(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Het gevaar uit de ruimte
Meteoorinslagen en hun catastrofale gevolgen - 21-09-2000

De Britse ‘Task Force’ voor potentieel gevaarlijke ‘Near Earth Objects’ heeft een rapport afgeleverd. Daarin worden een aantal aanbevelingen gedaan over hoe kan worden omgegaan met een gevaar waaraan de aarde steeds blootstaat: de inslag van een meteoriet of komeet. Wat is de kans op een dergelijke catastrofe, wat zouden de gevolgen van een eventuele inslag zijn en wat kan er gedaan worden als het ooit zover komt?

 

Met de aandacht neemt ook de ongerustheid toe

Op 4 januari 2000 besliste Lord Sainsbury, de Britse Minister voor wetenschap, dat het Britse Koninkrijk een meer prominente rol moest spelen in de internationale pogingen de dreiging van desastreuze meteoriet- of komeetinslagen in te schatten en voor te bereiden. Daarom werd een ‘Task Force’ opgericht, die pas haar rapport heeft gepresenteerd.

Enkele reusachtige kraters zijn stille getuigen van de klappen die de aarde in het verleden al te verduren kreeg. Toch heeft het fenomeen pas recent aandacht gekregen. De groeiende consensus rond de oorzaak van het uitsterven van de dinosauriërs, die aan de gevolgen van een inslag ten onder zouden zijn gegaan, is daar deels voor verantwoordelijk. De telegenieke inslag van de komeet Shoemaker-Levy 9, die van 16-22 juli 1994 de planeet Jupiter bombardeerde en zo een impressie gaf van de desastreuze gevolgen die een dergelijke impact voor de aarde zou hebben, is een tweede oorzaak van de vernieuwde belangstelling voor de dreiging uit de ruimte. En Hollywood-films als ‘Armageddon’ en ‘Deep Impact’ speelden in op de groeiende aandacht voor de talloze rotsen die een baan rond de zon met de aarde delen.

Het kostte enige moeite om te erkennen dat de aarde geen gesloten systeem was, veilig verscholen onder de dampkring. Kraters werden aan vulkanische activiteit toegeschreven, honderden vierkante kilometer vernietigd bosgebied in Siberië werd genegeerd, ook al gaat het om een gebied waar Brussel netjes inpast. Nu men er ook werkelijk naar op zoek gaat, zijn al heel wat meer kraters gevonden. Bovendien verdwijnen deze littekens na verloop van tijd onder invloed van erosie en tectonische bewegingen. Kleinere inslagen zijn dus niet zo uitzonderlijk als lang werd gedacht.

Stenen in de ruimte

Er zweeft een gigantische hoeveelheid steen door de ruimte, in grootte variërend van kiezelsteentjes tot heuse bergen die al gauw een doorsnede van enkele kilometers bereiken. Doorgaans worden deze verdeeld in twee soorten: kometen en asteroïden. Wanneer zo een object in de atmosfeer terecht komt - de ‘vallende sterren’ - spreekt men van een meteoor.
Kometen zijn doorgaans afkomstig uit de Kuipergordel of de Oort-wolk. De Kuipergordel is een regio voorbij de baan van Neptunus, 30 tot 100 maal zover van de zon verwijderd als de aarde, waarin tal van ijzige objecten huizen. Zo nu en dan wordt een van deze objecten uit zijn baan gerukt door de zwaartekracht van de andere planeten of door een botsing met een ander object. Dan bestaat de kans dat deze sneeuwbal een korte termijn-komeet wordt, die minder dan 200 jaar nodig heeft om zijn baan rond de zon te voltooien.
Lange termijn-kometen, waarvan de baan rond de aarde meer dan 200 jaar in beslag neemt, zouden afkomstig zijn uit de Wolk van Oort, een bolvormige ‘wolk’ die zich tot op een afstand van 3 lichtjaar van de zon uitstrekt. Kometen in deze wolk bevinden zich nog maar net binnen de invloedssfeer van de zon, maar kunnen in een andere baan gebracht worden door de invloed van passerende sterren uit de melkweg.
Doordat ze afkomstig zijn van de diepste gebieden uit het sterrenstelsel bestaan ze uit bevroren materiaal. Dichter tegen de zon verdampt dit ijs, wat de karakeristieke 'staart' vormt. Omdat de baan van kometen vaak ontzaglijk veel tijd vraagt en de wetenschappelijke methode in vergelijking hiermee nog maar pas zijn intrede heeft gedaan, is het erg moeilijk om in te schatten hoeveel kometen er ongeveer zijn, welke banen ze volgen en welke een potentieel gevaar voor de aarde betekenen.

Asteroïden bestaan uit koolstofmateriaal, steen of metaal en kunnen poreus of solide zijn, samengesteld of enkelvoudig. Zij volgen een baan tussen die van Mars en Jupiter in, de zogenaamde asteroïdengordel. Doordat asteroïden erg donker zijn, zijn ze moeilijk waar te nemen. De eerste asteroïde, Ceres met een diameter van 1025 kilometer, werd pas in 1801 ontdekt. Asteroïden hebben geen staart en zijn hoogstens zichtbaar als een puntje. Ook zij kunnen uit koers gebracht worden door de zwaartekracht of door botsingen

In de buurt van de aarde

Door de vele koersveranderingen kunnen zowel kometen als asteroïden een ’near earth object’ (NEO) worden, een lichaam waarvan de baan die van de aarde kruist of die de aarde binnen een afstand van 0,3 AU nadert. AU staat daarbij voor Astronomical Unit en is gelijk aan een keer de afstand van de aarde tot de zon. Wanneer die afstand kleiner is dan 0,05 AU, of ongeveer 20 keer de afstand van de aarde tot de maan, en het object bovendien een diameter groter dan 150m heeft dan spreekt men van een potentieel gevaarlijke NEO.

Door metingen met telescopen en de observatie van kraters op het maanoppervlak en op Mercurius, kan men een schatting maken van het aantal NEO’s. Het gaat daarbij om zeer ruwe schattingen, waarbij enkel asteroïden werden opgenomen. Kometen werden buiten beschouwing gelaten omdat hier zelden de baan van bekend is en omdat zij de hoeveelheid NEO’s slechts licht zouden beïnvloeden. In totaal zouden er ongeveer 100.000 NEO’s zijn met een diameter groter dan 150m en ongeveer 1000 NEO’s met een diameter die 1 kilometer overschrijdt.

De gevolgen van een inslag

De atmosfeer van de aarde speelt een beschermende rol: heel wat objecten op weg naar de aarde branden bij hun intrede in de atmosfeer op. Of een asteroïde of komeet zal inslaan hangt van een aantal factoren af: de grootte, de samenstelling, de snelheid en de hoek waarmee zij de atmosfeer induiken.
Als een asteroïde of komeet toch zou inslaan kunnen een aantal fenomen optreden die te verdelen zijn in vier klassen: schokgolven, tsunami’s, electromagnetische effecten en de injectie van materiaal in de atmosfeer. Niet alle gevolgen moeten optreden: wat er precies zal gebeuren hangt af van de snelheid van de meteoor bij inslag, de grootte en samenstelling.

Asteroïden bewegen zich voort met een snelheid van 15-30 kilometer per seconde. Kometen gaan nog heel wat sneller en halen 75 km/s. Onafhankelijk van het feit of een object daadwerkelijk inslaat of niet, komt de energie van een meteoor vrij in een explosie, die op zijn beurt een schokgolf veroorzaakt. Deze manifesteert zich als een bijzonder krachtige wind, die vele malen sterker kan zijn dan een tornado. Hoewel deze schokgolven de grootste onmiddellijke schade veroorzaken blijft het effect lokaal, en niet globaal. Lokaal is hier dan wel een relatief begrip: de explosie van de metoor (amper 50m doorsnede) van Tunguska legde in 1908 2.000 vierkante kilometer bos plat.

De aarde bestaat voor 2/3 uit water. De kans dat een inslaande meteoor in zee valt is dus heel wat groter dan dat zij op land inslaat. Geen erg gerustellende gedachte, aangezien de reusachtige vloedgolven of tsunami’s die hierdoor zouden worden veroorzaakt voor heel wat meer onmiddellijke schade zouden kunnen zorgen dan een landimpact. Golven van tientallen meter hoog die met de snelheid van een vliegtuig op vaak dichtbevolkte kuststreken beuken zouden voor een rampzalig hoog dodencijfer kunnen zorgen. Bovendien verplaatst een tsunami zich over grote afstanden: een aardbeving in Chili in 1960 veroorzaakte een vloedgolf die in Japan, 17.000 km verderop, 114 doden maakte. En een tsunami veroorzaakt door een inslaand ruimteobject zou nog vele malen groter kunnen zijn.

De gevolgen op langere termijn en globale schaal hangen vooral samen met de mate waarin materiaal na een impact in de atmosfeer terecht komt. De injectie van deeltjes in de atmosfeer kan het zonlicht gedeeltelijk afschermen, waarna het equivalent van een nucleaire winter zou kunnen ontstaan, met verwoestende gevolgen voor alle vormen van leven op aarde. Het vraagt evenwel een groot object om dit effect te bereiken. Maar het gevaar schuilt ook elders. De neerslag van deeltjes zou branden kunnen veroorzaken, waardoor pyrotoxische stoffen de lucht zouden kunnen vergiftigen. Andere chemische effecten zouden voor de afbraak van de toch al geteisterde ozonlaag kunnen zorgen.

Tenslotte zou een inslag ook elektromagnetische wijzigingen in de ionosfeer kunnen veroorzaken. Nucleaire ontploffingen, veel minder krachtig dan waar men zich aan kan verwachten bij een inslag, veroorzaakten veranderingen die tot op 3000km afstand gedetecteerd konden worden. Zelfs de kleinere inslagen, die gemiddeld 10 maal per jaar voorkomen, veroorzaken reeds problemen met stroomlijnen en telecommunicatie. Naar wat grotere inslagen zouden kunnen veroorzaken kan enkel geraden worden, maar de gevolgen zijn minstens rampzalig.

Wat is nu de kans op een toekomstige inslag? Die is gelukkig niet zo erg groot. De kans dat een van de 400 NEO’s waarvan de baan bekend is inslaat, is zo goed als nihil. Omdat de banen bekend zijn en voor een heel aantal jaren vooruit berekend kunnen worden is dat een quasi-zekerheid. Anders ligt het voor nog niet ontdekte objecten, waar men op statistiek moet rekenen om de kans op een inslag te bepalen. De kans dat een meteoor van enkele kilometers doorsnee de aarde raakt is ook erg klein; zulke inslagen komen heel erg weinig voor. Gelukkig maar, want zulk voorval betekent hoogstwaarschijnlijk het einde voor het overgrote deel van de levende organismen op aarde. De gevolgen van een inslag van een object met een diameter van een kilometer zijn al wat groter, maar nog steeds onwaarschijnlijk. Maar hoe dan ook gaat het hier om statistische gegevens en ook een kans van 1 op 100.000 is nog steeds een kans.

Kunnen maatregelen getroffen worden?

Alles hangt natuurlijk af van de mate waarin jacht zal worden gemaakt op nog niet ontdekte NEO’s. Hoe eerder een mogelijke botsing wordt voorspeld, hoe meer tijd er rest om te proberen het gevaar af te wenden. Problematisch zijn in dit geval de lange termijn kometen, waarvan de baan per definitie niet gekend is. De waarschuwingstijd zou hier slechts een jaar kunnen bedragen wat weinig tijd voor maatregelen laat.
Een eerste mogelijkheid bestaat erin de effecten van een inslag zo veel mogelijk te reduceren. Tijd en plaats van impact kunnen waarschijnlijk met grote precisie voorspeld worden zodat tijd rest om mensen van de plaats des onheils te verwijderen, of landinwaarts te brengen als tsunami’s te verwachten zijn. Materiële schade kan daarbij echter niet vermeden worden en ook de gevolgen op langere termijn zijn moeilijk te ontlopen.

Als de waarschuwingstijd wat royaler is - enkele decennia of eeuwen bijvoorbeeld - kan er geprobeerd worden de baan van het object te beïnvloeden. Anders dan in populaire film- of andere verhalen wel eens wordt gesuggereerd is de harde aanpak misschien niet zo’n goed idee. Het bestoken van een aanstormende komeet of asteroïde met enkele zware projectielen om het gevaarte te vernietigen is risicovol, omdat de meteoor zo in stukken zou kunnen breken en bij inslag heel wat meer schade zou kunnen veroorzaken. Als er voldoende tijd bestaat is het volgens de Britse Task Foce aan te raden de baan van het object te veranderen. Dat zou kunnen met een nabij gepositioneerd ruimtetuig, dat met strategisch afgevuurde projectielen de brok steen zou kunnen aanmanen andere oorden op te zoeken. Maar een succesrecept bestaat nog niet. Er zijn bovendien ook andere factoren in het spel. Zo zou niet aanvaard worden dat een of ander land een nucleair arsenaal zou aanleggen om meteoren te bestrijden. Daarvoor is de kans op misbruik net iets te groot. De ‘Task Force’ rekent erop dat als de dreiging voldoende vroeg wordt aangekondigd, de motivatie om technologische oplossingen te ontwikkelen voldoende groot zou zijn om een afdoende middel te vinden.

Het meest nuttig acht de ‘Task Force’ dan ook een uitbreiding van de inspanningen om potentieel gevaarlijke NEO’s in kaart te brengen. Daar is alvast een begin mee gemaakt met een aantal programma’s, die vooral door de VS ontwikkeld en uitgevoerd worden. Zo wordt door NASA het Near Earth Asteroid Tracking geleid en heeft het Massachusetts Institute of Technology het Lincoln Near-Earth Asteroid Research onder zijn hoede. Maar dat volstaat voorlopig nog niet. De Task Force raadt de Britse regering dan ook aan het voortouw te nemen in de organisatie van een Europees programma om de voornamelijk Amerikaanse initiatieven aan te vullen. Samenwerking is daarbij uiteraard van cruciaal belang. Tenslotte moeten ook de maatregelen die genomen kunnen worden bij een eventuele voorspelde inslag meer aandacht krijgen en goed gecoördineerd worden. Er rest in elk geval nog veel werk. De meerderheid van de NEO’s werd nog niet getraceerd. En elke onontdekte NEO is een potentiële catastrofe. Wat gedaan moet worden bij een niet-voorspelde inslag laat de ‘Task Force’ buiten beschouwing. ‘Ogen dichtknijpen en bidden’ was waarschijnlijk wat magertjes om in het rapport op te nemen. (DdV)


 
Related links:

 

Het verslag van de Britse Task Force kan hier als PDF-file gedownload worden.

Over de gevaren van een inslag

 

© David de Vaal