Nieuws
uit de ruimte
De
recentste ontdekkingen - 25-01-2001
Met
vandaag: water op Mars én op Venus, het leven aan boord van het IRS,
de laatste missie naar Mir, de vorming van planetaire nevels en de
intieme relatie van een zwart gat met de overblijfselen van een supernova
in ons sterrenstelsel.
Over
supernovae en zwarte gaten
In het sterrenbeeld Boogschutter hebben astronomen van het Penn State
College of Science de overblijfselen van een supernova gevonden
die ongeveer 10.000 jaar geleden uit elkaar is gespat. De overblijfselen
vormen samen de structuur Sagittarius (Sgr) A East, dat voorheen bekend
was als een ringvormige uitstoot van radiogolven. Met het Chandra
X-stralen Observatorium kon Sgr A East voor het eerst van andere structuren
in de omgeving onderscheiden worden, wat bewijs opleverde dat het
hier inderdaad om de resten van een supernova gaat.Sgr A East lijkt
het zwarte gat Sgr A* te omringen en het is precies deze combinatie
die van de supernovarestanten een interessant studieonderwerp maakt.
Astrofysici vermoeden dat bij een supernova twee schokgolven worden
veroorzaakt: één die zich naar binnen beweegt en een tweede die zich
naar buiten voortplant. Bij deze uitwaardse beweging zou gas over
het zwarte gat zijn geperst, waardoor een deel ervan in de kosmologische
veelvraat zou zijn terecht gekomen. Als materie in een zwart gat wordt
getrokken, worden de deeltjes versneld tot bijna lichtsnelheid, maar
eens de partikels door het gat zijn opgeslokt, verliezen zij heel
wat energie, voornamelijk in de vorm van x-stralen. Op zijn beurt
ioniseert deze straling de gasdeeltjes die het gat niet heeft kunnen
vangen.
Het gas dat Sgr. A* omringt is grotendeels geïoniseerd, wat de astronomen
doet vermoeden dat de schokgolf nog maar enkele honderden jaren geleden
het zwarte gat bereikte. Algemeen zou dit onderzoek een model kunnen
opleveren voor het gedrag van zwarte gaten, omdat de betrokken vorsers
vermoeden dat supernova’s de activiteit van de zwarte gaten regelen,
in het bijzonder dat deze stellaire ontploffingen de accretie - het
opslokken van materie - van een zwart gat op gang trekken.
Planetaire
nevelvorming
Planetaire
nevels, de lichtgevende wolken die door stervende sterren als
laatste adem de kosmos worden ingeblazen en dan ook absoluut geen
uitstaans met planeten hebben, moeten zowat de mooiste en meest spectaculaire
objecten zijn die in de ruimte kunnen worden waargenomen. Welke processen
hun vorming precies beïnvloeden, was totnogtoe echter een raadsel.
In het meest recente nummer van Nature doet men echter een poging
om deze zaak op te klaren.
Volgens een team van astrofysici die gespecialiseerd zijn in planetaire
nevels en collega’s met expertise in de magnetische kenmerken van
sterren, worden de nevels gevormd door een magnetische ‘dynamo’ die
het restmateriaal van de ster in de spectaculaire vormen kneedt. Deze
verklaring was eerder al geformuleerd, maar men dacht dat de magnetische
velden niet sterk genoeg waren. Volgens de auteurs van het Nature-artikel
is dat een misvatting, te wijten aan het feit dat enkel de magnetische
activiteit van de buitenste lagen van een ster werden beschouwd. Een
model gebaseerd op een door-de-weekse ster in haar laatste levensjaren
suggereert echter dat de kern van de ster zich van de buitenste lagen
loskoppelt en dat beide delen met een verschillende snelheid roteren.
Daardoor zou het magnetisch veld van de oorspronkelijke ster in kracht
toenemen en verwrongen worden. Bovendien biedt deze theorie ook een
verklaring voor nog een ander onopgehelderd fenomeen. De kern van
een stervende ster, een witte dwerg, roteert trager dan volgens de
huidige theorieën verwacht wordt. Dat zou nu verklaard kunnen worden
door het remmende effect dat het in elkaar draaiende magnetische veld
op de witte dwerg zou hebben, een beetje zoals het steeds moeilijker
wordt om een handdoek uit te wringen.
De
mens in de ruimte
Vanop het Baikanoer kosmodroom is het Progress vrachtschip gelanceerd
dat, als alles verloopt zoals gepland, het laatste bezoek zal zijn
dat Mir ontvangt. Eerder was deze vlucht uitgesteld omdat er
zich opnieuw problemen hadden voorgedaan met de stroomvoorzieningen
van het ruimtestation. Hoewel de stroom-, gyroscopische en computerproblemen
niet allemaal verholpen kunnen worden, is de vluchtleiding ervan overtuigd
dat niets het vrachtschip in de weg staat om op 27 januari aan te
meren. Daarna zal het schip Mir in een lagere baan brengen, waarna
het uiteindelijke in de atmosfeer grotendeels zal opbranden en de
resterende brokstukken in de Stille Oceaan zullen terechtkomen.
Aan boord van Mirs opvolger, het Internationaal Ruimtestation (IRS),
heeft het alpha-team er drie maanden ruimteverblijf opzitten. Onverdeeld
gelukkig zijn de astronauten niet en ze moeten naar eigen zeggen enige
discipline opbrengen om vriendelijk met de vluchtleiding te blijven
omgaan. Oorzaak van de frustratie zou het zware werkschema zijn dat
hen wordt opgelegd en de herrie die wordt veroorzaakt door de machines
aan boord van het IRS. Dat de voor vandaag geplande aflevering van
het ruimtelaboratorium Destiny is uitgesteld en dat dit wellicht ook
de terugreis van de IRS-bemanning vertraagt, lijkt niet zo’n probleem
te zijn.
De
water saga
De Shergotty meteoriet, die ongeveer 175 miljoen jaar geleden
het Marsoppervlak verliet, heeft nieuwe aanwijzingen opgeleverd dat
in een relatief recent verleden vloeibaar water op de Rode Planeet
te vinden was. Een van de theorieën over de oorsprong van het water
stelt dat het opgelost in magma aan de oppervlakte kwam, om daarna
uit het magma te spuiten onder invloed van de lage atmosferische druk.
Maar in magmagesteente afkomstig van de planeet zijn weinig sporen
terug te vinden van dit proces.
Volgens Harry McSween van de universiteit van Tennessee, die het onderzoek
van de meteoriet leidde, is dit echter misleidend. Hij vond in de
kern van de meteoriet verschillende elementen terug die in water worden
opgelost, in tegenstelling tot in de droge korst van de Marssteen.
Uit experimenten kon worden afgeleid dat Shergotty voor 1,8% uit water
bestond toen hij aan zijn reis als magma naar het Marsoppervlak begon,
veel meer dan totnogtoe werd aangenomen. Tijdens die tocht zouden
verschillende componenten zich hebben uitgekristalliseerd, zodat het
water apart aan de oppervlakte komt. Dat zou meteen verklaren waarom
het oppervlaktegesteente arm aan water is.
En alsof de controverse rond Martiaans water nog niet genoeg opschudding
veroorzaakt, hebben onderzoekers aan de universiteit van Washington
een paper gepubliceerd waarin wordt aangegeven wat op Venus
aanwezig zou kunnen zijn als bewijs dat ook deze planeet een vochtig
verleden heeft gekend. Daartoe werd tremoliet mishandeld, een mineraal
dat enkel gevormd wordt als er water aanwezig is. De vorsers gingen
na in welke mate tremoliet bestand is tegen de omstandigheden die
van het huidige Venus een analogie van de hel maken. Zij konden aantonen
dat tremoliet miljarden jaren lang temperaturen van ongeveer 460°C
- de oppervlaktetemperatuur van Venus - kan weerstaan. Zelfs bij temperaturen
die driemaal zo hoog zijn, zou het tremoliet slechts gehalveerd worden
in 4 miljard jaar tijd. Dat betekent dat onderzoekers die de mogelijkheid
willen onderzoeken dat ooit water aanwezig was op Venus, op zoek kunnen
gaan naar tremoliet. De verhouding deuterium/waterstof van Venus wijst
op deze mogelijkheid, maar kan niet als definitief bewijsmateriaal
gelden.
(DdV)
Related links:
Supernovae
Venus
©
David de Vaal