(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Nieuws uit de ruimte
De recentste ontdekkingen - 25-01-2001

Met vandaag: water op Mars én op Venus, het leven aan boord van het IRS, de laatste missie naar Mir, de vorming van planetaire nevels en de intieme relatie van een zwart gat met de overblijfselen van een supernova in ons sterrenstelsel.

 

Over supernovae en zwarte gaten

In het sterrenbeeld Boogschutter hebben astronomen van het Penn State College of Science de overblijfselen van een supernova gevonden die ongeveer 10.000 jaar geleden uit elkaar is gespat. De overblijfselen vormen samen de structuur Sagittarius (Sgr) A East, dat voorheen bekend was als een ringvormige uitstoot van radiogolven. Met het Chandra X-stralen Observatorium kon Sgr A East voor het eerst van andere structuren in de omgeving onderscheiden worden, wat bewijs opleverde dat het hier inderdaad om de resten van een supernova gaat.Sgr A East lijkt het zwarte gat Sgr A* te omringen en het is precies deze combinatie die van de supernovarestanten een interessant studieonderwerp maakt.

Astrofysici vermoeden dat bij een supernova twee schokgolven worden veroorzaakt: één die zich naar binnen beweegt en een tweede die zich naar buiten voortplant. Bij deze uitwaardse beweging zou gas over het zwarte gat zijn geperst, waardoor een deel ervan in de kosmologische veelvraat zou zijn terecht gekomen. Als materie in een zwart gat wordt getrokken, worden de deeltjes versneld tot bijna lichtsnelheid, maar eens de partikels door het gat zijn opgeslokt, verliezen zij heel wat energie, voornamelijk in de vorm van x-stralen. Op zijn beurt ioniseert deze straling de gasdeeltjes die het gat niet heeft kunnen vangen.

Het gas dat Sgr. A* omringt is grotendeels geïoniseerd, wat de astronomen doet vermoeden dat de schokgolf nog maar enkele honderden jaren geleden het zwarte gat bereikte. Algemeen zou dit onderzoek een model kunnen opleveren voor het gedrag van zwarte gaten, omdat de betrokken vorsers vermoeden dat supernova’s de activiteit van de zwarte gaten regelen, in het bijzonder dat deze stellaire ontploffingen de accretie - het opslokken van materie - van een zwart gat op gang trekken.

Planetaire nevelvorming

Planetaire nevels, de lichtgevende wolken die door stervende sterren als laatste adem de kosmos worden ingeblazen en dan ook absoluut geen uitstaans met planeten hebben, moeten zowat de mooiste en meest spectaculaire objecten zijn die in de ruimte kunnen worden waargenomen. Welke processen hun vorming precies beïnvloeden, was totnogtoe echter een raadsel. In het meest recente nummer van Nature doet men echter een poging om deze zaak op te klaren.

Volgens een team van astrofysici die gespecialiseerd zijn in planetaire nevels en collega’s met expertise in de magnetische kenmerken van sterren, worden de nevels gevormd door een magnetische ‘dynamo’ die het restmateriaal van de ster in de spectaculaire vormen kneedt. Deze verklaring was eerder al geformuleerd, maar men dacht dat de magnetische velden niet sterk genoeg waren. Volgens de auteurs van het Nature-artikel is dat een misvatting, te wijten aan het feit dat enkel de magnetische activiteit van de buitenste lagen van een ster werden beschouwd. Een model gebaseerd op een door-de-weekse ster in haar laatste levensjaren suggereert echter dat de kern van de ster zich van de buitenste lagen loskoppelt en dat beide delen met een verschillende snelheid roteren. Daardoor zou het magnetisch veld van de oorspronkelijke ster in kracht toenemen en verwrongen worden. Bovendien biedt deze theorie ook een verklaring voor nog een ander onopgehelderd fenomeen. De kern van een stervende ster, een witte dwerg, roteert trager dan volgens de huidige theorieën verwacht wordt. Dat zou nu verklaard kunnen worden door het remmende effect dat het in elkaar draaiende magnetische veld op de witte dwerg zou hebben, een beetje zoals het steeds moeilijker wordt om een handdoek uit te wringen.

De mens in de ruimte

Vanop het Baikanoer kosmodroom is het Progress vrachtschip gelanceerd dat, als alles verloopt zoals gepland, het laatste bezoek zal zijn dat Mir ontvangt. Eerder was deze vlucht uitgesteld omdat er zich opnieuw problemen hadden voorgedaan met de stroomvoorzieningen van het ruimtestation. Hoewel de stroom-, gyroscopische en computerproblemen niet allemaal verholpen kunnen worden, is de vluchtleiding ervan overtuigd dat niets het vrachtschip in de weg staat om op 27 januari aan te meren. Daarna zal het schip Mir in een lagere baan brengen, waarna het uiteindelijke in de atmosfeer grotendeels zal opbranden en de resterende brokstukken in de Stille Oceaan zullen terechtkomen.

Aan boord van Mirs opvolger, het Internationaal Ruimtestation (IRS), heeft het alpha-team er drie maanden ruimteverblijf opzitten. Onverdeeld gelukkig zijn de astronauten niet en ze moeten naar eigen zeggen enige discipline opbrengen om vriendelijk met de vluchtleiding te blijven omgaan. Oorzaak van de frustratie zou het zware werkschema zijn dat hen wordt opgelegd en de herrie die wordt veroorzaakt door de machines aan boord van het IRS. Dat de voor vandaag geplande aflevering van het ruimtelaboratorium Destiny is uitgesteld en dat dit wellicht ook de terugreis van de IRS-bemanning vertraagt, lijkt niet zo’n probleem te zijn.

De water saga

De Shergotty meteoriet, die ongeveer 175 miljoen jaar geleden het Marsoppervlak verliet, heeft nieuwe aanwijzingen opgeleverd dat in een relatief recent verleden vloeibaar water op de Rode Planeet te vinden was. Een van de theorieën over de oorsprong van het water stelt dat het opgelost in magma aan de oppervlakte kwam, om daarna uit het magma te spuiten onder invloed van de lage atmosferische druk. Maar in magmagesteente afkomstig van de planeet zijn weinig sporen terug te vinden van dit proces.

Volgens Harry McSween van de universiteit van Tennessee, die het onderzoek van de meteoriet leidde, is dit echter misleidend. Hij vond in de kern van de meteoriet verschillende elementen terug die in water worden opgelost, in tegenstelling tot in de droge korst van de Marssteen. Uit experimenten kon worden afgeleid dat Shergotty voor 1,8% uit water bestond toen hij aan zijn reis als magma naar het Marsoppervlak begon, veel meer dan totnogtoe werd aangenomen. Tijdens die tocht zouden verschillende componenten zich hebben uitgekristalliseerd, zodat het water apart aan de oppervlakte komt. Dat zou meteen verklaren waarom het oppervlaktegesteente arm aan water is.

En alsof de controverse rond Martiaans water nog niet genoeg opschudding veroorzaakt, hebben onderzoekers aan de universiteit van Washington een paper gepubliceerd waarin wordt aangegeven wat op Venus aanwezig zou kunnen zijn als bewijs dat ook deze planeet een vochtig verleden heeft gekend. Daartoe werd tremoliet mishandeld, een mineraal dat enkel gevormd wordt als er water aanwezig is. De vorsers gingen na in welke mate tremoliet bestand is tegen de omstandigheden die van het huidige Venus een analogie van de hel maken. Zij konden aantonen dat tremoliet miljarden jaren lang temperaturen van ongeveer 460°C - de oppervlaktetemperatuur van Venus - kan weerstaan. Zelfs bij temperaturen die driemaal zo hoog zijn, zou het tremoliet slechts gehalveerd worden in 4 miljard jaar tijd. Dat betekent dat onderzoekers die de mogelijkheid willen onderzoeken dat ooit water aanwezig was op Venus, op zoek kunnen gaan naar tremoliet. De verhouding deuterium/waterstof van Venus wijst op deze mogelijkheid, maar kan niet als definitief bewijsmateriaal gelden.

(DdV)


 
Related links:

 

Supernovae

Venus

 

© David de Vaal