Oud
water in nieuwe zakken
Water
op Mars aflevering 379 - 05-12-2000
Zelf
noemen ze het de grootste ontdekking tot op heden in verband met de
aanwezigheid van water op Mars. Recente hoge resolutie-foto’s tonen
sedimentaire steenlagen die volgens de onderzoekers aantonen dat Mars
ooit een planeet was met talloze meren en misschien zelfs ondiepe
oceanen.
Alweer
‘bewijs’ voor water op Mars
Het is moeilijk een gevoel van déjà vu te onderdrukken bij de manier
waarop dit nieuws de wereld werd ingestuurd. Aanvankelijk was er niet
meer dan de cryptische boodschap, afkomstig van NASA, dat op 7 december
een ‘belangrijke ontdekking’ zou worden bekend gemaakt door Michael
Malin en Ken Edgett. Zij zijn respectievelijk het hoofd van de studiedienst
die de beelden van de Mars Observer Camera (MOC) aan boord van de
Mars Global Surveyor onderzoekt en een medewerker van het Malin Space
Science Systems in San Diego. De link met Mars en water is dan snel
gelegd en al gauw lekte het nieuws uit, zodat NASA zich genoodzaakt
zag nog voor de geplande persconferentie een officieel bericht de
wereld in te sturen. Net hetzelfde scenario werd gevolgd rond de ontdekking
van recente water-sporen op Mars. En ook nu weer blijkt aandacht verzekerd.
Overigens, dat het nieuws aanvankelijk pas op 7 december bekend gemaakt
zou worden, heeft wellicht meer te maken met de publicatie van de
begeleidende paper in het Science-nummer van 8 december, dan met het
ophefmakende karakter van de ontdekking.
Waar bestaat deze, naar eigen zeggen belangrijkste ontdekking tot
op heden, precies uit? Dankzij de hoge resolutie-beelden van de MOC
zijn rotsformaties waarin verschillende sediment-lagen zich duidelijk
aftekenen, ontdekt. Deze strata zouden door water gevormd zijn en
blijken veelvuldig op de planeet voor te komen. Vooral in kraters
vindt men deze lagen terug, voornamelijk in het Western Arabia Terra,
Valles Marineris, het noordelijke Terra Meridiani en in delen van
het noordoostelijke Hellas Basin.
Daarbij werden drie verschillende types van rotsformaties teruggevonden:
gelaagde, massieve en dunne, plateauvormige eenheden.
Wat daarbij vooral opvalt, aldus Malin, is dat sommige formaties uit
honderden, identieke lagen bestaan, iets wat volgens de vorser enkel
door water veroorzaakt kan zijn. Bovendien zegt hij geen sporen terug
te vinden van afzet door vulkanische explosies of meteorietinslagen,
vooral omdat identieke vondsten over heel de planeet worden teruggevonden.
Een ‘nieuwe’ ontdekking?
Men kan zich afvragen waar het ‘nieuwe’ in deze berichtgeving schuilt.
Dat op Mars gelaagde rotsformaties te vinden waren was al bekend sinds
de Mariner 9-missie in de jaren ‘70. Dat vind ook Robert Craddock,
geoloog aan het Smithsonian lucht- en ruimtevaartmuseum, die als criticus
het Science-artikel kon inkijken en de redactie van het tijdschrift
adviseerde de publicatie te weigeren. Volgens Craddock voegen Malin
en Edgett niets toe aan wat al langer bekend was over de planeet.
Malin zelf werpt op dat nog nooit dergelijke gedetailleerde gegevens
over de gestratificeerde formaties werden verzameld en dat de verspreiding
ervan over de hele planeet nauwelijks bekend was.
Daarnaast opperen Malin en Edgett zelf een alternatieve verklaring
voor de formatie van de strata. Een dichtere atmosfeer op Mars zou
grote hoeveelheden stof, afkomstig van inslagen, kunnen laten neerslaan
op een manier die tot de vorming van gelaagde steenformaties kan leiden.
Bovendien zijn er geen sporen teruggevonden van de oorsprong van de
sedimenten, noch van de manier waarop deze afgezet zouden zijn. Dat
erosie verantwoordelijk zou zijn voor het verdwijnen van deze sporen
klinkt wel erg speculatief.
Men kan zich afvragen wat NASA precies wil bereiken met een strategie
waarin vooral het spectaculaire primeert. Niet dat Malin en Edgett
ongelijk zouden hebben, maar hun rapport als nieuw en baanbrekend
voorstellen is toch wat te ver bezijden de waarheid. Bovendien kan
men zich stilaan de vraag beginnen stellen of de vraag of Mars al
dan niet vochtig is geweest de astronomische bedragen die worden geïnvesteerd
wel rechtvaardigen. Dat de geplande missie naar Pluto voorlopig in
de kast werd gezet vanwege te weinig beschikbare middelen wordt door
wetenschappers alvast betreurd.
Reisplannen
gewijzigd
De schaarse kritische geluiden zijn natuurlijk niet opgewassen tegen
de fanfare die de mars-berichtgeving telkens begeleidt. Zeker niet
nu een hele kolonne ruimtetuigen zich opmaken om de reis naar Mars
aan te vatten. In 2001 stuurt NASA de Mars Odyssey op pad, een orbiter
die de chemische samenstelling van het Mars-oppervlak zal nagaan.
In 2003 sturen zowel het Europese Ruimtevaart Agentschap (ESA) en
NASA missies naar de Rode Planeet, respectievelijk de Mars Express
en de Beagle 2 (orbiter en landingstoestel vooral op zoek naar sporen
van water en leven) en de 2 Mars Rovers (landingstoestellen op zoek
naar water). Het Japanse ISAS heeft in 1998 Nozomi (orbiter, atmosfeer
studie) gelanceerd, die Mars in 2004 zal bereiken. Het valt ter verwachten
dat de landingsplaatsen van de toestellen aangepast zullen worden
aan de recente vondsten, iets wat het team rond de Beagle 2 al zou
hebben gedaan. En ook na 2004 worden ettelijke Mars-missies gepland.
Uiteraard zou het definitieve bewijs van de aanwezigheid van water
op Mars belangrijk zijn en zou het ontdekken van sporen van leven
verstrekkende gevolgen hebben. Maar op de manier waarop nu met het
publiek gecommuniceerd wordt is het gevaar voor ‘overkill’ wel erg
groot. Men kan zich dan ook afvragen waar NASA op dit moment het meeste
belang aan hecht: de verspreiding van wetenschappelijke vondsten naar
een breed publiek of de eigen public relations.
(DdV)
Related links:
Beagle
2
Nozomi
NASA’s
Mars-programma
Mars
atlas
©
David de Vaal