Ster
verslindt planeet
en
ander opmerkelijk nieuws uit de ruimte - 16-05-2001
Astronomen
hebben een ster betrapt die net haar honger had gestild met een volledige
planeet en een mysterieuze kracht vertraagt ruimtesondes, zonder dat
iemand weet wat het is. Maar het opvallendste nieuws komt uit Italië,
waar twee wetenschappers beweren buitenaards leven in handen te hebben.
Buitenaardse
beestjes
Bruno D’Argenio, geoloog, en Giuseppe Geraci, moleculair bioloog,
beiden verbonden aan de Universiteit
van Napels, hebben buitenaards leven aangetroffen in een meteoriet.
Althans, zo beweren zij zelf. De methodes die zij hebben gebruikt
willen ze nog even geheim houden, wat de scepsis bij collega’s alleen
maar doet toenemen.
De buitenaardse bacteriën zouden zijn ontdekt in een meteoriet die
de vorsers in het museum van Napels aantroffen. De organismen werden
gevonden in de kristallijne structuur van mineralen in de ruimtesteen.
De onderzoekers zouden er bovendien in geslaagd zijn ze te reanimeren.
Dat het om buitenaardse
organismen gaat, blijkt volgens Geraci en D’Argenio uit het feit
dat ze bestand bleken tegen sterilisatie op hoge temperatuur en dat
ook alcohol ze niet kon deren. Bovendien zou het DNA “anders zijn
dan dat van eender wat op aarde”. Zolang de wetenschappers geen precieze
resultaten voorleggen en bijvoorbeeld tonen hoe anders het DNA van
hun bacteriën wel niet is, kijken andere wetenschappers nauwelijks
op van het nieuws. Bacteriën in een meteoriet zijn al eerder aangetroffen,
en toen bleken ze van aardse oorsprong te zijn. D’Argenia en Geraci
zullen hun onderzoek toelichten op een astronomiecongres later in
mei. Eén conclusie staat al onomstotelijk vast: als het echt om buitenaards
leven gaat, dan hebben de Italianen wel bijzonder weinig kaas gegeten
van public relations.
Dino’s
op Mars?
Dan kan niet gezegd worden van Doug Shull, een Amerikaans luchtmachtreservist,
die een eerder maf idee voorstelde op het 38ste
Space Congress en zich verzekerde van de nodige media-aandacht.
Volgens Shull heeft de meteoriet die een einde maakte aan de heerschappij
van de dinosauriërs puin van de aarde de ruimte ingeslingerd, waardoor
zo op de maan of Mars terecht zouden zijn gekomen. Tot zover niets
opzienbarend, maar Shull meent dat dat een uitgelezen kans is voor
paleontologen, aangezien hij het niet onwaarschijnlijk acht dat ook
stukjes dinosaurus de maan zijn terecht gekomen. Daar zouden ze dan
uitstekend bewaard zijn gebleven, omdat op de atmosfeerloze maan geen
fossilisering of biologisch verval zouden optreden. De piloot vermoed
dat er op de maan wel eens dinosaurusresten gevonden zouden kunnen
worden waar nog huid en spieren aanzitten. De kans dat een expeditie
op poten wordt gezet is eerder klein, vermits andere paleontologen
de slaagkansen ongeveer even hoog inschatten als de kans dat de aarde
morgen wordt gekoloniseerd door marsmannetjes. De reactie van Shull:
“Wat weten zij nu van astrofysica”.
Wat
remt de pioneers?
Enkele jaren geleden merkten NASA-medewerkers dat Pioneer
10, de ruimtesonde die in 1972 werd gelanceerd en ondertussen
op weg is naar het sterrenbeeld Stier, de voorspelde baan niet precies
volgt. De sonde blijkt sneller af te remmen dan voorzien, en niemand
weet waarom. Eerst werd gedacht aan de invloed van een minieme gaslek,
daarna werd gesuggereerd dat de zwaartekracht van een onbekend object
de oorzaak van de afwijking zou zijn. Maar Pioneer 11, die een jaar
later werd gelanceerd en een hele andere richting uitvliegt, vertoont
dezelfde afwijking. Meer zelfs, jupitersonde Galileo
en Ulysses, het tuig
waarmee de polen van de zon worden bestudeerd, lijken het mysterieuze
effect ook te voelen.
John Anderson en zijn collega’s bij NASA hebben elke kleine kracht
die op Pioneer 10 inspeelt onderzocht, maar geen daarvan lijkt het
vastgestelde vertragingseffect voldoende te kunnen verklaren. De onderzoekers
opperen dat er misschien wat mis is met ons begrip van de werking
van de zwaartekracht. Dat het effect gerelateerd lijkt te zijn aan
de snelheid van het licht en de uitdijingssnelheid van het heelal,
zou daar op kunnen wijzen, maar waarom dan niets te merken is aan
de banen van de planeten weet niemand.
Onder
het wolkendek van Venus
Venus
(foto), die andere buur van de aarde, gaat voortdurend schuil onder
een dik wolkendek, waardoor pogingen om het oppervlak van deze planeet
in kaart te brengen ernstige problemen ondervonden. 10 jaar geleden
werd met de Magellan
gebruik gemaakt van radarsystemen om door de wolken te turen, en nu
slagen de twee grootste radiotelescopen op aarde de handen in elkaar
om een meer gedetailleerde kaart uit te tekenen. Het Arecibo
observatorium in Puerto Rico stuurt radiopulsen naar Venus. Als
deze worden teruggekaatst worden ze opgevangen door de Arecibo-schotel
en de Green Bank Telescope
(GBT) in het Amerikaanse West-Virginia. Dankzij deze samenwerking,
kunnen oneffenheden in het Venusiaanse landschap tot 1km grootte worden
waargenomen. Daarmee wordt de wetenschappelijke carrière van de GBT
op gang getrokken, een instrument dat volgens Paul Vander Bout, het
hoofd van het National Radio Astronomy
Institute nog potten gaat breken.
Vraatzuchtige
ster
Astronomen die tot de gelukkigen behoren die in het Astrofysisch
Instituut van de Canarische Eilanden hun ding mogen doen, hebben
een ster betrapt op het oppeuzelen van een planeet. De schuldige is
HD82943, op een afstand van 72 lichtjaar van de aarde. Het is een
ster als onze zon, waarrond twee planeten cirkelen, één met een massa
van 2 Jupiters,de andere half zo massief. Omdat lithium-6 werd gevonden
in de buitenste lagen van de ster, moet de ster wel een planeet hebben
verzwolgen. Dit bepaalde lithium isotoop wordt immers in de vroege
stadia van stervorming afgebroken, maar blijft wel aanwezig op planeten.
Met deze waarneming krijgt een theorie die verklaart waarom de 58
planetaire stelsels die sinds 1996 werden ontdekt zo sterk verschillen
van het stelsel waar we zelf deel van uit maken, wat vastere grond
onder de voeten. De exoplaneten
die worden ontdekt zijn immers steevast van Jupiter-grootte, ook al
omdat de huidige technieken niet toestaan kleinere exemplaren op te
sporen. Deze planeten draaien erg dicht rond hun zon, te dicht om
op deze plaats gevormd te zijn. De enige uitleg die astronomen daar
voorlopig voor hebben, is dat deze planeten langzaam naar hun moederster
bewegen, om er tenslotte door te worden opgeslokt of weggeslingerd.
Dat HD82943 nog likkebaardend werd aangetroffen, toont aan dat deze
idee zou kunnen kloppen.
Russen
en ruimteafval
Nu het ruimtestation Mir
succesvol vernietigd is, beginnen Russische wetenschappers zich zorgen
te maken over al het andere Ruimteschroot
dat zich nog in een baan om de aarde bevindt. Meer dan 9000 vijzen,
moeren en andere rommel werden al in kaart gebracht, maar dat is enkel
wat men door een telescoop kan zien. In totaal zouden meer dan 110.000
objecten een baan om de aarde trekken. En omdat een verfschilfertje
al een gat in een brandstoftank kan slaan, is dat een alarmerende
situatie, aldus de Russische wetenschappers.
Wat met al dat afval zal gebeuren, hangt af van de hoogte waarop het
zich bevindt. Is dat te laag om de bovenste, ijle atmosfeerlagen te
ontlopen, dan blijven de objecten zakken tot ze uiteindelijk verbranden.
Maar de rommel die zich hoog genoeg bevindt, zal daar ook blijven.
In maart boog het International Committee on Space Contamination zich
over de zaak, en kwam tot het besluit dat er regels moeten worden
opgesteld om de plaats waar ruimtestations, satellieten en andere
instrumenten rond de aarde cirkelen, te beperken. Daarnaast zouden
ontwikkelaars van ruimtetuigen verplicht moeten worden ervoor te zorgen
dat de objecten die zij lanceren uit de ruimte kunnen worden gehaald.
Dat brengt hoge kosten met zich mee, omdat raketontwerpen moeten worden
aangepast en extra brandstof nodig is. In elk geval is het een sterk
staaltje menselijk machtsvertoon. In de ruimte is geen milieu, en
toch slagen we erin het te vervuilen.
(DdV)
Aansluitende artikels:
Astronomen
luisteren naar muziek van de schepping - 02-05-2001
Hotel
ISS - 26-04-2001
Hoeveelheid
water melkweg bepaald - 19-04-2001
Related links:
Arecibo
observatorium
Technisch
rapport over rumtevervuiling
Astrofysisch
Instituut van de Canarische Eilanden
Exoplaneten
Ruimteschroot
©
David de Vaal