Deep
Impact is go
En
ander nieuws uit de ruimte - 30-05-2001
NASA
is van plan de komeet Tempel 1 te bestormen, en keurde daarvoor de
Deep Impact-missie goed. En verder: het mysterieuze gezicht op Mars
ontmaskerd, de bewoonbare zone van de Melkweg onderzocht en een mogelijke
eerste foto van een exoplaneet .
Gekiekt
of niet gekiekt, is de vraag
Sinds de recente ontdekking
van exoplaneten - werelden buiten ons zonnestelsel - is het volgende
grote doel van de planetenjagers één van deze objecten op de gevoelige
plaat vast te leggen. Dat dit geen eenvoudige opdracht is, blijkt
uit het geringe aantal opnames die al van Pluto werden gemaakt. De
sporadische berichten dat astronomen er toch in geslaagd zouden zijn
een eerste opname te maken, bleken dan ook het gevolg te zijn van
voorbarige conclusies en al te enthousiaste persdiensten. Glenn Schneider
van de universiteit van Arizona zegt nu een nieuwe kandidaat te hebben
voor de felbegeerde trofee. Al voegt hij er wel aan toe dat het kleine
puntje op zijn foto best wel eens een gewone ster zou kunnen zijn.
Toch is het evenmin uitgesloten dat Schneider er wel in geslaagd is
voor het eerst een exoplaneet te fotograferen, vermist hij betrokken
is bij het onderzoek van een recent ontdekte en relatief nabij gelegen
groep van jonge sterren. Het TW
Hydrae-verband bestaat uit een groep van sterren met een leeftijd
van een paar tot 30 miljoen jaar. Wel hebben deze pasgeborenen de
gaswolken waaruit ze zijn onstaan van zich afgeschud, meteen een verklaring
voor het feit dat deze sterren - ondanks een afstand van nauwelijks
200 lichtjaar - zo lang verborgen bleven. Schneider en zijn collega’s
hopen in deze sterrengroep jonge planeten te vinden, waarvan wordt
vermoed dat ze omstreeks de huidige leeftijd van het TW Hydrae-verband
zouden ontstaan.
Afgaande op de helderheid van het object op Schneiders opname
vermoeden de astronomen dat het een massa heeft die dubbel zo groot
is als die van Jupiter. Omdat de potentiële exoplaneet op een afstand
van meer dan drie keer die van Pluto tot de zon rond de moederster
cirkelt, vrezen de vorsers dat zij met een achtergrondster of ver
verwijderd sterrenstelsel te maken hebben. Door de beweging van het
hemellichaam te volgen, hopen zij uitsluitsel te krijgen. Ver verwijderde
objecten vertonen immers geen zichtbare beweging, terwijl de geobserveerde
sterren ten opzichte van de aarde wel van plaats veranderen.
Het
bewoonbare deel van de Melkweg
Ook al kunnen allerhande instrumenten verder de ruimte in kijken dan
ooit tevoren, toch blijkt de interesse voor de nabije omgeving nog
toe te nemen. Zo heeft Guillermo Gonzalez onderzocht in welke delen
van de
Melkweg het goed wonen is. Zijn conclusie: alleen voor ons zonnestelsel
zijn alle factoren ideaal en de kans dat andere plaatsen in de Melkweg
complexe vormen van leven herbergen is zo goed als nihil.
Er schuilen immers nogal wat gevaren in ons sterrenstelsel, en de
aarde slaagt er net in deze allemaal te ontwijken. Zo trekt de zon
een onkarakteristieke cirkelvormige baan rond het centrum van de Melkweg,
terwijl de meeste andere vergelijkbare sterren een ellipsvormige weg
volgen. Daardoor blijft het uit de buurt van de spiraalarmen van de
Melkweg, waar hoge doses straling op de passerende sterren wordt afgevuurd
en de zwaartekracht systemen verstoort. Dankzij de positie en de vorm
van de baan die de zon volgt, blijft ook de aarde uit de buurt van
deze fenomenen.
Bovendien blijft de aarde ook op een gezonde afstand van de kern van
de Melkweg, waar zich hoogstwaarschijnlijk een zwart gat verschuilt.
Ook daar zou straling en de invloed van zwaartekracht een catastrofale
invloed hebben op complexe levensvormen.
Tenslotte bevat de zon ook opmerkelijk veel metalen, met dien verstande
dat metalen voor astronomen alles zijn behalve waterstof en helium.
Een metaalrijke omgeving is noodzakelijk voor de vorming van planeten.
Volgens Gonzalez ligt 95% van de sterren van de Melkweg niet in de
bewoonbare zone, wat de kansen dat zich elders leven heeft ontwikkeld
uiteraard aanzienlijk hypothekeert. Andere onderzoekers wijzen erop
dat dit onderwerp nog grotendeels onverkend terrein is, en dat de
gevolgen van een verblijf in de spiraalarmen slechts met weinig zekerheid
kunnen worden ingeschat.
NASA
gaat komeet te lijf
Deze week keurde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een missie
met de trendy naam Deep
Impact goed. Dit project is gepland voor 2004 en er hangt een
prijskaartje van 279 miljoen dollar aan vast. Het doel van de missie
is viervoudig: kijken hoe een krater wordt gevormd, een pas gevormde
krater meten, de binnenkant van een komeet onderzoeken en de veranderingen
meten in de natuurlijke uitwaseming van een komeet. Uit deze omschrijving
blijkt duidelijk dat komeet Tempel 1 lichtjes aangepast zal moeten
worden om aan het onderzoek te kunnen beginnen en omdat het wat lang
wachten kan zijn voor zich een natuurlijke krater op de komeet vormt,
heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie beslist om er dan zelf
maar een te maken. Daartoe zal een 350 kilogram zware ‘impactor’ op
de komeet worden afgevuurd, terwijl het ‘flyby’-toestel op veilige
afstand zal blijven om foto’s te maken en metingen te verrichten.
De ‘impactor’ zal met een snelheid van 36.000 km/u op de komeet botsen,
wat een krater zou moeten opleveren ter grootte van een voetbalveld,
met een diepte van zo’n 25 meter.
De
vele gezichten van Mars
Toen een kwarteeuw geleden Viking 1, op zoek naar een geschikte landingsplaats
voor Viking 2, foto’s doorstuurde naar de aarde van het oppervlak
van de Rode Planeet, was er ééntje bij die nog lang voor de nodige
controverse zou zorgen. Eén van de foto's (links) lijkt immers een
reusachtig gezicht te tonen,
dat recht de lens inkijkt. Het was dan wel 3 kilometer lang, maar
volgens velen kon het weinig anders zijn dan de overblijfselen van
een oude beschaving, misschien wel achtergelaten met de bedoeling
de mensheid ervan op de hoogte te brengen dat zij niet alleen is.
Wie daarentegen met de voeten op de aarde bleef, zag er vooral een
hoop rotsen in, die door een artistiek clair-obscure effect weliswaar
vaag op een gelaat leken.
Toen in 1997 de Mars
Global Surveyor (MGS) werd gelanceerd, lag het voor de hand dat
de aanzienlijke betere camera aan boord van deze sonde dezelfde formatie
zou gaan onderzoeken. Op 5 april 1998 kwam de MGS voor het eerst boven
het gebied waar de oorspronkelijke opname werd gemaakt - Cydonia -
maar toen bleken wolken het zicht te zeer te hinderen om de zaak te
beslechten. Er was op de foto's dan wel niets speciaals te zien, maar
de tekens van buitenaards leven konden natuurlijk schuilgaan onder
mistflarden. Nu is het de MGS opnieuw gelukt het beruchte gezicht
te fotograferen (rechts), dit keer zonder wolken en duidelijker dan
ooit. Het vraagt nu wel heel erg veel fantasie om er nog een gezicht
in te ontwaren, maar dat zal niet iedereen overtuigen. Goed geïnformeerde
bronnen beweren immers dat het om een samenzwering zou gaan... .
(DdV)
Aansluitende artikels:
Ster
laat zonnestelsel-groot boertje - 18-05-2001
Ster
verslindt planeet - 16-05-2001
Astronomen
luisteren naar muziek van de schepping - 02-05-2001
Related links:
TW
Hydrae verband
De
Melkweg
Tempel
1
Mars
Global Surveyor
Vikings
op Mars
©
David de Vaal