, vast. Het zal u wellicht verbazen, maar dergelijke
gedachtenexperimenten zouden nog enig nut hebben ook. Lloyds onderzoek
zou mogelijk implicaties kunnen hebben voor de fysica en de kosmologie
en zou betere inzichten kunnen opleveren in de manier waarop de natuur
informatie verwerkt. En door het geheel te verpakken in een imaginaire
laptop zal het voor Lloyd wellicht makkelijker zijn hier en daar wat
geld los te weken voor verder onderzoek. (DdV)
Related links:
Een
verzameling papers over
rekenkundige mechanica
©
David de Vaal