(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Meer nieuws uit de ruimte
De recentste ontdekkingen - 12-01-2001

Het tweede deel van het overzicht van de nieuwste ruimteweetjes. Met de zoektocht naar buitenaards leven, de voorbereiding van de vernietiging van Mir, de manier waarop ook u binnenkort betrokken kunt worden bij astronomisch onderzoek, China?s ruimtevaartprogramma en meer bewijs voor het bestaan van een gebeurtenishorizon, de veronderstelde grens van zwarte gaten.

 

Zwarte gaten van naderbij bekeken

De Hubble Ruimtetelescoop en het Chandra X-stralen observatorium hebben eens te meer de handen in elkaar geslagen en dit keer leverde zij het totnogtoe sterkste bewijs dat gebeurtenishorizonten ook echt bestaan. De gebeurtenishorizon is de rand van een zwart gat, het letterlijke ?point of no return?. Alles wat deze grens passeert, ook licht, wordt gegrepen door de zwaartekracht.
Astronomen vergeleken de observaties van Chandra voor 6 neutronensterren - objecten met een zeer grote dichtheid, die echter geen zwart gat zijn - met 6 vermoedelijke zwarte gaten. Daarbij viel op dat zwarte gaten maar 1% van de energie uitzenden die neutronensterren terugsturen. Dat betekent dat de impact van energie op het oppervlak van neutronensterren duidelijk waarneembaar is, maar dat de energie die in een zwart gat terecht komt, voorgoed verdwenen is.
De HR bevestigde deze waarnemingen door pulsen van ultraviolet licht te observeren, afkomstig van materie dat op het punt stond in het zwarte gat te vallen. Die pulsen werden steeds korter naarmate ze dichter bij het vermeende gat kwamen, om tenslotte helemaal te verdwijnen.

Onzichtbare sterrenstelsels?

In het Britse Institute of Astronomy denken Neil Trentham, Ole Moller en Erico Ramirez-Ruiz een wegwijzer naar een onzichtbaar sterrenstelsel te hebben gevonden. Tenminste, dat is wat zij veronderstellen te zien op afbeeldingen van het (zichtbare) sterrenstelsel UGC 10214, van waar een materiebrug naar nergens lijkt te vertrekken.
Wanneer sterrenstelsels met elkaar in aanvaring komen, worden wel vaker dergelijke lichtgevende bruggen waargenomen, wanneer materiaal van het ene naar het andere stelsel wordt gestuurd. Trentham en collega?s vermoeden dat het onzichtbare stelsel volledig is opgemaakt uit donkere materie, het geheimzinnige en onbekende materiaal waaruit 90% van het heelal zou bestaan. Mogelijke kandidaten zijn subatomaire deeltjes en bruine dwergen.

Goddelijk Voertuig II

Vanuit de Gobi-woestijn heeft China een tweede versie van Shenzou - wat zoveel als Goddelijk Voertuig betekent - gelanceerd. Het gaat om de tweede testmissie in 14 maanden dat kadert in een programma dat van China de derde natie wil maken die in staat is mensen in de ruimte te brengen. De eerste missie verliep vlekkeloos, maar de internationale gemeenschap fronste de wenkbrauwen toen bleek dat China het stilzwijgen rond haar ruimteprogramma had bewaard tot de eerste lancering succesvol was afgerond. Deze keer werd de informatie sneller de wereld ingestuurd, enkele uren nadat de lancering had plaatsgevonden. Er werden ook meer details over raket en ruimtetuig openbaar gemaakt.
Toch bestaat er nog voldoende verwarring rond de vlucht. Zo zou het onbemande ruimteschip toch enkele passagiers aan boord hebben, met name enkele microbenkolonies en een niet nader genoemde diersoort. Ruimtevaartkundigen hopen dat dit vooral met de angst gezichtsverlies te lijden en het prestige dat aan de vluchten gekoppeld is te maken heeft, maar het is wellicht waarschijnlijker dat China niet van plan is al te veel over haar ruimtevaartplannen los te laten.
Volgens officiële bronnen zou de lancering van de eerste taikonauten - naar het Chinese woord voor ruimte - binnen vijf jaar mogelijk zijn, maar volgens een van de weinige buitenlandse medewerkers aan het project zou een geslaagde missie van Shenzou II kunnen betekenen dat de eerste Chinees al binnen 18 tot 24 maanden de aarde verlaat.

Mir II?

In Rusland is ondertussen een commissie opgericht om te waken over de vernietiging van ruimtestation Mir. Op 18 januari zal een tweede voorraadschip vertrekken naar het ruimtestation, waar het de voorraad brandstof zal aanvullen, zodat Mir kan worden bijgestuurd als er iets mis zou gaan bij haar laatste koerswijziging. Verder meldt de pas opgerichte commissie dat alle systemen van het ruimtestation functioneren en dat er zich geen communicatieproblemen meer hebben voorgedaan. In het Baikonoer ruimtecentrum in Kazachstan staat een team van kosmonauten klaar om in te grijpen als er iets misgaat. Zij zullen enkel vertrekken als het voorraadschip niet automatisch kan aanmeren, of als er problemen rijzen met de controle over het ruimtestation.

Met de vernietiging van Mir vielen de plannen om het station als toeristische attractie te gebruiken in het water. Het Russische Rumteagentschap schijnt echter nog steeds het potentieel van ruimtetoerisme in te zien, want voorzitter Yoeri Semnyonov heeft bekend gemaakt dat men eraan denkt een nieuwe, kleinere versie van Mir te bouwen. De kosten zouden worden gedragen door MirCorp, het bedrijf dat Mir een tijdlang heeft geleasd.

Landing op Eros

Nu NEAR-Shoemaker, de sonde die een jaar lang de asteroïde Eros heeft onderzocht, haar levenseinde nadert, heeft NASA besloten er een spetterend afscheid van te maken. Ze zullen proberen het tuig een landing te laten maken op de asteroïde, wat een primeur zou zijn als het lukt. De slaagkansen zijn eerder aan de kleine kant en een wetenschappelijk doel streeft men evenmin na, vermits NEAR niet veel meer dan haar positie zal kunnen doorseinen eens zij op EROS is geland. Missieleider Robert Farquhar legt uit wat dan wel de bedoeling is: ?Het geld is op, de tijd is op en de brandstof is bijna op, dus kunnen we er net zo goed iets spectaculairs van maken.?.

De hulp van het publiek

NASA is op zoek naar ?klikwerkers?, die bereid zijn een serie afbeeldingen van Martiaanse kraters te bekijken en analyseren. Sterrenkundige kennis is niet vereist en interesse volstaat, aangezien een eerder testproject had uitgewezen dat de leek niet veel slechter presteert in het evalueren van kraters dan professionele astronomen. NASA hoopt zo sneller de massieve hoeveelheden data die door ruimtetuigen worden verzameld te kunnen verwerken. De nadruk wordt gelegd op kraters omdat deze relatief eenvoudig in bepaalde klassen kunnen worden ingedeeld en heel wat informatie kunnen opleveren over de geologische kenmerken van de planeet.

En ook in het Amerikaanse Ruimtegemeenschap-plan wordt medewerking van het grote publiek voorzien. Daarin wordt immers geijverd voor de oprichting van een virtueel observatorium, toegankelijk voor iedereen die over een computer en een modem beschikt. De toevloed aan gegevens voor ruimteonderzoek is gigantisch en de mogelijkheden de ruimte in kaart te brengen verdubbelen elke 18 maanden. De centrale database zou vooral gericht zijn op de circa 10,000 astronomen op de wereld, maar ook in een of andere vorm toegankelijk zijn voor het bredere publiek.

Op zoek naar aliens

De wetenschappelijke wereld maakt zich op om de zoektocht naar buitenaards leven in een hogere versnelling te zetten. Minstens 4 teams met een contract met NASA hebben plannen ontwikkeld om op de aarde gelijkende exoplaneten op te sporen die zich op een afstand tot 50 lichtjaar van de aarde bevinden. De ideeën zouden mogelijk de lancering van een reeks ruimtetelescopen inhouden, die op een zwaartekracht-neutraal punt, 965.000 km verwijderd van de aarde zouden worden geplaatst. Als dan planeten als de aarde worden ontdekt, kunnen ook de spectra van deze andere werelden worden gemeten en kan worden afgeleid hoe de atmosfeer ervan is opgebouwd.
Een aantal voorbereidende missies staan al in de steigers. Zo zou de Starlight-missie in 2005 de techniek van in formatie vliegende telescopen testen en zou de SIM-missie, gepland voor 2009, grote exoplaneten opsporen tot op een afstand van 100 lichtjaar.
Met de huidige technieken kunnen enkel Jupiter-achtige planeten worden opgespoord, waarop geen leven zoals wij dat kennen kan ontstaan.

Charles Lineweaver van de New South Wales-universiteit in Australië, heeft alvast uitgevogeld dat als er andere planeten zoals de aarde bestaan, deze gemiddeld 1,8 miljard jaar ouder zullen zijn dan de aarde. Hij deed dat door een aantal factoren te onderzoeken die bijdragen aan de formatie en destructie van planeten.
?Als er dan leven op die planeten bestaat?, zo zegt Lineweaver, ?dan is dat waarschijnlijk veel verder ontwikkeld dan wij?. Volgens sommigen verklaart dat waarom programma?s als SETI (Search for Extraterrestrial Life) nog niets hebben opgeleverd. De aliens zijn te intelligent om zich bezig te houden met de mens, die vanuit hun standpunt even belangrijk zou zijn als een bacterie. En zo heeft weer heel wat onderzoeksgeld een nuttige bestemming gevonden.

 


 
Related links:

 

NEAR-shoemaker

klikwerken voor NASA

Seti@Home

 

© David de Vaal