(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Meer bewijs dat het universum bestaat
Materie en antimaterie zijn elkaars tegengestelde, maar niet helemaal - 10-07-2001

Meer dan 600 wetenschappers en ingenieurs van 75 instituten waren ervoor nodig, maar nu de resultaten binnen zijn, blijkt dat men er in Californië in geslaagd is een tweede voorbeeld van CP violation te vinden. Daarmee wordt opnieuw aangetoond dat er in het heelal materie te vinden is. Dat mag voor de meesten onder ons dan wel een gegeven zijn, fysici wisten lang niet hoe het bestaan van materie natuurkundig verklaard kon worden.

 

Toen Paul Dirac in 1928 een formule uitdokterde om het gedrag van een elektron te beschrijven, had dat vreemde gevolgen. Uit de formule bleek immers dat er iets moest bestaan als antimaterie, deeltjes met eenzelfde massa en levensduur als hun tegenhangers, maar met een omgekeerde elektrische lading en nog enkele meer obscure verschillen. Wie dan wil nagaan hoe het heelal tot stand is gekomen, stuit al snel op problemen. Materie en antimaterie werden tijdens de Oerknal immers in gelijke hoeveelheden aangemaakt. Maar als een deeltje haar antideeltje ontmoet, elimineren zij elkaar en blijft enkel energie over. Einsteins E=mc2 in actie als het ware, maar hoe het komt dat materie en antimaterie elkaar niet volledig hebben opgeheven is een vraag die lang niet beantwoord kon worden. Dat er materie is overgebleven valt natuurlijk moeilijk te ontkennen, maar natuurkundigen zaten jarenlang met de handen in het haar omdat het bestaan van alles wat we zien en zijn een fysische anomalie scheen te zijn.

Er moest dus een onevenwicht zijn tussen materie en antimaterie dat ervoor zorgt dat er na de Oerknal en het daaropvolgende verdelgingsspel tussen deeltjes en antideeltjes toch wat materie overblijft. De dissidente Russische natuurkundige Andrei Sakharov stelde een mechanisme voor dat dit onevenwicht kon verklaren en de notie ‘Charge-parity violation’ in het leven riep, schending van lading en pariteit en dus van de symmetrie van deeltjes en antideeltjes. In feite zijn het antwoorden op “Wat als... ?”-vragen: "Wat gebeurt er als we de botsing van twee deeltjes in een spiegel bekijken die alle drie spatiale coördinaten omkeert (P)?" en "Wat gebeurt er als we alle deeltjes vervangen door antideeltjes (C)?" Als er symmetrie is gebeurt er in deze gevallen precies hetzelfde, maar als er geen symmetrie is, dan is er sprake van ‘CP violation’. Tot medio jaren ’60 was er maar één bewijs voor het bestaan van CP violation: het feit dat het heelal en alles wat erin zit bestaat. Bewijs waar men moeilijk omheen kan, maar dat weinig extra inzichten oplevert. Daar kwam verandering in toen men in het Brookhaven National Laboratory ontdekte dat een bepaald deeltje, het K-meson, net iets anders vervalt dan de tegenhanger ervan. Goed, het was op dat moment enkel een indirecte vorm van CP violation – pas recent werd aangetoond dat het K-meson ook onderhevig is aan directe CP violation – maar eindelijk had men een concreet deeltje gevonden dat een zekere asymmetrie vertoont.

37 jaar lang zocht men tevergeefs naar andere voorbeelden, maar het K-meson leek het enige deeltje te zijn waarvan men het asymmetrisch gedrag kon nagaan in deeltjesversnellers. Bovendien was er nog een probleem: het Standaardmodel – de dominante theorie over het gedrag van elementaire deeltjes en hun onderlinge interactie - kan niet verklaren waarom er zo veel materie is overgebleven. Wie op basis van dit model uitrekent hoeveel materie er aanwezig zou moeten zijn, komt op een veel te laag cijfer uit. Er schort dus wat aan het Standaardmodel, maar wat precies is nog niet duidelijk. Ook de doorbraak met het K-meson bezorgde het Standaardmodel geen problemen, want CP violation bij dit deeltje kon er makkelijk in opgenomen worden.

Dus toog de natuurkundige gemeenschap aan het werk om na te gaan of de verklaring van CP violation die in het standaardmodel past, wel klopt. Twee experimenten werden met dit doel voor ogen opgestart: één in het Stanford Linear Accelerator Center (SLAC) in Californië en een ander in Japan, aan het National Laboratory for High Energy Physics . Beide kwamen al met voorlopige resultaten naar buiten, maar het SLAC is het eerste instituut dat definitieve uitspraken doet over het bestaan van CP violation bij andere deeltjes dan het K-meson. De resultaten werden pas voorgelegd aan het prestigieuze tijdschrift Physical Review Letters. De conclusie van de betrokken wetenschappers: We hebben CP violation vastgesteld bij een ander deeltje, maar het Standaardmodel blijft voorlopig overeind.

Het deeltje waarvoor in de deeltjesversneller van het SLAC asymmetrie werd vastgesteld is het B-meson. Tijdens het experiment werden miljoenen B-mesons en anti-B-mesons gecreëerd. Anti-B’s worden ook B-bars genoemd, wat de betrokkenen op het idee bracht het experiment BaBar te noemen, naar een cartoon-olifantje. Het uiteindelijke doel was het berekenen van een getal dat sin2b wordt genoemd en dat een maat vormt voor de discrepantie tussen het gedrag van een B-meson en een B-bar. Is de waarde voor sin2b gelijk aan nul, dan is er perfecte symmetrie en gedragen beide deeltjes zich net hetzelfde. Wijkt het getal echter van nul af, dan vervalt het B-meson anders dan een B-bar, en is er sprake van CP-violation. Bovendien voorspelde het Standaardmodel dat in geval van asymmetrie sin2b ongeveer 0,7 zou zijn.

Om elke vorm van vooringenomenheid te vermijden, werd het voorlopige cijfer voor sin2b lange tijd gecodeerd, zodat de medewerkers niet wisten hoe het experiment verliep. Toen eind juni de versleuteling werd weggenomen, kwam het resultaat op het scherm: sin2b=0,59 . Dat is dicht genoeg tegen 0,7 om het standaardmodel vrijuit te laten gaan en toont aan dat CP violation niet alleen optreedt bij K-mesons maar ook bij B-mesons en hun antideeltjes.

Zo is na 37 jaar eindelijk een tweede voorbeeld gevonden van het feit dat materie en antimaterie niet helemaal elkaars tegengestelde zijn. Daarmee lijkt alvast de vraag beantwoord te zijn of de eerder vastgestelde asymmetrie tussen K-mesons en anti-K-mesons een natuurlijke wet is of een onverklaarbare en op zichzelf staande eigenaardigheid. Maar met het onderzoek zijn alle problemen de wereld nog niet uit, want men kan nog steeds niet verklaren hoe het komt dat er zo veel materie aanwezig is. De onderzoekers die bij BaBar betrokken zijn gaan dus door, op zoek naar de scheuren in het standaardmodel.

(David de Vaal)

Aansluitende artikels:

Het geheim van materie doorgrond – 15-05-2001

Astronomen luisteren naar muziek van de schepping - 02-05-2001

Extra dimensies laten zich niet vangen - 14-02-2001

 


 
Related links:

 

CP violation

Andrei Sakharov

Antimaterie

Stanford Linear Accelerator Center

National Laboratory for High Energy Physics (KEK)

Brookhaven National Laboratory

 

© David de Vaal