(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Bestaan donkere energie steeds waarschijnlijker
Hubble-foto bevestigt vermoeden van Einstein - 05-04-2001

In 1997 nam de Hubble Ruimtetelescoop per toeval een foto van een supernova. Bij nader inzien bleek het om de verst van ons verwijderde en dus ook oudste supernova te gaan die ooit werd waargenomen. Na bijna 4 jaar onderzoek komen astronomen bovendien tot de conclusie dat deze ontploffende ster het bestaan van een mysterieuze ‘donkere energie’ bevestigt.

Het is verbazend hoe snel de vreemdste begrippen in de astronomie binnen kunnen dringen. Donkere materie kenden we al, ook al weet nog steeds niemand wat het nu precies is, maar een donkere kracht kwam tot enkele jaren geleden alleen in het Star Wars universum voor. De laatste jaren raakten astronomen er echter in sneltempo van overtuigd dat ook in ons heelal een donkere kracht aan het werk is.

Dat heeft grote gevolgen voor het beeld dat we van de kosmos hebben, een beeld dat de laatste paar decennia wel vaker moest worden bijgestuurd. Einstein bijvoorbeeld, was er, net als zijn tijdgenoten, van overtuigd dat de aarde in een statisch heelal rond de zon cirkelt. Hij voegde zelfs een kosmologische constante aan zijn formule toe om een onbeweeglijk heelal mogelijk te maken. Maar Edwin Hubble toonde aan dat het heelal uitdijt en deed dat zo overtuigend dat zelfs Einstein in 1930, na een bezoek aan Wilson Observatory waar hij de foto’s van Hubble onder ogen kreeg, niet langer vasthield aan de idee van een statisch heelal. Hij noemde zijn kosmologische constante zelfs de grootste blunder uit zijn carrière.

De ruimtelescoop die naar Hubble werd vernoemd, zou nu wel eens het bewijs geleverd kunnen hebben dat Einstein wel gelijk had toen hij een kosmologische constante aan zijn vergelijking toevoegde, zij het dat dit dan niet zorgt voor een statisch heelal. Pas sinds 1998 maakt de idee van een donkere energie opgang, maar in die korte tijd heeft deze idee zich wel van heel wat steun kunnen verzekeren. Het begrip heeft ondertussen al heel wat namen gekregen - vacuümenergie, nulpuntenergie, X-materie, donkere kracht - maar wat het precies doet vindt zijn beste uitdrukking in de welsiswaar weinig poëtische term antizwaartekracht-kracht. Het gaat om een onzichtbare vorm van energie die ervoor zorgt dat voorwerpen die elkaar door de zwaartekracht aantrekken, elkaar toch afstoten. Maar omdat de kracht zo zwak is, merken we er in het dagelijkse leven helemaal niets van.

Dat is in de uitgestrektheid van het heelal wel eventjes anders, want daar wordt de donkere energie ingeroepen om de kenmerken van de uitdijing van de ruimte te verklaren. Supernovae - exploderende sterren - spelen in dit soort onderzoek een cruciale rol. De supernova die te zien is op een foto die door de Hubble Ruimtetelescoop in 1997 werd genomen, is de verst verwijderde, en dus ook de oudste ontploffende ster die ooit werd waargenomen. Supernova 1997ff is meer dan 10 miljard lichtjaar van de aarde verwijderd en geeft een beeld van het universum toen het nog erg jong was. En het laat toe een kant te kiezen tussen twee elkaar bestrijdende theorieën.

Twee jaar geleden ontdekten astronomen namelijk dat sommige supernovae van type Ia, die steeds dezelfde helderheid hebben, 25% minder helder schenen dan op basis van hun roodverschuiving verwacht kon worden. Ze leidden eruit af dat deze supernovae verder verwijderd zijn dan voorspeld wordt door een theoretisch model dat uitgaat van een heelal dat in steeds hetzelfde tempo uitdijt. Het heelal scheen, na een periode van steeds afnemende uitzetting, dus steeds sneller groter te worden, net als een chauffeur die afremt voor een rood licht, maar het gaspedaal opnieuw indrukt als het groen wordt.

Andere astronomen konden zich niet verzoenen met een dergelijk wispelturig heelal, waarvan de uitdijing niet in een gelijkmatig tempo verloopt. Zij stelden voor dat de supernovae minder helder waren dan verwacht omdat kosmisch stof hun licht tegenhoudt, of omdat supernovae toch niet altijd dezelfde helderheid hebben, maar in het vroege heelal veel minder fel schenen.

Daarom is deze verste supernova zo opzienbarend, want de Hubble-foto laat toe om deze verklaringen experimenteel te toetsen. Als komsisch stof het licht dempt of als jonge supernovae minder helder waren, dan moet dit bijzonder ver gelegen en oud exemplaar heel wat minder helder zijn dan wordt verwacht.

Maar het onderzoek dat de afgelopen jaren werd gevoerd, toont aan dat de supernova integendeel twee keer meer helder is dan op basis van de kosmisch stof-hypothese. En ook de idee dat de jonge supernovae nu eenmaal niet zo veel voorstelden, kan deze schitterende waarneming niet verklaren.

Donkere energie - of Einsteins kosmologische constante - kan dat wel. Want als in het jonge heelal de materie veel dichter bij elkaar was dan nu het geval is en de aantrekkingskracht dus heel wat meer invloed had dan nu, dan schijnt een supernova uit deze periode - pakweg 11 miljard jaar geleden - intenser dan op basis van de roodverschuiving wordt verwacht.

Donkere energie-proponenten kunnen nu dus de eindjes aan elkaar knopen. In een heelal waarin een kosmologische constante aan het werk is, zou een versnelling van de uitdijing van het heelal vervangen worden door een afremming van de uitdijingssnelheid, als men steeds verder in de tijd terugkijkt. Jonge supernovae die minder helder en oude supernovae die helderder zijn dan verwacht zijn precies wat een dergelijke theorie zou voorspellen en zijn ook precies wat men heeft kunnen waarnemen. En zo vindt alweer een bizarre idee, waarvan niemand weet wat het zou kunnen zijn en hoe het werkt, zijn weg naar de astronomie.

(DdV)

Aansluitende artikels:

Einsteins ‘grootste blunder’ toch correct? - 03-10-2000


 
Related links:

 

Op zoek naar de donkere kracht

 

© David de Vaal