(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Het geheim van materie doorgrond
Materie bestaat omdat materie zich ietsje anders gedraagt
dan anti-materie - 15-05-2001

In de Oerknal werden gelijke hoeveelheden materie en antimaterie gecreëerd, zo zegt de theorie. Maar hoe komt het dan dat beide elkaar niet weg hebben gereageerd, en dat er nog voldoende materie overblijft om melkwegen, sterrenstelsels, de aarde en ons allen te vormen? Omdat er iets bestaat als directe ‘CP Violation’, zo heeft men in het CERN aangetoond.

Materie en antimaterie

CERN, het in Zwitserland gevestigde Europese Instituut voor Nucleair Onderzoek en het grootste onderzoekscentrum voor deeltjesfysica ter wereld, is erin geslaagd één van de best bewaarde natuurgeheimen te ontsluieren: hoe het komt dat we bestaan. Want ook al zien we genoeg materie om ons heen, dat het bestaat leek lange tijd een onoplosbaar natuurkundig raadsel.

Het bestaan van antimaterie volgde uit een formule die de natuurkundige Paul Dirac neerschreef om het gedrag van een elektron te beschrijven. Zijn prestatie leverde hem in 1933 een Nobelprijs op, maar ook een boel theoretische problemen, want zijn vergelijking leverde twee uitkomsten op. Dat betekende dat naast een elektron ook een anti-elektron (positron) moest bestaan. Het grote verschil is dat antimaterie een electrische lading heeft die tegengesteld is aan die van materie. Verder hebben beide dezelfde massa en levensduur, waarbij het laatste de tijd is vooraleer een deeltje uiteenvalt in minder massieve deeltjes.

Tijdens de oerknal zouden zowel materie als antimaterie zijn aangemaakt, in gelijke hoeveelheden. Maar als een deeltje zijn anti-partner tegen het lijf loopt, zorgt dat voor een vurige ontmoeting waarbij beiden volledig worden omgezet in fotonen - energie dus - en waarmee eer betuigd wordt aan Einsteins E=mc2. Hoe komt het dan dat dat niet gebeurd is? Men moet immers geen bijzonder nauwkeurig waarnemer zijn om vast te stellen dat nog heel wat materie is overgebleven. Het heelal bestaat er immers uit, en wijzelf ook.

Het heelal waarin wij leven heeft dus een duidelijke voorkeur laten blijken voor materie, en antimaterie is het achtergestelde broertje geworden, dat zich enkel nog laat zien in kosmische stralen en gigantische deeltjesversnellers. Dirac opperde dan wel dat er misschien hele sterrenstelsels uit antimaterie bestaan, het lijkt er niet op dat deze voorspelling correct was. Antimaterie is erg zeldzaam, materie is dat wat minder. Om precies te zijn: voor elke 1.000.000.000 antideeltjes zijn er 1.000.000.001 deeltjes. Het ene extra deeltje blijft over, terwijl materie en antimaterie elkaar opheffen en 1.000.000.000 fotonen achterlaten voor elk vroeger deeltje.

Een schending van de symmetrie

De oplossing van dat raadsel schuilt hem in een breuk in de symmetrie tussen materie en antimaterie, de zogenaamde ‘CP violation’. Dat is één van de voorwaarden die in 1964 door Andrei Sakharov werden aangeduid om het onevenwicht tussen materie en antimaterie te verklaren. C en P staan hierbij respectievelijk voor Charge (lading) en Parity (pariteit), wat twee symmetrische eigenschappen zijn van deeltjes. In feite zijn het antwoorden op “Wat als... ?”-vragen: "Wat gebeurt er als we de botsing van twee deeltjes in een spiegel bekijken die alle drie spatiale coördinaten omkeert (P)?" en "Wat gebeurt er als we alle deeltjes vervangen door antideeltjes (C)?" Als er symmetrie is gebeurt er in deze gevallen precies hetzelfde, maar als er geen symmetrie is, dan is er sprake van ‘CP violation’.

In 1964 bestudeerde men er in het Brookhaven National Laboratory het K-meson (K), een instabiel deeltje dat enkel in deeltjesversnellers kan bestaan, waar ze in hoog-energetische botsingen als K en anti-K duo’s ontstaan. Het deeltje is u misschien beter bekend onder de naam kaon . Daar moest men vaststellen dat deze duo’s zich niet altijd gedroegen zoals verwacht.
Praktisch gezien kunnen K en anti-K elk worden beschreven als een combinatie van twee andere deeltjes, K1 en K2. K1 is dan een deeltje met een kort leven, dat al snel uiteenvalt in twee andere deeltjes, pionen genoemd. K2 is daarentegen een langer leven beschoren, tot het uiteindelijk desintegreert in drie pionen.
In het laboratorium stelde men echter vast dat heel af en toe een K2 in een K1 verandert, waarna het in twee pionen uit elkaar valt. Dat verbreekt de symmetrie al, zij het op een indirecte manier, omdat het de manier beinvloedt waarop de K’s mixen, niet de manier waarop K zelf desintegreert. Een directe ‘CP violation’ zou betekenen dat een K2 direct in twee, in plaats van drie, pionen uiteen valt. In 1973 toonden twee Japanse fysici aan hoe dit in een theoretisch raamwerk valt in te passen, maar op het definitieve bewijs dat er zoiets bestaat als directe ‘CP violation’ is het dan nog even wachten.

Twee onderzoeksprojecten, NA48 bij het CERN en KTeV in het Fermilab (Chicago), namen de taak op zich voor harde bewijzen te zorgen. In 1993 waren er enkele successen, maar de resultaten bleven dubieus. In Zwitserland is men er nu dan toch in geslaagd 20 miljoen CP schendende voorbeelden te vinden van langlevende kaonen die in twee pionen uit elkaar vallen. Met deze gegevens sloegen de Cern-wetenschappers erin het verschil tussen het verval van K en anti-K tot op een miljoenste nauwkeurig te berekenen, een statistisch significant resultaat dat onomstootbaar aantoont dat directe 'CP violation bestaat. Dat betekent dat er wel degelijk een klein verschil is in de manier waarop K en anti-K uit elkaar vallen. Een klein verschil, maar we hebben al wat bestaat er aan te danken.

(DdV)

Aansluitende artikels:

Astronomen luisteren naar muziek van de schepping - 02-05-2001

Extra dimensies laten zich niet vangen - 14-02-2001

Natuurkunde op stelten - 09-02-2001

Licht bij de lurven gevat - 18-01-2001

 


 
Related links:

 

Multmedialezingen over ‘CP violation’

Op deeltjesavontuur

antimaterie

 

© David de Vaal