(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

30-jarig natuurkundig raadsel eindelijk opgelost
Vermiste zonneneutrino’s opgespoord - 19-06-2001

In 1968 berekende de astrofysicus John Bahcall dat elke vierkante centimeter per seconde door miljoenen neutrino’s, afgevuurd door de zon, doorzeefd wordt. Maar in elk experiment dat deze bewering wilde nagaan, moest worden vastgesteld dat er schijnbaar veel minder zonneneutrino’s waren dan voorspeld. 30 jaar lang vroegen wetenschappers zich af hoe deze discrepantie verklaard kon worden. Een internationaal team trok zich 2 kilometer onder het aardoppervlak terug, en kwam gisteren weer tevoorschijn, mét een antwoord op het raadsel...

 

Vluchtige deeltjes

De laatste eeuw is duidelijk geworden dat de werkelijkheid is opgebouwd uit de meest vreemde en exotische deeltjes. Er wordt gegoocheld met electronen, muonen, leptonen, quarks, fotonen om het allerkleinste niveau van de natuur te beschrijven. Eén van de minst begrepen deeltjes zijn neutrino’s, een fundamenteel deeltje dat erg gelijkt op het electron, zij het dat neutrino’s geen elektrische lading hebben. Daardoor worden zij niet beďnvloed door de elektromagnetische kracht die wel op electronen inwerkt.

Het bestaan van neutrino’s werd, zoals dat in de natuurkunde wel vaker het geval is, eerst voorspeld door theorieën en modellen. Wolfgang Pauli kwam er in 1931 als eerste mee op de proppen en drie jaar later werd het neutrino door Enrico Fermi in een omvattende verklaring voor radioactief verval ingepast. In 1959 sloegen Clyde Cowan en Fred Reines erin het eerste neutrino te detecteren, waardoor voor het eerst werd aangetoond dat deze deeltjes ook werkelijk bestaan. De jaren nadien kwam men erachter dat er drie verschillende soorten neutrino’s bestaan, die zich niet allemaal op dezelfde manier gedragen. Elk type neutrino is verbonden met een geladen deeltje, waaraan het ook zijn naam ontleent: electron-neutrino’s, muon-neutrino’s en tau-neutrino’s.

Neutrino’s zijn overal, maar niets of niemand zou er ooit wat van merken. Ze zijn dan ook verschrikkelijk moeilijk op te sporen: zonder elektrische lading en bijna massaloos interageren ze nagenoeg niet met andere deeltjes. Elke seconde gaan miljoenen neutrino’s door ons heen, maar gedurende een heel mensenleven zullen slechts één of twee tijdens die tocht afgebogen worden.

Waar zijn de zonneneutrino’s?

Ook al zijn ze moeilijk waar te nemen, toch is het universum werkelijk vergeven van de neutrino’s. De zon produceert er elke seconde al tweehonderd triljoen triljoen triljoen, en bij een gemiddelde supernova komen er duizend keer meer vrij dan de zon in haar hele leven zal produceren.

Dat men redelijk accuraat kan vertellen hoeveel neutrino’s de zon de ruimte inslingert, danken we aan het standaard zonnemodel, een theoretische beschrijving van de werking van de zon. Toen men met neutrinodetectoren op zoek ging naar deze deeltjes, vond men wel zonneneutrino’s, maar het leken er veel te weinig te zijn. In vergelijking met de energie die de zon produceert, leek de stroom zonneneutrino’s veel te klein. Deze vaststelling deed men in de jaren ‘70, en tot nu wist niemand waar de vermiste zonnenuetrino’s zouden kunnen zijn.

Het raadsel kreeg een naam en werd van hoofdletters voorzien: het Zonneneutrino Probleem was geboren. Men zocht verwoed naar oplossingen, al bestonden in essentie slechts twee mogelijkheden: of er is wat mis met het zonnemodel, of er gebeurt iets met de neutrino’s terwijl ze onderweg zijn naar de aarde.

In 1998 startte een Amerikaans-Brits-Canadees team in het Canadese Sudbury een nieuwe poging. Twee kilometer onder de grond, in een oude mijn, was het Sudbury Neutrino Observatory (SNO) pas voltooid.
De detecor bevat 1000 ton zwaar water, water waarbij de waterstofatomen zijn vervangen door het waterstofisotoop deuterium en dat als D2O wordt vertaald. Daarrond zit een container met ultra-schoon, normaal water. Beide structuren zitten dan weer in een geodetische bol (foto), waarin 9456 lichtsensoren zijn gestopt. De sensoren speuren voortdurend naar minuscule lichtflitsen, die de aanwezigheid van neutrino’s verraden. Met de indrukwekkende installatie slaagt het team erin per dag zo’n tiental neutrino’s te betrappen. Dat gebeurt als een neutrino op één van de deuterium-atomen knalt, waardoor het atoom uiteenvalt in een proton en een neutron. Aangezien alleen electron-neutrino’s zo’n impact hebben, en muon- of tau-neutrino’s geen deuteriumatomen te lijf kunnen gaan, kunnen zonneneutrino’s worden opgespoord. De zon produceert immers alleen electron-neutrino’s.

Het duurde eventjes voor voldoende gegevens werden verzameld om een poging te doen het Zonneneutrino Probleem op te lossen. Gisteren, maandag 18 juni, kwam het SNO-team naar buiten met de eerste wetenschappelijke resultaten van de Sudbury detector én met de mededeling dat ze erin geslaagd waren het 'Probleem' op te lossen.

Aanpassing Standaardmodel noodzakelijk

De doorbraak kwam er nadat de resultaten van het SNO werden vergeleken met vergelijkbare inspanningen van de natuurkundige collega’s die betrokken waren bij het Japanse Super-Kamiokande neutrinoexperiment. Daar speurde men voornamelijk naar botsingen tussen electronen en electron-neutrino’s, maar af en toe botst ook een neutrino van een andere soort wel eens tegen een electron, en ook dat werd in Japan waargenomen.

Omdat de zon alleen electron-neutrino’s produceert en de andere soorten enkel worden aangemaakt tijdens hoog-energetische gebeurtenissen - zoals een supernova - zouden de waarnemingen van het SNO en de Super-Kamiokande met elkaar moeten overeenstemmen. Is dat niet het geval, dan veranderen de neutrino’s als ze onderweg zijn van de zon naar de aarde. En dat was precies wat de onderzoekers vaststelden: in Japan werden meer neutrino’s waargenomen.

Electron-neutrino’s veranderen dus, en dat is waarom ze zolang verborgen bleven. Volgens de berekeningen van het SNO-team zou ongeveer 60% van de zonneneutrino’s een transformatie ondergaan. Het Zonneneutrino Probleem lijkt na 30 jaar eindelijk opgelost te zijn, toch als men vrede wil nemen met een zekerheidsmarge van 99%.

Volgens de formules van de deeltjesfysica betekent het feit dat neutrino’s van aard kunnen veranderen ook dat neutrino’s een bepaalde massa hebben. Veel stelt dat niet voor: de massa van een neutrino zou maximaal één 60.000ste deel van de massa van een electron zijn. De gevolgen van deze vaststelling zijn wat groter: het Standaardmodel voor Elementaire Deeltjes voorspelt immers geen massa voor neutrino’s. Niet dat het model daarom maar moet worden verlaten - het voldoet immers al sinds de jaren ‘70 - maar een aanpassing zou wel noodzakelijk zijn. En wie een geünificeerde theorie wil opstellen, zal ook met deze nieuwe gegevens rekening moeten houden.

Tenslotte kan men zich afvragen of met de vaststelling dat neutrino’s een massa hebben, het donkere materieprobleem ook de wereld uit geholpen is. Hoe klein de massa ook is, er bestaan wel bijzonder veel neutrino’s, misschien compenseert dat wat. Helaas, ondertussen werd al berekend dat de massa van alle neutrino’s samen ongeveer even groot moet zijn als de gecombineerde massa van alle sterren in het heelal. Niet kwaad, maar evenmin voldoende om een verklaring te bieden voor alle vermiste materie.

En ook zij die op zoek waren naar zonneneutrino’s moeten hun spullen nog niet opbergen. Er blijven nog voldoende vragen over, zoals in welke variant de electron-neutrino’s transformeren en of de neutrino’s nieuwe inzichten bieden over wat er in het diepste centrum van de zon allemaal gebeurt. Al zal men vast een flesje champagne gekraakt hebben, vooraleer de 100 hoofden van het NSO-team zich over deze problemen bogen.

(DdV)

Aansluitende artikels:

Het geheim van materie doorgrond - 15-05-2001

Extra dimensies laten zich niet vangen - 14-02-2001

Natuurkunde op stelten - 09-02-2001

 


 
Related links:

 

Het zonneneutrino-probleem

De detector

Meer over zonneneutrino’s

Hoe de zon werkt

De ultieme neutrino-pagina

Super-Kamiokande

 

© David de Vaal