(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Natuurkunde op stelten
Standaardmodel in vraag gesteld - 09-02-2001

In het Amerikaanse Brookhaven National Laboratory heeft men muonen, subatomaire deeltjes, geobserveerd die gedrag vertonen dat zeer licht afwijkt van wat theoretisch voorspeld werd. Daarmee denken de betrokken wetenschappers te hebben aangetoond dat het Standaardmodel, dat de natuurkunde al meer dan 30 jaar beheerst, niet langer houdbaar is.

 

Quarks, leptonen en krachten

Zestig jaar geleden was de wereld nog heerlijk eenvoudig, althans wat de aard van materie betreft. Het atoom was dan wel niet ondeelbaar meer, met elektronen, protonen en neutronen als de elementaire bouwstenen was natuurkunde nog een overzichtelijke wetenschap.

Daar kwam echter een einde aan toen de eerste deeltjesversnellers werden ontwikkeld, die wetenschappers toestonden deeltjes te onderzoeken door ze in een hoog-energetische toestand te brengen en dan na te gaan wat er gebeurt als ze met elkaar in aanraking komen. Er bleken heel wat meer subatomaire deeltjes te bestaan die gelijkaardig zijn aan protonen en neutronen. Bovendien werd een geheel nieuwe deeltjesfamilie ontdekt: de mesonen.

In 1964 sloegen Murray Gell-Mann en George Zweig erin orde in deze chaos te scheppen door voor te stellen dat al deze nieuwe deeltjes verklaard konden worden door het bestaan van slechts enkele soorten nog kleinere deeltjes aan te nemen. Gell-Mann noemde ze quarks.

Dit idee groeide uit tot het Standaardmodel van Fundamentele Deeltjes en Interacties , een natuurkundige theorie die alle elementaire deeltjes en drie van de vier natuurkrachten in zich verenigt. De deeltjes waaruit alle materie bestaat zijn dan zes soorten quarks en zes soorten leptonen.

Quarks worden nooit apart aangetroffen, maar verenigen zich tot baryonen, bestaande uit 3 quarks, of mesonen, bestaande uit 1 quark en 1 antiquark. Leptonen komen wel als solitaire deeltjes voor, en kunnen in twee klassen verdeeld worden: geladen leptonen (elektron, muon, en tau) en neutrino’s, vluchtige deeltjes zonder lading en met een nauwelijks waarneembare massa die geassocieerd worden met de 3 soorten geladen leptonen.

Op deze deeltjes werken 4 krachten in, waarvan er 3 in het Standaardmodel zijn opgenomen. De elektromagnetische kracht bindt de elektronen aan de kern en vormt zo elektrisch neutrale atomen. De sterke nucleaire kracht houdt de quarks samen, en is dus verantwoordelijk voor de vorming van hadronen. De zwakke nucleaire kracht is dan het enige proces dat ervoor kan zorgen dat de ene soort quark (of lepton) in een andere soort kan worden omgezet. Elk van deze krachten wordt bovendien gedragen door alweer andere deeltjes: voor de elektromagnetische kracht het foton, voor de sterke nucleaire kracht het gluon en de zwakke magnetische kracht wordt gedragen door W en Z bosonen.

Maar heel deze constructie komt nu op losse schroeven te staan, want Amerikaanse wetenschappers hebben muonen geobserveerd die zich niet helemaal gedragen zoals het Standaardmodel dat voorspelt.

Voorbij het Standaardmodel

Muonen, die net als elektronen in de categorie van de leptonen thuishoren, maar ongeveer 207 maal massiever, zijn dus ook geladen deeltjes, die als een kleine magneet functioneren. In het experiment in het Brookhaven National Laboratory werd hun gedrag bestudeerd nadat ze, na hun creatie in een deeltjesversneller, in een krachtig magnetisch veld worden gebracht. Dat levert een schommeling op, en het is de magnitude van deze schommeling die volgens het Standaardmodel kan worden berekend én in het laboratorium ook zeer precies kan worden gemeten. Maar beide resultaten verschilden van elkaar, en wel zo sterk dat de statistische kans dat de theorie onterecht verworpen wordt maar 1% bedraagt. Meteen is er een kans van 99% dat het Standaardmodel aan herziening toe is.

Niet dat deeltjesfysici dat meteen als een groot verlies beschouwen, want niet iedereen was even gelukkig met het Standaardmodel. Het bleek niet alleen onmogelijk de zwaartekracht erin te verwerken, ook wordt vermoed dat een aantal logische inconsistenties de theorie bevlekken. Bovendien vond niet iedereen ze even ‘mooi’ en wordt vermoed dat ze nog niet tot op een voldoende diep niveau van de natuur doordringt.

Volgens de betrokken wetenschappers kan het verschil tussen theoretische en empirische resultaten drie dingen betekenen. Ten eerste is het mogelijk dat de waarnemingen kloppen, maar dat ook het Standaardmodel correct is. Dat is dan die 1 % kans dat het hier om een toevallige statistische fluctuatie gaat, die in werkelijkheid niets betekent. Vermits de huidige resultaten gebaseerd zijn op waarnemingen die al in 2000 werden gedaan, maar pas kort geleden werden verwerkt, hoopt het team deze kans nog verder terug te dringen met verder onderzoek.
Ten tweede zou het Standaardmodel een lichte aanpassing nodig kunnen hebben. Er is momenteel immers nog een kleine onzekerheidsmarge, maar ook die zou door toekomstig onderzoek nog kleiner gemaakt moeten worden.

Tenslotte, en dat is de mogelijkheid die natuurkundigen het meest opwindt, is er de mogelijkheid dat het Standaardmodel fout is, en dat de empirische resultaten deze theorie falsificeren. En dit omdat de schommeling van de muonen beïnvloed wordt door de aard van de ruimte. De lege ruimte waarin de muonen werden geobserveerd wordt eigenlijk beheerst door ‘virtuele deeltjes’ die zeer kortstondig opduiken en weer verdwijnen, maar in deze korte tijdspanne met de muonen in interactie kunnen treden.

Als het Standaardmodel fout is, moet naar een opvolger worden gezocht, en er staat al een kandidaat klaar. Supersymmetrie heet deze nog zeer speculatieve theorie, die stelt dat voor elk van de deeltjes die in het Standaardmodel wordt erkend, nog een ‘supersymmetrische partner’ bestaat. Deze zouden totnogtoe onopgemerkt gebleven zijn omdat ze nauwelijks interageren met de reeds bekende deeltjes. Een nieuwe generatie deeltjesversnellers zou hier misschien opheldering kunnen brengen. De eerste van deze apparaten wordt in de lente in gebruik genomen in het Fermi National Accelerator Laboratory. Maar eerst zullen de resultaten van het muonen-experiment aan nauwgezet onderzoek worden onderworpen. Een model dat het al meer dan 30 jaar lang uithoudt gooi je niet zo maar weg.

(DdV)


 
Related links:

 

Deeltjesfysica

Brookhaven National Laboratory

 

© David de Vaal