(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Extra dimensies laten zich niet vangen
Als er meer dan 4 dimensies zijn, dan zijn ze kleiner dan 0,2 mm - 14-02-2001

Fysici van de Universiteit van Washington zijn er voorlopig niet in geslaagd de extra dimensies te ontdekken die de supersnaartheorie nodig heeft. Dat betekent daarom niet dat deze dimensies niet bestaan, maar ze kunnen in elk geval niet groter zijn dan 0,2 mm.

Nu experimentele waarnemingen blijken af te wijken van de voorspellingen gemaakt op basis van het Standaardmodel, totnogtoe de meest solide natuurkundige theorie voor het beschrijven van de werkelijkheid (zie hier voor een eerder artikel), is het uitkijken naar de opvolgers. Supersnaartheorie is daarin de belangrijkste - en zo goed als enige - kanshebber en impliceert het bestaan van 9 tot 10 ruimtelijke dimensies en 1 tijdsdimensie. Voorlopig is niemand erin geslaagd één van deze extra dimensies waar te nemen, wat door vertegenwoordigers van de snaar- of stringtheorie te wijten is aan het feit dat de 6 tot 7 dimensies bij de Big Bang zijn opgekruld tot erg kleine entiteiten.

In de stringtheorie zijn wat in het Standaardmodel als verschillende soorten deeltjes wordt beschouwd, manifestaties van eenzelfde verschijnsel: de string. Strings vibreren in de 10 tot 11 dimensies, waarbij andere vibraties, andere deeltjes opleveren. Dat wordt doorgaans geïllustreerd door een vergelijking te maken met de snaren van een gitaar, waar andere vibraties andere tonen opleveren.

De snaartheorie gaat al enige tijd mee, en werd voor het eerst in de late jaren zestig voorgesteld. Het gaat om uiterst wiskundige theorie, waarvan gezegd wordt dat slechts een handvol mensen echt in staat is ze te begrijpen. “Een stukje 21ste eeuwse natuurkunde, dat per ongeluk in de 20ste eeuwse fysica is gevallen”, zei Edward Witten, één van de grote stringtheoretici ooit. En ook nu de 21ste eeuw volgens alle criteria is aangebroken, schijnt de theorie nog even ondoordringbaar te zijn.

De supersnaartheorie - eigenlijk een verzamelnaam voor een aantal verschillende theorieën, die dan weer samen zouden kunnen vallen in de M-theorie - heeft dan ook het ambitieuze plan opgevat alles te verklaren. Dat betekent dat het de zwaartekracht met de kwantummechanica moet verzoenen, een opdracht waar een notoir denker als Albert Einstein tevergeefs 30 jaar van zijn leven aan heeft besteed.

Een Theorie van Alles, of Grote Geünificeerde Theorie, zou de vier bekende krachten - sterke en zwakke nucleaire kracht, elektromagnetische kracht en zwaartekracht - als één superkracht behandelen. Dat is minder vreemd dan het lijkt, ook de elektrische en magnetische kracht werden lange tijd als afzonderlijk krachten beschouwd. Voorlopig komt het Standaardmodel het dichtst in de buurt van deze opdracht en slaagt het erin alle krachten behalve de zwaartekracht in hetzelfde model op te nemen.

Door het bestaan van 9 of 10 ruimtelijke dimensies te postuleren, slaagt de supersnaartheorie er wel in zwaartekracht en andere krachten in één model onder te brengen. Zwaartekracht is bovendien een erg zwakke kracht, wat duidelijk blijkt uit het feit dat de kracht die de volledige aarde uitoefent op een spijker, niet volstaat om te voorkomen dat diezelfde spijker door een klein magneetje kan worden opgetild. Stringtheoretici verklaren deze zwakte door te stellen dat heel wat van de zwaartekracht weglekt naar de andere ruimtelijke dimensies.

Toen medewerkers van CERN, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica, tot de conclusie kwamen dat het theoretisch mogelijk is dat de extra dimensies tot 1 mm groot zouden zijn, zagen Eric Adelberger en Blayne Heckel mogelijkheden om het bestaan van zulke ‘grote’ dimensies experimenteel te testen. Daartoe ontwikkelden ze het fascinerende apparaat dat op bijgevoegde foto te zien is. Het bestaat uit twee delen, waarvan het bovenste, cilindervormige stuk aan een zeer dunne kabelvezel is opgehangen. Het onderste deel bestaat uit een roterend plaatje met 10 gaatjes, die overeenkomen met de gaten in het bovenste deel. Beide delen raken elkaar net niet, maar zijn minder dan 1 mm van elkaar verwijderd.

Het draaiende onderstuk oefent een zekere zwaartekracht uit op het opgehangen stuk, waardoor deze ‘slinger’ 10 keer per volledige omwenteling heen en weer wordt getrokken. De mate waarin dat gebeurd, wordt dan zeer nauwkeurig gemeten met behulp van een laserstraal. De zwaartekracht werd bovendien gemeten tot op een afstand van 0,2 mm.

De onderzoekers sloegen er niet in zwaartekracht te meten die niet verklaard kon worden door de wetten van Newton. Dat betekent dat er geen zwaartekracht weglekt naar andere dimensies, tenzij dat gebeurt naar dimensies die kleiner zijn dan 0,2 mm, de mate van precisie die Adelberger en Heckel konden bereiken. Zij hopen nu nog nauwkeuriger experimenten te kunnen uitvoeren, en zo de extra dimensies wel te kunnen betrappen.

De onderzoeksresultaten van het duo betekent niet dat de superstringtheorie nu de prullenmand in moet. De idee dat de extra dimensies tot 1 mm groot kunnen zijn, blijkt daarentegen wel foutief. Voorlopig blijft de snaartheorie dan ook een strikt theoretische constructie, die niet aan experimentele toetsing onderworpen kan worden. Daarvoor blijft het wachten op de nieuwe generatie deeltjesversnellers, maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek.

(DdV)


 
Related links:

 

De stringtheorie verklaard

Links naar sites ivm stringtheorie

 

© David de Vaal