(Opgelet: deze artikels werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd)

Belgische firma werkt aan een artificieel brein
Starlab neemt voortouw in kunstmatige intelligentie - 31-08-2000

De Belgische firma Starlab heeft van Jacques Simonet, de minister-president van het Brusselse Gewest, bij diens bezoek een subsidie van 37,4 miljoen bef ontvangen om het onderzoek naar een kunstmatig brein te ondersteunen. De firma plant de bouw van een neuraal netwerk met maar liefst 100 miljoen electronische cellen.

Starlab, een Brussels buitenbeentje

De firma Starlab is gesticht door Walter De Brouwer, die eerder commerciële successen kende met Computer Magazine, CM Corporate en een rits internetbedrijfjes. Na zich uit deze activiteiten te hebben terug getrokken kon hij echter niet aan het rentenieren wennen en besloot hij een paradijs voor nerds op te richten. In een Brussels herenhuis werken nu meer dan 60 wetenschappers van 28 verschillende nationaliteiten aan uiteenlopende projecten die allen slechts een doel hebben: voor wetenschappelijke vooruitgang zorgen. Wie had verwacht hier ‘winst maken’ te zien staan komt dus bedrogen uit. De Brouwer zelf beloofde op de openingsdag van Starlab nog dat op die plaats “nooit iets zou worden uitgevonden dat werkt”, of, met andere woorden, iets wat rechtstreeks op de markt gegooid kan worden.

Starlab is dan ook een buitenbeentje: een commercieel bedrijf dat geen producten heeft, en waar aan ‘blue sky research’ (fundamenteel wetenschappelijk onderzoek) gedaan wordt zonder dat dit per se tot praktische toepassingen hoeft te leiden. Een derde van de inkomsten puurt Starlab dan ook uit subsidies. Een tweede inkomstenbron zijn de consortia, sponsors die, eens een onderzoek voldoende concreet geworden is, in ruil voor een jaarlijks abonnementsgeld vrije toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten. Tenslotte zijn er de spin-offs. Als onderzoek leidt tot een uitvinding die commercialiseerbaar is dan wordt daar een apart bedrijf voor opgericht.

Starlab baseert zijn activiteiten op 4 pijlers: bits, atomen, neuronen en genen, samen het explosieve acroniem BANG. Achter elk van deze deelgebieden schuilen nog meer letterwoorden en andere raadselachtige begrippen: tranarchitecture, paperless animation, FOAM, nanomaterials, superluminal motion, quantum consciousness, biochips, bioreactors... . Het mag duidelijk zijn, hier wordt wetenschap bedreven. Starlab geniet dan ook heel wat aandacht en duikt regelmatig op in media van over de hele wereld.

Kunstmatige neurale netwerken: het menselijke brein nagebootst

In de meeste inleidingen rond artificiële intelligentie (AI) wordt al in de inleiding gesproken over ‘Deep Blue II’, de supercomputer die wereldkampioen Gary Kasparov versloeg. Voor de eerste keer in de geschiedenis was een computer sterker in deze edele denksport dan zijn menselijke tegenstander en dat lijkt voor velen een begin van een onstuitbare evolutie: nu al zijn computers beter in schaken dan de mens, andere domeinen zullen ongetwijfeld volgen. Daarbij wordt vaak vergeten dat Deep Blue II zijn overwinning vooral te danken had aan brute rekenkracht en niet zozeer aan intelligentie. Miljoenen bewerkingen werden volgens een simpele als-dan logica verwerkt. Volgens velen ligt de toekomst van de AI elders, met name bij kunstmatige neurale netwerken (KNN). Dat is ook de aanpak van de wetenschappers van Starlab. Maar wat zijn KNN’s precies?

Omdat KNN’s gebaseerd zijn op de werking van het menselijke brein is het misschien raadzaam hierbij te beginnen. Het basiselement van het menselijke brein in een bijzonder type cel, neuron genaamd. Het brein bestaat uit 10 tot 100 miljard neuronen, en elk neuron kan verbonden zijn met tot 200.000 andere neuronen. Zo ontstaat een netwerk van een onvoorstelbare complexiteit.

Het functioneren van het brein is volgens de neurologische wetenschappen gebaseerd op drie principes. Het eerste is de idee van verbindingssterkte, met andere woorden, hoe sterk een neuron de daarmee verbonden neuronen beïnvloedt. Leren, nieuwe ervaringen, de herhaling van bepaalde taken enzoverder beïnvloeden de verbindingssterkte, waardoor sommige verbindingen belangrijker worden en andere uitdoven of zelfs helemaal verdwijnen.
Een tweede principe is gebaseerd op het onderscheid tussen prikkelbaarheid en remming. Elk neuron in het menselijk brein is of prikkelbaar of geremd, wat wil zeggen dat activering van een neuron bepaalt of dat neuron ‘afgaat’ (signalen verstuurd) of net niet. De mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de verbindingssterkte.
Tenslotte is er de notie van transferfunctie, die bepaalt hoe vaak een neuron ‘afgaat’. Daarin zijn alle denkbare variaties mogelijk: een neuron kan geweldig ‘afgaan’ tot op een bepaalde grens, of net andersom. Maar het kan ook een curve beschrijven waarbij een ondergrens en een bovengrens bepalen wanneer een neuron in actie treedt.

Niet alleen de principes van een neuraal netwerk worden in KNN’s geïmiteerd, ook de artificiële neuronen zelf worden zo geconstrueerd dat zij op biologische neuronen lijken. Daarbij worden vier functies nagebootst: het accepteren van input, het verwerken van die input, het omzetten van input in output en tenslotte de output zelf, met andere woorden het signaal dat naar een ander neuron wordt verstuurd.

KNN’s zijn dan netwerken met dergelijke artificiële neuronen waarvan de werking wordt gebaseerd op de hoger beschreven principes. In theorie zal een artificieel neuron deze principes, uitgedrukt in wiskundige termen meekrijgen. Waar KNN’s verschillen van het menselijke brein is in de organisatie van het netwerk. Bij KNN’s zijn daar drie types eenheden bij betrokken. Een eerste soort zijn input-eenheden, die, net als de zintuigen, informatie van buitenaf binnen het netwerk brengen. Vervolgens passeert deze informatie door de verborgen eenheden, waarbij de drie hierboven beschreven principes in rekening worden gebracht. Tenslotte zorgen output-eenheden ervoor dat de verwerkte informatie naar de buitenwerld kan worden overgedragen.

Dergelijke netwerken kunnen leren, een proces dat bijna volledig steunt op de verbindingssterkte. Door de antwoorden te valueren kunnen bepaalde verbinding versterkt worden en anderen afgebouwd. Geconfronteerd met dezelfde input zal het netwerk na een dergelijke evaluatie een groter kans hebben een juist antwoord te geven.

Successen zijn er in dit onderzoeksgebied al geboekt, meer bepaald in gebieden als patroonherkenning en compressie. Interessant is dat KNN’s goed lijken te zijn in dingen waarin ook de mens uitblinkt, complexe informatie parallel verwerken, en zwak is in die dingen waar ook mensen problemen mee hebben, zoals het volgen van formele regels bij redeneringen. Logica is voorlopig nog niet aan neurale netwerken besteed, iets wat critici doet vermoeden dat de idee van neurale netwerken geen voldoende verklaring biedt voor de werking van het menselijke brein. Anderen werpen op dat, door zich vooral te richten op principes als verbindingssterkte, KNN’s mogelijk andere factoren die een belangrijke rol spelen bij de werking van het brein buiten beschouwing laten.

Evoluerende hardware

De KNN’s waarmee op dit moment geëxperimenteerd wordt zijn eerder beperkt in opzet en hebben doorgaans een grootte van enkele duizenden of tienduizenden neuronen. De ambities van Starlab gaan heel wat verder. Zij willen een KNN tot stand brengen met honderd miljoen electronische cellen, nog steeds heel wat minder dan het menselijk brein dus. Daarvoor zal Starlab gebruik maken van een CAM-Brain Machine (CBM) waarbij CAM staat voor Cellular Automata Machine. Starlab is één van de vier trotse bezitters van een dergelijk kleinood: de andere zijn eigendom van Lernhout en Hauspie, het Advanced Telecommunications Lab (ATL) in Kyoto, Japan en Genobyte in Colorado, VS. De CBM zal gebruikt worden voor het ontwikkelen en testen van de verbindingen tussen kunstmatige neuronen. Die verbindingen zullen zichzelf voortplanten en nieuwe verbindingen creëren volgens de principes van de Darwiniaanse evolutie. Paketten van 64.000 van deze evolutionaire circuits, met telkens 1000 neuronen, zullen dan één voor één worden gedownload in RAM-geheugen, waarna ze onderling verbonden worden volgens een vooraf (door mensen) bepaald plan. De CBM zal dan gebruikt worden om het hele artificiële brein aan te drijven.

Ingaan op de technische gegevens zou te ver leiden, maar geïnteresseerden kunnen hier een pdf-versie downloaden van een artikel waarin de CBM uitgebreid wordt toegelicht.

Het artificiële brein dat Starlab wil bouwen is dus niet alleen geïnspireerd op de principes die in het neurale netwerk dat het menselijk brein is de dienst uitmaken, maar integreert ook ideeën uit het onderzoeksveld van de evoluerende hardware. In dit veld worden darwinistische evolutiemechanismen en hardware design gecombineerd. Electronische circuits worden in dit kader geregeerd door darwinistische principes als reproductie, mutatie en survival of the fittest. De circuits reproduceren zichzelf, zullen daarbij mutaties ondergaan en enkel de meest geschikte circuits (die circuits die zorgen voor een goed resultaat op een bepaalde proef of taak) zullen behouden blijven. Door gebruik te maken van Field Programmable Gate Arrays (FPGA’s), een makkelijk configureerbaar soort hardware, worden de tijdsgrenzen die software-simulaties vragen opgevangen. Hardware is immers veel sneller dan dergelijke simulaties.

Robotkatten met een Starlab-brein

Omdat, met de woorden van de verantwoordelijke van het project, een brein dat niets controleert weinig nuttig is, werd een robot ontworpen die ook al bij eerdere versies van het KNN werd gebruikt. Het kreeg de Japanse naam Robokoneko mee, wat zoveel betekent als robot-kitten. Dit robot-poesje is 25 cm lang, ongeveer op ware grootte dus. De electronische kat is uitgerust met in totaal 23 motoren, die de robot een zo natuurgetrouw mogelijke beweging moeten schenken. De staat van de motoren wordt met een feedback-mechanisme aan het brein doorgegeven, om de modules die instaan voor de beweging toe te laten te evolueren. Omdat dit echter een traag procédé is zal hiervoor doorgaans gebruik gemaakt worden van computersimulaties van de robot. Verder is de kunstkat ook uitgerust met een aantal sensoren en een camera, zodat ook de omgeving waargenomen kan worden. De onderzoekers hopen zo een kat te ontwikkelen die haar natuurlijke evenbeeld zo goed mogelijk benadert, ook op vlak van intelligentie.

Starlab is overigens erg eerlijk over de eigenlijk taak van Robokoneko. En dat is geld aantrekken in de vorm van subsidies of sponsoring. Het bouwen van een brein bevindt zich namelijk nog min of meer in een ‘proof of concept’-fase, wat wil zeggen dat nog aangetoond moet worden dat de ideeën waarop het artificiële brein gebaseerd zijn ook echt werken. En dat is makkelijker aan te tonen met een robot dan met een massa gegevens die enkel door enkele specialisten naar waarde geschat kunnen worden.

Toch kijkt men voor praktische toepassingen ook in de richting van de robotica. Er zijn momenteel onderhandelingen aan de gang met Europese belangengroepen om de artificiële brein-technologie te gebruiken om duizenden robots in te zetten voor agriculturele toepassingen in bijna-woestijnen. Daarnaast denk men ook al hardop na over huishoud-robots, speelgoed- en huisdierrobots en zelfs gezelschap-robots, wat onder dit laatste ook verstaan mag worden.

En ongetwijfeld ook aan robot-makende robots, waardoor deze machines weer een stap dichter bij echt artificieel leven zouden komen. In dat verband werd vandaag door de Amerikaanse Brandeis University bekend gemaakt dat men er in geslaagd was de eerste robot te ontwikkelen die, bijna volledig zelfstandig, andere robots kan ontwerpen én bouwen. Wat de robot voortbrengt is niet naar eigen beeld en gelijkenis, maar zijn veel eenvoudigere machines. De computer die de robot bestuurd kreeg maar een beperkt aantal gegevens, met name een lijst van mogelijke onderdelen, de wetten van zwaartekracht en wrijving, 200 willekeurig samengestelde en niet-werkende ontwerpen van robots en de opdracht produkten aan te maken die zich konden voortbewegen op een horizontaal vlak.
De computer maakte daarna een aantal ontwerpen die hij met behulp van simulaties uittestte. Nadat een ontwerp werd goedgekeurd werd het doorgestuurd naar de robot die het ding in elkaar stak. De enige menselijke tussenkomst gebeurde wanneer een motor en microchip in de ‘kind-robot’ werd gestopt, en de door de computer opgestelde instructies werden gedownload.
Elk van de ontwerpen werkte en door de initiële configuratie van de aanwezige hulpstukken te wijzigen, veranderden ook de constructies op een vrij radicale manier. Sommige robots duwen zichzelf voort, terwijl anderen zich voortbewegen als een krab.

Sommige wetenschappers reageren verrukt op deze nieuwe stap, terwijl anderen er vooral de gevaren van inzien, en hardop de vrees uiten dat dit een eerste aanzet is tot de creatie van een machine-ras, dat de mensheid ooit zal overheersen.

En de toekomst?

België staat, met twee CBM’s op ons grondgebied, vooraan in het onderzoek naar kunstmatige breinen. Bovendien is Starlab erin geslaagd een van dé grote vissen in dit soort onderzoek, Hugo de Garis, te strikken. De Garis was aanvankelijk een veelbelovend theoretisch fysicus, maar zijn verregaande gedachten voerden hem al snel een andere kant op. Als wetenschapper was hij verbonden aan een aantal prestigieuze onderzoekscentra, en in Japan werkte hij aan het ATL, waar hij aan de basis stond van de ontwikkeling van de eerste CDM. In Brussel is hij de verantwoordelijke voor het artificieel brein-project.

Er kan niet over AI gepraat worden zonder dat daarbij de vraag naar de toekomst wordt aangeraakt. Want als men er in slaagt een AI te construeren die het menselijk brein evenaart, iets wat de Garis mogelijk acht binnen enkele decennia, dan is de volgende stap, een AI krachtiger dan eender welke menselijke intelligentie, snel gezet. Over die mogelijkheid heeft de Garis zo zijn eigen, opmerkelijke, ideeën. Hij voorziet een ‘gigadeath’-oorlog in de maak tussen voorstanders en tegenstanders van AI’s. Het publiek bewust maken van het dilemma en de mogelijke gevolgen van de bouw van AI’s ziet hij zelfs als zijn tweede levenswerk, naast het bouwen van kunstmatige breinen.

Het scenario zal volgens de Gari min of meer als volgt lopen. Hij voorziet dat het in een niet zo ver verwijderde toekomst mogelijk zal zijn om, op basis van zijn eigen werk, ‘artilecten’ te bouwen, AI’s die een triljoen keer een triljoen keer een triljoen keer (en dat is geen typefout) zo krachtig zijn als het menselijk brein. Deze AI’s zullen zo groot zijn als een asteroïde en gebaseerd zijn op een combinatie van neurale netwerken, nanotechnologie en quantum-computers. Omdat het niet ondenkbaar is dat een dergelijk sterke intelligentie besluit de inmiddels zo goed als compleet achterlijke mensheid te koloniseren (remember The Matrix) of gewoonweg uit te roeien, zullen er twee kampen ontstaan, die al gauw de wereldpolitiek zullen beheersen.
Een eerste kamp krijgt van de Gari de naam ‘terras’ mee, omdat zij een ‘terrestrial’ gezichtspunt aanhangen, met andere woorden, dat hun horizon niet verder reikt dan de aarde. Zij zullen gekant zijn tegen de bouw van artilecten. Voorstanders voor de bouw van deze reusachtige AI’s heten in het de Gari universum ‘cosmists’ omwille van hun kosmische oriëntatie. Zij zullen de evolutie niet willen tegenhouden, en de artilecten willen bouwen. Het dispuut tussen beide groepen zal onoplosbaar zijn en de menselijke eigenaardigheid in zulke gevallen de wapens te laten spreken zal volgens de Gari, de vooruitgang in de wapenindustrie indachtig, leiden tot een oorlog met een gigantisch aantal slachtoffers.

Dat de Gari een toonaangevend wetenschapper in zijn eigen domein is wil natuurlijk niet zeggen dat zijn kwaliteiten als waarzegger van eenzelfde niveau zijn. Wat wel duidelijk is, is dat AI’s geen zaak van de verre toekomst meer zijn. Want het onderzoek dat in dit artikel werd beschreven is slechts een tak van het onderzoek naar AI. En zelfs als deze ideeën in de praktijk niet haalbaar zijn, is het niet ondenkbaar dat een andere tak van dit onderzoeksveld wel zal slagen om een bepaalde vorm van kunstmatige intelligentie te ontwikkelen. Misschien niet in de vorm die de Gari voor ogen heeft en misschien ook niet naar menselijk model. Maar dat zelf-reproducerende machines, die in staat zijn met een grote mate van autonomie te handelen, leergedrag vertonen en gegevens uit de buitenwereld zelfstandig kunnen verwerken een doos van Pandora zijn is wel duidelijk. (DdV)


 
Related links:

 

De website van Starlab: http://www.starlab.org

De ‘brainbuilding’ pagina’s op deze website

Meer informatie over neurale netwerken

Een site omtrent het gevaar van artilecten, met enkele teksten van de Gari: http://artilect.org/

 

© David de Vaal