(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Licht bij de lurven gevat
Geslaagd experiment stopt licht, houdt het tegen
en laat het dan weer gaan - 18-01-2001

Volgens The New York Times zijn twee Amerikaanse teams er onafhankelijk van elkaar in geslaagd licht tot stilstand te brengen, even op te houden en daarna weer verder te laten gaan. Dat zou de ontwikkeling van hippe technieken als kwantumcomputing en kwantumcommunicatie kunnen bevorderen.

 

In 1999 haalde Lene Vestegaard Hau van de Harvard universiteit de krantenkoppen door licht, dat in een vacuüm aan een snelheid van ongeveer 300.000 km/u voortbeweegt, te vertragen tot een gezapige 60 km/u. Het wekt dan ook geen verwondering dat zij één van de twee teams leidt die licht nu tot staan hebben gebracht. Maar omdat haar artikel over dat onderzoek pas in een volgend nummer van Nature verschijnt en dit blad blijkbaar voorwaarden koppelt aan publicatie, kan zij er nog geen details van vrijgeven. Het andere team, onder leiding van Ronald Walsworth en Mikhail Lukin van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, kan dat gelukkig wel en zij zijn zo vriendelijk ook Haus onderzoek toe te lichten. Hun paper zal in het 29 januari-nummer van Physical Review Letters gepubliceerd worden.

Walsworth en Lukin lieten licht door een medium van gasvormig rubidium, een alkalisch metaalelement, gaan en volgens hen gebruikt ook Hau een gelijkaardige techniek. Beide methoden steunen op twee natuurkundige concepten die allebei hun wortels hebben in de kwantummechanica: Bose-Einstein Condensatie (BEC) en Elektromagnetisch Opgewekte Transparantie (EOT).

Toen Satyendra Nath Bose in de jaren '20 het toen nieuwe idee onderzocht dat licht is opgebouwd uit discrete pakketjes - fotonen - waren zijn inzichten te nieuw om op de goedkeuring van de traditionele wetenschappelijke wereld te kunnen rekenen. Hij zocht daarom steun bij Einstein, die de regels die Bose had ontwikkeld om fotonen te beoordelen ook nuttig achtte om atomen te beschrijven. Zo poneerde hij de theoretische mogelijkheid dat atomen zich bij zeer lage temperaturen eigenaardig zouden gaan gedragen.
In deze toestand, die pas in 1995 voor het eerst werd gecreëerd en die nooit natuurlijk kan voorkomen, kunnen atomen nauwelijks bewegen. En aangezien het onzekerheidsprincipe van Heisenberg zegt dat men nooit gelijktijdig momentum en positie van een deeltje kan meten, is de positie van deze atomen bijzonder onzeker. De beweging is immers gekend door de extreem lage temperatuur - slechts een miljoenste graad boven het absolute nulpunt - en bedraagt bijna nul. Dat betekent dat de atomen elkaar overlappen, iets wat moeilijk voorstelbaar is omdat het in het dagelijkse leven nooit wordt ervaren.

Licht dat in een medium terechtkomt dat zich in een BEC-toestand bevindt, zal op een bijzondere manier met deze materie in interactie treden. Interactie tussen licht en materie gebeurt ook in ‘normale’ omstandigheden en ook transparant materiaal - zoals glas - vertraagt het licht een beetje. Dat gebeurt doordat de lichtdeeltjes door de atomen van het medium worden geabsorbeerd - het elektron van het atoom wordt naar een hogere energiebaan geschopt en het foton houdt op te bestaan - om daarna weer te worden uitgezonden - het elektron valt terug naar een lagere energie en zendt een foton uit. Tussen de atomen blijft het licht zich in zijn normale tempo van 300.000 km/u voortbewegen en de vertraagde snelheid heeft dan enkel te maken met het tijdsverschil dat de absorptie veroorzaakt. In een BEC bevinden de electronen zich in een staat waarbij licht in extreme mate vertraagd wordt.

Maar er is nog een tweede element dat een rol speelt, want het BEC-medium is ondoorzichtig, een eigenschap die verholpen moet worden voor het experiment zelfs maar gestart kan worden. Daar komt Elektromagnetisch Opgewekte Transparantie op de proppen. EOT maakt sommige gassen die normaal niet transparant zijn, zoals rubidium, wel doorzichtig. Die eigenschap kan opgewekt worden door naast de laserstraal die vertraagd moet worden, een tweede laserstraal te gebruiken met een iets andere frequentie. Daardoor ontstaat een ‘beat frequentie’, die door het gas niet wordt tegengehouden en het daarom transparant maakt.

Op die manier lukte het Hau in 1999 licht te vertragen tot het tempo van een goed getrainde wielrenner, maar tegelijk werd een steeds kleiner deel van het gas transparant. Lukin en collega Suzanne Yelin opperden samen met Michael Fleischauer van de universiteit van Kaiserslautern dat dit probleem verholpen kon worden door te wachten tot de laserstraal het gas binnendringt, om dan de intensiteit van de tweede lichtstraal gradueel te verminderen. Dat zou het systeem, waarvan licht en gas deel uitmaken, zo organiseren dat de straal altijd wordt doorgelaten.

En dat blijkt nu gelukt te zijn. Het licht wordt nu volledig ‘geabsorbeerd’ door de atomen, waar het ‘bewaard’ blijft in de toestand van de electronen. Door de tweede straal geleidelijk aan weer aan te zetten, wordt de eerste straal hersteld en komt zij terug in beweging. Bovendien wezen de experimenten uit dat de eigenschappen van de herstelde lichtstraal, zoals intensiteit en vorm, bewaard blijven.

Volgens de onderzoekers zou dat vooral invloed hebben op de ontwikkeling van kwantumcomputing en kwantumcommunicatie, twee onderzoeksvelden waar men in toenemende mate hoopt fotonen te kunnen gebruiken. Een tijdelijke opslag van licht zou daarbij essentieel zijn. Het onderzoek van Hau, Walsworth en Lukin zou kunnen helpen dat probleem op te lossen.

(DdV)


 
Related links:

 

The New York Times

Bose-Einstein Condensatie

Kwantumcommunicatie

 

 

© David de Vaal