(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Vroege heelal vol zwarte gaten
Type II quasar voor het eerst waargenomen - 14-03-2001

Met het Chandra X-stralen Observatorium is men dieper dan ooit de ruimte in gedoken, waar men niet alleen voor de eerste keer een type II quasar heeft geobserveerd, maar ook moest vaststellen dat het vroege universum vergeven was van de zwarte gaten.

 

Het Chandra X-stralen Observatorium werd als laatste van de drie grote ruimteobservatoria door NASA gelanceerd en vult sinds de zomer van 1999 de waarnemingen van het Compton Gammastralen Observatorium en de Hubble Ruimtetelescoop aan.

Het bestuderen van de ruimte door op zoek te gaan naar X-stralen is een nog jonge tak van de astronomie, die pas in de jaren ‘60 ontstond. In 1962 werden voor het eerst röntgenstralen waargenomen die afkomstig waren van een object dat zich niet in ons zonnestelsel bevindt. Daarna ging het snel, ook omdat al vanaf de jaren ‘70 een aantal satellieten werden gelanceerd die zich enkel om X-stralen bekommerden. Het leverde inzichten op in de vreemdste ruimteverschijnslen, zoals zwarte gaten en quasars.

Sinds Chandra, genoemd naar de Indische astronoom en nobellaureaat Subrahmanyan Chandrasekhar, kunnen sterrenkundigen X-stralen detecteren die worden uitgezonden door objecten tot aan de rand van het waarneembare heelal. In een recente studie, waarvan NASA in de komende dagen de gegevens beschikbaar zal stellen aan de astronomische gemeenschap, werd tot 12 miljard lichtjaar ver, en dus ook naar 12 miljard jaar geleden gekeken. Daarbij werden twee gebieden onderzocht, niet alleen door Chandra, maar ook door de Hubble Ruimtelescoop en een aantal telescopen die zich op aarde bevinden.

De vermiste quasar

Eén van de eerste resultaten die dit onderzoek opleverde, was de ontdekking van een type II quasar. Het bestaan daarvan werd al wel vermoed, maar men was er nog niet in geslaagd één waar te nemen.

Quasars zijn, naast een aantal andere illustere voorbeelden als uitbarstingen van gammastralen, zowat de meest raadselachtige ruimteobjecten en werden in 1963 ontdekt. Toen werden bronnen van enorme hoeveelheden radiostralen gevonden die een energie uitstralen die overeenkomt met wat een sterrenstelsel met ettelijke miljarden sterren produceert. Maar de bron van al dat geweld leek enkel een zwakke ster te zijn. Door de roodverschuiving te onderzoeken, kwam men er achter dat quasars zich op ontzagwekkende afstanden van ons zonnestelsel bevinden en zich er met hoge snelheid van verwijderen. Nabijgelegen quasars werden nog niet aangetroffen, wat ook betekent dat deze vreemde verschijnselen alleen in het vroege heelal lijken voor te komen.

Over de oorsprong en de werking van quasars zijn nog veel onduidelijkheden. Wel werd vastgesteld dat quasars zich in sterrenstelsels bevinden en de theorie dat zij worden aangedreven door zwarte gaten lijkt de meeste sterrenkudigen wel te kunnen bekoren.

Hoewel de meeste quasars zowel zichtbaar licht als X-stralen uitzenden, werd aangenomen dat er ook quasars bestaan die niet zichtbaar zijn, maar wel röntgenstralen uitzenden. Zo’n type II quasar werd nu dankzij Chandra ontdekt door een team van de John Hopkins universiteit, op een afstand van 9 miljard lichtjaar. Het licht van de quasar zou tegengehouden worden door gas- en stofwolken. Dat zou kunnen betekenen dat type II quasars nog erg jong zijn: later zou de extreem krachtige uitstoot van x-stralen de wolken immers al uiteen hebben gedreven.

Overal gaten

Dat was niet de enige merkwaardige conclusie uit het onderzoek. X-stralen afkomstig uit de verste uithoeken van het heelal toonden ook dat het vroege universum beheerst werd door zwarte gaten. Dat zijn punten met een oneindige dichtheid, waardoor de zwaartekracht zo sterk is dat niets, zelfs geen licht uit de greep van het zwarte gat kan ontsnappen. Zwarte gaten kan men dus niet zien, maar omdat de materie die in het gat dreigt te verdwijnen versneld wordt tot het de lichtsnelheid benadert, kan de gigantische energie die wordt opgewekt wel worden waargenomen in de vorm van röntgenstralen.

De waarnemingen van Chandra wijzen erop dat zwarte gaten ook in een nog jong heelal voorkwamen. Meer zelfs, het blijken er onverwacht veel te zijn. Het kleine deel van de hemel dat werd onderzocht leverde ongeveer 350 supermassieve zwarte gaten op, gaten met een massa die kan oplopen tot die van 100 miljard zonnen. Daarnaast ontdekte men nog heel wat meer stellaire zwarte gaten, met een massa van ‘slechts’ enkele keren die van de zon.

Als het stukje hemel dat met Chandra werd onderzocht representatief is voor het volledige heelal - en er zijn geen redenen om aan te nemen dat dat niet zo is - zouden in het vroege universum niet minder dan 200 miljoen supermassieve zwarte gaten de buurt onveilig hebben gemaakt. Bovendien toont de data dat deze objecten in het verre verleden veel actiever waren dan nu het geval is. Waarom dat zo is, blijft echter een raadsel, al kon al wel worden vastgesteld dat het niets met de aard van het sterrenstelsel waarin het zwarte gaten zich bevindt te maken lijkt te hebben. Actieve zwarte gaten werden in zowat alle soorten sterrenstelsels teruggevonden.

(DdV)

Eerdere artikels:

Nieuws uit de ruimte - 09-03-2001


 
Related links:

 

Zwarte gaten

Geschiedenis van X-stralen astronomie

Wat zijn quasars?

 

© David de Vaal