(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Einsteins ‘grootste blunder’ toch correct?
Donkere energie en de toenemende uitdijingssnelheid van het heelal. - 03-10-2000

Einstein noemde de kosmologische constante de grootste blunder die hij ooit beging. Maar nu lijkt het erop dat hij het toch bij het rechte eind had. En dat heeft grote gevolgen voor de aard en de toekomst van het heelal.

 

De vorm van het heelal

Sinds de ontdekking van de uitdijing van het heelal door Edwin Hubble begeestert de vraag naar de toekomst van het universum de kosmologische geesten. Nochtans zijn er maar drie mogelijkheden: het heelal blijft uitdijen, de uitdijing zal tot stilstand komen, waarna een inkrimping inzet die uiteindelijk leidt tot een eindkrak (‘the big crunch’) of het heelal komt tot stilstand, perfect balancerend tussen inkrimping en uitdijing. Dit werd steeds verbonden met de vorm van het universum, of, correcter, met de kromming van de ruimtetijd. Een gesloten heelal zou eindigen in een eindkrak, een open heelal voor altijd blijven uitdijen en een vlak heelal zou tot stilstand komen.
Deze vormen zijn, omdat zij drie-dimensionaal zijn, moeilijk te beschrijven maar kunnen wel vergeleken worden met tweedimensionale voorstellingen. Een gesloten heelal in twee dimensies is als het oppervlak van een bol (evenwijdige lijnen kruisen elkaar), terwijl een open heelal de vorm van een zadel heeft (paralelle lijnen verwijderen zich van elkaar). Een vlak heelal kan dan vergeleken worden met het oppervlak van een blad papier, waar evenwijdige lijnen mooi parallel lopen.
De vorm van het heelal hangt af van de massa die in het universum aanwezig is. Een open heelal heeft een lage massa, een vlak universum heeft een kritische massa en een gesloten heelal heeft een hoge massa. Dat verklaart meteen waarom een gesloten heelal in een ‘big crunch’ zijn einde vindt: de aantrekkingskracht zal uiteindelijk de uitdijing van dat heelal stoppen en weer doen inkrimpen. In een open heelal is te weinig massa aanwezig om de uitdijing tot staan te brengen.

De inflatietheorie: een vergiftigde oplossing?

Bepalen welke vorm het heelal waarin wij leven heeft, bleek echter niet zo makkelijk, want daarvoor moet de massa berekend worden. Voor sommige materie is dat relatief eenvoudig: sterren geven licht en kunnen dus waargenomen en geobserveerd worden. Andere materiële verschijningsvormen zijn moeilijker waar te nemen omdat ze geen licht uitstralen. Asteroïden vormen daar een voorbeeld van. En dan is er nog de mysterieuze donkere massa, waarvan men nog in onzekerheid over de aard ervan verkeerd, wat observatie er niet echt makkelijker op maakt.

De oplossing bleek echter uit een andere hoek te komen: de studie van het begin van het heelal. De traditionele Big Bang theorie had immers ook met een aantal problemen te kampen. Een van die problemen werd bevestigd toen COBE (Cosmic Background Explorer) de achtergrondstraling in beeld bracht, waarvan wordt gedacht dat het een overblijfsel is van de Big Bang. De temperatuur van die straling bleek opmerkelijk gelijk te zijn: 2,7 graden boven het absolute nulpunt in alle richtingen. Een ‘gewone’ Big Bang maakte dit echter bijzonder onwaarschijnlijk, omdat bepaalde delen van het universum nooit met elkaar in causaal contact zouden hebben gestaan.

De inflatietheorie loste dit probleem (en een aantal andere) op. De uitdijing van het heelal zou volgens deze opvattingen niet gelijkmatig gebeurd zijn, maar in een beginfase een exponentiële groei hebben gekend, die daarna in een lineaire groei overging. Bij het ingaan van deze explosieve groeiperiode zouden alle gebieden van het heelal toch in causaal contact kunnen hebben gestaan. Nadeel was dat dit model een vlak heelal vereiste, wat inhoudt dat het heelal de kritische dichtheid benaderde. De kritische dichtheid speelt een rol bij de berekening van de ouderdom van het heelal. Die wordt op een kleine 12 miljard jaar geschat. Vreemd, want sommige sterren blijken heel wat ouder zijn. Het makkelijkste leek om de assumptie van de kritische dichtheid naar de prullenmand te verwijzen. Dat werd ook door een aantal waarnemingen bevestigd. Zo onderzocht een groep weterschappers onder de leiding van Saul Perlmutter supernova’s in ver verwijderde sterrenstelsels. Supernova’s zijn explosies van witte dwergen, die materiaal uit nabijgelegen sterren opzuigen. De ontploffingen gebeuren wanneer de witte dwerg een bepaalde kritische massa bereikt. Een meevaller voor astronomen, want omdat de kritische massa gelijk is, kan verwacht worden dat supernova’s steeds eenzelfde helderheid hebben. Hoe de helderheid van een dergelijke explosie op aarde wordt waargenomen vormt dan een betrekkelijk accurate aanwijzing van de afstand van de ster.

Het team van Saul Perlmutter ging dan de snelheid na van de supernova’s om zo de geschiedenis van het heelal in kaart te brengen. Dit onderzoek leverde echter resultaten op die in tegenspraak waren met de veronderstelling van de kritische dichtheid. De uitdijing van het heelal wordt onvoldoende geremd om een kritische massa mogelijk te maken. En deze resultaten werden ook door andere studies, met andere onderzoeksonderwerpen, bevestigd. Maar als dit klopte, moest de inflatietheorie verlaten worden, want deze veronderstelt immers een vlak heelal, dus met een kritische dichtheid. Terug naar af dan maar?

Einsteins blunder

Niet helemaal, maar er moest wel een oude notie voor uit de doden worden opgewekt. Toen Albert Einstein met zijn algemene relativiteitstheorie op de proppen kwam, zag hij zich met een probleem geconfronteerd. In die dagen was iedereen, ook Einstein, ervan overtuigd dat het heelal statisch was. Maar een statisch heelal kan niet in evenwicht zijn, want zou onder invloed van de zwaartekracht moeten ineenkrimpen. Einstein voegde daarom de kosmologische constante aan zijn vergelijking toe, een soort van anti-gravitationele kracht die de zwaartekracht onder controle houdt. Toen Hubble ontdekte dat het heelal helemaal niet bewegingsloos is maar uitdijt, verwijderde Einstein de kosmologische constante uit zijn vergelijking en noemde het de grootste blunder die hij ooit beging. En zijn vergelijking zag er nu nog eleganter, want eenvoudiger, uit, dus dat was ook mooi meegenomen.

Maar Einsteins blunder zou enkele decennia later wel eens de redder van de inflatietheorie kunnen zijn. Als er een antizwaartekracht-kracht - de kosmologische constante - aan het werk is dan kan deze verantwoordelijk zijn voor de hogere snelheden van verwijderde sterrenstelsels. De kritische massa is dan wel aanwezig en zou in principe de uitdijingssnelheid wel genoeg afgeremd hebben, ware het niet dat de cosmologische constante hier een stokje heeft voorgestoken. En het bestaan van een cosmologische constante zou ook het donkere materieprobleem wat minder ernstig kunnen maken. Zelfs de meest optimistische schattingen komen nog altijd uit op 5 tot 10 maal te weinig materie om de kritische dichtheid te benaderen. De cosmologische constante kan dit in een klap oplossen.

En er is meer. Uit het onderzoek naar de roodverschuivingen van de supernova’s en de sterrenstelsels waartoe ze behoren blijkt dat het heelal niet vertraagd uitdijt, maar dat deze beweging integendeel zelfs versneld.

The Dark Force

Wat die mysterieuze anti-gravitationele kracht dan wel zou zijn is nog niet duidelijk. Namen zijn wel al ontworpen: vacuüm energie duikt regelmatig op, maar ook negatieve zwaartekracht, kosmische donkere energie, nulpunt-energie en zelfs X-materie doen de ronde. Misschien vanwege het hoge Star Wars-gehalte lijkt ‘donkere energie’ het echter te gaan halen.

Om deze duistere krachten te onderzoeken stellen medewerkers van het Berkeley Lab’s Physics Division voor een satelliet te lanceren die SNAP werd gedoopt, wat staat voor Supernova Acceleration Probe. Dat zou voor de ultieme bevestiging kunnen zorgen van de onderzoeksresultaten die de inflatietheorie in moeilijke papieren bracht. En zou mogelijk ook wat meer informatie kunnen opleveren over de aard van de donkere kracht. Bovendien zou dit, eens te meer, kunnen leiden tot het herschrijven van de toekomstvoorspellingen van het heelal. Omdat de invloed van de zwaartekracht afneemt naarmate het heelal verder uitdijt, maar de duistere kracht, die zich in het stellaire vacuüm ophoudt, constant blijft, zou het heelal enkele miljarden jaren na een eerste dergelijke ervaring, opnieuw in een periode van exponentiële groei terecht kunnen komen. Dit keer voorgoed. (DdV)


 
Related links:

 

Op zoek naar de donkere kracht

De SNAP homepage

 

© David de Vaal