(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Nobelprijzen voor fysica en chemie uitgereikt
Vooral aandacht voor praktisch onderzoek - 10-10-2000

In Zweden werden vandaag de laureaten voor de Nobelprijzen voor natuurkunde en scheikunde bekend gemaakt. Na de Nobelprijs voor geneeskunde werd opnieuw gekozen voor onderzoek dat rechtstreeks tot praktische toepassingen heeft geleid.

 

De winnaars

De Nobelprijs fysica, waaraan een bedrag van 915.000 dollar is verbonden, werd dit jaar weggekaapt door Zhores I. Alferov van de het Fysisch-technisch Centrum in Sint-Petersburg en Herbert Kroemer van de universiteit van Californië voor hun werk rond halfgeleiders en Jack S. Kilby voor zijn uitvinding van het geïntegreerd circuit.

Daarmee wilde het Nobelprijscomité belangrijke ontdekkingen in de informatietechnologie honoreren. Het onderzoek van bovenstaande wetenschappers was erg belangrijk voor de grote vooruitgangen die in de voorbije decennia op het vlak van telecommunicatie en informatica zijn geboekt. De voorbije twee jaar ging deze prijs telkens naar onderzoek rond subatomaire deeltjes, maar dit jaar ging de voorkeur uit naar meer praktisch gerichte verwezenlijkingen.

De enkele uren later uitgereikte Nobelprijs voor scheikunde bevestigt deze trend. Dit jaar ging de prestigieuze prijs naar Alan J. Heeger van de universiteit van Californië, Alan G. MacDiarmid van de universiteit van Pennsylvania en Kideki Shirakawa van de Japanse universiteit van Tsukuba. Zij werden erkend voor de ontdekking dat plastic toch een geleider kan zijn.

Het onderzoek

Dit jaar werd dus het natuurkundig onderzoek dat geleid heeft naar doorbraken in informatie- en telecommunicatie in de kijker gezet. Alferov en Kroemer deelden de helft van de Nobelprijs voor het ontwikkelen van halfgeleidende heterostructuren die gebruikt worden in hoge snelheid- en optische electronica.

Een halfgeleider is een materiaal dat eigenschappen van geleiders en isolators in zich verenigt. Of het materiaal meer naar een geleider neigt, dan wel meer op een isolator lijkt wordt uitgedrukt in de ‘band gap’, de hoeveelheid energie die nodig is om bewegende ladingen in de vorm van electronen of ‘gaten’ te produceren.

De meeste halfgeleider-componenten worden uit siliconen gemaakt, maar gallium arsenide kan ook gebruikt worden. Als een halfgeleider bestaat uit verscheidene dunne lagen met verschillende ‘band gaps’, dan spreekt men van een heterostructurele halfgeleider.

Heterostructurele halfgeleiders zijn vooral belangrijk voor technologische toepassingen en worden ondertussen gebruikt in glasvezelnetwerken en leeskoppen in cd-spelers en barcode-lezers. Ook voor wetenschappelijk onderzoek zijn ze van primordiaal belang gebleken.
Kroemer is er op zijn beurt in geslaagd een transistor met een heterostructuur te ontwikkelen, die een superieur alternatief biedt voor transistors in stroomversterkende apparaten en hoge frequentie-toepassingen.

De ontwikkeling van de transistor wordt doorgaans als de start van de halfgeleiderindustrie beschouwd, maar na enkele jaren werd de mogelijkheid transistors, weerstanden en condensoren in een circuit te integreren overwogen. Jack S. Kilby en Robert Noyce werkten gelijktijdig maar onafhankelijk van elkaar aan dergelijke geïntegreerde circuits, maar het was Kilby die er eerst een patentaanvraag voor indiende. Een van de eerste toepassingen die van deze technologie de vruchten kon plukken, was de zakrekenmachine, waarvan Kilby een mede-uitvinder is.

De Nobelprijs chemie werd dit jaar toegekend aan onderzoek dat de geleidende eigenschappen van plastic in kaart heeft gebracht. Plastic zijn polymeren, schakels van herhalende moleculen en zijn doorgaans niet geleidend, maar worden als isolatiemateriaal in elektrische leidingen gebruikt. Met bepaalde aanpassingen kunnen polymeren echter wel als elektrische geleiders kunnen worden gebruikt.

Een eerste voorwaarde die vervuld moet worden om polymeren geleidend te maken, is dat de moleculen met een dubbele verbinding aan elkaar worden gevoegd. Polyacetileen heeft zo een structuur. Daarna is ‘doping’ nodig, waarbij aan het materiaal electronen worden toegevoegd (reductie) of door oxidatie, waarbij electronen worden verwijderd.

De toepassingen van deze ontdekkingen zijn schier eindeloos. Net zoals metalen draden kunnen oplichten wanneer er genoeg stroom wordt doorgejaagd, kunnen ook geleidende polymeren licht uitzenden. Dat proces wordt electroluminiscentie genoemd en verbruikt minder energie. Ook de hitte die wordt opgewekt ligt aanzienlijk lager dan bij metalen draden en deze techniek wordt toegepast in fotodioden en lichtgevende diodes (LED’s). In de nabije toekomst zullen ultra-platte televisieschermen die gebruik maken van deze techniek op de markt gegooid worden. Andere denkbare toepassingen zijn informatie- en verkeerstekens, GSM-schermen en zelfs lichtgevend behangpapier.

(DdV)


 
Related links:

 

Nobelprijswinnaars door de eeuwen heen

 

© David de Vaal