Stemmen
tellen
Verkiezingen
in het technologische tijdperk - 17-11-2000
Het
is het land van de technologische vooruitgang. Van slimme bommen,
dot.coms, een virtuele Elvis en Microsoft. Maar nu vraagt men zich
vooral een ding af: hoe kunnen stemmen correct geteld worden?
Statistisch
gezien is de beste methode zoveel mogelijk onafhankelijke tellingen
organiseren en dan het gemiddelde nemen. Dat schijnt eventjes het
plan te zijn geweest, maar men wordt te ongeduldig. De vraag centreert
zich dan ook meer en meer rond de fundamentele keuze. George W. Bush,
die zijn campagne organiseerde rond de slogan ‘I trust the people’
is daarin duidelijk: hij vertrouwt nu toch maar liever op machines.
Al Gore neemt een humanistische houding aan en is een voorstander
van manuele hertellingen.
Maar dat zijn natuurlijk niet de meest onbevooroordeelde waarnemers.
Howard Wainer, een statisticus van de Princeton University, is dat
wellicht wel en hij kiest resoluut voor menselijke tellingen, omdat
die waarschijnlijk nauwkeuriger zijn.
Maar de werkelijke oorzaak van de problemen is dat iedere stemming
en daaropvolgende telling een zekere foutenmarge kent. En dat is bijzonder
vervelend in een land waar het gerecht te pas en te onpas als de ultieme
scheidsrechter moet opdraven. Scheidsrechters hebben het immers niet
al te hoog op met onduidelijkheden. Maar wat nog het hardst aan kwam,
was de falende technologie.
Door sommigen werd deze stembusslag aangekondigd als ‘de verkiezingen
van het internet’. Dat dit voorbarig was, was van meet af aan al duidelijk.
Er zou nog niet gestemd worden via het internet, er vond enkel een
klein experiment plaats dat kaderde in een onderzoek rond de mogelijkheden
van e-democratie. Verder werd het internet wel ingeschakeld als campagneinstrument,
maar nam het ook daar een eerder marginale plaats in. Het grootste
deel van de beschikbare campagnegelden werd gespendeerd aan de traditionele
media.
Na de verkiezingen liet ‘de wetenschap’ het een eerste keer afweten
toen bleek dat de berichten, gebaseerd op de zogenaamd wetenschappelijk
verantwoorde exit-polls die de grote netwerken de wereld instuurden
foutief waren. Het leverde een blamage op waar VTM en Knack op kleinere
schaal ervaring mee hadden opgedaan tijdens de Belgische gemeenteraadsverkiezingen.
Daarna bleek wat een simpele binaire keuze moest zijn - gaatje of
geen gaatje - in de praktijk heel wat ingewikkelder te zijn. De ‘lichttest’,
waarbij het stembiljet tegen het licht wordt gehouden om zo eventuele
gaatjes te ontdekken, faalde eveneens. De wereldpers filmde gretig
de ambtenaar die verklaarde dat als een van de vier strookjes waarmee
een stukje papier dat het gaatje afdekt verbroken was, er duidelijk
een intentie tot stemmen was en dus meegeteld moest worden. Daarna
keek de wereld verlekkerd toe hoe een rechter moest beslissen of de
zogenaamd ‘zwangere’ kiesbiljetten een poging tot kiezen verraadden.
Voor de duidelijkheid: zwangere kiesbiljetten zijn biljetten waarop
het verbindingsstrookje niet was doorbroken maar wel ingedrukt.
Dat zijn gegevens waar een telmachine weinig rekening mee houdt. Al
dan niet zwangere formulieren worden resoluut naar de prullenmand
verwezen als het gaatje niet duidelijk zichtbaar is. De Amerikaanse
kiezer staat er in het algemeen wat verweesd naar te kijken, maar
vindt in elk geval dat zijn rechten geschonden zijn. Fidel Castro
bood ondertussen al aan Cubaanse waarnemers te sturen om toe te kijken
op het eerlijke verloop van een eventuele nieuwe stemronde in Florida.
Er wordt her en der dan ook voorgesteld dat archaïsche kiezen-door-gaatjes-te-prikken
maar af te schaffen en te opteren voor duidelijker methodes. Het kiezen
per computer zoals dat ook in België is ingevoerd wordt daarbij vaak
als een valabel alternatief genoemd. Daarbij is het immers onmogelijk
ongeldig te stemmen, wat alvast een deel van de problemen die zich
momenteel in Californië manifesteren zou oplossen. Doug Lewis, het
hoofd van de kiescommissie in Houston heeft echter bezwaren. In Iowa
werd immers met een dergelijk systeem geëxperimenteerd en men moest
er vaststellen dat de modale kiezer vooral erg kwaad werd als een
machine hem er fijntjes op wees dat er fouten werden gemaakt. Kiezers
houden daar niet van, aldus Lewis.
Zoals in België bleek, zijn boze kiezers niet het enige probleem dat
bij dit systeem opduikt. In een bepaalde gemeente verscheen de kieslijst
van een partij niet op het scherm. Bovendien bleken heel wat mensen
ongerust te zijn over wat er zou kunnen gebeuren als hackers zouden
besluiten hun politieke voorkeur een steuntje in de rug te geven.
Een probleem dat nog urgenter wordt als het internet bij het kiesproces
zou betrokken worden.
En dan is er nog het probleem van het ingewikkelde stembiljet, hoewel
dat ook wel eens aan het specifieke karakter van de ‘Flor-idiots’
wordt geweten. Dat er meer aan de hand is toont de analyse van een
politoloog, die de stempatronen in de verschillende staten naging
voor de kandidaten Bush, Gore en Buchanan. Logischerwijze zou in gebieden
waar Bush een grote aanhang kent, Buchanan, die in het politieke spectrum
een positie inneemt aan de uiterste rechterzijde, ook meer stemmen
moeten halen dan in gebieden waar de licht linkse Gore de scepter
zwaait. Die hypothese bleek op te gaan voor alle onderzochte gebieden,
behalve in Palm Beach, waar de gecontesteerde stembiljetten werden
gebruikt.
Misschien kan men zijn heil zoeken in het Nederlandse voorstel om
een bedieningspaneel te ontwerpen waarmee door middel van een druk
op een knop kan worden gestemd. Hoewel, ook hier blijkt een Amerikaans
equivalent te bestaan. Een mechanisch systeem, misschien gebaseerd
op de verleidelijke architectuur van de eenarmige bandiet, waarbij
men door middel van een ruk aan een hendel zijn of haar stem kan uitbrengen.
Dat systeem werd in 1996 nog door 20,7% van de Amerikaanse kiezers
gebruikt, maar politieke analisten hebben ook hier potentiële problemen
ontdekt. Niet alleen zouden subversievelingen de etiketjes, die vertellen
welke hendel verbonden is met welke kandidaat, van plaats kunnen verwisselen
(hoewel men dan over bepaalde paranormale krachten zou moeten beschikken
om de uitslag in een gewenste richting te beïnvloeden), ook had men
in het verleden vastgesteld dat sommige labels te hoog hingen voor
de Danny DeVito’s onder de medeburgers. Misschien toch maar gewoon
aanvaarden dat perfecte verkiezingen een illusie zijn en van die vaststelling
vertrekken bij de uitwerking van eventuele hervormingen?
(DdV)
Related links:
Indecision
2000
©
David de Vaal