(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Nieuwe wereld aan de rand van het zonnestelsel
Kuipergordel geeft steeds meer geheimen prijs - 04-07-2001

Aan de rand van ons zonnestelsel hebben astronomen een nieuw object ontdekt, groter dan de maan van Pluto. Daarmee wordt de steeds groeiende lijst van Kuipergordelobjecten weer wat uitgebreid, een lijst die al opmerkelijk lang is voor een regio waarvan voor de jaren ‘80 maar weinigen geloofden dat ze echt bestond.

 

Ijzige werelden

2001KX76 is de naam van de gigantische ijsbal die in mei van dit jaar met vereende krachten werd ontdekt. Astronomen van het Lowell Observatory, het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en het Large binocular Telescope Observatory maakten dat nieuws zo pas bekend, en voegden eraan toe dat 2001KX76 groter is dan elk bekend niet-planetair object.

Robert Millis, hoofd van het Lowell-team, zegt dat “dit object intrinsiek het meest heldere Kuipergordelobject is dat tot dusver werd gevonden’. De Kuipergordel is een verzameling ruimteobjecten gelegen achter Pluto, aan de rand van het zonnestelsel. Op basis van de helderheid kan de grootte van het object worden berekend, al zijn daar een aantal verschillende formules voor die licht afwijkende resultaten geven. Volgens één berekening zou het object een diameter hebben van ongeveer 1270 kilometer, waarmee het niet alleen groter is dan de grootste asteroïde Ceres, maar ook dan de Pluto-maan Charon (1200 km diameter). Een meer bescheiding schatting geeft KX76 een doorsnede van 960 km.

De ontdekking van KX76 kadert in het Deep Ecliptic Survey, een programma dat onder andere door NASA wordt gefinancierd en waarin gezocht wordt naar Kuiperbelt-objecten. Totnogtoe werden meer dan 400 lichamen gevonden, waarvan meer dan de helft in het Deep Ecliptic Survey.

Naarmate astronomen steeds dieper in deze gordel doordringen worden alsmaar grotere objecten gevonden. In mei werd al aangekondigd dat een kleiner broertje van Pluto in de gordel was aangetroffen, Varuna. KX76 is nog net wat groter, en James Elliot van het MIT verwacht dan ook dat het maar een kwestie van tijd is vooraleer men een object aantreft dat groter is dan de 9de planeet. De meest belangwekkende conclusie die aan de ontdekking van KX76 wordt gekoppeld is dan ook dat er nog heel wat grote dingen verscholen zitten in de verste uiteinden van het zonnestelsel.

De ontdekking van Kuiper

Het bestaan van de Kuipergordel is ondertussen een vanzelfsprekendheid, zodat wel eens vergeten wordt dat het tot de jaren ‘80 duurde voor het begrip weer uit de kast werd gehaald en tot 1992, toen het eerste object werd waargenomen, vooraleer iedereen bereid was het bestaan van de gordel te aanvaarden.

Toch werd al in 1951 geopperd dat zich achter Pluto een band bevindt die is opgemaakt uit materiaal dat bij de vorming van de planeten ongebruikt werd gelaten. De paper waarin deze idee werd gelanceerd was van de hand van de Nederlands-Amerikaanse astronoom Gerard Kuiper, die bij het schrijven overigens niet wist dat de Ier Kenneth Essex Edgeworth in 1949 een soortgelijke hypothese had gelanceerd (of dat vergat te melden). Hoe dan ook, toen het kind eenmaal een naam moest hebben besloot men de Nederlander de eer te gunnen.

Dat er aan de rand van het zonnestelsel wel wat meer te vinden was dan inktzwarte leegte, werd Kuiper ingegeven door het gedrag van kometen. Dat deze zo spectaculair aan de hemel verschijnen, komt doordat ze grotendeels uit ijs en steen bestaan. Naarmate ze dichter bij de zon komen, verdwijnt steeds meer gas en stof van hun oppervlak, waardoor de kenmerkende staarten ontstaan. Maar wat in de ruimte verdwijnt, is ook voor kometen voorgoed verloren. Zo wordt geschat dat elke passage om de zon de komeet van Halley 1/10.000 deel van zijn massa kost, waardoor er na een half miljoen jaar niet veel meer van zou overblijven dan een oninteressante klomp steen. Toch blijkt uit de verzamelde gegevens dat kometen gevormd werden bij het ontstaan van het zonnestelsel. De vraag is dan natuurlijk: waarom zijn er nog zo veel kometen over? Het zonnestelsel is ondertussen toch al zo’n 4,5 miljard jaar oud...

De Nederlandse astronoom Jan Oort had een eerste verklaring: er bestaat een verzameling van kometair materiaal (nu bekend als de Wolk van Oort)op een afstand van 100.000 astronomische eenheden (AE, waarbij 1AE gelijk is aan de gemiddelde afstand van de aarde tot de zon, ongeveer 150 miljoen kilometer). Door passerende sterren wordt de rust van dit puin regelmatig verstoord, en door de zwaartekracht van de passanten worden de kometen in een baan rond de zon gebracht.

Deze theorie bleek wonderwel overeen te stemmen met de waarnemingen - zij het van slechts één bepaald soort kometen. Lange-termijn kometen, die meer dan 200 jaar tijd nodig hebben om een rondje om de zon te voltooien, kruisen inderdaad van alle kanten de banen van de planeten. Korte-termijn kometen doen dat echter niet, en het is dan ook onwaarschijnlijk dat deze afkomstig zijn van een bolvormig reservoir als de Wolk van Oort.

Deze laatste klasse kometen hebben een baan die nauwelijks afwijkt van het vlak waarin de banen van de planeten liggen. Kuiper loste dat probleem op door, naast de oortwolk, het bestaan van een gordel van kometair materiaal te postuleren. Het gros van de astronomen dacht echter dat de zwaartekracht van de reuzenplaneten - en dan voornamelijk van Jupiter - de chaotische lange-termijn kometen tot de orde roept en ze reduceert tot kometen die wel keurig in de pas van de planeten lopen.

Eind jaren ‘70 begon de twijfel aan deze theorie te knagen. Er werd geopperd dat de zwaartekracht van Jupiter te zwak was om het bestaan van de grote hoeveelheid korte-termijn kometen te verantwoorden. Gaandeweg werd de idee van Kuiper weer opgevist en won het steeds meer medestanders, naarmate de hoeveelheid aanwijzingen dat de zwaartekracht van de planetaire reuzen geen voldoende verklaring bood, toenam. In 1988 werd vastgesteld dat als een komeet door de zwaartekracht van Jupiter werd gevangen, deze in een heel andere baan terecht zou komen dan die waarlangs de kometen zich in werkelijkheid bewogen, zodat het wel erg moeilijk werd aan deze hypothese vast te houden. Toen dan in 1992 David Jewitt het eerste Kuiperobject ontdekte, werd het bestaan van de Kuipergordel een feit.

Voor Pluto loopt het verhaal minder goed af, want het werd steeds duidelijker dat Pluto en zijn maan Charon grote gelijkenissen vertoonden met de Kuiperobjecten, net als de Neptunus-maan Triton, maar erg verschillend zijn van de reuzenplaneten. Het afwijkende trio heeft een aanzienlijk hogere dichtheid dan de naaste planetaire buren en ook met hun banen is er wat vreemds aan de hand. Triton draait in de omgekeerde richting rond Neptunus, en de baan van Pluto en Charon wijkt af van het vlak waarin de andere planeten zich bewegen - net als bij de Kuipergordelobjecten. Bovendien kruist het de baan van Neptunus, iets wat bij geen van de andere planeten, die lang niet in elkaars buurt komen, het geval is.

Pluto dreigt dan ook zijn planetaire status kwijt te spelen, al behoedt de traditie het onfortuinlijke ruimteobject nog voor een degradatie tot ‘Kuiper Belt Object N°1’. Maar dat Pluto zich in een 3:2 resonerende baan met Neptunus om de zon bevindt - als Neptunus 3 keer rond de zon is gedraaid heeft Pluto er net 2 ommetjes opzitten - verraadt de ware aard van de planeet. Het is deze resonantie die verhindert dat Neptunus de stabiele baan van Pluto verstoort. Heel wat Kuipergordelobjecten vertonen dezelfde resonantie, en het pas ontdekte 2001KX76 vertoont een 3:4 resonantie. Misschien kan het een troost zijn dat deze eigenaardigheid Pluto de talrijkste kroost van ons zonnestelsel oplevert: alle Kuipergordelobjecten die een 3:2 resonantie vertonen werden ‘Plutino’s’ genoemd - kleine Plutootjes.

(DdV)

Aansluitende artikels:

Zonsverduistering over Afrika- 21-06-2001

Hubble-telescoop bepaalt uitdijingssnelheid heelal - 11-06-2001

Het gevaar uit de ruimte - 21-09-2000

 


 
Related links:

 

Cerro Tololo Inter-American Observatory

Large binocular Telescope observatory

Deep Ecliptic Survey

De Kuipergordel-pagina

De Kuipergordel en de wolk van Oort

 

© David de Vaal