Tot
de laatste druppel
Op
zoek naar oplossing voor het groeiend waterprobleem - 31-01-2001
In
1999 waarschuwde de VN voor het toenemende tekort aan drinkbaar water,
in 2000 werd in Nederland een congres gewijd aan deze problematiek
en in het eerste nummer van Scientific American van dit jaar
wordt heel wat plaats ingeruimd om te zoeken naar oplossingen voor
de watercrisis. Wat is er aan de hand?
De
watercrisis
Voor de gemiddelde Europeaan betekent een tekort aan water niet meer
dan dat de gezinswagen een wasbeurt moet overslaan, maar in grote
delen van de rest van de wereld is het letterlijk een kwestie van
leven of dood. Niet alleen een tekort aan water is daar een factor
in, ook en vooral het gebrek aan drinkbaar water is een oorzaak van
heel wat menselijk lijden. De helft van de wereldbevolking moet het
stellen met waterfaciliteiten die slechter zijn dan wat in de klassieke
oudheid voorhanden was, 1 miljard mensen heeft geen toegang tot drinkwater,
meer dan 2 en een half miljard personen ontberen sanitaire voorzieningen
en ziekten gerelateerd met water eisen elk jaar tussen 10 en 20.000
kinderlevens. Daarnaast lijdt 50% van de inwoners van ontwikkelingslanden
aan watergerelateerde aandoeningen, worden 80% van de ziekten in deze
landen veroorzaakt door besmet water en is 20% van alle zoetwatervissoorten
met uitsterven bedreigd door vervuiling van hun leefmilieu.
Water wint ook aan belang als bepalende factor voor geopolitieke strategieën.
Niet dat er ooit al een echte wateroorlog is gevoerd, oorlogen worden
immers steeds gevoerd om een aantal uiteenlopende redenen. Maar water
is in elk geval een belangrijke bezorgdheid van militaire bevelhebbers
geweest in een hele reeks conflicten en is in sommige streken - het
Midden-Oosten bv. - een bron van spanningen.
Traditioneel is op watertekorten gereageerd door de aqua-infrastructuur
uit te breiden, iets wat onder meer geleid heeft tot de ettelijke
duizenden stuwdammen die over de hele wereld werden opgetrokken. Maar
de laatste jaren neemt het protest tegen de bouw van dergelijke dammen
toe, vooral dan vanwege de hoge ecologische en sociale kosten die
dergelijke projecten met zich meebrengen. De Drie Klovendam in China
en de Turkse Birecik-dam zijn daarvan de meest opgemerkte voorbeelden,
maar ook in andere landen als Ghana en Thailand klinkt het protest
steeds luider en weten tegenstanders zich steeds beter te organiseren
en in te schakelen in internationale campagnes.
Er moet dus uitgekeken worden naar andere manieren om een hoger waterverbruik
toe te staan, zonder dat dat rampzalige gevolgen heeft voor milieu
en bevolking. Het Amerikaanse wetenschappelijke maandblad Scientific
American besteedt in haar jongste nummer heel wat aandacht aan
deze kwestie. Wat daaruit vooral blijkt is dat de dreigende, en in
een groeiend aantal gebieden zeer reële, watercrisis niet door technologische
innovaties alleen kan worden opgelost. Er moet ook op een andere manier
met water worden omgesprongen. En dat geldt niet alleen voor ontwikkelingslanden,
want ook in het westen consumeren grote steden meer water dan op middellange
termijn houdbaar is.
De grootste slokop: landbouw
De agriculturele sector dankt haar bestaan al sinds de landbouwrevolutie
in Mesopotamië aan irrigatie, maar is daarom ook de grootste waterconsument
ter wereld. In Azië gaat 86% van de jaarlijkse waterafname naar landbouw,
in Noord- en Centraal Amerika 49% en in Europa 38%. Al dat water levert
ook heel wat voedsel op, ongeveer 40 % van de wereldvoedselproductie.
En specialisten gaan ervan uit dat de toenemende wereldbevolking voornamelijk
gevoed zal moeten worden met gewassen afkomstig van geïrrigeerde grond.
Gelukkig staan hier een aantal technologische alternatieven klaar
om meer voedselgewassen te produceren met minder water. En dat is
nodig ook, want in Azië vliegen landbouw en nijverheid elkaar regelmatig
in de haren op plaatsen waar waterschaarste tot rantsoenering dwingt.
Momenteel wordt het overgrote deel van de landbouwvelden geïrrigeerd
door ‘vloedtechnieken’, waardoor een aanzienlijk percentage van het
irrigatiewater niet terecht komt waar het het meest nodig is: in de
planten. Experimenten met druppelirrigatie - waarbij water druppel
per druppel tot bij de wortel wordt gebracht - en sprinklerbesproeiing
leveren indrukwekkende resultaten op. Druppelirrigatie zou een besparing
van 30 tot 70% kunnen opleveren en tegelijk de oogst met 20-90% kunnen
opschroeven. En door gebruik te maken van sprinklers, wordt maar liefst
90-95% van het water door de plant opgenomen. Desondanks worden maar
10-15% van de velden bevloeid door sprinklers en nauwelijks 1% door
druppelirrigatie.
Daarnaast kan ook het moment van irrigatie beter gekozen worden, afhankelijk
van de noden van de gewassen en kan de bevloeiing aangepast worden
aan klimaatfactoren. In Israël zijn bemoedigende resultaten bereikt
door afvalwater te behandelen, zodat het opnieuw voor irrigatie gebruikt
kan worden.
Het hoeft bovendien niet allemaal high-tech te zijn: in Bangladesh
is de toegang tot water aanzienlijk verbeterd door de invoer van pompen
die worden aangedreven door een tredmolen, en die een economisch haalbaar
alternatief vormen voor machinaal aangedreven pompen. En als alles
faalt, kan tenslotte nog worden overwogen het dieet aan te passen.
Het vraagt bv. heel wat meer water om een kilo vlees te produceren,
dan wat nodig is om een kilo graan op de markt te brengen.
Hoe
meer water vinden?
Meer algemeen zien Peter Glieck, een van de belangrijkste onderzoekers
in dit gebied, en Diane Martindale 4 algemene strategieën om het dreigende
of reële watertekort op te lossen.
Ten eerste kunnen nieuwe bronnen aangeboord worden. Daarbij wordt
vooral gerekend op ontzouting van zeewater. 97% van de watervoorraad
op aarde bestaat uit zout water, terwijl het zoet water voor een aanzienlijk
deel ligt opgeslagen in ijs. Dat is technisch mogelijk, maar ook erg
kostintensief. Dat heeft veel te maken met de techniek die totnogtoe
wordt gebruikt en die erin bestaat het water te laten verdampen, zodat
de mineralen als residu achter blijven en de damp daarna te destilleren.
Andere technieken, gebaseerd op het gebruik van fijne filters, zouden
ook voor economisch minder vermogende landen beschikbaar gemaakt kunnen
worden.
Verder kan de watervoorraad herverdeeld worden. Enkele firma’s, zoals
Aquarius Water Trading and Transportation Ltd. en Nordic Water Supply,
kunnen hier al voor worden aangezocht, zoals onder meer gebeurde door
Griekse eilanden die water invoerden om aan de grote vraag in het
hoogseizoen te voldoen. Daarbij wordt water vervoerd in grote zakken
van polyurethaan, een goedkopere optie dan vervoer per tanker. De
techniek kan nog verfijnd worden, aangezien de zakken een neiging
tot scheuren vertonen, maar is zeker een minder vergezochte optie
dan het op het eerste zicht lijkt.
Er wordt vooral verwacht van het terugdringen van de vraag naar water,
wat inhoudt dat op een andere manier met water moet worden omgegaan.
Technische oplossingen kunnen hier wel een handje toesteken. In New
York bv., werd in de vroege jaren ‘90 een programma gelanceerd waarbij
de inwoners een oud toilet konden ruilen tegen een nieuwer, waterefficiënt
exemplaar. Het leverde de stad een waterbesparing van gemiddeld 302
miljoen liter per dag op. Dat is bovendien nog maar één voorbeeld
van een lange reeks waaruit blijkt hoe groot de besparing kan zijn
door het nemen van eenvoudige maatregelen.
Tenslotte lijkt ook het hergebruik van afvalwater een optie, vooral
daar waar de watervoorraad klein is. Al dringt zich hier wel de vraag
op in welke mate het haalbaar is de dure reinigingstechnieken te exporteren
naar economisch zwakke staten.
(DdV)
Related links:
De
watercrisis
Ontzouting
van water
©
David de Vaal